40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2024–2025 | BWBR0048646 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0048646 | Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2024–2025 |
Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2024–2025
Artikel 1
De screenings- en testinstrumenten ten behoeve van de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs voor het schooljaar 2024–2025 en de regels voor het gebruik ervan worden vastgesteld conform de bijlage bij deze regeling.
Artikel 2
De Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2023–2024 wordt ingetrokken.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2023.
Artikel 4
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2024–2025.
Bijlage . bij
Tenzij in de testhandleiding anders is aangegeven, hoeft men geen Flynn-correctie toe te passen. Wanneer leerlingen eind groep 7 naar het lwoo of pro gaan, mogen onderstaande intelligentietesten die bestemd zijn voor groep 8 leerlingen worden afgenomen wanneer de leerling groep 3 of hoger heeft gedoubleerd.
De scores op de IQ-testen mogen niet ouder zijn dan twee jaar, zijnde de periode tussen de datum van afname en datum van indiening van het volledige dossier bij het betreffend samenwerkingsverband. Om te voorkomen dat leerlingen onnodig extra getest moeten worden, moet men extra alert zijn wanneer bij een test is vermeld dat deze ‘voor het laatst is toegestaan’. Dat betekent dat men zowel moet kijken naar het criterium van maximaal twee jaar als naar de einddatum van de regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2024–2025. Dit impliceert dat wanneer bij een test vermeld is in de hiervoor genoemde regeling dat een test ‘voor het laatst is toegestaan’, die test alleen voor een aanvraag kan worden gehanteerd indien de betreffende test is afgenomen:
Opmerkingen bij Criterium Intelligentie:
N.v.t.
N.v.t.
De scores op de gehanteerde instrumenten ten behoeve van sociaal emotionele diagnostiek mogen niet ouder zijn dan één jaar, zijnde de periode tussen de datum van afname en datum van indiening van het volledige dossier bij het samenwerkingsverband.
Om te voorkomen dat leerlingen onnodig extra getest moeten worden, moet men extra alert zijn wanneer bij een test is vermeld dat deze ‘voor het laatst is toegestaan’. Dat betekent dat men zowel moet kijken naar het criterium van maximaal één jaar als naar de einddatum van de regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2024–2025. Dit impliceert dat wanneer bij een test vermeld is in de hiervoor genoemde regeling dat een test ‘voor het laatst is toegestaan’, die test alleen voor een aanvraag kan worden gehanteerd indien de betreffende test is afgenomen:
Sociaal-emotionele diagnostiek bij potentiële leerlingen voor lwoo of pro is volgens de regeling alleen van toepassing voor de toelaatbaarheidsbepaling van betreffende leerlingen met een IQ tussen de 90 en 120. Doorgaans betreft het leerlingen waarvoor een aanwijzing leerwegondersteuning wordt aangevraagd en in bijzondere situaties een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring praktijkonderwijs. Schriftelijke zelfbeoordelingsvragenlijsten zijn meestal te moeilijk voor leerlingen met grote leerachterstanden op het gebied van begrijpend lezen en/of beperkt begrip van de Nederlandse taal. Er worden daarom beperkingen gesteld aan het gebruik van zelfbeoordelingsvragenlijsten door deze leerlingen. Leerlingen zijn met zelfbeoordelings-vragenlijsten toetsbaar wanneer ze op Begrijpend Lezen het niveau halen van een DLE 40 of hoger (gemiddelde score van leerlingen aan het eind van groep 6 of hoger). Wanneer een leerling een begrijpend leesniveau heeft met een DLE 30–40 moet de onderzoeker nagaan of een zelfbeoordelingslijst wel een juiste keuze is. Bij een begrijpend leesniveau DLE < 30 wordt sterk afgeraden een zelfbeoordelingsvragenlijst te gebruiken bij het onderzoek van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Voor het persoonlijkheidsonderzoek kan de bevoegde diagnostisch geschoolde psycholoog of orthopedagoog of orthopedagoog-generalist (academisch gevormd) in dat geval gebruik maken van gegevens uit het onderwijskundig rapport, van beoordelingslijsten door ouders en/of leerkracht én van gegevens op basis van eigen observatie. Voor zover de vragenlijsten van score-aanduidingen zijn voorzien van het type ‘klinisch bereik’, ‘risicogebied’, ‘zorgscore’ en dergelijke, mogen alleen de scores die in een dergelijk bereik vallen gebruikt worden als argumentatie voor ondersteuningsbehoefte.
