40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie | BWBR0047844 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-06-29 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0047844 | Regeling specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie |
Regeling specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
bouwbedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie;
-
- college:* college van burgemeester en wethouders;
-
doe-het-zelfmaatregel: maatregel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, die door een ander wordt uitgevoerd dan door een bouwbedrijf;
-
- energielabel:* een energielabel als bedoeld in bijlage I bij artikel 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
-
- energiezuinige ventilatiemaatregelen:* het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor een CO_2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%;
-
- gemengde vereniging:* vereniging van eigenaars, woonvereniging of wooncoöperatie ten behoeve van gebouwen waarin zich ten minste één woning van een eigenaar-bewoner bevindt;
-
- isolatieprogramma:* isolatieprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
-
minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; a. slecht geïsoleerde woning: een woning:
a. van een eigenaar-bewoner met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn: 1°. de vloer en de bodem; 2°. de gevel, waaronder de spouwmuur; 3°. het dak en de zoldervloer en vlieringvloer; 4°. de ramen, panelen in kozijnen en deuren; b. in een gebouw waarvoor een gemengde vereniging bestaat en waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen van het gebouw niet of slecht geïsoleerd zijn: 1°. de vloer en de bodem; 2°. de gevel, waaronder de spouwmuur; 3°. het dak en de zoldervloer en vlieringvloer; 4°. de ramen, panelen in kozijnen en deuren, en waarbij de woning fysiek grenst aan het bouwdeel van het gebouw waaraan ten minste één van de voorgenomen energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden getroffen; of c. waaraan eerder energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, zijn getroffen op basis van deze regeling en die op enig daaraan voorafgaand moment kwalificeerde als slecht geïsoleerde woning als bedoeld onder a of b;
a. a. van een eigenaar-bewoner met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn:
1°.
de vloer en de bodem;
2°.
de gevel, waaronder de spouwmuur;
3°.
het dak en de zoldervloer en vlieringvloer;
4°.
de ramen, panelen in kozijnen en deuren;
1°. 1°. de vloer en de bodem; 2°. 2°. de gevel, waaronder de spouwmuur; 3°. 3°. het dak en de zoldervloer en vlieringvloer; 4°. 4°. de ramen, panelen in kozijnen en deuren; b. b. in een gebouw waarvoor een gemengde vereniging bestaat en waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen van het gebouw niet of slecht geïsoleerd zijn:
1°.
de vloer en de bodem;
2°.
de gevel, waaronder de spouwmuur;
3°.
het dak en de zoldervloer en vlieringvloer;
4°.
de ramen, panelen in kozijnen en deuren,
en waarbij de woning fysiek grenst aan het bouwdeel van het gebouw waaraan ten minste één van de voorgenomen energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden getroffen; of
1°. 1°. de vloer en de bodem; 2°. 2°. de gevel, waaronder de spouwmuur; 3°. 3°. het dak en de zoldervloer en vlieringvloer; 4°. 4°. de ramen, panelen in kozijnen en deuren, c. c. waaraan eerder energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, zijn getroffen op basis van deze regeling en die op enig daaraan voorafgaand moment kwalificeerde als slecht geïsoleerde woning als bedoeld onder a of b;
-
- vereniging van eigenaars:* vereniging van de eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
-
- woning:* woongelegenheid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, waaronder tevens wordt begrepen een appartement, en als zodanig bewoond is geweest alvorens een renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd;
-
- wooncoöperatie:* wooncoöperatie als bedoeld in artikel 18a van de Woningwet;
-
- woonvereniging:* vereniging die eigenaar is van één of meer gebouwen en waarvan de leden het recht hebben om in een bepaalde woning die onderdeel uitmaakt van dat gebouw of die gebouwen te wonen.
2.
Ondereigenaar-bewoner wordt in deze regeling verstaan een natuurlijke persoon die:
a. a. een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben; b. b. gerechtigde is van een bestaand appartementsrecht en in het desbetreffende appartement zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van dat appartement zal hebben; c. c. zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben in een woning van een wooncoöperatie en in verband daarmee lid is van die wooncoöperatie; of d. d. op basis van zijn lidmaatschap van een woonvereniging het recht heeft om in een woning te wonen en daarin zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben.
3.
