40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling sanering verkeerslawaai 2024 | BWBR0049082 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0049082 | Regeling sanering verkeerslawaai 2024 |
Regeling sanering verkeerslawaai 2024
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- afschermende maatregel: geluidbeperkende maatregel bestaande uit een werk of bouwwerk die de overdracht van geluid door een weg of spoorweg naar een geluidgevoelig gebouw beperkt;
- Bkl: Besluit kwaliteit leefomgeving;
- bijdrage: specifieke uitkering of een subsidie op grond van deze regeling;
- bronmaatregel: geluidbeperkende maatregel die het geluid door een weg of spoorweg beperkt bij de bron;
- budgetontvanger: ontvanger die is aangewezen in bijlage 1;
- budgetbijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
- Bureau Sanering Verkeerslawaai: bureau, genoemd in het Mandaatbesluit Bureau Sanering Verkeerslawaai 2014, dat voor de minister deze regeling uitvoert;
- geluid: geluid zoals dat bepaald wordt in overeenstemming met artikel 3.24 van het Bkl;
- gekoppelde sanering: sanering die bij de uitvoering samenloopt met het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 3.28, 3.35 of 3.37, 5.78j, 5.78k of 5.78af van het Bkl, artikel 22.272 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet of artikel 21a van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;
- geluidbeperkende maatregel: maatregel die het geluid op een geluidgevoelig gebouw verlaagt;
- geluidgevoelig gebouw: gebouw of een gedeelte van een gebouw als bedoeld in artikel 3.21 van het Bkl;
- geluidwerende maatregel: maatregel aan een geluidgevoelig gebouw ter beperking van het geluid in dat gebouw;
- gemeenteweg: weg in beheer bij een gemeente;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- omgevingsdienst: omgevingsdienst als bedoeld in artikel 18.21 van de Omgevingswet;
- ontvanger: gemeente, provincie, omgevingsdienst of waterschap;
- pre-sanering: sanering die een provincie kan uitvoeren op basis van de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 1 november 2019 met kenmerk IENW/BSK-2019/217157;
- project: in tijd en financiële middelen begrensde activiteit gericht op het tot stand brengen van maatregelen als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
- projectbijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 5, eerste lid;
- provinciale weg: weg in beheer bij een provincie;
- saneringsgebouwen: geluidgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 15.2 van het Omgevingsbesluit, die zijn vermeld op de saneringslijst, dan wel gebouwen waarvoor de provincie conform de uitgangspunten van de pre-sanering inschat dat deze op de saneringslijst komen;
- saneringslijst: lijst als bedoeld in artikel 15.2, eerste lid, van het Omgevingsbesluit;
- saneringsprogramma: programma of deel van een programma als bedoeld in artikel 12.12, 12.13 en 12.13a van het Bkl, dan wel een besluit van Gedeputeerde Staten over de geluidbeperkende en geluidwerende maatregelen voor een specifieke projectlocatie in het kader van het actieplan omgevingslawaai, waarbij wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 12.13a, eerste en tweede lid, van het Bkl;
- spoorweg: lokale spoorweg als bedoeld in de Wet lokaal spoor;
- toolbox vrijwillige geluidsanering: methodiek om de overschrijding van de binnenwaarde te schatten (vastgesteld op 8 april 2021, vindplaats www.bureausaneringverkeerslawaai.nl);
- verkeersmaatregelen: maatregelen die tot doel hebben het geluid, veroorzaakt door het verkeer op de weg of spoorweg, te verminderen;
- vrijwillig te saneren gebouwen: geluidgevoelige gebouwen die worden opgenomen in een saneringsprogramma en voldoen aan artikel 12.11, tweede lid, van het Bkl;
- waterschapsweg: weg in beheer bij een waterschap;
- weg: gemeenteweg, waterschapsweg of provinciale weg.
Artikel 2
De artikelen 10, eerste lid, 14, vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onder a en b, 18 en 21 van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op een bijdrage.
Hoofdstuk 2. Verstrekken van een bijdrage
Artikel 3
1. De minister kan op aanvraag een bijdrage verstrekken voor de kosten van activiteiten met als doel de beperking van het geluid door een weg of spoorweg op of binnen saneringsgebouwen en vrijwillig te saneren gebouwen, ter uitvoering van de artikelen 12.12, 12.13 en 12.13a van het Bkl.
2.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. a. voorbereiding, begeleiding van en toezicht houden op de uitvoering van maatregelen; b. b. uitvoering van verkeersmaatregelen; c. c. uitvoering van bronmaatregelen aan de constructie van een weg of spoorweg; d. d. uitvoering van afschermende maatregelen; e. e. uitvoering van geluidwerende maatregelen; f. f. uitvoering van maatregelen waardoor een saneringsgebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn.
Artikel 4
1. De minister kan op aanvraag per tijdvak van maximaal 5 jaar een bijdrage verstrekken aan een budgetontvanger.
2. Een budgetbijdrage heeft betrekking op activiteiten die voldoen aan artikel 3 en worden uitgevoerd in één of meer projecten.
3. De maximaal te verlenen budgetbijdrage voor saneringsgebouwen wordt bepaald door het aantal saneringsgebouwen in de aanvraag te vermenigvuldigen met het normbedrag in bijlage 3 bij deze regeling.
4.
De maximaal te verlenen budgetbijdrage voor vrijwillig te saneren gebouwen wordt bepaald door het aantal van die gebouwen in de aanvraag te vermenigvuldigen met het normbedrag in bijlage 3 bij deze regeling en met een percentage volgens tabel 1, waarbij de overschrijding van de binnenwaarde wordt geschat met de methodiek uit de toolbox vrijwillige geluidsanering.
| Overschrijding binnenwaarde (dB) | Percentage bijdrage door het Rijk |
|---|---|
| 0 | 0% |
| 1-2 | 30% |
| 3-6 | 50% |
| ≥7 | 60% |
| Ander criterium | |
| Het berekende gezamenlijke geluid op de gevel is > 70 dB | 60% |
5. De budgetbijdrage heeft een looptijd van maximaal 5 jaar.
6. De looptijd van een budgetbijdrage voor het eerste tijdvak eindigt in 2025.
7. De looptijd van een budgetbijdrage kan op aanvraag telkens met 5 jaar worden verlengd tot uiterlijk 2045.
8. Een ontvanger die nog geen budgetontvanger is, en een groot aantal gebouwen op de saneringslijst heeft, kan de minister verzoeken om aangemerkt te worden als budgetontvanger. De minister beslist binnen acht weken op dit verzoek.
