40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling selectieprocedure bij gedwongen verkoop | BWBR0034216 | ministeriele-regeling | geldend | 2014-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0034216 | Regeling selectieprocedure bij gedwongen verkoop |
Regeling selectieprocedure bij gedwongen verkoop
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*aanvrager:* degene die een aanvraag tot verlening van toestemming als bedoeld in artikel 3.19a van de wet heeft ingediend;
b. b.
*vergunning:* een vergunning als bedoeld in artikel 3.19a van de wet, of een in het artikel 3 bedoelde besluit vastgesteld deel daarvan;
c. c.
*vertrouwelijke informatie:* informatie over een aanvrager of een natuurlijke of rechtspersoon met toestemming die niet openbaar is en die, wanneer kenbaar gemaakt aan een ander diens beslissingen met betrekking tot de procedure van gedwongen verkoop beïnvloedt of kan beïnvloeden;
d. d.
*VOA-regeling:* de Regeling verdeling op afroep.
Paragraaf 2. Termijn als bedoeld in
Artikel 2
De in artikel 3.19a, vijfde lid, van de wet bedoelde periode bedraagt twee weken na de datum van kennisgeving van het ontwerpbesluit inhoudende dat de houder van een vergunning op grond van artikel 3.19a, eerste lid, van de wet verplicht is om een vergunning over te dragen.
Paragraaf 3. Eisen en vergunningvoorschriften
Artikel 3
In het besluit, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder a, van het Frequentiebesluit 2013 wordt vastgesteld:
a. a. welke eisen aan aanvragers of andere regels die zijn gesteld bij de initiële verlening van de vergunning, vervallen of wijzigen in het kader van deze procedure alsmede wat aanvullende eisen zijn; b. b. in hoeverre een aanvraag betrekking kan hebben op een andere omvang van frequentieruimte dan bij de initiële vergunningverlening, bedoeld in onderdeel a, was toegestaan; c. c. welke aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen vervallen of wijzigen op het moment van overdracht van de vergunning; d. d. welke onderdelen van het formulier voor een aanvraag tot verlening dat bij de initiële verlening van de vergunning is vastgesteld, vervallen of wijzigen in het kader van deze procedure; e. e. indien het besluit betrekking heeft op meerdere ongelijksoortige vergunningen: op welke van de in artikel 15, onderdeel c, genoemde wijzen zal worden bepaald of deze vergunningen om niet kunnen worden overgedragen.
Paragraaf 4. De aanvraag tot verlening van toestemming
Artikel 4
1. Een aanvraag tot verlening van toestemming als bedoeld in artikel 20, onder a, van het Frequentiebesluit 2013 wordt ingediend uiterlijk 4 weken na de dag van publicatie van het besluit, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder a, van het Frequentiebesluit 2013.
2. Een aanvraag wordt afgewezen indien deze is ingediend buiten de in het eerste lid, genoemde termijn.
Artikel 5
1.
Een aanvraag tot verlening van toestemming als bedoeld in artikel 20, onder a van het Frequentiebesluit 2013 geschiedt door middel van een daartoe strekkend formulier. De aanvraag bevat de in het formulier genoemde gegevens en bescheiden. Een aanvraag tot verlening van toestemming gaat vergezeld van:
a. a. een ingevuld formulier houdende een aanvraag tot verlening van een vergunning, zoals dat formulier is vastgesteld bij de initiële verlening van de vergunning, en b. b. de gegevens en bescheiden die in het onder a bedoelde formulier zijn genoemd,
met inachtneming van het in artikel 3 bedoelde besluit.
2. Een aanvrager dient ten hoogste één aanvraag tot verlening van toestemming in.
3. Met elkaar verbonden instellingen als bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008 dienen maar één aanvraag in.
4.
