40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling personeelsgesprek sector Rijk | BWBR0038133 | ministeriele-regeling | geldend | 2016-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0038133 | Regeling personeelsgesprek sector Rijk |
Regeling personeelsgesprek sector Rijk
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*sector Rijk:* de ambtelijke diensten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub e, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement met uitzondering van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal;
b. b.
* personeelsgesprek:* gesprek als bedoeld in artikel 71 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 78 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken;
c. c.
*personeelsgespreksverslag:* schriftelijk verslag als bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 78, derde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken;
d. d.
*leidinggevende functionaris:* leidinggevende functionaris als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 78, eerste lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken;
e. e.
*informant:* persoon die een functionele arbeidsrelatie heeft met de ambtenaar met wie een personeelsgesprek wordt gevoerd en die inzicht heeft in het functioneren van de ambtenaar.
Artikel 2
1.
Het personeelsgesprek kent de volgende onderdelen:
a. a. plannen; b. b. reflecteren op functioneren; c. c. evalueren met conclusie.
2. Het personeelsgesprek heeft een tweezijdig karakter en vindt plaats op basis van gelijkwaardigheid tussen ambtenaar en leidinggevende functionaris.
Artikel 3
1. De onderwerpen, bedoeld in artikel 71, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 78, eerste lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken worden minimaal één keer per jaar schriftelijk vastgelegd in een personeelsgespreksverslag voorzien van een samenvattende conclusie. Vastlegging van het personeelsgespreksverslag vindt plaats in een rijksbreed digitaal instrument personeelsgesprekken ter beschikking gesteld door Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst.
2.
In het personeelsgespreksverslag worden ook vastgelegd:
a. a. de gegevens van de ambtenaar en de leidinggevende functionaris; b. b. de datum van het gesprek; c. c. de ingangsdatum en einddatum van het tijdvak waarover het gesprek wordt gevoerd; d. d. de namen en functies van eventuele informanten.
3. De leidinggevende functionaris en de ambtenaar ondertekenen het personeelsgespreksverslag.
Artikel 4
De leidinggevende functionaris en de ambtenaar kunnen voor het personeelsgesprek een of meer informanten raadplegen.
Artikel 5
De leidinggevende functionaris legt zijn samenvattende conclusie en de bijhorende score vast die volgt uit het personeelsgesprek, als volgt:
a. a. prestaties zijn ruim boven de afspraken en verwachtingen (++); b. b. prestaties zijn overeenkomstig afspraken en verwachtingen (+); c. c. prestaties komen (nog) niet volledig overeen met afspraken en verwachtingen. Verbetering op onderdelen is nodig (+/-); of d. d. prestaties blijven duidelijk achter bij afspraken en verwachtingen. Verbetertraject is noodzakelijk(-).
Artikel 6
Deze regeling wordt uitgevoerd volgens de in de bijlage opgenomen beschrijving.
Artikel 7
1.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2016 voor de sector Rijk, met uitzondering van de ambtelijke diensten van:
a. a. het Ministerie van Algemene Zaken; b. b. het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; c. c. het Ministerie van Buitenlandse Zaken; d. d. het Ministerie van Economische Zaken; e. e. het Ministerie van Financiën; f. f. het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; g. g. het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; h. h. het Ministerie van Veiligheid en Justitie; i. i. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; j. j. de Raad van State; k. k. de Algemene Rekenkamer; l. l. de Nationale ombudsman; m. m. de Hoge Raad van Adel; n. n. het Kabinet van de Koning; o. o. de Kanselarij der Nederlandse Orden; p. p. het secretariaat van de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten; q. q. de Raad voor de rechtspraak, de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van beroep voor het bedrijfsleven, de niet rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en van de besturen van voornoemde gerechten daaronder begrepen, en de gemeenschappelijke diensten die twee of meer van de in dit onderdeel genoemde organisaties in stand houden.
2.
In afwijking van het eerste lid treedt deze regeling met ingang van 1 januari 2017 in werking voor de ambtelijke diensten van:
a. a. het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. b. het Ministerie van Economische Zaken; c. c. het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; d. d. het Ministerie van Veiligheid en Justitie; e. e. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
3. In afwijking van het eerste lid treedt deze regeling met ingang van 1 april 2017 in werking voor de ambtelijke dienst van het Ministerie van Financiën, met uitzondering van de Belastingdienst.
4. In afwijking van het eerste lid treedt deze regeling met ingang van 1 juli 2017 in werking voor de ambtelijke dienst van het Ministerie van Algemene Zaken.
5. In afwijking van het eerste lid treedt deze regeling met ingang van 1 januari 2018 in werking voor de ambtelijke diensten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Ministerie van Financiën voor zover deze regeling daarop op grond van het derde lid nog niet van toepassing is en van de Hoge Raad van de Adel.
6. In afwijking van het eerste lid treedt deze regeling met ingang van 1 januari 2019 in werking voor de ambtelijke diensten van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, het Kabinet van de Koning, de Kanselarij der Nederlandse Orden, het secretariaat van de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de niet rechterlijke leden van de Raad voor de Rechtspraak en van de besturen van de voornoemde gerechten daaronder en de gemeenschappelijke diensten die twee of meer van de in dit onderdeel genoemde organisaties in stand houden.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling personeelsgesprek sector Rijk.