Artikel 5
1. De minister kan op aanvraag een bijdrage verstrekken aan een ontvanger die geen budgetontvanger is.
2. Een projectbijdrage heeft betrekking op activiteiten die voldoen aan artikel 3 en zijn opgenomen in een project.
3. De te verlenen projectbijdrage voor saneringsgebouwen wordt bepaald door het aantal saneringsgebouwen in de aanvraag te vermenigvuldigen met de bijdrage per gebouw volgens bijlage 3 bij deze regeling.
4. De te verlenen projectbijdrage voor vrijwillig te saneren gebouwen wordt bepaald door het aantal van die gebouwen in de aanvraag te vermenigvuldigen met de projectbijdrage per gebouw volgens bijlage 3 bij deze regeling en met een percentage volgens de in artikel 4, vierde lid, genoemde tabel 1, waarbij de overschrijding van de binnenwaarde wordt geschat met de methodiek uit de toolbox vrijwillige geluidsanering.
5. De looptijd van de projectbijdrage is de looptijd van het project, met een maximum van 5 jaar.
Hoofdstuk 3. Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage
Artikel 6
1.
De kosten die een ontvanger maakt vóór indiening van de aanvraag komen niet voor een bijdrage in aanmerking, met uitzondering van
a. a. de kosten bedoeld in artikel 7, aanhef en onder b en c; b. b. de kosten die een provincie maakt voor pre-sanering tot aan de vaststelling van de saneringslijst.
2. Er wordt geen bijdrage verstrekt voor btw, tenzij de ontvanger aantoonbaar de btw niet kan verrekenen of hiervoor geen compensatie kan krijgen op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
Artikel 7
Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor voorbereiding, begeleiding en toezicht zijn de kosten voor:
a. a. uren voor begeleiding van en toezicht op aannemers; b. b. het uitvoeren en vastleggen in een rapport van het akoestisch onderzoek; c. c. onderzoek naar en rapportage van de doelmatigheid van maatregelen; d. d. het uitvoeren en vastleggen in een rapport van het bouwkundig onderzoek van de karakteristieke geluidwering van gebouwen en de maatregelen om de vereiste karakteristieke geluidwering te realiseren; e. e. het voorbereiden en opstellen van een bestek voor maatregelen; f. f. controlemeting van de geluidwering bij een steekproef van gebouwen.
Artikel 8
1.
Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor maatregelen zijn de kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 3 voor zover:
a. a. die sober en doelmatig zijn; en b. b. die nodig zijn om het geluid op de gevel te beperken tot de waarden in de artikelen 12.12, eerste lid, 12.13, eerste lid, en 12.13a, eerste lid, van het Bkl, of de geluidwering aan te brengen tot de waarde, genoemd in artikel 3.53, tweede lid, van het Bkl, of zoveel als mogelijk is, overeenkomstig artikel 3.53, derde lid.
2. Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage voor maatregelen zijn de kosten voor maatregelen waarin op andere wijze is voorzien.
Artikel 9
1.
Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor verkeersmaatregelen zijn de kosten voor:
a. a. aanpassingen aan de weg die de snelheid remmen, zodat de inrichting ervan past bij de verlaagde snelheid; b. b. aanpassingen aan de weg om het verkeer langs een andere route te leiden.
2. Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage zijn de kosten die voortvloeien uit het normale beheer en onderhoud van de weg.
Artikel 10
1.
Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor bronmaatregelen zijn:
a. a. de meerkosten van het aanbrengen van een stiller wegdek ten opzichte van het aanbrengen van Dicht Asfalt Beton; b. b. kosten voor het aanbrengen van bronmaatregelen aan de constructie van een spoorweg.
2. Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage zijn de kosten die voortvloeien uit het normale beheer en onderhoud van de weg of spoorweg.
Artikel 11
1. Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor geluidschermen en -wallen zijn de kosten voor het plaatsen van een geluidscherm of -wal.
2.
Tot de in het eerste lid bedoelde kosten behoren in ieder geval ook de kosten voor:
a. a. de volgende uitvoeringen van een scherm:
1°.
absorberende geluidschermen;
2°.
reflecterende geluidschermen;
3°.
geluidschermen op kunstwerken;
4°.
transparante geluidschermen, voor zover nodig wegens veiligheidseisen of lichttoetreding in gebouwen;
5°.
hellende geluidschermen;
1°. 1°. absorberende geluidschermen; 2°. 2°. reflecterende geluidschermen; 3°. 3°. geluidschermen op kunstwerken; 4°. 4°. transparante geluidschermen, voor zover nodig wegens veiligheidseisen of lichttoetreding in gebouwen; 5°. 5°. hellende geluidschermen; b. b. noodzakelijke aanvullende voorzieningen, zoals:
1°.
aanpassing van het talud;
2°.
afwateringsvoorzieningen;
3°.
beplanting tegen een geluidscherm, gras op een geluidwal, vervanging (alleen klein groen) of terugplaatsing van beplanting die voor de bouw van een geluidscherm of -wal moest worden verwijderd;
4°.
bouwkosten voor veiligheidsmaatregelen voor noodzakelijke aanvullende voorzieningen voor een geluidscherm;
5°.
aanvulling van grond;
1°. 1°. aanpassing van het talud; 2°. 2°. afwateringsvoorzieningen; 3°. 3°. beplanting tegen een geluidscherm, gras op een geluidwal, vervanging (alleen klein groen) of terugplaatsing van beplanting die voor de bouw van een geluidscherm of -wal moest worden verwijderd; 4°. 4°. bouwkosten voor veiligheidsmaatregelen voor noodzakelijke aanvullende voorzieningen voor een geluidscherm; 5°. 5°. aanvulling van grond; c. c. noodzakelijke wijzigingen aan kabels en leidingen, zoals:
1°.
beschermingsmaatregelen voor kabels en leidingen;
2°.
het verleggen van de gebruikelijk aanwezige kabels en leidingen;
1°. 1°. beschermingsmaatregelen voor kabels en leidingen; 2°. 2°. het verleggen van de gebruikelijk aanwezige kabels en leidingen; d. d. verkeersmaatregelen op de weg die noodzakelijk zijn voor de bouw.
