40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004 | BWBR0017153 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-09-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0017153 | Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004 |
Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. minister: Minister van Verkeer en Waterstaat; b. b. samenwerkingsgebied: samenwerkingsgebied als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarop artikel 2 van de Kaderwet bestuur in verandering van toepassing is verklaard; c. c. fte: full-time equivalent; d. d. convenant VERDI: het op 29 maart 1996 gesloten convenant tussen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het Ministerie van Binnenlandse Zaken, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ter uitwerking van het hoofdlijnenakkoord inzake de decentralisatie en regionalisering van het verkeer en vervoer.
Paragraaf 2. Subsidie ten behoeve van de samenwerkingsgebieden
Artikel 2
De minister verleent voor het jaar 2004 aan de samenwerkingsgebieden een subsidie in het kader van de ontwikkeling van regionaal verkeer- en vervoerbeleid ten behoeve van de personeelskosten die verbonden zijn aan de overdracht van fte’s in het kader van het convenant VERDI en ten behoeve van de aanloopkosten van de ophoging van de drempel van de gebundelde doeluitkering voor infrastructuurprojecten.
Artikel 3
De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt voor het samenwerkingsgebied:
a. a. Regio Twente: € 474.774; b. b. Knooppunt Arnhem Nijmegen: € 573.306; c. c. Bestuur Regio Utrecht: € 896.990; d. d. Regionaal Orgaan Amsterdam: € 1.784.014; e. e. Stadsgewest Haaglanden: € 1.239.485; f. f. Stadsregio Rotterdam: € 1.596.117; g. g. Samenwerkingsverband Regio Eindhoven: € 512.896.
Artikel 4
De minister verleent bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3. De minister kan bij de subsidieverlening bepalen dat de subsidie tussentijds wordt aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil.
Artikel 5
1. De subsidie-ontvangers, bedoeld in artikel 3, leggen vóór 15 september 2005 aan de minister rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden kosten en opbrengsten.
2.
In het kader van de in het eerste lid bedoelde verantwoording dienen de subsidie-ontvangers in:
a. a. een verslag waaruit blijkt welke activiteiten zijn uitgevoerd; b. b. een financieel eindverslag dat vergezeld gaat van een goedkeurende verklaring afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, hanteert bij de controle van de besteding van de subsidie het in de bijlage opgenomen controleprotocol. Het financiële eindverslag en de goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden opgesteld overeenkomstig de in de bijlage opgenomen modellen.
Artikel 6
De minister stelt de subsidie ambtshalve vast binnen zes weken nadat de subsidie-ontvanger de in artikel 5 bedoelde rekening en verantwoording heeft afgelegd.
Artikel 7
1. De subsidie-ontvanger vormt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Indien op 31 december 2004 sprake is van een positieve egalisatiereserve, leggen de sub-sidie-ontvangers vóór 15 september 2006 rekening en verantwoording af over de besteding ervan in 2005. Artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 3. Eenmalige specifieke uitkering ten behoeve van de provincies
Artikel 8
De minister verleent aan de provincies een eenmalige specifieke uitkering ten behoeve van de aanloopkosten van de ophoging van de drempel van de gebundelde doeluitkering voor infrastructuurprojecten.
Artikel 9
De uitkering, bedoeld in artikel 8, bedraagt voor de provincie:
a. a. Noord-Holland: € 150.944; b. b. Zuid-Holland: € 185.666; c. c. Gelderland: € 124.944; d. d. Overijssel: € 122.833; e. e. Flevoland: € 87.944; f. f. Utrecht: € 109.722; g. g. Drenthe: € 71.944; h. h. Groningen: € 97.944; i. i. Fryslân: € 81.944; j. j. Limburg: € 141.888; k. k. Noord-Brabant: € 166.766; l. l. Zeeland: € 65.000.
Artikel 10
De minister verleent bij de beschikking tot verlening van de uitkering een voorschot ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 9. De minister kan bij de verlening van de uitkering bepalen dat de uitkering tussentijds wordt aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil.
Artikel 11
Ten aanzien van de uitkeringen aan de provincies zijn de artikelen 5 tot en met 7 van deze regeling van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de provincies de in artikel 5, eerste lid, en de in artikel 7, tweede lid, bedoelde rekening en verantwoording vóór 15 november 2005 onderscheidenlijk vóór 15 november 2006 afleggen.
Artikel 12
Ten aanzien van de uitkeringen aan de provincies zijn de volgende artikelen van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing:
a. a.
artikel 4:46, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel c;
b. b.
artikel 4:48, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel c; en
c. c. de artikelen 4:49, 4:52, 4:55 en 4:57.
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004.