De aanvraag wordt uiterlijk om 14:00 uur per post ontvangen, dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend, op het volgende adres en met de volgende adressering:
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur
Ter attentie van: Team gedwongen verkoop
Emmasingel 1
9726 AH GRONINGEN
Artikel 6
1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in artikel 5, eerste tot en met derde lid, gestelde vereisten, deelt Onze Minister dit de aanvrager mee en stelt Onze Minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.
2. De aanvrager heeft gedurende een door Onze Minister te bepalen termijn die ten hoogste tien dagen bedraagt, te rekenen vanaf de dag nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd, de gelegenheid het verzuim te herstellen.
3. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden op de wijze, bedoeld in artikel 5, ingediend.
4. Indien het verzuim, bedoeld in het eerste lid, binnen de termijn, genoemd in het tweede lid, niet is hersteld of de aanvraag na herstel niet voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen, kan Onze Minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.
Artikel 7
1.
De aanvrager voldoet aan de eisen die:
a. a. voor de betrokken vergunning bij de oorspronkelijke uitgifte van die vergunning zijn gesteld, met uitzondering van de eisen waarvan en voor zover, in het besluit, bedoeld in artikel 3, is bepaald dat ze niet van toepassing zijn; b. b. ingevolge het in artikel 3 bedoelde besluit aanvullend van toepassing zijn.
2. Indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, is voldaan, wijst Onze Minister de aanvraag af.
Paragraaf 5. De algemene bepalingen van de selectieprocedure
Artikel 8
1. Aan de houder van een vergunning wordt medegedeeld aan welke natuurlijke en rechtspersonen toestemming is verleend. Hij behandelt deze informatie vertrouwelijk.
2. Aan de natuurlijke en rechtspersonen die toestemming hebben verkregen, wordt medegedeeld hoeveel toestemmingen zijn verleend.
Artikel 9
1.
De houder van een vergunning en de natuurlijke en rechtspersonen die toestemming hebben verkregen, inbegrepen diegene die hen ten behoeve van de procedure van gedwongen verkoop bijstaat of een lid van de groep waartoe zij behoren:
a. a. verspreiden geen vertrouwelijke informatie en doen geen vertrouwelijke informatie verspreiden aan een ander en maken geen vertrouwelijke informatie openbaar; b. b. onthouden zich voorafgaand aan en gedurende de procedure van gedwongen verkoop van afspraken of gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan een goed verloop van de procedure van gedwongen verkoop, de mededinging in deze procedure daaronder mede begrepen.
2. Onze Minister kan een natuurlijke of rechtspersoon die toestemming heeft verkregen en die naar het oordeel van Onze Minister handelt in strijd met het eerste lid, onder a of b, uitsluiten van deelname of van verdere deelname aan de procedure.
Artikel 10
Indien geen aanvragen om toestemming zijn ingediend of alle aanvragen om toestemming zijn afgewezen, wordt de vergunning ingetrokken.
Paragraaf 6. De procedure van de vergunninghouder
Artikel 11
De in artikel 3.19a, eerste lid, van de wet bedoelde termijn waarbinnen de vergunninghouder de vergunning kan overdragen aan een natuurlijke of rechtspersoon die toestemming heeft verkregen, bedraagt 6 weken na de datum van de mededeling, bedoeld in artikel 8, eerste lid.
Artikel 12
1. Uiterlijk op de zevende dag na de datum van de mededeling, bedoeld in artikel 8, eerste lid, deelt de houder van een vergunning de natuurlijke en rechtspersonen waaraan toestemming is verleend mede welke methode hij toepast ter vaststelling van het bod waarvan de uitbrenger in aanmerking komt voor overdracht van de vergunning.
2. Gedurende de periode, bedoeld in artikel 11, behandelen de vergunninghouder en de in het eerste lid bedoelde personen de informatie die zij omtrent overdracht van de vergunning uitwisselen vertrouwelijk.
Artikel 13
1. Na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 3.19a, eerste lid, laatste volzin, van de wet, wijzigt Onze Minister de tenaamstelling van de vergunning overeenkomstig die mededeling.