Opmerkingen bij Criterium Sociaal-Emotionele diagnostiek:
Test- of screeningsmiddelen die het beeld geven van sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling en die volgens de handleiding door een leerkracht mag worden afgenomen moeten altijd onder de verantwoordelijkheid van een diagnostisch geschoold psycholoog of diagnostisch geschoold orthopedagoog) worden geïnterpreteerd. Daarbij is het zaak de relatie leerprestaties en sociaal-emotionele ontwikkeling aan te geven.
Wanneer hulp en/of hulpmiddelen voor dyslectische leerlingen zijn ingezet bij een test- of screeningsinstrument dient men in de aanvraag aan te geven welke hulp en/of hulpmiddelen op welke wijze zijn gehanteerd bij afname van betreffende test of screeningsmiddel.
Voor het weergeven van de leervorderingen wordt in principe altijd gevraagd om de meest recent afgenomen toetsen. Wanneer een leerling van 1-2-2024 tot en met 30-9-2024 wordt aangemeld, moeten de didactische toetsen in het schooljaar 2023–2024 of daarna zijn afgenomen. Bij aanmelding vóór 1-2-2024 mogen de gegevens van de didactische toetsen die in het onderwijskundig rapport worden gebruikt niet ouder zijn dan zes toetsmaanden (juli en augustus worden niet meegerekend). Alle genoemde leervorderingentoetsen die geschikt zijn voor groep 8 mogen ook gebruikt worden voor het didactisch toetsen van leerlingen in het eerste leerjaar voortgezet onderwijs. De didactische leeftijd (DL) is in dat geval 60 en dezelfde regels die voor groep 8 gelden ten aanzien van adaptief toetsen, gelden ook hier.
Het aanleveren van Didactische Leeftijds Equivalenten (DLE) is voorwaarde bij de doorverwijzing van leerlingen naar het lwoo en het pro. In leerlingvolgsystemen die in het primair onderwijs worden gehanteerd, worden niet bij alle toetsen een koppeling gemaakt met DLE’s in de rapportages. Men gebruikt bijvoorbeeld voor de rapportage vaardigheidsscores en/of functioneringsniveaus. In de handleiding van betreffend leerlingvolgsysteem is te vinden hoe de benodigde DLE’s opgevraagd en/of berekend kunnen worden. Ook zijn de betreffende tabellen te gebruiken in de publicatie DLE-Schalen) 1DLE-schalen indicatiestelling LWOO en pro voor instroom in schooljaar 2024–2025, Boom uitgevers Amsterdam, 2023. voor de omzetting van ruwe scores (papieren versie) of vaardigheidsscores (digitale versie) naar DLE’s.
Het is niet mogelijk om een directe verbinding te leggen tussen de scores op papieren toetsen en digitale versies, omdat in beide gevallen langs een andere route de resultaten worden verkregen. Het is daarom noodzakelijk te vermelden welke toetsversie is gebruikt en de daarvoor van toepassing zijnde normen te hanteren.
Wanneer hulp en/of hulpmiddelen voor dyslectische leerlingen zijn ingezet bij een toetsinstrument dient men in de aanvraag aan te geven welke hulp en/of hulpmiddelen op welke wijze zijn gehanteerd bij de afname van die toets. Het kan nuttig zijn om te weten wat betreffende leerling kan met en zonder ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van voorleessoftware. Voor deze leerlingen is de volgende procedure aan te bevelen. Laat de toets op het huidige of iets hogere niveau maken met de hulpmiddelen die de leerling ook in de klas gebruikt. Noteer de behaalde score en ook de ervaring en de werkwijze met betrekking tot de motivatie. Neem vervolgens de toets van een jaar onder het huidige niveau af strikt conform de instructie van de handleiding. Neem deze score op in de aanvraag en verwerk de uitkomsten van de eerste afname in de toelichting op de scores. In de aanvraag wordt op deze wijze duidelijk wat het niveau van de leerling is met en zonder hulp.
Bij jaargroep gebonden toetsen uit leerlingvolgsystemen dienen de commissies die over de aanvragen lwoo en pro beslissen uit te gaan van toetsen die aansluiten bij het werkelijke didactische niveau van de leerling (adaptief toetsen). Dit betekent dat schoolverlaters op de basisschool soms toetsen moeten maken die in jaargroepen daarvoor gebruikt worden. De handleidingen van de leerlingvolgsysteemtoetsen geven aan hoe op maat getoetst moet worden. Bij die toetsen dient door- of teruggetoetst te worden volgens die instructies.