3.
Tot de kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage, behoren in ieder geval de kosten voor:
a. a. sanering van verontreinigde grond; b. b. verwijdering van explosieven.
Artikel 12
1.
Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor geluidwerende maatregelen zijn de kosten:
a. a. voor geluidisolerende maatregelen aan gevels en daken; b. b. die in redelijke verhouding staan tot kwaliteit, aard en gebruik van het geluidgevoelige gebouw en tot het geluidwerend effect van de maatregelen; c. c. voor een controlemeting op verzoek als bedoeld in artikel 29, derde lid.
2. Kosten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage zijn de kosten die worden gemaakt voor het herstel van gebreken als bedoeld in artikel 3.53, vierde lid, onder c, van het Bkl.
Artikel 13
Kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage voor maatregelen waardoor een geluidgevoelig gebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn, bestaan uit de waardevermindering van de onroerende zaak.
Hoofdstuk 4. Plafond en wijze van verdelen
Artikel 14
1. De minister maakt de tijdvakken voor projectbijdragen en budgetbijdragen uiterlijk in november van het jaar voorafgaand aan het tijdvak waarvoor het plafond wordt vastgesteld, bekend in de Staatscourant, waarbij ook het plafond per tijdvak wordt vastgesteld.
2. Het plafond voor budgetbijdragen als bedoeld in artikel 4 wordt vastgesteld op € 2.000.000 voor 2024.
3. Het plafond voor budgetbijdragen als bedoeld in artikel 4 wordt vastgesteld op € 2.435.000 voor 2025.
4. Het plafond voor budgetbijdragen als bedoeld in artikel 4 wordt vastgesteld op € 3.000.000 voor 2026.
5. Indien het plafond voor projectbijdragen of het plafond voor budgetbijdragen niet volledig wordt benut in het tijdvak waarvoor het is vastgesteld, kan de minister het resterende bedrag beschikbaar stellen voor aanvragen vallend onder het andere plafond wanneer dit reeds voor het aflopen van het tijdvak volledig is uitgeput.
Artikel 15
1.
De minister verdeelt het plafond voor budgetbijdragen als volgt over de aanvragen voor een budgetbijdrage: het te verlenen bedrag per aanvraag (B) is het aantal saneringsgebouwen op de saneringslijst van de budgetontvanger (A), gedeeld door het totaal aantal gebouwen op saneringslijsten van budgetontvangers die een bijdrage hebben aangevraagd (T), vermenigvuldigd met het plafond (P), als in formule 1, met een maximum M als bedoeld in artikel 4, derde lid (M1).
Formule 1: Bedrag B = (A/T) * P
2.
In afwijking van het eerste lid verdeelt de minister het plafond voor budgetbijdragen in 2024 als volgt over de aanvragen voor een budgetbijdrage voor de pre-sanering: het te verlenen bedrag per aanvraag (B) is het geschatte totaal aantal saneringsgebouwen van de budgetontvanger (A’), gedeeld door het geschatte totaal aantal saneringsgebouwen van budgetontvangers die een bijdrage hebben aangevraagd (T’), vermenigvuldigd met het plafond (P), als in formule 1, met een maximum M als bedoeld in artikel 4, derde lid (M1).
Formule 1: Bedrag B = (A’/T’) * P
3. Wanneer het plafond na toepassing van het eerste of tweede lid niet volledig is verdeeld, wordt het resterende deel op dezelfde wijze als in het eerste en tweede lid verdeeld over de aanvragers die niet het maximale bedrag hebben gekregen.
4.
Wanneer in de aanvraag vrijwillig te saneren gebouwen zijn opgenomen, is het maximum M, genoemd in het eerste en tweede lid gelijk aan M1 + het maximum, genoemd in artikel 4, vierde lid (M2), als in formule 2.
Formule 2: Maximaal te verlenen bedrag M = M1 + M2
Artikel 16
1.
De minister rangschikt jaarlijks de aanvragen op basis van:
a. a. maatregelen voor saneringsgebouwen die gecombineerd worden uitgevoerd met wegwerkzaamheden of, bij gevelisolatie, met woningrenovatie of -verduurzaming, waaronder thermische isolatie; b. b. maatregelen die niet gecombineerd of alleen voor vrijwillig te saneren gebouwen worden uitgevoerd.
2. Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden gerangschikt op volgorde van binnenkomst.
3. Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onder b, worden gerangschikt op basis van de gemiddelde geluidbelasting op de gevels van de te saneren gebouwen binnen het project, afgerond op twee decimalen achter de komma. Wanneer een project meer dan 50 gebouwen omvat, wordt het gemiddelde genomen van de 50 hoogst belaste te saneren gebouwen.
4. Aanvragen die worden geweigerd omdat het plafond niet toereikend is, nemen deel aan de rangschikking in het volgende kalenderjaar.
5. Bij de berekening van de gemiddelde geluidbelasting, bedoeld in het derde lid, wordt per tijdvak dat de aanvraag eerder is ingediend, met het oog op de rangorde bij de verlening van de projectbijdragen, 1 dB opgeteld.
6. Indien het plafond dreigt te worden overschreden door een aanvraag, wordt de projectbijdrage toegekend aan de eerstvolgende daaronder gerangschikte aanvraag, waardoor het plafond niet wordt overschreden.
Hoofdstuk 5. Aanvraag tot verlening
Artikel 17
1. Een aanvraag voor een budgetbijdrage wordt ingediend bij de minister.
2.