2. Aan de natuurlijke en rechtspersonen die toestemming hebben verkregen, wordt binnen 7 dagen na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling door Onze Minister medegedeeld aan wie de vergunning is overgedragen.
Paragraaf 7. De procedure indien de procedure van de vergunninghouder niet leidt tot overdracht
Artikel 14
1. Indien overdracht van de vergunning niet plaatsvindt binnen de in artikel 11 bedoelde termijn, draagt Onze Minister de vergunning over overeenkomstig één van de in de artikelen 15 en 16 bepaalde procedures.
2. Aan de natuurlijke en rechtspersonen die toestemming hebben verkregen, wordt binnen 7 dagen na afloop van de in artikel 11 bedoelde termijn door Onze Minister medegedeeld welke procedure van toepassing is.
Paragraaf 8. Toewijzing frequentieruimte zonder veiling
Artikel 15
Indien een procedure tot overdracht als bedoeld in artikel 3.19a, eerste en tweede lid, van de wet betrekking heeft op:
a. a. één vergunning en slechts één natuurlijke of rechtspersoon toestemming heeft verkregen: wordt de vergunning om niet aan hem overgedragen; b. b. meerdere gelijksoortige vergunningen en de totale frequentieruimte van die vergunningen tezamen gelijk is aan of groter is dan de door de natuurlijke en rechtspersonen met toestemming aangevraagde frequentieruimte: worden de vergunningen om niet overgedragen en is artikel 7, eerste tot en met vijfde lid, van de VOA-regeling van overeenkomstige toepassing; c. c. meerdere ongelijksoortige vergunningen: worden de vergunningen om niet overgedragen indien er voor iedere vergunning ten hoogste één aanvraag is ingediend door een natuurlijke of rechtspersoon met toestemming, tenzij en voor zover Onze Minister om redenen van doelmatig frequentiegebruik of vanwege het bepaalde bij of krachtens artikel 6.24 van de Mediawet 2008 in het in artikel 3, bedoelde besluit heeft bepaald dat de bij dat besluit aangewezen ongelijksoortige vergunningen uitsluitend om niet worden overgedragen indien de frequentieruimte voor alle vergunningen tezamen of per categorie van vergunningen gelijk is aan of groter is dan de door de natuurlijke en rechtspersonen met toestemming aangevraagde frequentieruimte.
Paragraaf 9. Veiling volgens
Artikel 16
Indien een procedure tot overdracht als bedoeld in artikel 3.19a, eerste en tweede lid, van de wet betrekking heeft op andere gevallen dan de in artikel 15, bedoelde gevallen, kan de vergunning uitsluitend worden overgedragen overeenkomstig:
a. a. de artikelen 9 tot en met 24 van de VOA-regeling, met dien verstande dat in afwijking van artikel 24, eerste lid, van de VOA-regeling een vergunning pas wordt overgedragen binnen twee weken nadat de totaalprijs als bedoeld in artikel 25 van de VOA-regeling is betaald en een bewijs van betaling is overgelegd aan Onze Minister, of b. b. de in de artikelen 17 tot en met 23 bedoelde procedure veiling met gesloten bod.
Paragraaf 10. Procedure van de veiling met gesloten bod
Artikel 17
1. De vergunning wordt via een veiling met gesloten bod geveild.
2. De veiling vindt plaats door middel van internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem of op schriftelijke wijze.
3. De veiling met gesloten bod omvat één veilingronde.
4.
In de veilingronde kan een natuurlijke of rechtspersoon met toestemming één bod uitbrengen:
a. a. indien de veiling plaats vindt door middel van internet: middels het elektronische veilingsysteem, of b. b. indien de veiling plaats vindt op schriftelijke wijze: uitsluitend door indiening van een door Onze Minister verstrekte biedkaart.
Artikel 18
Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bieding gebonden.
Artikel 19
1.