Onder appartement wordt in deze regeling verstaan:
a. a. aandeel in een gebouw waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht, omvattende de bevoegdheid tot het uitsluitend gebruik van een woning; b. b. woning in een gebouw, waarvoor een wooncoöperatie is opgericht; of c. c. woning in een gebouw van een woonvereniging.
Artikel 2
1. De minister kan op aanvraag van een college of ambtshalve een specifieke uitkering verstrekken aan de gemeente voor het uitvoeren van een isolatieprogramma dat gericht is op het nemen van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, in slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en slecht geïsoleerde woningen van leden van een gemengde vereniging, met een focus op woningen die bewoond zijn door huishoudens in energiearmoede of een risico daarop. Die focus wordt in ieder geval bereikt door uitvoering te geven aan de verplichting in artikel 6, eerste lid, onderdeel b.
2.
Het college besteedt de specifieke uitkering aan:
a. a. het uitvoeren of laten uitvoeren of het subsidiëren van het uitvoeren of het laten uitvoeren van een of meer energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, waarbij onder energiebesparende isolatiemaatregelen wordt verstaan:
1°.
als het een woning van een eigenaar-bewoner betreft: energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. In afwijking van dat artikellid worden hier tevens doe-het-zelf maatregelen onder verstaan. Op doe-het-zelf maatregelen zijn de in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies gestelde eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet van toepassing en op doe-het-zelf maatregelen waarvoor op grond van artikel 3, derde of zevende lid, een aanvraag voor een specifieke uitkering is gedaan zijn daarnaast ook de in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies gestelde eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes niet van toepassing; of
2°.
als het een woning betreft in een gebouw waarvoor een gemengde vereniging bestaat: energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars. In afwijking van dat artikellid worden hier tevens doe-het-zelf maatregelen onder verstaan. Op doe-het-zelf maatregelen zijn de in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars gestelde eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet van toepassing en op doe-het-zelf maatregelen waarvoor op grond van artikel 3, derde of zevende lid, een aanvraag voor een specifieke uitkering is gedaan zijn daarnaast ook de in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars gestelde eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes niet van toepassing;
1°. 1°. als het een woning van een eigenaar-bewoner betreft: energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. In afwijking van dat artikellid worden hier tevens doe-het-zelf maatregelen onder verstaan. Op doe-het-zelf maatregelen zijn de in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies gestelde eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet van toepassing en op doe-het-zelf maatregelen waarvoor op grond van artikel 3, derde of zevende lid, een aanvraag voor een specifieke uitkering is gedaan zijn daarnaast ook de in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies gestelde eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes niet van toepassing; of 2°. 2°. als het een woning betreft in een gebouw waarvoor een gemengde vereniging bestaat: energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars. In afwijking van dat artikellid worden hier tevens doe-het-zelf maatregelen onder verstaan. Op doe-het-zelf maatregelen zijn de in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars gestelde eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet van toepassing en op doe-het-zelf maatregelen waarvoor op grond van artikel 3, derde of zevende lid, een aanvraag voor een specifieke uitkering is gedaan zijn daarnaast ook de in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars gestelde eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes niet van toepassing; b. b. het bieden van gerichte ondersteuning aan een eigenaar-bewoner of een gemengde vereniging of het daartoe inschakelen van derden met de benodigde expertise, waaronder in ieder geval kan vallen:
1°.
het adviseren over de mogelijke energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, en de daarmee te behalen mate van energiebesparing;
2°.
het begeleiden bij het doen van aanvragen op grond van subsidieregelingen en subsidieverordeningen die gericht zijn op energiebesparing;
3°.
het adviseren over of bemiddelen bij krediet ten behoeve van de financiering van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, die de eigenaar-bewoner of gemengde vereniging wil uitvoeren of laten uitvoeren;
4°.
het organiseren van straatgerichte of wijkgerichte of anderszins grootschalige verduurzamingsaanpakken en het daarbij ondersteunen van eigenaar-bewoners of gemengde verenigingen; of
1°. 1°. het adviseren over de mogelijke energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, en de daarmee te behalen mate van energiebesparing; 2°. 2°. het begeleiden bij het doen van aanvragen op grond van subsidieregelingen en subsidieverordeningen die gericht zijn op energiebesparing; 3°. 3°. het adviseren over of bemiddelen bij krediet ten behoeve van de financiering van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, die de eigenaar-bewoner of gemengde vereniging wil uitvoeren of laten uitvoeren; 4°. 4°. het organiseren van straatgerichte of wijkgerichte of anderszins grootschalige verduurzamingsaanpakken en het daarbij ondersteunen van eigenaar-bewoners of gemengde verenigingen; of c. c. de inzet van ambtelijke capaciteit of de inhuur van externe capaciteit ten behoeve van de uitvoering van het isolatieprogramma.
3. Energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, als bedoeld in het tweede lid kunnen alleen met behulp van de specifieke uitkering worden gefinancierd als ze na 31 december 2022 worden uitgevoerd.
4. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van een isolatieprogramma voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Artikel 3
1. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering van ten hoogste het voor die gemeente in de voorlaatste kolom in bijlage I opgenomen totaalbedrag dat aangevraagd kan worden.
2. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering van ten hoogste het voor die gemeente in de derde kolom in bijlage III opgenomen bedrag dat uitgekeerd wordt naar rato van het aantal aangevraagde woningen. Het bedrag wordt aangevuld met het volledige bedrag dat in de vierde kolom is opgenomen, hetgeen middelen betreft die worden uitgekeerd in aanvulling op middelen uit 2022.
3. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering ter hoogte van het voor die gemeente in de vijfde kolom in bijlage III opgenomen bedrag, hetgeen middelen betreft die specifiek bedoeld zijn voor doe-het-zelf maatregelen.
4. Als er gemeenten zijn waarvan het college geen aanvraag als bedoeld in het derde lid doet worden de voor die gemeenten gereserveerde bedragen in de vijfde kolom in bijlage III herverdeeld over de gemeenten waarvoor wel een aanvraag als bedoeld in het derde lid is gedaan. Bij de in de vorige zin bedoelde bedragen wordt voorafgaand aan de herverdeling € 227.000 opgeteld. De herverdeling vindt plaats naar rato van de hoogte van de bedragen die de colleges hebben aangevraagd op grond van het derde lid.
5. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering van ten hoogste het voor die gemeente in de derde kolom in bijlage IV opgenomen bedrag dat uitgekeerd wordt naar rato van het aantal aangevraagde woningen. Het bedrag wordt aangevuld met het volledige bedrag dat in de vierde kolom is opgenomen, hetgeen middelen betreft die worden uitgekeerd in aanvulling op middelen uit 2022.
6. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een extra aanvraag doen voor een specifieke uitkering voor ten hoogste 30 procent van het aantal woningen dat kan worden aangevraagd zoals bedoeld in de tweede kolom van bijlage IV.
7. Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering ter hoogte van het voor die gemeente in de vijfde kolom in bijlage IV opgenomen bedrag, hetgeen middelen betreft die specifiek bedoeld zijn voor doe-het-zelf maatregelen.
8. Als er gemeenten zijn waarvan het college geen aanvraag als bedoeld in het zevende lid doet worden de voor die gemeenten gereserveerde bedragen in de vijfde kolom in bijlage IV herverdeeld over de gemeenten waarvoor wel een aanvraag als bedoeld in het zevende lid is gedaan. De herverdeling vindt plaats naar rato van de hoogte van de bedragen die de colleges hebben aangevraagd op grond van het zevende lid.
9. Het aantal woningen waarvoor geen aanvraag wordt gedaan als bedoeld in het vijfde lid, wordt herverdeeld over de gemeenten waarvoor een aanvraag als bedoeld in het zesde lid is gedaan naar rato van het aantal woningen dat de colleges hebben aangevraagd op grond van het zesde lid. Per extra aangevraagde woning ontvangt de gemeente ten hoogste het genoemde bedrag in de zesde kolom van bijlage IV. Het aantal woningen dat wordt herverdeeld wordt opgehoogd, met een aantal waardoor het bedrag dat op grond van deze ophoging wordt uitgekeerd ten hoogste € 15.424.807 is.
Artikel 4
1.
Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend met ingang van:
a. a. 1 maart 2023 vanaf 9:00 uur tot en met 31 oktober 2023 tot 17:00 uur; b. b. 1 juli 2024 vanaf 9:00 uur tot en met 31 oktober 2024 tot 17:00 uur; en c. c. 1 april 2025 vanaf 9:00 uur tot en met 30 juni 2025 tot 17:00 uur.
