40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling programmatische aanpak stikstof | BWBR0036688 | ministeriele-regeling | geldend | 2015-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0036688 | Regeling programmatische aanpak stikstof |
Regeling programmatische aanpak stikstof
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– –
*AERIUS Calculator:* rekeninstrument als bedoeld in artikel 2, bestaande uit een softwareprogramma, beschikbaar op www.aerius.nl, versie 2015, en een handboek, beschikbaar op www.aerius.nl, versie 2015;
– –
*AERIUS Register:* registratie-instrument als bedoeld in artikel 7, eerste lid, beschikbaar op www.aerius.nl, versie 2015;
– –
*minister:* Minister van Economische Zaken;
– –
*programma:* programma aanpak stikstof als bedoeld in artikel 19kg, eerste lid, van de wet;
– –
*toestemmingsbesluit:* besluit als bedoeld in artikel 19km, eerste lid, van de wet;
– –
*voor stikstof gevoelig habitat in een Natura 2000-gebied:* voor stikstof gevoelig natuurlijke habitat of habitat van voor stikstof gevoelige soorten in een Natura 2000-gebied dat in het programma is opgenomen en waarvoor een instandhoudingsdoelstelling geldt;
– –
*wet:*
Natuurbeschermingswet 1998.
Paragraaf 2. Bepaling stikstofdepositie
Artikel 2
1. Voor de vaststelling of een project of een andere handeling als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de wet, of een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19db, eerste lid, van de wet, door het veroorzaken van stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelig habitat in een Natura 2000-gebied een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben, wordt de stikstofdepositie berekend met gebruikmaking van AERIUS Calculator.
2. AERIUS Calculator wordt beheerd onder verantwoordelijkheid van de minister.
Artikel 3
De berekening van de stikstofdepositie, bedoeld in artikel 2, ten behoeve van een project dat betrekking heeft op de aanleg of wijziging van een hoofdweg als bedoeld in artikel 1 van de Tracéwet, dan wel een andere handeling met betrekking tot een hoofdweg, wordt beperkt tot de Natura 2000-gebieden die zijn gelegen in de nabijheid van het gebied dat zich uitstrekt van de voorafgaande tot en met de eerstvolgende aansluiting op het wegvak waar het project of de andere handeling betrekking op heeft, aangevuld met de Natura 2000-gebieden in de nabijheid van de wegvakken waar de toename van de weekdaggemiddelde verkeersintensiteit als gevolg van het project of de andere handeling ten minste 1.000 motorvoertuigen per rijrichting bedraagt. Daarbij wordt uitgegaan van het jaar waarin de toename van de depositie als gevolg van het project of de andere handeling het hoogst is.
Paragraaf 3. Ontwikkelingsruimte
Artikel 4
De omvang van de ontwikkelingsruimte voor een hectare van een voor stikstof gevoelig habitat in een Natura 2000-gebied op enig moment is de ontwikkelingsruimte die op 15 december 2015 in AERIUS Register was opgenomen, verminderd met de ontwikkelingsruimte die sindsdien overeenkomstig artikel 19ko, eerste lid, van de wet voor die hectare is afgeschreven en vermeerderd met de ontwikkelingsruimte die sindsdien overeenkomstig artikel 19ko, tweede lid, van de wet voor die hectare is bijgeschreven.
Artikel 5
1. Het bevoegd gezag stelt de omvang van de in een toestemmingsbesluit toe te delen ontwikkelingsruimte vast met gebruikmaking van AERIUS Calculator.
2. De ontwikkelingsruimte die het bevoegd gezag toedeelt in een toestemmingsbesluit is gelijk aan de toename van de stikstofdepositie op een hectare van een voor stikstof gevoelig habitat in een Natura 2000-gebied die een project of andere handeling per kalenderjaar kan veroorzaken, uitgaande van het jaar waarin de depositie als gevolg van dat project of die andere handeling het hoogst is.
3. In een toestemmingsbesluit dat geldig is voor onbepaalde tijd kent het bevoegd gezag ontwikkelingsruimte eenmalig toe voor onbepaalde tijd.
4. Ingeval sprake is van een project of een andere handeling waarvoor toestemming wordt verleend voor een duur van ten hoogste vijf jaar is, in afwijking van het tweede lid, de ontwikkelingsruimte die het bevoegd gezag in het toestemmingsbesluit voor dat project of die handeling toedeelt gelijk aan de som van de stikstofdeposities die het project of de andere handeling in de onderscheiden jaren op de desbetreffende hectare kan veroorzaken, gedeeld door zes.
5.