Gelijktijdig met de mededeling, bedoeld in artikel 14, tweede lid, dat de veiling met gesloten bod van toepassing is, wordt aan iedere natuurlijke of rechtspersoon met toestemming vermeld:
a. a. of de veiling plaatsvindt door middel van internet of op schriftelijke wijze; b. b. op welk tijdstip het bod wordt ingediend; c. c. hoe het bod wordt ingediend.
2. Indien de veiling plaatsvindt op schriftelijke wijze wordt gelijktijdig met de mededeling, bedoeld in artikel 14, tweede lid, de biedkaart verstrekt. Op de biedkaart wordt vermeld op welk adres de biedkaart door persoonlijke overhandiging wordt ingediend.
Artikel 20
1. Het bod wordt in de Nederlandse taal gesteld.
2. Het bedrag van het bod wordt vermeld in letters en in hele euro’s. Biedingen boven een bedrag van nul euro eindigen niet op een nul.
3. De biedkaart of de onderdelen van het elektronisch veilingsysteem worden volledig en op de juiste wijze ingevuld en ondertekend.
Artikel 21
1. Indien een bod niet voldoet aan de artikelen 17, vierde lid, en 20 stelt Onze Minister de indiener van het bod in de gelegenheid alsnog binnen 7 dagen aan deze bepalingen te voldoen.
2.
Een bod is ongeldig indien:
a. a. het niet voldoet aan het tijdstip, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder b; b. b. na toepassing van het eerste lid nog niet is voldaan aan de daarin genoemde bepalingen.
Artikel 22
1. Onze Minister stelt vast wie het hoogste bod heeft uitgebracht en bepaalt wat het op één na hoogste bod is.
2. Degene die het hoogste bod heeft uitgebracht betaalt het op één na hoogste bod als totaalprijs.
3. Indien twee of meer natuurlijke of rechtspersonen met toestemming eenzelfde hoogste bod hebben uitgebracht, stelt de notaris, na loting, vast wie van hen wordt aangemerkt als degene met het hoogste bod.
Artikel 23
1. Na de vaststelling, bedoeld in artikel 22 draagt Onze Minister de vergunning over aan de natuurlijke of rechtspersoon met toestemming die het hoogste bod, bedoeld in artikel 22 heeft uitgebracht. De vergunning wordt overgedragen binnen twee weken nadat een bewijs van betaling is overgelegd aan Onze Minister.
2. Onze Minister deelt de andere bieders mede aan wie de vergunning wordt overgedragen en wat de hoogte van diens bod was.
Paragraaf 11. Betaling
Artikel 24
1. Uiterlijk twee weken nadat de vaststelling, bedoeld in artikel 22, eerste of derde lid, is gedaan, betaalt de natuurlijke of rechtspersoon met toestemming die het hoogste bod heeft uitgebracht de door hem verschuldigde totaalprijs door overmaking van dat bedrag op het aan hem door de latende vergunninghouder medegedeelde bankrekeningnummer en onder vermelding van de daarbij medegedeelde gegevens.
2. Uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in artikel 24, derde lid, van de VOA-regeling is gedaan, betaalt de natuurlijke of rechtspersoon met toestemming wiens bieding onderdeel uitmaakt van de finale winnende combinatie de door hem verschuldigde totaalprijs, door overmaking van dat bedrag op het aan hem door de latende vergunninghouder meegedeelde bankrekeningnummer, ten name van de daarbij meegedeelde naam en onder vermelding van de daarbij meegedeelde gegevens.
Paragraaf 12. Wijziging van de
Artikel 25
Wijzigt de Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen.
Paragraaf 13. Wijziging van de
Artikel 26
Wijzigt de Regeling voorbereiding buitengewone omstandigheden sector telecommunicatie 2007.
Paragraaf 14. Wijziging van de
Artikel 27
Wijzigt de Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2013.
Paragraaf 15. Slotbepalingen
Artikel 28
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling selectieprocedure bij gedwongen verkoop.
Artikel 29
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2014.