40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling publieke gezondheid | BWBR0024758 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-03-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0024758 | Regeling publieke gezondheid |
Regeling publieke gezondheid
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- besluit: Besluit publieke gezondheid;
- wet: Wet publieke gezondheid;
- zorginstelling: instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen, die beschikt over een eigen of gecontracteerde hygiënische dienst.
Hoofdstuk II. Infectieziektebestrijding
Paragraaf 1. Meldingen
Artikel 2
1.
Voor de meldingsplicht van de arts op grond van artikel 22, tweede lid, van de wet, gelden voor de hieronder genoemde infectieziekten de volgende voorwaarden:
a. a. mpox, behorende tot groep B1, en pest, tuberculose en infectieziekten behorende tot groep B2 en groep C: de vaststelling wordt op normale werktijden binnen 24 uur gemeld, b. b. hepatitis B: de vaststelling van chronisch dragerschap wordt alleen gemeld als de infectie voor de eerste keer wordt vastgesteld, c. c.
vervallen,
d. d. mrsa-infectie: alleen de vaststelling van een cluster van een mrsa-infectie veroorzaakt door een bron buiten een zorginstelling wordt gemeld, e. e. pneumokokkenziekte: alleen de vaststelling bij personen die zijn geboren na maart 2006 of bij een persoon van 60 jaar of ouder wordt gemeld, f. f. dengue en chikungunya: alleen de vaststelling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt gemeld.
2. Voor de meldingsplicht van de arts op grond van artikel 22, eerste lid, van de wet, geldt voor het Middle East respiratory syndrome coronavirus (MERS-CoV) het volgende: de meldingsplicht wordt beperkt tot de vaststelling van een infectie bij een persoon, die op grond van de ernst van dit ziektebeeld is opgenomen in een ziekenhuis, door de behandelend arts van het ziekenhuis.
Artikel 3
Voor de meldingsplicht van het hoofd van het laboratorium op grond van artikel 25, tweede lid, van de wet, gelden de volgende termijnen:
a. a. de vaststelling van een verwekker van een infectieziekte behorend tot groep A wordt onverwijld gemeld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst; b. b. de vaststelling van een verwekker van een infectieziekte behorend tot groep B1, met uitzondering van pest en tuberculose, wordt binnen 24 uur gemeld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst; c. c. de vaststelling van pest of tuberculose, alsmede van een verwekker van een infectieziekte behorend tot groep B2 of C wordt op normale werktijden binnen 24 uur gemeld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst.
Artikel 3a
Vervallen
Artikel 4
De meldingsplicht van het hoofd van een instelling op grond van artikel 26, eerste lid, van de wet, wordt binnen normale werktijden zo spoedig mogelijk uitgevoerd.
Artikel 5
De gegevensverwerking bij de meldingen, bedoeld in de artikelen 21, 22 en 25, alsmede bij de aanvraag, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, voldoet aan de NEN 7510 norm voor informatiebeveiliging in de zorg.
Artikel 5a
1.
Een melding als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. a. gegevens omtrent de melder; b. b. gegevens omtrent de aard van de gebeurtenis, de plaats en het tijdstip waarop deze plaatsvond of is geconstateerd en het type poliovirus; c. c. gegevens omtrent de getroffen maatregelen.
2. De melding aan de arts, bedoeld in artikel 17 van de wet, wordt gedaan aan de arts van de gemeentelijke gezondheidsdienst van de gemeente waar de blootstelling of potentiële blootstelling heeft plaatsgevonden of is geconstateerd.
3. De melding aan de inspectie wordt gedaan via NAC@igj.nl.
Paragraaf 2. Plaatsen van binnenkomst
Artikel 6
1.
Ter uitvoering van artikel 48 van de wet worden de volgende havens aangewezen:
a. a. als behorende tot categorie A: de burgerhaven van de gemeente Rotterdam, b. b. als behorende tot categorie B: de burgerhavens van de gemeenten Amsterdam, Beverwijk, Den Helder, Delfzijl, Dordrecht, Eemsmond, Harlingen, Maassluis, Moerdijk, Schiedam, Terneuzen, Velsen, Vlaardingen, Vlissingen en Zaandam, alsmede Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2.