Ingeval een voorgenomen project of een andere handeling bestaat uit de wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit, wordt de in het tweede lid bedoelde toename bepaald ten opzichte van:
a. a. het project dat of de andere handeling die is toegestaan op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de wet, een beheerplan als bedoeld in artikel 19a van de wet of een omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van hoofdstuk IX van de wet, indien voor dat project of die handeling reeds toestemming is verleend door middel van een zodanig besluit, onderscheidenlijk het project of de andere handeling waarvoor een melding als bedoeld in artikel 8 is gedaan, of b. b. bij gebreke van een eerder besluit als bedoeld in onderdeel a, de bestaande activiteit en de daarbij behorende stikstofdepositie die ten hoogste feitelijk door die bestaande activiteit werd veroorzaakt voor 1 januari 2015, of c. c. de feitelijk veroorzaakte stikstofdepositie, bedoeld in onderdeel b, ingeval die hoger is dan de stikstofdepositie die is toegestaan op grond van een eerder besluit als bedoeld in onderdeel a, voor zover dat besluit vóór de inwerkingtreding van deze regeling is genomen.
6. Ingeval na een besluit als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, of na een melding als bedoeld in artikel 8 een of meer meldingen zijn gedaan die betrekking hebben op wijzigingen van het project of de andere handeling waarop dat toestemmingsbesluit of de eerstgenoemde melding betrekking had, wordt de in het tweede lid bedoelde toename bepaald ten opzichte van het project of de andere handeling zoals dat, onderscheidenlijk die is gewijzigd overeenkomstig de laatste melding.
7. De stikstofdepositie, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen b en c, betreft de stikstofdepositie die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 ten hoogste werd veroorzaakt als gevolg van hetgeen daadwerkelijk plaatsvond binnen de kaders van een op 1 januari 2015 geldende omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of een op 1 januari 2015 geldende vergunning of melding krachtens de Wet milieubeheer of Hinderwet.
8.
In gevallen als bedoeld in het vijfde lid, onderdelen b en c, waarin een voorgenomen project of andere handeling betrekking heeft op een wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit in opdracht van de Minister van Defensie, wordt de toename, bedoeld in het tweede lid, bepaald ten opzichte van de stikstofdepositie van het volledig operationeel gebruik:
a. a. van een inrichting binnen de kaders van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of een vergunning of melding krachtens de Wet milieubeheer of Hinderwet; b. b. van een militaire luchthaven, met inbegrip van burgermedegebruik, dat ingevolge de Wet luchtvaart is toegestaan; c. c. van een oefenterrein dat is toegestaan ingevolge het beheerplan, bedoeld in artikel 19a van de wet, voor het Natura 2000-gebied waarin dat oefenterrein ligt.
9. In afwijking van het vijfde lid wordt in geval een voorgenomen project of andere handeling betrekking heeft op de wijziging of uitbreiding van een weg, vaarweg of spoorweg, de toename, bedoeld in het tweede lid, bepaald ten opzichte van de stikstofdepositie als gevolg van het verkeer op het wegennet, het vaarwegennet onderscheidenlijk het spoorwegennet, uitgaande van de autonome ontwikkeling van dat verkeer.
10. Toedeling van ontwikkelingsruimte in een toestemmingsbesluit kan er niet toe leiden dat de resterende ontwikkelingsruimte voor een hectare van een voor stikstof gevoelig habitat in een Natura 2000-gebied minder bedraagt dan nul.
Artikel 6
Als projecten of andere handelingen dan wel als categorieën van projecten of andere handelingen als bedoeld in artikel 19kn, eerste lid, van de wet zijn aangewezen de in de bijlage bij deze regeling genoemde of beschreven projecten of andere handelingen.
Artikel 7
1. Er is een registratie-instrument waarin gegevens worden opgenomen die betrekking hebben op de afschrijving, bijschrijving en reservering van ontwikkelingsruimte en op meldingen als bedoeld in artikel 8.
2. Bij aanvang van het programma draagt de minister er zorg voor dat de beschikbare ontwikkelingsruimte in AERIUS Register wordt opgenomen. Dat gebeurt ook bij wijzigingen van het programma.
3. De registraties, bedoeld in artikel 19ko, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de wet, geschieden in AERIUS Register, terstond nadat een toestemmingsbesluit is genomen, ingetrokken of vervallen of terstond nadat ontwikkelingsruimte in deze regeling is gereserveerd of een reservering van ontwikkelingsruimte in deze regeling is gewijzigd of vervallen.
4. AERIUS Register wordt beheerd onder verantwoordelijkheid van de minister.
Paragraaf 4. Vrijstelling vergunningplicht
Artikel 8
1.
Degene die voornemens is een project te realiseren of een andere handeling te verrichten waarop artikel 19kh, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet van toepassing is doet ten minste vier weken maar ten hoogste twee jaar voor de aanvang daarvan een melding, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
a. a.