De aanvraag vermeldt in ieder geval:
a. a. de meerjarenplanning met een tijdschema waaruit blijkt hoeveel saneringsgebouwen en hoeveel vrijwillig te saneren gebouwen in welk jaar gesaneerd zullen worden; b. b. welke saneringsgebouwen de aanvrager voornemens is te saneren; c. c. welke vrijwillig te saneren gebouwen de aanvrager voornemens is te saneren, met de in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen opgenomen identificatienummers en het geluid op het gebouw, bedoeld in artikel 12.11, tweede lid, onder b, van het Bkl; d. d. een tijdschema waaruit blijkt wanneer een saneringsprogramma zal worden vastgesteld en ter inzage gelegd; e. e. of de maatregelen worden uitgevoerd in combinatie met andere maatregelen, niet zijnde maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f, en welke gevolgen dat heeft voor de kosten; f. f. voor saneringsgebouwen of in de kosten mede wordt voorzien door bijdragen van derden, en de hoogte van deze bijdragen; g. g. het bedrag waarvoor een budgetbijdrage wordt aangevraagd, onderverdeeld in een bedrag voor saneringsgebouwen en een bedrag voor vrijwillig te saneren gebouwen; h. h. een liquiditeitsplanning.
3. In afwijking van het tweede lid, onder a en b, bevat een aanvraag van of namens een provincie voor de pre-sanering de gebouwen waarvoor de provincie inschat dat deze op de saneringslijst komen, uitgaande van de geschatte geluidproductie waarop de provincie de geluidproductieplafonds zal baseren.
Artikel 18
1. Een aanvraag voor een projectbijdrage wordt ingediend bij de minister.
2.
De aanvraag vermeldt in ieder geval:
a. a. het tijdschema van het project, met de planning voor de voorbereiding, het vaststellen van het saneringsprogramma, de aanbesteding en de uitvoering; b. b. welke saneringsgebouwen zullen worden gesaneerd; c. c. welke vrijwillig te saneren gebouwen zullen worden gesaneerd, met de in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen opgenomen identificatienummers en het geluid op het gebouw, bedoeld in artikel 12.11, tweede lid, onder b, van het Bkl; d. d. of de maatregelen worden uitgevoerd in combinatie met andere maatregelen niet zijnde maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f, en welke gevolgen dat heeft voor de kosten; e. e. voor saneringsgebouwen of in de kosten mede wordt voorzien door bijdragen van derden, en de hoogte van deze bijdragen; f. f. het bedrag waarvoor een projectbijdrage wordt aangevraagd, onderverdeeld in een bedrag voor saneringsgebouwen en een bedrag voor vrijwillig te saneren gebouwen.
Artikel 19
1. Een aanvraag voor een projectbijdrage wordt vóór 1 februari van een kalenderjaar ingediend, maar uiterlijk vóór 1 februari 2040.
2. Een aanvraag voor een budgetbijdrage of een verlenging daarvan wordt vóór 1 februari 2024, 2025, 2026, 2027, 2028, 2029, 2030, 2035 of 2040 ingediend.
3. In afwijking van het tweede lid, tweede jaartal, wordt een aanvraag voor een budgetbijdrage voor sanering bij een weg of spoorweg ingediend voor een nader te bepalen datum, die afhangt van het bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip voor het vaststellen van de saneringslijst.
4. Het derde lid geldt niet voor een aanvraag voor pre-sanering bij een provinciale weg of een lokale spoorweg die bij omgevingsverordening is aangewezen als bedoeld in artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet.
Hoofdstuk 6. Verlening en -wijziging
Artikel 20
Een budgetbijdrage kan worden verleend wanneer:
a. a. de ontvanger is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling; b. b. de activiteiten waarvoor een budgetbijdrage wordt aangevraagd, voldoen aan artikel 3; c. c. bij de aanvraag een meerjarenplanning is gevoegd met een globale planning en een globale beschrijving van de projecten en maatregelen voor de looptijd van de budgetbijdrage.
Artikel 21
1.
Een projectbijdrage kan worden verleend wanneer:
a. a. de activiteiten waarvoor een projectbijdrage wordt aangevraagd, voldoen aan artikel 3; b. b. de aanvraag wordt gedaan voor minimaal 50 gebouwen; c. c. de omvang van het project zodanig is bepaald dat het project in maximaal 5 jaar kan worden uitgevoerd; en d. d. bij de aanvraag een planning is gevoegd in tijdvakken van een kwartaal van de volgende projectfasen: voorbereiding, procedure saneringsprogramma, aanbesteding en uitvoering.
2.
Een projectbijdrage kan ook worden verleend in geval de aanvraag wordt gedaan voor minder dan 50 gebouwen wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden uit het eerste lid, onder a, c en d, en:
a. a. de resterende saneringsopgave van de ontvanger kleiner is dan 50; b. b. de aanvraag uitsluitend het aanbrengen van een maatregel betreft als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b tot en met d en f; c. c. de aanvraag een sanering betreft die in combinatie met werkzaamheden aan de weg of het gebouw wordt uitgevoerd; of d. d. er andere zwaarwegende redenen zijn om af te wijken.
Artikel 22
1. De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 19, op de aanvraag om een bijdrage als bedoeld in de artikelen 4 en 5. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met 13 weken.
2. In het besluit tot verlening van een budgetbijdrage kan de looptijd van de bijdrage worden bepaald.
3. In het besluit tot verlening van een projectbijdrage wordt in ieder geval bepaald binnen welke tijdvakken het saneringsprogramma voor de in de aanvraag opgenomen gebouwen wordt opgesteld en uitgevoerd.
4. In het besluit tot verlening van een bijdrage worden de voorschotten bepaald.
5. Indien de beslissing op een aanvraag voor een projectbijdrage wordt afgewezen vanwege het bereiken van het plafond, kan de minister deze beslissing ambtshalve herzien tot 31 december van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.
Artikel 23
1.
De ontvanger kan tot het einde van de looptijd van de bijdrage de minister schriftelijk verzoeken:
a. a. de verlening van de bijdrage te wijzigen naar aanleiding van omstandigheden die ertoe leiden dat de kosten van de maatregelen de verleende bijdrage overstijgen; b. b. de looptijd van een projectbijdrage te wijzigen naar aanleiding van bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat het uitvoeren van activiteiten langer duurt dan kon worden voorzien bij de aanvraag.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van een motivering, en in het geval van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onder a, een opgave van de kosten van de maatregelen, waaronder de kosten van de btw.