Bij adaptieve toetsing door de basisschool worden toetsen afgenomen die de leerling op basis van zijn eigen leerniveau redelijk zou moeten kunnen maken. Een leerling die qua leerlijn in groep 6 zit, laat men niet een te moeilijke toets van groep 8 maken. Het gebruik van de toets van groep 6 is kindvriendelijker en de score niet alleen betrouwbaarder, maar geeft ook meer inzicht in wat een leerling kan.
De algemene regel is dat voor een goede niveaubepaling een toetsversie gebruikt moet worden die het beste past bij het feitelijke leerniveau van de leerling. Mocht uit de uitslag blijken dat bij nader inzien toch niet de juiste toetsversie is gekozen, dan moet er in principe worden door- of teruggetoetst. Maar waaraan zie je dat? Wanneer moet er dan worden door- of teruggetoetst? Dat verschilt per toetssoort. Bij leerjaargebonden toetsen moet in principe worden door- of teruggetoetst als de feitelijke uitslag meer dan één leerjaar (in DLE’s uitgedrukt: meer dan 10 punten) van de verwachte score af ligt.
Stel: De leerkracht vermoedt dat de leerling op het niveau van halfweg leerjaar 5 zal scoren. Op grond hiervan wordt derhalve toets M5 ingezet met een DL van 25. Verwacht wordt een score die ligt tussen DLE 15 en 35. Als de toetsscore inderdaad binnen die range valt, hoeft er niet doorgetoetst te worden. Valt de score daarbuiten, dan moet er in principe wel doorgetoetst worden met een andere toetsversie. Zie daarvoor een tweetal voorbeelden hieronder.
Voorbeeld één: de leerling haalt op de M5-toets een score die correspondeert met een DLE van 36. Dit is geen pro-score maar een score die past bij lwoo. De afwijking van de gevonden score is groter dan 10 DLE-punten. Ter nadere verifiëring van de juistheid van dit niveau wordt nu de M6- of E6-toets afgenomen om te zien waar het niveau dan op uitkomt. Beide toetsscores worden toegevoegd aan het onderwijskundig rapport.
Voorbeeld twee: opnieuw wordt een M5-toets afgenomen, maar nu blijkt de DLE die hoort bij de score van de leerling maar 14 te zijn. Ook hier is de afstand groter dan 10 DLE-punten, maar omdat de uitkomst nog steeds op pro-niveau ligt, is terug toetsen niet noodzakelijk.
De toepassing van deze regel mag minder strikt gehanteerd worden als alle relevante gegevens in een eenduidige richting wijzen en door- of terugtoetsen naar alle waarschijnlijkheid niet tot een andere indicatie zal leiden. Echter: als de toets uitslag van de leerling meer dan 10 DLE-punten van de gekozen toetsversie af ligt, moet in ieder geval worden door- of teruggetoetst als:
Werkend op deze wijze, hoeft nooit meer dan twee keer getoetst te worden. Uitgangspunt is dat de leerling de eerste keer een toets voorgelegd krijgt, die naar de verwachting van de afnemer van de toets past bij het niveau van de leerling. De eventuele tweede toets die men kiest sluit aan bij het op de eerste toets behaalde niveau. Die twee gegevens zullen voor elke commissie die over de aanvragen beslist voldoende zijn. Het is van groot belang dat precies de toetsinstructies van de betreffende toetshandleiding wordt gevolgd.
In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe door- of terug te toetsen bij dit soort toetsen.
^1 Is de score lager dan het voorafgaande leerjaar dat u adaptief had gekozen, dan is het advies: neem de toets van het leerjaar waar de behaalde DLE-score naar verwijst. Dit kan twee of meer leerjaren lager worden als uw startniveau veel te hoog is geweest.
Opmerkingen bij Technisch lezen:
N.v.t.
Wanneer een leerling bij de afname van de toets Technisch Lezen lager scoort dan DLE 20 is afname van een toets Begrijpend Lezen voor leerlingen die naar het pro worden verwezen niet noodzakelijk.
Opmerkingen bij Begrijpend lezen:
Opmerkingen bij Spelling:
Opmerkingen bij Inzichtelijk rekenen: