rijk/ministeriele-regeling/regeling-registratie-zeeschepen/BWBR0051039
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling registratie zeeschepen BWBR0051039 ministeriele-regeling geldend 2025-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0051039 Regeling registratie zeeschepen

Regeling registratie zeeschepen

Artikel 1

1. In deze regeling wordt onder eigenaar, IMO-nummer, Koninkrijk, land, reder, rompbevrachting, te boek staan, vlagregister, zeeschip en zeeschip in bedrijfsmatig gebruik verstaan, hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de rijkswet.

2.

In deze regeling wordt voorts verstaan onder:

      *minister:* Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

      *Nederlands zeeschip:* zeeschip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is om de vlag van het Koninkrijk te voeren;

      *NSI-nummer:* door de minister aan een zeeschip toegekend nationaal scheepsidentificatienummer;

      *rijkswet:*
      Rijkswet nationaliteit zeeschepen.

Artikel 2

In het vlagregister wordt een onderscheid gemaakt tussen de volgende categorieën zeeschepen:

a. a. zeeschepen in eigendom en in bedrijfsmatig gebruik; b. b. zeeschepen in rompbevrachting; c. c. zeeschepen in eigendom en in niet-bedrijfsmatig gebruik.

Artikel 3

De aanvraag van inschrijving in het vlagregister van een zeeschip, bedoeld in artikel 6 van de rijkswet, of van een voorlopige, buitengewone of bijzondere zeebrief als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de rijkswet, wordt gedaan door elektronische of schriftelijke indiening bij de minister van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier.

Artikel 4

1.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 3 door of namens een reder gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken en gegevens ten aanzien van het desbetreffende zeeschip:

a. a. een authentiek afschrift van de geldende statuten van de reder; b. b. een opgave door een notaris van de namen en adressen van de bestuurders, onderscheidenlijk van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten of leden van de rederij; c. c. een opgave van het unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, waaronder de vestiging van de reder in Nederland is ingeschreven; d. d. een opgave door de reder van de namen en de bijbehorende contactgegevens van de natuurlijke personen die namens de reder verantwoordelijk zijn voor het zeeschip, de kapitein en de overige leden van de bemanning en van hun plaatsvervangers, bedoeld in artikel 194a, eerste lid, onderdeel c, onderscheidenlijk onderdeel d, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, waarop zij bereikbaar zijn; e. e. het adres waar de natuurlijke personen, bedoeld in onderdeel d, in Nederland kantoor houden; en f. f. een verklaring van de reder waaruit blijkt dat de natuurlijke personen, bedoeld in onderdeel d, voor zover op hen van toepassing, beschikken over de bevoegdheden, bedoeld in artikel 194a, eerste lid, onderdelen c en d, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, en dat zij bij voortduring bereikbaar zijn.

2. Indien de reder een niet rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap of een rederij is, wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, een akte van het aangaan van een vennootschap of een rederij overgelegd.

3. Indien de reder een natuurlijk persoon is, wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, een opgave door een notaris overgelegd van de naam, adres en bijbehorende contactgegevens en de nationaliteit van de reder.

4.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 3 door of namens een reder die tevens kapitein is van een zeeschip, gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken en gegevens:

a. a. een opgave door de reder van de nationaliteit, de namen en de bijbehorende contactgegevens van hemzelf en van zijn vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 194a, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, waarop zij bereikbaar zijn; b. b. een opgave van het unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, waaronder de vestiging van de reder in Nederland is ingeschreven; en c. c. een verklaring van de reder waaruit blijkt dat er bij voortduring een vertegenwoordiger van hem in Nederland bereikbaar is en die beschikt over de bevoegdheden, bedoeld in artikel 194a, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

5.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 194a, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, en de reder de verantwoordelijkheid voor het beheer van zijn zeeschip overdraagt aan een vennootschap, worden in aanvulling op de bewijsstukken en gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk het vierde lid, onderdeel a, door de reder tevens de volgende bewijsstukken en gegevens met betrekking tot de vennootschap overgelegd:

a. a. een authentiek afschrift van de geldende statuten van de vennootschap; b. b. een opgave door een notaris van de namen en de bijbehorende contactgegevens van de bestuurders onderscheidenlijk van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten of leden van de rederij, waarop zij bereikbaar zijn; c. c. een opgave van het unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, waaronder de vestiging van de vennootschap in Nederland is ingeschreven; d. d. een opgave door die vennootschap van de namen en de bijbehorende contactgegevens van de natuurlijke personen die namens die vennootschap verantwoordelijk zijn voor het zeeschip, de kapitein en de overige leden van de bemanning en van hun plaatsvervangers, bedoeld in artikel 194a, eerste lid, onderdeel c, onderscheidenlijk onderdeel d, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, waarop zij bereikbaar zijn; e. e. het adres waar de natuurlijke personen, bedoeld in onderdeel d, in Nederland kantoor houden; en f. f. een verklaring van die vennootschap waaruit blijkt dat de natuurlijke personen, bedoeld in onderdeel d, voor zover op hen van toepassing, beschikken over de bevoegdheden, bedoeld in artikel 194a, derde lid juncto eerste lid, onderdelen c en d, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, en dat zij bij voortduring bereikbaar zijn.

6. In aanvulling op het vijfde lid wordt een opgave van het unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, waaronder de vestiging van de reder in Nederland is ingeschreven, overgelegd. Indien de reder geen hoofdvestiging of nevenvestiging in Nederland heeft, wordt een opgave van de eigenaar van de woonplaatskeuze, bedoeld in artikel 194a, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, overgelegd.

Artikel 5

1.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 3 door of namens de rompbevrachter gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken en gegevens ten aanzien van het desbetreffende zeeschip:

a. a. een authentiek afschrift van de teboekstelling van het zeeschip buiten Nederland; b. b. een opgave van het unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, waaronder de vestiging van de rompbevrachter in Nederland van waaruit het zeeschip wordt geëxploiteerd, is ingeschreven; c. c. een authentiek afschrift van de geldende statuten van de rompbevrachter; d. d. een opgave door een notaris van de namen en de bijbehorende contactgegevens van de bestuurders onderscheidenlijk van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten of van de leden van de rompbevrachter, waarop zij bereikbaar zijn; e. e. een opgave van de natuurlijke persoon of personen, bedoeld in artikel 7, onderdeel c, van de rijkswet; f. f. een in de Nederlandse of Engelse taal opgestelde schriftelijke verklaring van de rompvervrachter en de rompbevrachter, dat de rompvervrachter zich verbonden heeft om het in deze verklaring omschreven zeeschip voor de daarin vermelde tijdsduur ter beschikking te stellen van de rompbevrachter, zonder daarover nog enige zeggenschap te houden, en dat de rompbevrachter het zeeschip zal exploiteren; g. g. een in de Nederlandse of Engelse taal opgestelde schriftelijke verklaring van de eigenaar van het zeeschip en van de rompvervrachter indien deze een ander is dan de eigenaar, dat wordt ingestemd met het verlenen van de hoedanigheid van Nederlands zeeschip aan het betrokken zeeschip; h. h. een schriftelijke verklaring van de rompbevrachter waaruit blijkt dat hij de verantwoordelijkheid voor het zeeschip en zijn opvarenden aanvaardt die voortvloeit uit de hoedanigheid van Nederlands zeeschip; en i. i. een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de regelgeving van de staat waar het zeeschip te boek staat, niet belet dat het zeeschip de hoedanigheid van Nederlands zeeschip verkrijgt wegens het aangaan van een rompbevrachtingsovereenkomst met een in Nederland gevestigde rompbevrachter en dat het zeeschip niet gerechtigd is de vlag van die staat te voeren, zolang het zeeschip in Nederland in het rompbevrachtingsregister is ingeschreven.

2. Indien de rompbevrachter een niet rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap of een rederij is, wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, een akte van het aangaan van een vennootschap of een rederij overgelegd.

3. Indien de rompbevrachter een natuurlijke persoon is, wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, een opgave door een notaris overgelegd van de naam, adres en bijbehorende contactgegevens en de nationaliteit van de rompbevrachter.

4. De minister kan een verklaring omtrent de echtheid van het afschrift, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verlangen. De minister kan tevens een vertaling van het afschrift door een beëdigd vertaler in de Nederlandse of Engelse taal verlangen.

5. De verklaringen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen f, g en h, worden vergezeld van een door een notaris opgemaakte verklaring omtrent de identiteit en de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de ondertekenende personen.

Artikel 6

1.

Een aanvraag als bedoeld in het artikel 3 door of namens de eigenaar gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken en gegevens ten aanzien van het desbetreffende zeeschip:

a. a. een authentiek afschrift van de geldende statuten van de eigenaar; b. b. een opgave door een notaris van namen en de bijbehorende contactgegevens van de bestuurders onderscheidenlijk van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten, waarop zij bereikbaar zijn; c. c. een afschrift van de volmacht, bedoeld in artikel 194a, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; en d. d. een opgave door de eigenaar van de naam en de bijbehorende contactgegevens van de natuurlijk persoon aan wie de volmacht, bedoeld in onderdeel c, is verstrekt, waarop die persoon bereikbaar is.

2. Indien de eigenaar een natuurlijke persoon is, overlegt hij in afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, een opgave van zijn naam, adres en bijbehorende contactgegevens, en zijn nationaliteit.

Artikel 7

1.

Bij een aanvraag als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6, wordt de aanvraag tevens vergezeld van:

a. a. de voorlopige meetbrief, afgegeven volgens de bestaande wettelijke voorschriften, of een buitenlandse meetbrief van het desbetreffende zeeschip; en b. b. de bijlbrief, de koopbrief of een ander bewijsstuk van eigendom, of een stuk waaruit de titel krachtens welke de levering van het desbetreffende zeeschip aan de aanvrager zal plaatsvinden binnen vier weken na de dag waarop de aanvraag wordt gedaan.

2. Bij de aanvraag van inschrijving in het vlagregister, bedoeld in artikel 6, eerste en derde lid, van de rijkswet, wordt door of namens de reder, bedoeld in artikel 4, onderscheidelijk de eigenaar, bedoeld in artikel 6, tevens het brandmerk van het zeeschip aangeleverd.