3. De minister kan de verlening van de bijdrage wijzigen naar aanleiding van het verzoek.
4. Binnen zes weken na ontvangst van het verzoek neemt de minister een besluit op het verzoek. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met zes weken.
5. Een bijdrage wordt niet eerder vastgesteld dan dat de minister heeft besloten op het verzoek.
Artikel 24
1.
Indien uit informatie van de ontvanger blijkt dat de kosten naar verwachting sterk zullen afwijken van het bedrag waar uiteindelijk recht op zal bestaan op grond van artikel 36 en 37, kan de minister de verlening van een bijdrage wijzigen. Dit kan in ieder geval naar aanleiding van:
a. a. een voortgangsrapportage over een budgetbijdrage als bedoeld in artikel 30, eerste lid; b. b. een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 27 of een melding als bedoeld in artikel 31, derde of vierde lid; c. c. andere informatie die de ontvanger aan de minister verstrekt over te treffen maatregelen en de kosten daarvan.
2. De minister neemt bij de ambtshalve wijziging de plafonds van artikel 14 in acht.
Hoofdstuk 7. Verplichtingen van de ontvanger
Paragraaf 7.1. Verplichtingen
Artikel 25
De ontvanger draagt zorg voor een functiescheiding van de instanties die worden betrokken bij de voorbereiding en controle van de projecten enerzijds en de uitvoering anderzijds.
Artikel 26
1.
De ontvanger doet mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat:
a. a. de activiteiten waarvoor de bijdrage is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht; of b. b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de bijdrage verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
2.
De ontvanger verstrekt op verzoek van de minister een weergave van de stand van zaken, met inbegrip van de gemaakte kosten en de besteding van de verleende voorschotten. De volgende documenten kunnen in ieder geval worden gevraagd:
a. a. rapport van een onderzoek naar de doelmatigheid van maatregelen; b. b. bij geluidwerende maatregelen: rapport van een bouwtechnisch onderzoek met een berekening van de geluidwering voor en na de maatregelen, inclusief plattegronden met maatvoering; c. c. bij geluidwerende maatregelen: een berekening van de kosten van de geluidwerende maatregelen uitgaande van de toetsbedragen in bijlage 2 bij deze regeling; d. d. bij geluidwerende maatregelen of het afzien daarvan: besluit op grond van artikel 3.53 of 3.54 van het Bkl; e. e. bestek; f. f. opdracht voor het uitvoeren van maatregelen en voor eventueel meer- en minderwerk; g. g. proces-verbaal van oplevering; h. h. factuur van de aannemer; i. i. staat van meer- en minderwerk.
3.
De ontvanger van een projectbijdrage, niet zijnde een waterschap, is verplicht binnen vier weken na de oplevering van een project daarvan mededeling te doen aan de minister. Bij de mededeling worden de volgende gegevens gevoegd:
a. a. per gebouw dat in het saneringsprogramma is opgenomen: of een maatregel is getroffen, en zo ja, welke; b. b. wanneer voor een gebouw een geluidbeperkende maatregel is getroffen: de afname van het geluid in dB op het gebouw na sanering; c. c. wanneer voor een gebouw een geluidwerende maatregel is getroffen: het type geluidgevoelige gebouw, bedoeld in artikel 3.21 van het Bkl, eerste lid, en of het gebouw een vrijstaande woning is; d. d. wanneer voor een gebouw in het saneringsprogramma geen maatregel is getroffen: de reden waarom geen maatregel is getroffen.
4. Een budgetontvanger stuurt de gegevens, bedoeld in het derde lid, aan de minister na de oplevering van het laatste project in een saneringsprogramma waarin de maatregelkeuze voor de locatie van die projecten is vastgesteld. Dit gebeurt bij de laatste van de jaarlijkse rapportages genoemd in artikel 30, eerste lid.
Artikel 27
1. De in artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f, genoemde maatregelen worden vastgelegd in een saneringsprogramma.
2. De ontvanger meldt de terinzagelegging van het saneringsprogramma aan de minister.
3. In het saneringsprogramma is onderbouwd welke geluidbeperkende maatregelen financieel doelmatig zijn.
4. Voor zover het saneringsprogramma afschermende maatregelen of bronmaatregelen aan de constructie van een weg of spoorweg omvat, is in het saneringsprogramma onderbouwd dat deze maatregelen financieel doelmatig zijn op grond van artikel XI, eerste lid, onder c, van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.
5. Om voor een bijdrage voor verkeersmaatregelen in aanmerking te komen bevat het saneringsprogramma een onderbouwing dat de verkeersmaatregelen er niet toe leiden dat elders een zodanige toename van de geluidbelasting wordt veroorzaakt dat over het geheel het geluid toeneemt.
Artikel 28
1. Om voor een bijdrage in aanmerking te komen leidt een bronmaatregel aan de constructie van een weg gemiddeld over de levensduur tot een afname van de geluidbelasting vóór afronding van ten minste 1,0 dB op ten minste een geluidgevoelig gebouw in het cluster waarvoor de bronmaatregel wordt afgewogen.
2. Wanneer in een saneringsprogramma als maatregel een geluidscherm of -wal is opgenomen, legt de ontvanger het akoestisch onderzoek, het bestek, de kostenraming en de berekening van de gemiddelde schermkosten volgens bijlage 2 bij deze regeling, voor aan de minister. De opdracht voor de uitvoering wordt niet eerder verleend dan nadat de minister heeft ingestemd met het ontwerp en de kostenraming. De minister besluit binnen zes weken op de toegezonden stukken. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met zes weken.
3.
Om voor een bijdrage in aanmerking te komen geldt voor geluidwerende maatregelen dat zij:
a. a. zijn opgenomen in een geldend besluit tot het treffen van maatregelen op grond van artikel 2.43 van de Omgevingswet; b. b. voldoen aan gebruikelijke standaarden voor energie-isolatie en duurzaamheid van materialen; c. c. niet leiden tot een wijziging van de gebruiksmogelijkheden van de gevel vóór sanering of, als ze wel daartoe leiden, niet leiden tot meerkosten ten laste van de bijdrage; d. d. voor ventilatievoorzieningen waar mogelijk gebruik maken van de bestaande ventilatiemogelijkheden, rekening houdend met de eisen die aan het voldoende beperken van de geluidbelasting worden gesteld.
