40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling onkostenvergoeding artiest en beroepssporter | BWBR0013224 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013224 | Regeling onkostenvergoeding artiest en beroepssporter |
Regeling onkostenvergoeding artiest en beroepssporter
Artikel 1
Vergoedingen strekken tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, voor het aan de artiest of beroepssporter toe te rekenen deel van hetgeen blijkens een kostenvergoedingsbeschikking als bedoeld in artikel 35, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, als een niet tot het gage behorende vergoeding wordt aangemerkt, indien wordt voldaan aan de voorwaarden bij en krachtens hoofdstuk VII van laatstgenoemde wet bepaald.
Artikel 2
1. Indien artikel 1 niet van toepassing is strekt een bedrag van € 136 per artiest of beroepssporter, per optreden respectievelijk per sportbeoefening, tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
2. Indien dat door de artiest of beroepssporter wordt aangegeven, wordt het in het eerste lid genoemde bedrag vervangen door een lager bedrag of blijft toepassing daarvan achterwege.
Artikel 3
Vergoedingen aan artiesten uit amateurgezelschappen strekken tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, indien het bedrag van de vergoeding niet meer bedraagt dan de bedragen, genoemd in artikel 1 van de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 augustus 1984, houdende regels met betrekking tot onkostenvergoeding voor vrijwilligers (Stcrt. 172).
Artikel 4
1. Voorzover de vergoedingen strekken tot bestrijding van reis- en verblijfskosten - andere dan kosten van eigen vervoer - worden zij aangemerkt als een vergoeding die geacht wordt te strekken tot bestrijding van kosten, die de artiest dan wel beroepssporter heeft ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
2. Voorzover de vergoedingen strekken tot voorkoming van het maken van reis- en verblijfskosten worden zij aangemerkt als een vergoeding die geacht wordt te strekken tot bestrijding van kosten, die de artiest dan wel beroepssporter heeft ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
Artikel 5
Op de artiest en de beroepssporter zijn niet van toepassing:
a. a. de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 augustus 1984, houdende regels met betrekking tot onkostenvergoeding voor vrijwilligers (Stcrt. 172); b. b. de Regeling uitzondering eindheffingsbestanddelen loonbelasting voor de premieheffing werknemersverzekeringen 2001; c. c. de Regeling vergoeding gemengde kosten en waardering loon in natura, vergoedingen en verstrekkingen 2002; d. d. de Regeling vergoeding kosten woon-werkverkeer 2002.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onkostenvergoeding artiest en beroepssporter.