Ter uitvoering van artikel 48 van de wet worden de volgende burgerluchthavens aangewezen:
a. a. als behorende tot categorie A: de burgerluchthaven van de gemeente Haarlemmermeer (Schiphol), b. b. als behorende tot categorie B: de burgerluchthavens van de gemeenten Beek (Maastricht Aachen Airport), Eindhoven (Eindhoven Airport), Rotterdam (Rotterdam Airport) en Tynaarloo (Groningen Airport Eelde), alsmede Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 7
De burgemeesters van de gemeenten met de volgende burgerhavens zijn bevoegd tot afgifte van het certificaat van sanitaire controle van schepen en van het certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen: Amsterdam, Beverwijk, Den Helder, Delfzijl, Dordrecht, Eemsmond, Harlingen, Maassluis, Moerdijk, Rotterdam, Schiedam, Terneuzen, Velsen, Vlaardingen, Vlissingen en Zaandam, alsmede Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 8
1. Ter verkrijging van een certificaat van sanitaire controle van schepen of een certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen, worden de inspecties uitgevoerd conform bijlage 1 bij deze regeling.
2. Indien vanwege buitengewone omstandigheden in de haven geen certificaat als bedoeld in het eerste lid kan worden afgegeven, en het schip is voorzien van een nog geldig certificaat van sanitaire controle van schepen of certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen, kan de burgemeester dit certificaat met één maand verlengen.
Artikel 9
1.
Het tarief voor het onderzoek ter verkrijging van een certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen of een certificaat van sanitaire controle van schepen als bedoeld in artikel 57 van de wet, bedraagt:
a. a. € 140,40 per uur, indien het onderzoek plaatsvindt op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 uur en 20.00 uur, b. b. € 210,61 per uur, indien het onderzoek plaatsvindt op maandag tot en met vrijdag tussen 20.00 uur en 06.00 uur, alsmede op zaterdag, c. c. € 280,79 per uur, indien het onderzoek plaatsvindt op zondag.
2.
Het aantal uren, bedoeld in het eerste lid, dat in rekening wordt gebracht, bedraagt niet meer dan:
– – 4 uur bij schepen met minder dan 50 opvarenden, anders dan bemanningsleden, – – 8 uur bij schepen met 50–500 opvarenden, anders dan bemanningsleden, – – 12 uur bij schepen met 500 en meer opvarenden, anders dan bemanningsleden.
3. Het tarief voor het verlengen van het certificaat, bedoeld in artikel 8, tweede lid, bedraagt € 140,40.
4. De in het eerste lid genoemde bedragen worden vermeerderd met voorrijkosten van € 35,09 per kwartier.
Paragraaf 3. Certificaten van inenting
Artikel 10
1.
Organisaties mogen tegen gele koorts inenten indien de organisatie een certificaat ter zake van de reizigersadvisering heeft van de Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector, dan wel
a. a. een arts in dienst heeft die eindverantwoordelijk is voor de vaccinaties en toeziet op de toediening van de entstof, b. b. ervoor zorgt dat degene die de indicatiestelling voor de vaccinaties verricht, beschikt over het certificaat reizigersgeneeskunde of het certificaat reizigersverpleegkundige van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering, of op aantoonbare wijze een kwalitatief vergelijkbaar niveau van opleiding op het terrein van reizigersgeneeskunde heeft gevolgd, en c. c. een abonnement heeft op de landelijke protocollen reizigersadvisering van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering, of een abonnement heeft op een kwalitatief vergelijkbare bron van informatie.
2.
Huisartsen mogen tegen gele koorts inenten als zij:
a. a. beschikken over het certificaat reizigersgeneeskunde of het certificaat reizigersgeneeskundig huisarts van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering, of op aantoonbare wijze een kwalitatief vergelijkbaar niveau van opleiding op het terrein van reizigersgeneeskunde hebben gevolgd, en b. b. een abonnement hebben op de landelijke protocollen reizigersadvisering van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering, of een abonnement hebben op een kwalitatief vergelijkbare bron van informatie.
Artikel 11
De organisaties en huisartsen, bedoeld in artikel 10, laten zich voorafgaande aan het uitvoeren van de inentingen tegen gele koorts registreren bij het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering, postbus 1008, 1000 BA Amsterdam.
Artikel 12
De inenting van personen tegen gele koorts geschiedt uitsluitend met een door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) goedgekeurde entstof.