1°.
het project of de andere handeling heeft betrekking op de oprichting, verandering of uitbreiding van een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer bestemd voor landbouw, industrie of het gebruik van gemotoriseerde voertuigen voor wedstrijden, of
2°.
de andere handeling heeft betrekking op het plaatsen van extra landbouwhuisdieren in een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer bestemd voor landbouw, of
3°.
het project heeft betrekking op de aanleg of wijziging van infrastructuur die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor gemotoriseerd weg-, spoorweg-, vaarweg- of luchtvaartverkeer, en
1°. 1°. het project of de andere handeling heeft betrekking op de oprichting, verandering of uitbreiding van een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer bestemd voor landbouw, industrie of het gebruik van gemotoriseerde voertuigen voor wedstrijden, of 2°. 2°. de andere handeling heeft betrekking op het plaatsen van extra landbouwhuisdieren in een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer bestemd voor landbouw, of 3°. 3°. het project heeft betrekking op de aanleg of wijziging van infrastructuur die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor gemotoriseerd weg-, spoorweg-, vaarweg- of luchtvaartverkeer, en b. b. het project of de andere handeling veroorzaakt stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelig habitat in een Natura 2000-gebied die hoger is dan 0,05 mol per hectare per jaar.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef, doet degene die een andere handeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, ten minste vier weken maar ten hoogste drie maanden daaraan voorafgaand een melding.
3. De melding, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan bij gedeputeerde staten van de provincie waarin het project of de andere handeling in hoofdzaak wordt gerealiseerd, of, indien het een project of andere handeling of een gebied als bedoeld in artikel 19d, vijfde lid, van de wet betreft, bij de minister.
4. De melding, bedoeld in het eerste lid, kan worden gedaan met gebruikmaking van AERIUS Calculator.
5.
Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens verstrekt:
a. a. de naam en het adres van de persoon of de rechtspersoon die de melding doet, alsmede het elektronisch adres van die persoon of rechtspersoon, indien de melding met behulp van AERIUS Calculator wordt gedaan; b. b. indien de melding wordt gedaan door een gemachtigde: zijn naam en adres, de machtiging, alsmede het elektronisch adres van die persoon of rechtspersoon, indien de melding met behulp van AERIUS Calculator wordt gedaan; c. c. indien het project of de andere handeling wordt uitgevoerd door een ander dan de aanvrager: zijn naam en adres; d. d. het adres, de kadastrale aanduiding dan wel de ligging van het project of de andere handeling; e. e. een omschrijving van de aard en de omvang van het project of de andere handeling; f. f. de omvang van de stikstofdepositie die het project of de andere handeling per hectare per kalenderjaar veroorzaakt op een voor stikstof gevoelig habitat in een Natura 2000-gebied en de berekening waaruit die omvang blijkt, en, ingeval toepassing is gegeven aan artikel 5, vijfde lid, de gegevens ter onderbouwing van de bestaande activiteit; g. g. het verwachte tijdstip waarop het project of de andere handeling wordt aangevangen.
6. Op het bepalen van de omvang van de stikstofdepositie, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel f, is artikel 5, tweede, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, van overeenkomstige toepassing.
7. Een aanvraag voor een toestemmingsbesluit waarin gedurende het tijdvak waarvoor het programma is vastgesteld ontwikkelingsruimte is toegedeeld aan een project of een andere handeling, geldt tevens als een melding als bedoeld in het eerste lid ten aanzien van Natura 2000-gebieden waarop het project of de andere handeling stikstofdepositie veroorzaakt die lager is dan of gelijk is aan de waarde, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof.
8. Het bestuursorgaan waarbij een melding is gedaan registreert de melding terstond na de ontvangst daarvan in AERIUS Register.
Paragraaf 5. Overgangsrecht en wijziging andere regelingen
Artikel 9
1. Artikel 2 is niet van toepassing op een besluit op een aanvraag als bedoeld in artikel 19km, vierde lid, van de wet en op een verklaring of beschikking als bedoeld in artikel 47b, derde lid, van de wet waarop artikel 19km, vierde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing is.
2. Artikel 2 is niet van toepassing op een besluit op projecten, plannen en andere handelingen als bedoeld in artikel 67a van de wet.
3. Voor de toepassing van artikel 5, achtste lid, onderdeel b, wordt onder ‘luchthaven’ mede begrepen een luchtvaartterrein als bedoeld in de Luchtvaartwet.
Artikel 10
Wijzigt de Regeling omgevingsrecht.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2015.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling programmatische aanpak stikstof.
Bijlage . behorende bij
Projecten en andere handelingen of categorieën van projecten of andere handelingen waarvoor ontwikkelingsruimte is gereserveerd1voor nadere kenmerken van de prioritaire projecten, zie: http://pas.natura2000.nl/pages/prioritaire-projecten.aspx