rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-flexibele-inzet-woningbouw/BWBR0044128
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering flexibele inzet woningbouw BWBR0044128 ministeriele-regeling geldend 2020-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044128 Regeling specifieke uitkering flexibele inzet woningbouw

Regeling specifieke uitkering flexibele inzet woningbouw

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2

1.

De minister verstrekt op aanvraag van gedeputeerde staten een eenmalige specifieke uitkering aan de provincie voor de financiering van de bundeling van flexibele inzet van expertise en capaciteit die in de provinciale of gemeentelijke organisatie of bij een waterschap worden ingezet door de provincie ter bevordering van de snelheid in de voorfase van de woningbouw, door middel van het bieden van ondersteuning en expertise ten behoeve van:

a. a. de vergunningverlening van woningbouwprojecten; b. b. het uitwerken van een woningbouwproject; c. c. het sluiten van anterieure overeenkomsten met marktpartijen; of d. d. het opstellen van een bestemmingsplan en het doorlopen van de bijbehorende procedure.

2.

De specifieke uitkering bedraagt voor de provincie:

a. a. Drenthe: €442.149; b. b. Flevoland: € 884.298; c. c. Friesland: € 442.149; d. d. Gelderland: € 2.873.967; e. e. Groningen: € 663.223; f. f. Limburg: € 663.223; g. g. Noord-Brabant: € 3.758.264; h. h. Noord-Holland: € 6.190.083; i. i. Overijssel: € 1.326.446; j. j. Utrecht: € 2.652.893; k. k. Zeeland: € 442.149; en l. l. Zuid-Holland: € 6.190.083.

3. De specifieke uitkering wordt in twee delen uitbetaald.

4. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de activiteiten in eerste lid voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 3

1. De aanvraag om een specifieke uitkering kan worden ingediend vanaf 1 oktober 2020 tot en met 15 november 2020.

2. De aanvraag wordt schriftelijk ingediend door gedeputeerde staten.

3. Een aanvraag bevat een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd.

Artikel 4

1. De provincie besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december 2022 aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt.

2. Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor de datum, genoemd in het eerste lid, niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

3.

De provincie:

a. a. voorziet zelf in een financiële bijdrage van ten minste 50% van de kosten van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt; of b. b. financiert die activiteiten voor ten minste de duur van een jaar, gerekend vanaf de datum genoemd in het eerste lid, dan wel, indien gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging als bedoeld in het tweede lid, gerekend vanaf de datum na afloop van de in dat lid bedoelde termijn.

4. Aan een uitkering kunnen nadere verplichtingen worden verbonden.

Artikel 5

1. Gedeputeerde staten informeren de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

2. Gedeputeerde staten verlenen op verzoek van de minister medewerking en verstrekken op verzoek van de minister informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

Artikel 6

1. Gedeputeerde staten leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan gedeputeerde staten.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2020.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering flexibele inzet woningbouw.