4. Maatregelen waardoor een saneringsgebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn, komen alleen voor een bijdrage in aanmerking als de maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, c en d, niet kunnen leiden tot een geluidreductie als bedoeld in artikel 12.12, 12.13 of 12.13a van het Bkl, en geluidwerende maatregelen, zo mogelijk in combinatie met geluidbeperkende maatregelen, niet kunnen leiden tot het voldoen aan artikel 3.53, tweede lid, van het Bkl.
Artikel 29
1. Na uitvoering van geluidwerende maatregelen toont de ontvanger met een steekproefsgewijze akoestische controlemeting van het binnenniveau volgens artikel 3.3 van de Omgevingsregeling, aan dat is voldaan aan het saneringsdoel van artikel 3.53, tweede of derde lid, van het Bkl. De steekproef omvat minimaal één gebouw, en voor elke 20 gebouwen daarboven één gebouw extra.
2. Het rapport van de akoestische controlemeting wordt toegezonden aan de minister vóór de afronding van het project waarvoor de meting wordt gedaan, samen met het rapport bouwtechnisch onderzoek voor het betreffende gebouw, met een berekening van de geluidwering voor en na de maatregelen, inclusief plattegronden met maatvoering.
3. Indien een documentencontrole daartoe aanleiding geeft, kan de minister de ontvanger een gemotiveerd verzoek doen om een controlemeting van het binnenniveau uit te voeren bij een door de minister geselecteerd gebouw. De ontvanger is verplicht hieraan mee te werken, tenzij de eigenaar van het gebouw hier niet aan meewerkt.
Paragraaf 7.2. Verplichtingen bij een budgetbijdrage
Artikel 30
1.
De ontvanger informeert de minister jaarlijks vóór 1 februari over de voortgang van de meerjarenplanning, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a, en de eventuele aanpassing daarvan. De ontvanger verstrekt daarbij in ieder geval de volgende gegevens:
1°. 1°. een aanduiding van de gesaneerde gebouwen; 2°. 2°. per gesaneerd gebouw: of een maatregel is getroffen, en zo ja, welke; 3°. 3°. een actualisatie van de liquiditeitsplanning; 4°. 4°. een actualisatie van de gegevens, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder d, e en f.
2. De uitvoering van maatregelen voor het aantal in de aanvraag opgenomen gebouwen wordt gestart binnen de looptijd van de bijdrage.
Paragraaf 7.3. Verplichtingen bij een projectbijdrage
Artikel 31
1. De ontvanger voert de maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f, niet eerder uit dan nadat de minister heeft ingestemd met het saneringsprogramma voor de onderdelen bedoeld in artikel 27, derde, vierde en vijfde lid.
2. De minister beslist over het saneringsprogramma binnen vier weken na de melding, bedoeld in artikel 27, tweede lid. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met vier weken.
3. De ontvanger informeert de minister over de geplande start van de uitvoering van de maatregelen.
4. Wanneer in een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 27, eerste lid, een andere maatregel dan geluidwerende maatregelen is opgenomen, informeert de ontvanger de minister zo spoedig mogelijk over de actuele kostenraming voor het project.
5. Wanneer bij de aanbesteding van maatregelen blijkt dat de kosten van de maatregelen hoger zijn dan de verleende bijdrage, informeert de ontvanger de minister zo spoedig mogelijk over de actuele kostenraming voor het project.
6. De maatregelen worden getroffen binnen de termijn die is opgenomen in het besluit tot verlening van de bijdrage.
Artikel 32
Zolang nog geen aanvraag tot vaststelling is ingediend, dienen waterschappen eenmaal per jaar voor een in het besluit tot verlening van de bijdrage te noemen datum, een rapportage in met:
a. a. de uitgaven tot het moment van de rapportage; b. b. de maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, en het aantal geluidgevoelige gebouwen waarvoor deze maatregelen zijn getroffen; c. c. een actualisatie van de planning, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder d.
Hoofdstuk 8. Bevoorschotting
Artikel 33
1. Het jaarlijkse voorschot voor een budgetbijdrage is 95% van het bedrag, bedoeld in artikel 15, gedeeld door het aantal jaren waarvoor de bijdrage wordt aangevraagd, of een bedrag op basis van de liquiditeitsbehoefte voor het saneringsprogramma.
2. Het eerste voorschot voor een budgetbijdrage wordt binnen vier weken na verlening of aan de hand van de liquiditeitsbehoefte voor het saneringsprogramma verstrekt.
3. De voorschotverlening kan worden opgeschort zolang de rapportage, bedoeld in artikel 30, eerste lid, in strijd met dat artikel niet is ontvangen.
Artikel 34
1. Het voorschot voor een activiteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, is € 700 per saneringsgebouw. Dit voorschot wordt verstrekt binnen vier weken na verlening van de projectbijdrage of in een termijn die wordt bepaald aan de hand van de liquiditeitsbehoefte voor het project.
2. Wanneer in een aanvraag vrijwillig te saneren gebouwen zijn opgenomen, bedraagt het voorschot voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, een percentage van € 700 per vrijwillig te saneren gebouw, bepaald volgens de in artikel 4, vierde lid, genoemde tabel 1.
3. Het voorschot voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f, is 95% van de verleende projectbijdrage na aftrek van de voorschotten, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4. Voorschotten als bedoeld in het derde lid worden maximaal viermaal, gelijkmatig verspreid over het tijdvak waarin de maatregelen zullen worden getroffen, of aan de hand van de liquiditeitsbehoefte voor het project verstrekt, nadat de ontvanger aan de verplichting van artikel 27, tweede lid, om de terinzagelegging van het saneringsprogramma te melden, heeft voldaan, en de minister met het saneringsprogramma heeft ingestemd ingevolge artikel 31, tweede lid.
5. De voorschotverlening aan een waterschap wordt opgeschort zolang de rapportage, bedoeld in artikel 32, in strijd met dat artikel niet is ontvangen.
Hoofdstuk 9. Verantwoording en vaststelling
Artikel 35
1. Een ontvanger kan voorafgaand aan het uitvoeren van maatregelen de minister verzoeken om de maatregelen te toetsen aan de voorwaarden voor de bijdrage.
2. Op basis van en voor zover informatie over de uit te voeren maatregelen is ingediend, beslist de minister binnen vier weken of de voorgestelde maatregelen overeenkomstig de voorwaarden zijn. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met vier weken.
Artikel 36
1.
De hoogte van de bijdrage voor voorbereiding, begeleiding en toezicht, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, is:
a. a. 18% van het bedrag van de bijdrage voor de maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, c en d; b. b. voor maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e: een bedrag per gebouw zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
2. De hoogte van de bijdrage voor uitvoering van de maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f, is het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met een maximum per getroffen maatregel volgens bijlage 2 bij deze regeling.
3.
In afwijking van het tweede lid:
a. a. is er geen maximum voor bronmaatregelen aan de constructie van een spoorweg; b. b. kan voor geluidschermen en -wallen en voor geluidwerende maatregelen het maximale bedrag worden overschreden wanneer de minister voorafgaand aan de uitvoering toestemming heeft gegeven voor uitzonderlijke kosten; c. c. geldt een vast bedrag voor bronmaatregelen aan de constructie van een weg, dat wordt berekend met toepassing van bijlage 2 bij deze regeling.
4. Wanneer maatregelen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c, d en e worden getroffen bij een gekoppelde sanering, komen de maatregelen ten laste van de beheerder van de weg of spoorweg voor zover die maatregelen nodig zijn om een toename van de geluidproductie of geluidemissie als gevolg van de wijziging van de weg of spoorweg weg te nemen. Het aandeel van de beheerder in de kosten van de maatregel is de toename in geluidbelasting door de wijziging van de weg of spoorweg, gedeeld door de som van de reducties die nodig zijn voor het wegnemen van de toename en de sanering gezamenlijk.
5.
De hoogte van de bedragen in de bijlagen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid zal elke twee jaar worden geïndexeerd volgens tabel 2.
| Soort bijdrage | Index volgens CBS |
|---|---|
| Bijdrage vbt geluidwerende maatregelen als bedoeld in het eerste lid | Inflatiecorrectie |
| Maximale bijdrage verkeersmaatregelen | Inflatiecorrectie |
| Maximale bijdrage afschermende maatregelen | GWW-index |
| Maximale bijdrage geluidwerende maatregelen | Outputindex nieuwbouwwoningen |
| Maximale bijdrage maatregelen waardoor een gebouw ophoudt een geluidgevoelig gebouw te zijn | GWW-index |
| Vast bedrag maatregelen aan de constructie van een weg | GWW-index |
Artikel 37
1. De bijdrage voor de maatregelen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e voor vrijwillig te saneren gebouwen is een percentage van de bedragen, bedoeld in artikel 36, eerste en tweede lid, volgens tabel 1 als bedoeld in artikel 4 en 5.
2. De bijdrage voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, b, c, d en f voor vrijwillig te saneren gebouwen is 50% van de bedragen, bedoeld in artikel 36, eerste en tweede lid.
3. Het derde en vierde lid van artikel 36 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 38
Gemeenten, provincies en omgevingsdiensten leggen verantwoording af over de besteding van de bijdrage op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. Dit geldt niet voor bestedingen voor voorbereiding, begeleiding en toezicht en voor bronmaatregelen aan de constructie van een weg als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a en c.
Artikel 39
1. De minister stelt uiterlijk 31 december, op basis van de verantwoording, bedoeld in artikel 38, de budgetbijdrage vast.
2. Budgetontvangers kunnen in afwijking van het eerste lid een vaststelling van een budgetbijdrage aanvragen door de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 38, voor zover deze specifiek op de verleende bijdrage ziet, voor 1 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan de minister te zenden.
3. In geval van toepassing van het tweede lid stelt de minister de bijdrage uiterlijk acht weken na aanvraag vast.
4. De minister kan de budgetbijdrage vaststellen op een lager bedrag dan het verantwoorde bedrag wanneer uit controle blijkt dat niet is voldaan aan het saneringsdoel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, of aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 7, of als de kosten niet voor een budgetbijdrage in aanmerking komen, bedoeld in hoofdstuk 3, of niet bepaald zijn in overeenstemming met artikel 36 en 37.
Artikel 40
1. De minister stelt uiterlijk 31 december op basis van de verantwoording, bedoeld in artikel 38, de projectbijdrage vast.
2. Gemeenten, provincies en omgevingsdiensten kunnen in afwijking van het eerste lid een vaststelling van een projectbijdrage aanvragen door de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 38, voor zover deze specifiek op de verleende bijdrage ziet, voor 1 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan de minister te zenden.
3. In geval van toepassing van het tweede lid stelt de minister de bijdrage uiterlijk acht weken na aanvraag vast.
4. De minister kan de projectbijdrage vaststellen op een lager bedrag dan het verantwoorde bedrag wanneer uit controle blijkt dat niet is voldaan aan het saneringsdoel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, of aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 7, of als de kosten niet voor een projectbijdrage in aanmerking komen, bedoeld in hoofdstuk 3, of niet bepaald zijn in overeenstemming met artikel 36 en 37.
Artikel 41
1. Waterschappen dienen een aanvraag tot vaststelling in binnen 13 weken na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden.
2.
Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van:
a. a. een verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteit, waaruit blijkt dat het waterschap aan de verplichtingen heeft voldaan; b. b. per gebouw dat in het saneringsprogramma is opgenomen: of een maatregel is getroffen, en zo ja, welke; c. c. Wanneer voor een gebouw een geluidbeperkende maatregel is getroffen: de geluidbelasting op het gebouw na sanering; d. d. Wanneer voor een gebouw in het saneringsprogramma geen maatregel is getroffen: de reden waarom geen maatregel is getroffen; e. e. een financiële verantwoording; f. f. bij de aanvraag tot vaststelling voor een bijdrage van € 125.000,– of meer: een accountantsverklaring.