Artikel 13
Het internationaal certificaat, bedoeld in artikel 36 van de Internationale Gezondheidsregeling, van inenting tegen gele koorts dient:
a. a. te worden ondertekend door de huisarts of, indien het een organisatie betreft, door de eindverantwoordelijke arts, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, of door de verpleegkundige, die de indicatiestelling voor de vaccinatie heeft verricht, onder verantwoordelijkheid van deze arts, b. b. volledig te zijn ingevuld in de Engelse of Franse taal, c. c. te zijn voorzien van een stempel, waarvan de afdruk voldoet aan de volgende voorwaarden:
–
de afdruk is cirkelvormig met een middellijn van 25 millimeter,
–
in het midden bevindt zich het Nederlandse wapen met daaronder op de eerste regel het woord ‘NEDERLAND’, op de tweede regel het woord ‘VACCINATION’ en op de derde regel ter linkerzijde de afkorting ‘NR’, met ruimte voor cijfers,
–
tussen de buitenste rand en hetgeen hiervóór is aangegeven, bevinden zich boven de horizontale middellijn van links naar rechts de woorden ‘STAATSTOEZICHT OP DE VOLKSGEZONDHEID’ en onder deze middellijn van links naar rechts de woorden ‘PUBLIC HEALTH SERVICE’,
–
tussen de eerste ‘S’ van STAATSTOEZICHT en de ‘P’ van PUBLIC, alsmede tussen de laatste ‘D’ van VOLKSGEZONDHEID en de laatste ‘E’ van SERVICE bevindt zich een punt.
– – de afdruk is cirkelvormig met een middellijn van 25 millimeter, – – in het midden bevindt zich het Nederlandse wapen met daaronder op de eerste regel het woord ‘NEDERLAND’, op de tweede regel het woord ‘VACCINATION’ en op de derde regel ter linkerzijde de afkorting ‘NR’, met ruimte voor cijfers, – – tussen de buitenste rand en hetgeen hiervóór is aangegeven, bevinden zich boven de horizontale middellijn van links naar rechts de woorden ‘STAATSTOEZICHT OP DE VOLKSGEZONDHEID’ en onder deze middellijn van links naar rechts de woorden ‘PUBLIC HEALTH SERVICE’, – – tussen de eerste ‘S’ van STAATSTOEZICHT en de ‘P’ van PUBLIC, alsmede tussen de laatste ‘D’ van VOLKSGEZONDHEID en de laatste ‘E’ van SERVICE bevindt zich een punt.
Artikel 14
Het tarief voor de vaccinaties ter verkrijging van een internationaal certificaat, bedoeld in artikel 36 van de Internationale Gezondheidsregeling, van inenting tegen gele koorts is niet meer dan kostendekkend.
Hoofdstuk IIA. Vergunning- en meldplicht poliovirus
Artikel 14a
1. Een aanvraag om verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van de wet wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van het door hem beschikbaar gestelde aanvraagformulier, vergezeld van de in dat formulier genoemde bescheiden.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, geldt tevens als een melding bij de inspectie in haar hoedanigheid als National Authority for Containment als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel d, van de Gezondheidswet ten behoeve van certificering in het kader van de in die bepaling genoemde resolutie.
3. Onverminderd artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de termijn voor het geven van een beschikking op de aanvraag opgeschort met ingang van de dag na de in het tweede lid bedoelde melding tot en met de dag waarop een beslissing op die melding is genomen. De minister beslist vervolgens zo spoedig mogelijk op de aanvraag, doch uiterlijk binnen zes weken gerekend vanaf de dag waarop voormelde beslissing op de melding, bedoeld in het tweede lid, is genomen.
Artikel 14b
1. Ter zake van het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van de in artikel 17a, eerste lid, van het besluit aangewezen typen poliovirus gelden de in bijlage 2 bij deze regeling gestelde eisen die verband houden met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie.
2. In afwijking van het eerste lid, zijn de eisen, genoemd in bijlage 3, niet van toepassing op de in die bijlage genoemde typen poliovirus.
Artikel 14c
Een melding als bedoeld in artikel 17c, tweede lid, van het besluit wordt gedaan via NAC@igj.nl.
Hoofdstuk III. Overige bepalingen
Artikel 15
Wijzigt de Regeling Geneesmiddelenwet.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 december 2008.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling publieke gezondheid.
Bijlage 1. ex
Bijlage 2. ex
De eisen die verband houden met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie luiden als volgt: