40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling Pilots Loopbaanadviseurs | BWBR0012032 | ministeriele-regeling | geldend | 2000-12-29 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012032 | Regeling Pilots Loopbaanadviseurs |
Regeling Pilots Loopbaanadviseurs
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
Deze regeling heeft tot doel om ervaringen op te doen met het begeleiden van voortijdig schoolverlaters naar een instelling met als doel het behalen van een startkwalificatie. Door middel van een specifieke uitkering worden vijf contactgemeenten in de gelegenheid gesteld om gedurende twee jaar twee loopbaanadviseurs te benoemen.
Artikel 3
1. Voor het verlenen van specifieke uitkeringen op grond van deze regeling is een bedrag van f 2.400.000,- beschikbaar.
2. In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de subsidiebedragen.
Artikel 4
Voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2 komen uitsluitend contactgemeenten in aanmerking waaraan een specifieke uitkering is verstrekt in het kader van de Regeling Pilot Trajectbegeleiders en die aangegeven hebben een pilot loopbaanadviseurs te willen uitvoeren.
Hoofdstuk 2. Beoordeling geschiktheid contactgemeente
Artikel 5
De minister beoordeelt de geschiktheid van de contactgemeenten op basis van het inhoudelijk verslag bedoeld in artikel 14, tweede lid, onder a, van de Regeling Pilot Trajectbegeleiders en hanteert daarbij de volgende criteria:
a. a. de mate waarin de contactgemeente er in is geslaagd de in haar plan van aanpak voor de pilot trajectbegeleiders geformuleerde streefdoelen te realiseren; b. b. de bereidheid van de contactgemeente de begeleiding van voortijdig schoolverlaters zoals in de pilot trajectbegeleiders voort te zetten met eigen middelen; c. c. de kwaliteit van de gehanteerde benaderings- en begeleidingsmethodes; d. d. de kwaliteit en de kwantiteit van de samenwerkingsrelaties die door de contactgemeente in de pilot trajectbegeleiders zijn aangegaan.
Artikel 6
1. Een extern bureau adviseert de minister omtrent de geschiktheid van de gemeenten bedoeld in artikel 4.
2. Het bureau adviseert in ieder geval negatief indien niet gebleken is dat de contactgemeente bereid is met eigen middelen voortzetting te geven aan de pilot trajectbegeleiders.
Artikel 7
1. De minister verstrekt de specifieke uitkering aan die vijf contactgemeenten, bedoeld in artikel 4, die naar zijn oordeel het meest geschikt zijn om werkende jongeren/voortijdig schoolverlaters terug te leiden naar een instelling met als doel het behalen van een startkwalificatie.
2. De minister verstrekt de specifieke uitkering uitsluitend aan die gemeenten ten aanzien waarvan het extern bureau positief geadviseerd heeft.
Artikel 8
1. De specifieke uitkering bedraagt in het jaar 2001 f 240.000,- en in het jaar 2002 € 108.908,-.
2. De specifieke uitkering wordt jaarlijks in vier gelijke delen uitbetaald, telkens in de eerste maand van een kwartaal.
Artikel 9
1. Artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de minister toepassing geeft aan artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht, kan hij een specifieke uitkering verstrekken aan één van de contactgemeenten bedoeld in artikel 4 die geen specifieke uitkering ontvingen op grond van artikel 5.
3. Indien de minister toepassing geeft aan het eerste lid, kan hij afwijken van hetgeen bij deze regeling is bepaald.
Hoofdstuk 3. Voorwaarden
Artikel 10
De subsidieontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan activiteiten waarvoor deze blijkens de verlening van de specifieke uitkering is bestemd.
Artikel 11
1. De subsidieontvanger richt de activiteiten zodanig in dat minimaal 100 werkende jongeren/voortijdig schoolverlaters in het kader van de pilot loopbaanadviseurs een startkwalificatie behalen.
2. De subsidieontvanger verstrekt de minister drie maal een tussenrapport over de pilot loopbaanadviseurs en wel vóór 1 juni 2001, 1 december 2001 en 1 juni 2002.
3. De subsidieontvanger verstrekt de minister op diens verzoek inlichtingen over de voortgang van de pilot loopbaanadviseurs.
Artikel 12
1. De subsidieontvanger voert een zodanige administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan.
2. De subsidieontvanger houdt van iedere door hem begeleide werkende jongere/voortijdig schoolverlater een voortgangsregistratie bij.
3. De subsidieontvanger verstrekt de gegevens uit de voortgangsregistratie geanonimiseerd aan de minister.
4. De subsidieontvanger verstrekt de gegevens buiten het kader van dit project slechts met toestemming van de werkende jongere/voortijdig schoolverlater aan een ander dan de minister.
5. De administratie en de daartoe behorende bescheiden, daaronder begrepen de voortgangsregistratie, worden gedurende tien jaren bewaard.
Artikel 13
De artikelen 4:44 tot en met 4:47 en artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4. Subsidievaststelling
Artikel 14
1. De gemeente waaraan op grond van deze regeling een specifieke uitkering wordt verstrekt, dient uiterlijk 31 maart 2004 een schriftelijke aanvraag tot vaststelling van de specifieke uitkering in.
2. De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van een financiële verantwoording en een inhoudelijke verantwoording met betrekking tot de uitvoering van de pilot loopbaanadviseurs.
3. Uit de inhoudelijke verantwoording blijkt in ieder geval hoeveel werkende jongeren/voortijdig schoolverlaters door de contactgemeente zijn begeleid, wat hun leeftijd, etniciteit en sekse is en of zij in het kader van de pilot loopbaanadviseurs een diploma hebben behaald en op welk niveau.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Pilots Loopbaanadviseurs
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.