rijk/ministeriele-regeling/regeling-procesgang-eerste-en-tweede-ziektejaar-voor-vangnetters-zonder-werkgeve/BWBR0022309
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar voor vangnetters zonder werkgever BWBR0022309 ministeriele-regeling geldend 2023-05-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022309 Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar voor vangnetters zonder werkgever

Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar voor vangnetters zonder werkgever

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de vangnetter: de persoon die op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b, c of d, van de Ziektewet recht heeft op ziekengeld; b. b. plan van aanpak: het plan van aanpak, bedoeld in 26, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Artikel 2

1. Het UWV vormt zich, indien er naar verwachting sprake is van dreigend langdurig ziekteverzuim van een vangnetter, binnen zes weken na de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid een oordeel over het desbetreffende ziektegeval.

2. Het UWV vormt zich onverwijld een oordeel over het desbetreffende ziektegeval indien eerst na zes weken blijkt dat het ziekteverzuim van de vangnetter naar verwachting langdurig dreigt te zijn.

3. In afwijking van het eerste en tweede lid vormt het UWV zich onverwijld een oordeel over het desbetreffende ziektegeval, indien er naar verwachting sprake is van dreigend langdurig ziekteverzuim en de aangifte, bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de Ziektewet, of de melding, bedoeld in artikel 38ab, eerste lid van de Ziektewet, later wordt gedaan dan binnen zes weken na de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid.

Artikel 3

1. Het UWV houdt vanaf het moment waarop naar verwachting sprake is van dreigend langdurig ziekteverzuim aantekening als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

2. Het UWV legt bij het houden van aantekening, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval alle gegevens, documenten en correspondentie vast die betrekking hebben op het verloop van het ziekteverzuim, het aantal feitelijk gewerkte uren, en de op grond van deze regeling ondernomen activiteiten.

Artikel 4

1. Indien uit het oordeel van het UWV, bedoeld in artikel 2, blijkt dat er nog mogelijkheden zijn om de terugkeer naar arbeid van de vangnetter te bevorderen stelt het UWV, in overleg met die vangnetter, binnen twee weken na het oordeel een plan van aanpak op.

2.

Het plan van aanpak omvat in ieder geval:

a. a. de door de vangnetter en het UWV te ondernemen activiteiten gericht op inschakeling in de arbeid, de daarmee te bereiken doelstellingen, de termijnen waarbinnen die doelstellingen naar verwachting kunnen worden bereikt, alsmede de visie van de werknemer hierop; b. b. afspraken omtrent de momenten waarop de in het plan van aanpak vastgelegde activiteiten door de vangnetter en het UWV periodiek worden geëvalueerd, waarbij die evaluatie de visie van de werknemer hierop omvat; en c. c. aanwijzing van een persoon die de vastgelegde activiteiten begeleidt en het contact verzorgt tussen de vangnetter en het UWV.

3. Het plan van aanpak wordt schriftelijk vastgelegd. Het UWV verstrekt hiervan onverwijld een afschrift aan de vangnetter en de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde persoon.

4. Het plan van aanpak wordt bijgesteld indien de evaluatie van dat plan van aanpak of het geneeskundige onderzoek, bedoeld in artikel 28 van de Ziektewet, daartoe aanleiding geeft. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4a

Het UWV verwijst de vangnetter voor werkhervatting naar de werkgever waar hij laatstelijk op grond van een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding als bedoeld in artikel 7:691, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek in dienst was, indien:

a. a. de werkgever op grond van artikel 5.2 van de Regeling Wfsv is aangesloten bij sector 52; b. b. sprake is van dreigend langdurig ziekteverzuim van de vangnetter; en c. c. de vangnetter in staat is passende arbeid als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Ziektewet te verrichten.

Artikel 5

1. Onverminderd de periodieke evaluatie, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, vindt er na afloop van ieder tijdvak van 26 weken een periodieke herijking plaats. Bij de periodieke herijking wordt beoordeeld of de re-integratiedoelstelling van het afgelopen tijdvak is behaald en wordt voor het komende tijdvak vastgesteld wat de te behalen re-integratiedoelstelling zal zijn en welke aanpak daartoe is vereist. Artikel 4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2. Het plan van aanpak wordt bijgesteld indien de periodieke herijking daartoe aanleiding geeft.

Artikel 6

Van de termijnen, bedoeld in de artikelen 2, 4 en 5, kan door het UWV, na overleg met de vangnetter, gemotiveerd worden afgeweken.

Artikel 7

Het re-integratieverslag, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen bevat met betrekking tot de vangnetter in ieder geval:

a. a. de noodzakelijke administratieve gegevens van de vangnetter en het UWV; b. b. gegevens omtrent de door de vangnetter laatst verrichte functie; c. c. gegevens omtrent de bekwaamheden van de vangnetter; d. d. vermelding van de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; e. e. het oordeel van het UWV, bedoeld in artikel 2; f. f. het plan van aanpak en de bijstellingen, bedoeld in artikel 4, vierde lid; g. g. de resultaten van iedere periodieke herijking als bedoeld in artikel 5; h. h. de meest recente evaluatie van de voortgang en de uitvoering van de in het plan van aanpak gemaakte afspraken; i. i. een actueel oordeel van het UWV over het verloop van de ongeschiktheid tot werken, de functionele beperkingen en mogelijkheden van de vangnetter tot het verrichten van arbeid; j. j. een actueel oordeel van het UWV over de aanwezigheid van passende arbeid, en k. k. een oordeel van de vangnetter omtrent de op grond van de onderdelen a tot en met i opgenomen gegevens en oordelen.

Artikel 8

Deze regeling is niet van toepassing met betrekking tot personen die voor de dag van de inwerkingtreding van deze regeling recht hadden op ziekengeld voor de duur van dat recht op ziekengeld.

Artikel 8a

1. Artikel 4, tweede lid, onderdelen a en b, van deze regeling, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 mei 2023 tot wijziging van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar en de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar voor vangnetters zonder werkgever in verband met regels over de re-integratievisie en een enkele andere wijziging blijft van toepassing voor werknemers van wie de eerste ziektedag is gelegen voor 1 juli 2023, indien het plan van aanpak en de eerstejaarsevaluatie niet na deze datum zijn opgesteld of bijgesteld.

2. Dit artikel vervalt met ingang van 1 juli 2025.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 13 december 2006 ingediende voorstel van wet houdende regels tot bevordering van de activering van personen die aanspraak maken op een uitkering op grond van de Ziektewet (Kamerstukken II 2006/2007, 30 909, nr. 1), tot wet wordt verheven en in werking treedt.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar voor vangnetters zonder werkgever.