rijk/ministeriele-regeling/regeling-pleegvergoeding/BWBR0033604
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling pleegvergoeding BWBR0033604 ministeriele-regeling geldend 2013-12-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0033604 Regeling pleegvergoeding

Regeling pleegvergoeding

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • pleegkind: jeugdige die aanspraak heeft op pleegzorg op grond van de wet, welke aanspraak bij een pleegzorgaanbieder tot gelding wordt gebracht;
  • pleegzorgaanbieder: zorgaanbieder die pleegzorg biedt;
  • wet: Wet op de jeugdzorg.

Artikel 2

Het in artikel 28c, eerste lid, van de wet bedoelde basisbedrag van de subsidie voor de verzorging en opvoeding van een pleegkind is het bedrag dat is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 3

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 2, wordt steeds vermeerderd met een door de pleegzorgaanbieder vast te stellen toeslag van ten hoogste het in de bijlage bij deze regeling opgenomen bedrag voor door de pleegouder ten behoeve van het pleegkind noodzakelijk gemaakte kosten, waarvan de pleegouder aantoont dat deze niet kunnen worden voldaan uit het basisbedrag en waarvoor geen uitkering op grond van een andere regeling kan worden verstrekt, indien:

a. a. het pleegkind aanspraak heeft op verblijf bij een pleegouder op grond van artikel 14 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg en de pleegouder in verband hiermee extra kosten moet maken; b. b. de pleegouder aan drie of meer pleegkinderen verzorging en opvoeding biedt, vanaf het derde en volgende pleegkind; c. c. de pleegouder verzorging en opvoeding aan een pleegkind met een verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke beperking biedt die noodzaakt tot het maken van extra kosten.

Artikel 3a

Aan de pleegouder die tevens belast is met voogdij als bedoeld in boek 1 Burgerlijk Wetboek, wordt een door de pleegzorgaanbieder vast te stellen toeslag verleend ten behoeve van voor het pleegkind noodzakelijk te maken bijzondere kosten, waarvan de pleegouder aantoont dat deze niet kunnen worden voldaan uit het basisbedrag, bedoeld in artikel 2, dan wel uit de toeslagen, bedoeld in artikel 3, en waarvoor geen uitkering op grond van een andere regeling kan worden verstrekt.

Artikel 4

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 2, en de toeslagen, bedoeld in artikel 3, worden jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de in de bijlage bij deze regeling opgenomen wijze.

Artikel 5

1. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 2, kan worden verminderd, indien een pleegkind als gevolg van bijzondere omstandigheden tijdelijk niet bij de pleegouder verblijft. Alsdan worden de door de pleegouder werkelijk gemaakte noodzakelijke kosten vergoed tot ten hoogste het basisbedrag.

2. Een toeslag die noodzakelijk is voor het dekken van de in artikel 3 bedoelde kosten, wordt verstrekt gedurende een door de pleegzorgaanbieder te bepalen periode.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling pleegvergoeding.

Bijlage . Basisbedragen en maximale toeslag van de pleegvergoeding per pleegkind 2014