rijk/ministeriele-regeling/regeling-politiesurveillancehonden-1999/BWBR0010333
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling politiesurveillancehonden 1999 BWBR0010333 ministeriele-regeling geldend 1999-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010333 Regeling politiesurveillancehonden 1999

Regeling politiesurveillancehonden 1999

Paragraaf 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Algemene bepalingen

Artikel 2

Een politiesurveillancehond wordt uitsluitend in politiedienst gebruikt indien:

a. a. het gebruik geschiedt door een geleider, en b. b. de combinatie van geleider en politiesurveillancehond beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 8.

Artikel 3

1. Er is een keuringscommissie voor de politiesurveillancehond. De leden van deze commissie worden aangewezen door of vanwege de korpschef en aangemeld bij het keuringsinstituut.

2. De leden van de keuringscommissie zijn ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Politiewet 1993.

3. De leden van de keuringscommissie beschikken over een ruime dressuurtechnische ervaring en praktische politie-ervaring op het gebied van inzet en gebruik van politiesurveillancehonden.

4. De keuring van de combinatie van geleider en hond geschiedt door de keuringscommissie met dien verstande dat de leden die keuren afkomstig zijn uit een ander korps dan het korps waar de combinatie dienst zal doen.

Artikel 4

1. De ministers wijzen rijksgecommitteerden aan.

2. De rijksgecommitteerden houden toezicht op de kwaliteit, de objectiviteit van de (her)keuringen door de keuringscommissie en de juiste naleving van de regels terzake.

3. De rijksgecommitteerden rapporteren over hun activiteiten jaarlijks aan de ministers.

Paragraaf 3. Keuring en certificering

Artikel 5

Aan een keuring kunnen deelnemen ambtenaren van politie vanaf de rang van surveillant van politie, die zijn aangewezen als geleider.

Artikel 6

Voor de keuring komen in aanmerking honden die:

a. a. door een gediplomeerd dierenarts gezond zijn verklaard, en b. b. ingeënt zijn tegen de in het keuringsreglement aangewezen ziekten.

Artikel 7

1. De keuring van de combinatie van geleider en hond geschiedt op basis van het keuringsreglement.

2.

Aan een politiesurveillancehond worden tenminste de volgende, in het keuringsreglement nader omschreven eisen gesteld:

a. a. gehoorzaamheid van de hond aan de geleider; b. b. een goede samenwerking van de hond met de geleider; c. c. de vaardigheid van de hond in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed funktioneren in de praktijk noodzakelijk zijn; d. d. het vermogen van de hond om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen respectievelijk te beëindigen.

3. De hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.

4. Indien de combinatie van geleider en hond de keuring niet met goed gevolg aflegt, bestaat de mogelijkheid een tweede maal en zonodig een derde maal aan de keuring deel te nemen.

5. In geval de combinatie van geleider en hond voor de derde maal de keuring niet met goed gevolg voltooit, komt de betreffende combinatie niet meer voor keuring in aanmerking.

Artikel 8

De keuringscommissie verstrekt aan de geleider van de combinatie die heeft voldaan aan de keuringseisen een certificaat op naam van de combinatie van de geleider en de politiesurveillancehond.

Artikel 9

1. Het certificaat heeft een geldigheidsduur van ten hoogste twee jaar en drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop aan de keuringseisen is voldaan.

2. Het certificaat geldt uitsluitend voor de combinatie van geleider en hond, op naam waarvan het is afgegeven.

Paragraaf 4. Herkeuringen

Artikel 10

1. De combinatie van geleider en politiesurveillancehond wordt uiterlijk twee jaar na het behalen van het certificaat door de keuringscommissie opnieuw aan de keuringseisen onderworpen.

2. Indien de herkeuring, bedoeld in het eerste lid, met goed gevolg wordt afgelegd, wordt de geldigheidsduur van het certificaat overeenkomstig artikel 9, eerste lid, vastgesteld.

3. Indien de combinatie van geleider en politiesurveillancehond de herkeuring niet met goed gevolg aflegt, kan binnen de geldigheidsduur van het certificaat een tweede herkeuring plaatsvinden.

4. Indien na toepassing van het derde lid opnieuw niet wordt voldaan aan de keuringseisen, vervalt de geldigheid van het verkregen certificaat, bedoeld in artikel 8, met onmiddellijke ingang.

5. Een politiesurveillancehond die, deel uitmakend van een combinatie, voor het behalen van een nieuw certificaat achtereenvolgens tot drie maal toe wordt afgewezen, komt niet meer voor de politiedienst in aanmerking.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 11

De Regeling politiesurveillancehonden wordt ingetrokken.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling politiesurveillancehonden 1999.

Bijlage . Keuringsreglement politiesurveillancehonden 1999, als bedoeld in