3. De minister stelt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling, bedoeld in het eerste lid, de bijdrage vast. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met acht weken.
Artikel 42
1. Indien een waterschap de aanvraag tot vaststelling, bedoeld in artikel 41, eerste lid, niet tijdig heeft toegezonden of indien de toegezonden stukken naar het oordeel van de minister onvolledig zijn, stelt de minister het waterschap binnen zes weken na de in artikel 41, eerste lid, genoemde termijn dan wel na ontvangst van deze stukken, in de gelegenheid om binnen een door de minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
2. Indien het waterschap niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan de minister voor iedere week die het waterschap in gebreke blijft, bij de vaststelling van de projectbijdrage een korting toepassen van 2,5% van de verleende projectbijdrage.
3. Indien het waterschap de in het eerste lid genoemde termijn met zestien weken heeft overschreden, stelt de minister de projectbijdrage vast, waarbij hij een korting toepast van ten minste 50% en ten hoogste 100% van de verleende projectbijdrage.
4. De minister verrekent de korting, bedoeld in het tweede en derde lid, met de projectbijdrage. De verrekening vindt plaats bij de vaststelling. Voor zover de korting niet verrekend kan worden, vordert de minister haar terug.
Hoofdstuk 10. Monitoring sanering
Artikel 43
1.
Aansluitend aan de einddatum voor het samenstellen van de saneringslijsten publiceert de minister een samenvoeging van deze lijsten en de volgende gegevens:
a. a. het totaal aantal saneringsgebouwen op de saneringslijsten; b. b. het totaal aantal saneringsgebouwen van budgetontvangers.
2. Jaarlijks vóór 1 april publiceert de minister de voortgang van de sanering.
3.
Ter uitvoering van het bepaalde in het tweede lid wordt gepubliceerd:
a. a. welke vrijwillig te saneren gebouwen zijn aangegeven in de aanvragen voor bijdragen die zijn verleend; b. b. het totaal aantal vrijwillig te saneren gebouwen, bedoeld onder a; c. c. het totaal aantal vrijwillig te saneren gebouwen van budgetontvangers, bedoeld onder a.
4.
Ter uitvoering van het bepaalde in het tweede lid worden ook de volgende gegevens over het vorige kalenderjaar gepubliceerd per categorie ontvanger:
a. a. Voor bijdrageverlening:
1°.
het aantal verleende budgetbijdragen;
2°.
het aantal saneringsgebouwen waarvoor een budgetbijdrage is verleend;
3°.
het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor een budgetbijdrage is verleend;
4°.
het bedrag dat is aangevraagd voor budgetbijdragen;
5°.
het bedrag dat is verleend voor budgetbijdragen;
6°.
het aantal aanvragen voor een projectbijdrage;
7°.
het aantal verleende projectbijdragen;
8°.
het aantal saneringsgebouwen waarvoor een projectbijdrage is verleend;
9°.
het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor een projectbijdrage is verleend;
10°.
het bedrag dat is aangevraagd voor projectbijdragen
11°.
het bedrag dat is verleend voor projectbijdragen;
1°. 1°. het aantal verleende budgetbijdragen; 2°. 2°. het aantal saneringsgebouwen waarvoor een budgetbijdrage is verleend; 3°. 3°. het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor een budgetbijdrage is verleend; 4°. 4°. het bedrag dat is aangevraagd voor budgetbijdragen; 5°. 5°. het bedrag dat is verleend voor budgetbijdragen; 6°. 6°. het aantal aanvragen voor een projectbijdrage; 7°. 7°. het aantal verleende projectbijdragen; 8°. 8°. het aantal saneringsgebouwen waarvoor een projectbijdrage is verleend; 9°. 9°. het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor een projectbijdrage is verleend; 10°. 10°. het bedrag dat is aangevraagd voor projectbijdragen 11°. 11°. het bedrag dat is verleend voor projectbijdragen; b. b. Voor bijdragevaststelling:
1°.
het aantal vastgestelde budgetbijdragen;
2°.
het aantal saneringsgebouwen waarvoor de budgetbijdrage is vastgesteld;
3°.
het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor de budgetbijdrage is vastgesteld;
4°.
het vastgestelde totaalbedrag voor budgetbijdragen;
5°.
het aantal vastgestelde projectbijdragen;
6°.
het aantal saneringsgebouwen waarvoor een projectbijdrage is vastgesteld;
7°.
het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor een projectbijdrage is vastgesteld;
8°.
het vastgestelde totaalbedrag voor projectbijdragen;
1°. 1°. het aantal vastgestelde budgetbijdragen; 2°. 2°. het aantal saneringsgebouwen waarvoor de budgetbijdrage is vastgesteld; 3°. 3°. het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor de budgetbijdrage is vastgesteld; 4°. 4°. het vastgestelde totaalbedrag voor budgetbijdragen; 5°. 5°. het aantal vastgestelde projectbijdragen; 6°. 6°. het aantal saneringsgebouwen waarvoor een projectbijdrage is vastgesteld; 7°. 7°. het aantal vrijwillig te saneren gebouwen waarvoor een projectbijdrage is vastgesteld; 8°. 8°. het vastgestelde totaalbedrag voor projectbijdragen; c. c. Voor maatregelen: het aantal gebouwen per maatregel dat (mede) met die maatregel is gesaneerd, met onderscheid naar saneringsgebouwen en vrijwillig te saneren gebouwen.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, worden gepubliceerd op de website van Bureau Sanering Verkeerslawaai, www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.
Hoofdstuk 11. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 44
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt.
Artikel 45
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling sanering verkeerslawaai 2024.
Bijlage 1. Budgetontvangers als bedoeld in
Provincie Utrecht
Provincie Noord-Brabant
Provincie Gelderland
Provincie Friesland
Provincie Noord-Holland
Provincie Zuid-Holland
Provincie Drenthe
Bijlage 2. Berekening van de bijdrage als bedoeld in
Bijlage 3. Berekening van de bijdrage als bedoeld in
De in artikel 4 en 5 bedoelde normbedragen zijn bedragen gebaseerd op de onderstaande tabel, die gelden per te saneren gebouw. De bijdrage per gebouw is de optelling van beide normbedragen.