40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling specifieke uitkering IZA-doelen 2023–2026 | BWBR0048411 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-07-18 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0048411 | Regeling specifieke uitkering IZA-doelen 2023–2026 |
Regeling specifieke uitkering IZA-doelen 2023–2026
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bestuurlijke afspraken: afspraken tussen het Rijk en gemeenten zoals vastgelegd in het GALA en het IZA;
- criteria regiobeelden en regioplannen: door de partijen bij het IZA opgestelde inhoudelijke en procesmatige criteria voor regiobeelden en regioplannen, Kamerstukken II 2022/23, 31 765, nr. 704, bijlage;
- GALA: Gezond en Actief Leven Akkoord, Kamerstukken II 2022/23, 32 793, nr. 653, bijlage;
- IZA: Integraal Zorgakkoord, Samen werken aan gezonde zorg van september 2022, Kamerstukken II 2022/23, 31 765, nr. 655, bijlage;
- mandaathouder: de in bijlage 1 bij deze regeling als zodanig genoemde gemeente of openbaar lichaam dat is ingesteld op grond van hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
- minister: Minister voor Langdurige Zorg en Sport;
- regiobeeld: een door een samenwerkingsregio met inachtneming van de criteria voor regiobeelden opgesteld document, dat prognoses van en verwachte ontwikkelingen in de zorgbehoefte en daarmee samenhangende informatie over de inwoners van de samenwerkingsregio bevat, alsmede een weergave van de capaciteit en prestaties van zorg, welzijn en ondersteuning in die regio;
- regionale mandaatstructuur: de wijze waarop door de gemeenten in een samenwerkingsregio, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling, de onderlinge verantwoordelijkheidsverdeling tussen de gemeenten uit de samenwerkingsregio en de mandaathouder is vastgelegd;
- regioplan: een door een samenwerkingsregio met inachtneming van de criteria voor regioplannen opgesteld document waarin op basis van het regiobeeld inzichtelijk gemaakt wordt welke de opgaven voor de regio zijn waarbij de risico’s het grootst zijn dat de toegankelijkheid, betaalbaarheid en de kwaliteit van zorg in het geding komen en daarom met prioriteit worden opgepakt;
- samenwerkingsregio: regionale samenwerking die aansluit bij de werkwijze en structuur van de samenwerking gemeenten en zorgverzekeraars die is vastgesteld op 7 maart 2019 en te vinden op https://vng.nl/artikelen/werkwijze-structuur-van-de-samenwerking-gemeenten-en-zorgverzekeraars;
- SiSa: Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole als wijze waarop provincies, gemeenten, gemeenschappelijke regelingen zich jaarlijks verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen of provinciale middelen;
- VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
- Werkagenda VNG bij het IZA: de door de VNG bij het IZA opgestelde werkagenda, zoals opgenomen in bijlage 2 bij het GALA.
Artikel 2
1. Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:37, 4:38, 4:40, 4:46, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
2. Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.
Artikel 3
1.
De minister kan aan een mandaathouder een uitkering verstrekken voor activiteiten in een samenwerkingsregio in het kader van de ambities en doelen zoals gesteld in het IZA en uitgewerkt in de Werkagenda VNG bij het IZA:
a. a. voor het jaar 2023 ambtshalve; b. b. voor de jaren 2024, 2025 en 2026 op aanvraag.
2.
Tot de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, behoren in elk geval:
a. a. het opstellen van een regiobeeld; b. b. het opstellen van een regioplan; c. c. het opstellen van een mandaatstructuur.
Artikel 4
De uitkering voor activiteiten als bedoeld in artikel 3 bedraagt per kalenderjaar ten hoogste het in bijlage 1 bij deze regeling bij de desbetreffende mandaathouder en het desbetreffende jaar genoemde bedrag.
Artikel 5
Er wordt geen uitkering verstrekt voor activiteiten waarvoor reeds een uitkering is verstrekt op grond van de Regeling specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026.
Artikel 6
1. De minister verleent de uitkering voor het jaar 2023 ambtshalve uiterlijk 30 september 2023.
2. De aanvraag tot verlening van een uitkering voor de jaren 2024, 2025 en 2026 wordt door de mandaathouder mede namens hetzij namens de andere gemeenten in de samenwerkingsregio ingediend in de periode van 15 november 2023 tot en met 1 maart 2024.
3. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
4.
De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:
a. a. een begroting; b. b. een regioplan dan wel een beschrijving van de gemeentelijke inzet ten aanzien van de opgaven in de betreffende regio met een toelichting waarom het regioplan nog niet tot stand is gekomen op 1 maart 2024; c. c. een beschrijving van de regionale mandaatstructuur.
5. De minister besluit binnen 13 weken na 1 maart 2024 op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid.
6. Het besluit tot verlening van een uitkering vermeldt in elk geval waarvoor de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.
7. De minister verleent bij het besluit tot verlening van een uitkering een voorschot van 100%, dat in jaarlijkse termijnen wordt betaald.
Artikel 7
1. Indien bij de aanvraag als bedoeld in artikel 6, tweede lid, geen regioplan wordt overgelegd, kan de minister bij de verleningsbeschikking nadere verplichtingen opleggen.
2. De mandaathouder werkt mee aan de afspraken in het IZA ten aanzien van monitoring.
3.
De mandaathouder meldt, onder overlegging van een toelichting en de relevante stukken, onverwijld schriftelijk aan de minister indien:
a. a. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan, of b. b. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering.
Artikel 8
1. De gemeenten die van de mandaathouder in de betreffende samenwerkingsregio middelen ontvangen uit de specifieke uitkering sturen voor hun activiteiten de vereiste verantwoordingsinformatie aan de mandaathouder.
2. De mandaathouder legt uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar verantwoording af over de besteding van de volledige specifieke uitkering, zoals bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
Artikel 9
1. De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 8, tweede lid, over de vaststelling van de uitkering.
2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op ter hoogte van een bedrag per jaar dat bestaat uit de bestedingen in het betreffende jaar, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag per jaar.
3. Indien de informatie ten behoeve van de verantwoording te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.
Artikel 10
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover van toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 11
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 16 juli 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verleend.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering IZA-doelen 2023–2026.
Bijlage 1
Bijlage behorend bij artikel 4.