Artikel 8

1. Van iedere wijziging van de bij de aanvraag verstrekte bewijsstukken of gegevens, bedoeld in artikelen 4 tot en met 6, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijke mededeling gedaan aan de minister, indien die wijziging kennelijk van betekenis is voor het voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 194a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

2. Bij een mededeling als bedoeld in het eerste lid wordt, voor zover van toepassing, een opgave, verklaring of afschrift als bedoeld in artikelen 4 tot en met 6 overgelegd.

3. Indien de gegevens op de bij de aanvraag ingediende voorlopige meetbrief, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, afwijken van de gegevens op de definitieve meetbrief, wordt daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijke mededeling gedaan aan de minister.

4. Bij een mededeling als bedoeld in het derde lid wordt, voor zover van toepassing, een definitieve meetbrief overgelegd.

Artikel 9

1. De kennisgeving van de wijzigingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de rijkswet, kan worden gedaan door digitale verzending of verzending per post aan de postbus die door de minister is ingesteld.

2. Indien de minister een kennisgeving als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de rijkswet ontvangt die betrekking heeft op één of meerdere gegevens als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van de rijkswet, zendt de minister daarvan een bericht onder vermelding van het brandmerk en het NSI-nummer aan de bewaarder van het kadaster en de openbare registers.

Artikel 10

De minister stelt de betrokken organisaties van reders en zeevarenden, alsmede de bevoegde autoriteit van het kantoor waar het zeeschip buiten Nederland teboekstaat, onverwijld schriftelijk in kennis van:

a. a. elke inschrijving van een zeeschip in rompbevrachting; b. b. elke wijziging of aanvulling van de in het vlagregister ingeschreven gegevens van een zeeschip in rompbevrachting; en c. c. elke uitschrijving van een zeeschip in rompbevrachting.

Artikel 11

1. De aanvraag van een verklaring als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de rijkswet wordt gedaan door elektronische of schriftelijke indiening bij de minister van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier.

2.

Bij een aanvraag als bedoeld het eerste lid worden in ieder geval de volgende gegevens en documenten overgelegd:

a. a. de naam van het zeeschip; b. b. het brandmerk van het zeeschip; c. c. het IMO-nummer van het zeeschip; d. d. het land of de staat waarin het zeeschip in rompbevrachting wordt ingeschreven; e. e. de aanvangsdatum en tijdsduur van de rompbevrachtingsovereenkomst; en f. f. indien het zeeschip beschikt over geldige certificaten: de originele Nederlandse zeebrief en certificaten die zijn afgegeven door of namens de minister.

3.

Elektronisch te verstrekken verklaringen, afschriften en uittreksels als bedoeld in artikel 16 van de rijkswet zijn voorzien van:

a. a. een waarmerk; en b. b. een elektronische handtekening door of namens de minister.

4.

De elektronische handtekening, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, voldoet aan de volgende vereisten:

a. a. de handtekening is gemaakt met een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekening, met gegevens voor het aanmaken van de handtekening die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan gebruiken; b. b. de handtekening is op unieke wijze verbonden aan de ondertekenaar; c. c. de handtekening maakt het mogelijk om de ondertekenaar te identificeren; d. d. de handtekening is beschermd tegen wijzigingen of aanpassingen anders dan door de ondertekenaar; en e. e. de handtekening is op zodanige wijze aan de daarmee ondertekende gegevens verbonden, dat welke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord.

Artikel 12

1. De zeevarenden met een zee-arbeidsovereenkomst met betrekking tot een zeeschip waarvan de inschrijving in het vlagregister is doorgehaald overeenkomstig artikel 13, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de rijkswet, met als doel het schip in een ander land of in een andere staat in het vlagregister in te schrijven terwijl het zeeschip te boek gesteld blijft in Nederland, worden door de reder of eigenaar van dat zeeschip onverwijld schriftelijk in kennis gesteld van de doorhaling.

2. De werkgever en de reder of eigenaar zijn na doorhaling van de inschrijving in het vlagregister hoofdelijk verbonden tegenover de zeevarenden, bedoeld in het eerste lid, voor de nakoming van de verplichtingen voortvloeiend uit diens zee-arbeidsovereenkomsten zoals die golden op het moment van doorhaling.

3. Indien een zeeschip te boek gesteld is in Nederland en de inschrijving in het vlagregister eerder op verzoek uit het vlagregister van Nederland is doorgehaald, wordt door middel van het overleggen van gegevens en documenten bij de aanvraag voor de inschrijving in het vlagregister als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de rijkswet, aangetoond dat uitvoering is gegeven aan de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 13

De minister stelt de betrokken organisaties van eigenaren, reders en zeevarenden onverwijld schriftelijk in kennis van:

a. a. elke afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de rijkswet; en b. b. elke doorhaling van de inschrijving van een zeeschip in het vlagregister als bedoeld in artikel 13 van de rijkswet.

Artikel 14

Wijzigt de Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport op het domein scheepvaart.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet nationaliteit zeeschepen in werking treedt.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling registratie zeeschepen.