40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling plankosten exploitatieplan | BWBR0039155 | ministeriele-regeling | geldend | 2017-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0039155 | Regeling plankosten exploitatieplan |
Regeling plankosten exploitatieplan
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanbrengtijd: periode voor het aanbrengen van voorbelasting of ophoging;
- Besluit: Besluit ruimtelijke ordening;
- bestek: omschrijving en tekeningen van een uit te voeren werk;
- binnenstedelijke locatie: exploitatiegebied, niet zijnde historisch gebied, binnen de bebouwde kom, waarin minder dan 70% van het grondoppervlak onbebouwd is;
- bebouwde kom: bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
- bodemgesteldheid: fysisch technische geschiktheid van de grond voor bouwplannen, in overwegende mate bepaald door de aanwezige grondsoort en bepalend voor de voorzieningen die op of in de grond getroffen worden;
- bouwperceel: aaneengesloten stuk grond waarop zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;
- bovenwijkse infrastructurele voorziening: infrastructurele voorziening die ten dienste staat van het exploitatiegebied en een of meer andere exploitatiegebieden of bestaande bebouwing;
- civiele en cultuurtechniek: activiteiten als bedoeld in de artikelen 6.2.3, onderdeel d, en 6.2.4, onderdelen b, met uitzondering van bodemsanering, en c, van het Besluit alsmede activiteiten als bedoeld in deze onderdelen, voor zover artikel 6.2.4, onderdeel e of f, van het Besluit op de kosten van die activiteiten betrekking heeft;
- complexiteitsfactor: percentage waarmee de kosten van in de bijlage specifiek aangeduide producten of activiteiten of onderdelen daarvan worden verlaagd of verhoogd als een exploitatieplan door een samenspel van kenmerken eenvoudiger of ingewikkelder is dan het exploitatieplan dat bij het opstellen van deze regeling als referentie is gebruikt;
- deelgebied: deel van het exploitatiegebied, waarin de werkzaamheden niet gelijktijdig met die in een aangrenzend deel van het exploitatiegebied plaatsvinden;
- exploitatiegebied: geheel van gronden waarop een exploitatieplan betrekking heeft;
- exploitatieopzet: exploitatieopzet als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, van de wet;
- exploitatieplan: exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet;
- exploitatieperiode: in het exploitatieplan bepaalde periode van uitvoering van dat plan;
- goede bodemgesteldheid: bodem die zonder voorbelasten bebouwd kan worden;
- herstructureringsgebied: exploitatiegebied waarin voor meer dan 50% van het uitgeefbare grondoppervlak sprake is van functieverandering van de bestaande bebouwing, van sloop met vervangende nieuwbouw of van ingrijpende renovatie van de bebouwing, waarbij ook de verkaveling en de openbare ruimte worden gewijzigd;
- historisch gebied: exploitatiegebied waarvan meer dan 10% van het grondoppervlak met monumenten is bebouwd of waarvan het grondoppervlak dat is gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, al dan niet tezamen met het grondoppervlak dat met monumenten is bebouwd, meer dan 50% bedraagt;
- inbreidingslocatie: exploitatiegebied, niet zijnde historisch gebied, binnen de bebouwde kom, waarin ten minste 70% van het grondoppervlak onbebouwd is;
- integraal ophogen: ophogen van meer dan 60% van het exploitatiegebied;
- invloedsfactor: percentage waarmee de kosten van in de bijlage specifiek aangeduide producten of activiteiten of onderdelen daarvan worden verlaagd of verhoogd als sprake is van een omstandigheid die leidt tot lagere of hogere plankosten dan bij het exploitatieplan dat bij het opstellen van de regeling als referentie is gebruikt;
- looptijd: periode van voorbereiding van het exploitatieplan tot en met het einde van de exploitatieperiode;
- omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan: omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, inpassingsplan of beheersverordening;
- partieel ophogen: ophogen van ten hoogste 60% van het exploitatiegebied;
- plankosten: kosten als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen a en g tot en met j, van het Besluit;
- projectuitvoeringsbesluit: besluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet;
- slechte bodemgesteldheid: veenbodem, klei op veen en bouwfysisch vergelijkbare bodemsoorten die worden voorbelast alvorens tot bouwen kan worden overgegaan;
- uitbreidingslocatie: exploitatiegebied, niet zijnde historisch gebied, buiten de bebouwde kom, waarin minder dan 70% van de gronden onbebouwd is;
- uitleglocatie: exploitatiegebied, niet zijnde historisch gebied, buiten de bebouwde kom, waarin ten minste 70% van het grondoppervlak onbebouwd is;
- uitwerkingsplan: uitwerking van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
- verwijdertijd: periode waarin voorbelasting wordt verwijderd;
- voorbelasten: ophogen van gronden om het inklinken te versnellen;
- zettingstijd: periode tussen de start van het voorbelasten of ophogen en het moment waarop de eindzetting is bereikt.
Artikel 2
Deze regeling is niet van toepassing op plankosten voor:
a. a. het verrichten van onderzoek als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdeel a, van het Besluit met uitzondering van het verrichten van grondmechanisch onderzoek, b. b. het voorbereiden van en toezicht houden op de uitvoering van bodemsanering, c. c. vergoedingen voor prijsvragen en ontwerpcompetities, en d. d. bovenwijkse infrastructurele voorzieningen buiten het exploitatiegebied.
Artikel 3
1. Het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald, is een optelsom van de kosten van de in de bijlage genoemde producten of activiteiten, voor zover die bij het exploitatieplan van toepassing zijn. De ten hoogste te verhalen kosten per product of activiteit worden bepaald aan de hand van de bijlage.
2. Op de kosten, bedoeld in het tweede lid, is een in de bijlage opgenomen invloedsfactor of complexiteitsfactor van toepassing.
3. De van toepassing zijnde invloedsfactor wordt bepaald aan de hand van de kenmerken van het project. Als in de bijlage is aangegeven dat meerdere invloedsfactoren van toepassing zijn op één product of activiteit of onderdeel daarvan, wordt het gemiddelde van die invloedsfactoren gehanteerd.
4. De van toepassing zijnde complexiteitsfactor is het gemiddelde van de in de laatste kolom van tabel 1 van de bijlage genoemde invloedsfactoren, voor zover die bij het exploitatieplan van toepassing zijn.
5.
Voor de bepaling van de ten hoogste te verhalen plankosten worden de producten die worden gemaakt en de activiteiten die worden verricht gedurende de looptijd in aanmerking genomen, met dien verstande dat de periode van voorbereiding van het exploitatieplan wordt geacht te bedragen:
a. a. twee jaar, als de complexiteitsfactor kleiner is dan 30%, b. b. drie jaar, als de complexiteitsfactor ten minste 30% en ten hoogste 50% is, of c. c. vier jaar, als de complexiteitsfactor groter is dan 50%.
Artikel 4
Plankosten voor producten en activiteiten als bedoeld in onderdeel 3.1, onder a en c, van tabel 1 van de bijlage die betrekking hebben op een groter gebied dan het exploitatiegebied, worden opgenomen naar evenredigheid van de oppervlakte van het exploitatiegebied ten opzichte van de oppervlakte van het totale gebied in de berekening van de ten hoogste te verhalen plankosten.
Artikel 5
1.
In afwijking van de artikelen 3 en 4 bedraagt het bedrag van de plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald, met uitzondering van de producten en activiteiten, genoemd in onderdeel 4.2 van tabel 1 van de bijlage:
a. a. € 6.000,– bij een bouwplan voor de bouw van kassen met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 3.000 m^2, b. b. € 8.000,– bij een bouwplan voor:
1°.
de bouw van één woning,
2°.
de bouw van één hoofdgebouw voor agrarische of bedrijfsdoeleinden met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 1.500 m^2, met uitzondering van kantoor, horeca en detailhandel, of één bedrijfswoning op hetzelfde bouwperceel,
3°.
een uitbreiding met niet meer dan 2.000 m^2 bruto-vloeroppervlakte van een gebouw voor agrarische of bedrijfsdoeleinden, met uitzondering van kantoor, horeca en detailhandel, of een uitbreiding met niet meer één bedrijfswoning op hetzelfde bouwperceel,
4°.
een uitbreiding van een ander gebouw dan bedoeld onder 1° tot en met 3° met niet meer dan 2.000 m^2 bruto-vloeroppervlakte of met niet meer dan één woning,
5°.
kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 3.000 m^2 en niet meer dan 10.000 m^2, of
6°.
een verbouwing als bedoeld in artikel 6.2.1, onderdeel d of e, van het Besluit,
1°. 1°. de bouw van één woning, 2°. 2°. de bouw van één hoofdgebouw voor agrarische of bedrijfsdoeleinden met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 1.500 m^2, met uitzondering van kantoor, horeca en detailhandel, of één bedrijfswoning op hetzelfde bouwperceel, 3°. 3°. een uitbreiding met niet meer dan 2.000 m^2 bruto-vloeroppervlakte van een gebouw voor agrarische of bedrijfsdoeleinden, met uitzondering van kantoor, horeca en detailhandel, of een uitbreiding met niet meer één bedrijfswoning op hetzelfde bouwperceel, 4°. 4°. een uitbreiding van een ander gebouw dan bedoeld onder 1° tot en met 3° met niet meer dan 2.000 m^2 bruto-vloeroppervlakte of met niet meer dan één woning, 5°. 5°. kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 3.000 m^2 en niet meer dan 10.000 m^2, of 6°. 6°. een verbouwing als bedoeld in artikel 6.2.1, onderdeel d of e, van het Besluit, c. c. € 9.500,– bij een bouwplan voor de bouw van kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 10.000 m^2 en niet meer dan 30.000 m^2.
2. Ten aanzien van de ten hoogste te verhalen plankosten van de producten en activiteiten, genoemd in onderdeel 4.2 van tabel 1 in de bijlage, is artikel 3, eerste lid, tweede zin, tot en met vijfde lid, van toepassing.
Artikel 6
De plankosten worden in de exploitatieopzet opgenomen bij het jaar van vaststelling van het exploitatieplan.
Artikel 7
Bij de vaststelling van de afrekening van het exploitatieplan, bedoeld in artikel 6.20 van de wet, worden de ten hoogste te verhalen plankosten herberekend met toepassing van deze regeling.
Artikel 8
1. Als de aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht plankosten voor eigen rekening heeft genomen die op basis van de artikelen 6.19 en 6.22 van de wet in aanmerking komen voor respectievelijk een vermindering van de verschuldigde exploitatiebijdrage of vergoeding, wordt die berekend met toepassing van deze regeling.
2.
De vermindering of vergoeding bedraagt ten hoogste:
a. a. 60% van de met toepassing van deze regeling berekende ten hoogste te verhalen kosten voor producten en activiteiten in de onderdelen 3.1 en 3.2 van de bijlage, b. b. 80% van de met toepassing van deze regeling berekende ten hoogste te verhalen kosten voor producten en activiteiten in onderdeel 4 van de bijlage, en c. c. 90% van de met toepassing van deze regeling berekende ten hoogste te verhalen kosten voor de overige producten en activiteiten in de bijlage.
Artikel 9
De tarieven in tabel 2 in de bijlage worden jaarlijks geïndexeerd met de geldende salarisschalen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor gemeenteambtenaren.
Artikel 10
1. De Minister van Infrastructuur en Milieu stelt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze regeling een verslag op over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.
2.
In het verslag wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
a. a. de producten en activiteiten in de bijlage, b. b. de bij de producten en activiteiten behorende gegevens, c. c. de van toepassing verklaring van invloedsfactoren en complexiteitsfactoren, d. d. de hoogte van de invloedsfactoren, en e. e. de relatie tussen de invloedsfactoren en complexiteitsfactoren.
Artikel 11
Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling blijft van toepassing ten aanzien van een exploitatieplan waarvan het ontwerp voor dat tijdstip ter inzage is gelegd.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2017.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling plankosten exploitatieplan.
Bijlage . behorende bij de
^1 Deze percentages worden bij elkaar opgeteld als ze van toepassing zijn op het project.
^1 Als sprake is van deelgebieden, wordt onder de grootte verstaan de gemiddelde grootte van de deelgebieden. Die wordt berekend door de totale oppervlakte van het exploitatiegebied te delen door het feitelijke aantal deelgebieden.