40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling overdracht personele middelen VERDI-convenant | BWBR0008978 | ministeriele-regeling | geldend | 1997-11-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0008978 | Regeling overdracht personele middelen VERDI-convenant |
Regeling overdracht personele middelen VERDI-convenant
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De minister verstrekt subsidie ten behoeve van de ontwikkeling van provinciaal, regionaal en lokaal verkeer- en vervoerbeleid door provincies, kaderwetgebieden en gemeenten.
2. De minister verleent subsidie ten behoeve van de ondersteuning van de beleidsontwikkeling, bedoeld in het vorige lid, door het kenniscentrum.
Artikel 3
1. De minister stelt voor het jaar 1997 voor iedere provincie de subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, vast.
2.
De subsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor:
a. a. de provincie Friesland f 360.903,- b. b. de provincie Groningen f 281.820,- c. c. de provincie Drenthe f 379.153,- d. d. de provincie Overijssel f 135.820,- e. e. de provincie Flevoland f 342.653,- f. f. de provincie Utrecht f 354.820,- g. g. de provincie Zeeland f 354.820,- h. h. de provincie Limburg f 354.820,- i. i. de provincie Noord-Holland f 443.526,- j. j. de provincie Zuid-Holland f 297.526,- k. k. de provincie Noord-Brabant f 297.526,- l. l. de provincie Gelderland f 504.359,-
Artikel 4
1. De minister stelt voor 1997 voor de kaderwetgebieden de subsidie als bedoeld in artikel 2 eerste lid vast.
2.
De subsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor:
a. a. Twente f 456.825,- b. b. KAN f 635.882,- c. c. BRU f 592.955,- d. d. ROA f 1.208.866,- e. e. Haaglanden f 803.003,- f. f. SRR f 996.523,- g. g. SRE f 404.945,-
3. De minister stelt de subsidie voor de jaren 1998 tot en met 2002 als bedoeld in artikel 2,eerste lid, voor de kaderwetgebieden jaarlijks vóór 1 maart vast.
4.
De subsidie, bedoeld in het derde lid, bedraagt per jaar voor:
a. a. Twente € 281.968,14 b. b. KAN € 359.880,38 c. c. BRU € 426.662,31 d. d. ROA € 923.816,65 e. e. Haaglanden € 589.907,02 f. f. SRR € 812.513,44 g. g. SRE € 315.359,10
5. Een kaderwetgebied legt jaarlijks vóór 1 augustus aan de minister rekening en verantwoording af omtrent de besteding van de in het daaraan voorafgaande kalenderjaar ontvangen subsidie. Dit geschiedt middels een verklaring, opgesteld door een accountant, als bedoeld in artikel 393 Boek 2, Burgerlijk Wetboek.
Artikel 5
1. De minister stelt voor het kalenderjaar 1997 voor iedere gemeente de subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, vast.
2. De subsidie voor een gemeente bedraagt f 0,372 per inwoner, vermenigvuldigd met het aantal inwoners van die gemeente op 1 januari 1996, volgens de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek met uitzondering van Noord-Brabant waarbij, in verband met de gemeentelijke herindelingen, het meest recente inwonersbestand van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is gebruikt.
Artikel 6
1. De minister stelt voor de periode 1 september tot en met 31 december 1997 de subsidie vast voor het IPO ter financiering van 2 fte bij het kenniscentrum.
2. De subsidie bedraagt voor de periode 1 september tot en met 31 december 1997 f 97.334,-.
Artikel 7
Het IPO besteedt de subsidie ten behoeve van de financiering van de personele middelen en de overige lasten die verbonden zijn aan de uitvoering van de taken van het kenniscentrum.
Artikel 8
1. De minister stelt voor de periode van 1 september tot en met 31 december 1997 de subsidie voor de VNG vast voor de financiering van 2 fte ten behoeve van het kenniscentrum.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt: f 97.334,-.
3. De minister stelt voor de jaren 1998 tot en met 2000 jaarlijks vóór 1 maart de subsidie voor de VNG vast voor de financiering van 2 fte ten behoeve van het kenniscentrum.
4. De subsidie, bedoeld in het derde lid, bedraagt: f 292.000,- per jaar.
Artikel 9
1. De VNG besteedt de subsidie ten behoeve van de financiering van de personele middelen en de overige lasten die verbonden zijn aan de uitvoering van de taken van het kenniscentrum.
2. De VNG zet bij het kenniscentrum 1 fte in ten behoeve van de kaderwetgebieden en 1 fte ten behoeve van de gemeenten.
Artikel 10
1. De subsidie wordt overeenkomstig de beschikking tot subsidievaststelling betaald.
2. De betaling geschiedt binnen acht weken na dagtekening van de beschikking tot subsidievaststelling.
Artikel 11
1.
De minister kan de subsidievaststelling wijzigen of intrekken indien de subsidie-ontvanger:
a. a. niet heeft voldaan aan een aan de subsidie verbonden verplichting; of b. b. de subsidie niet is besteed in overeenstemming met de doelstelling, bedoeld in artikel 2.
2. De subsidievaststelling kan niet meer worden gewijzigd of ingetrokken, indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt, dan wel sinds de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.
3. Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kunnen worden teruggevorderd binnen vijf jaar na de dag waarop de subsidie is vastgesteld of nadat een handeling in strijd met een verplichting op grond van deze regeling is verricht.
Artikel 11
Indien de opheffing van het kenniscentrum geschiedt vóór 31 december 2002, wordt van de bedragen, genoemd in artikel 8, naar evenredigheid van het resterende aantal maanden na opheffing:
a. a. het aandeel van de subsidie die de VNG ontving voor 1 fte bij het kenniscentrum, ten behoeve van de gemeenten, gestort in het gemeentefonds; b. b. het aandeel van de subsidie die de VNG ontving voor 1 fte bij het kenniscentrum, ten behoeve van de kaderwetgebieden, indien de opheffing van het kenniscentrum geschiedt vóór intrekking van de Kaderwet bestuur in verandering, verdeeld over de kaderwetgebieden in overeenstemming met de verdeling, genoemd in artikel 4, vierde lid.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overdracht personele middelen VERDI-convenant.