2.
Een aanvraag bevat een omschrijving van het isolatieprogramma, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
a. a. een omschrijving van de activiteiten, als bedoeld in artikel 2, tweede lid; b. b. een opgave van het aantal slecht geïsoleerde woningen waarvoor de gemeente het bedrag van de specifieke uitkering aanvraagt en ten aanzien waarvan zij energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wil bewerkstelligen. Een woning waaraan reeds energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 2 zijn getroffen op basis van deze regeling wordt niet nogmaals opgegeven; c. c. de hoogte van het bedrag van de gevraagde specifieke uitkering dat op grond van de op grond van artikel 3 bij het betreffende aanvraagtijdvak behorende bijlage bij deze regeling samenhangt met het aantal slecht geïsoleerde woningen als bedoeld in onderdeel b; d. d. een omschrijving van de wijze waarop de gemeente voornemens is om voldoende woningen met een WOZ-waarde als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, in het isolatieprogramma te betrekken; en e. e. een opgave van het bedrag dat de gemeente op grond van een eigen inschatting aan BTW verschuldigd is over de kosten voor de uitvoering van het isolatieprogramma.
3. Op een aanvraag als bedoeld in artikel 3, derde of zevende lid, zijn in afwijking van het tweede lid onderdelen b en c niet van toepassing.
4. De minister beslist binnen acht weken na het indienen van de aanvraag over de toekenning van een specifieke uitkering. Indien de beschikking niet binnen deze termijn kan worden genomen, deelt de minister dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn van ten hoogste acht aanvullende weken waarbinnen de beschikking wordt genomen.
5. Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Artikel 4a
1. Indien het college van een gemeente een aanvraag heeft gedaan op grond van artikel 3, eerste lid, wordt een specifieke uitkering aan het college verstrekt ter hoogte van het bedrag dat voor die gemeente is opgenomen in de tweede kolom van bijlage II.
2. Indien het college van een gemeente een aanvraag heeft gedaan op grond van artikel 3, eerste lid, wordt aanvullend een specifieke uitkering aan het college verstrekt ter hoogte van het bedrag dat voor die gemeente is opgenomen in de derde kolom van bijlage II, naar rato van het aantal woningen waarvoor door die gemeente een aanvraag is gedaan op grond van artikel 3, eerste lid.
Artikel 5
1. De in artikel 3, tweede en derde lid, onderscheidenlijk artikel 3, vijfde tot en met zevende lid, bedoelde specifieke uitkeringen worden in één keer uitbetaald.
2.
De uitkeringsbeschikking vermeldt in elk geval:
a. a. de hoogte van het bedrag van de uitkering; b. b. het moment van uitbetaling van de uitkering; c. c. de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering; en d. d. de periode waarbinnen de uitkering moet zijn besteed en de activiteiten moeten zijn afgerond.
Artikel 6
1.
De gemeente die een specifieke uitkering ontvangt is verplicht om:
a. a. energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, te bewerkstelligen in het aantal slecht geïsoleerde woningen dat de gemeente in de aanvraag heeft opgegeven op grond van artikel 4, tweede lid, onderdeel b, met dien verstande dat:
1°.
bij dit criterium enkel energiebesparende isolatiemaatregelen meetellen die voldoen aan de in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies of artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars gestelde eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters en minimaal te behalen isolatiewaardes; en
2°.
voor 10% van het aantal slecht geïsoleerde woningen dat het college in de aanvraag heeft opgegeven de eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet gelden;
1°. 1°. bij dit criterium enkel energiebesparende isolatiemaatregelen meetellen die voldoen aan de in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies of artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars gestelde eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters en minimaal te behalen isolatiewaardes; en 2°. 2°. voor 10% van het aantal slecht geïsoleerde woningen dat het college in de aanvraag heeft opgegeven de eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet gelden; b. b. ervoor zorg te dragen dat ten minste 80% van de slecht geïsoleerde woningen waarbij de gemeente energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bewerkstelligt, een WOZ-waarde heeft die:
1º.
lager is dan de gemiddelde WOZ-waarde van alle koopwoningen in de betreffende gemeente, uitgaande van de waarde die is opgenomen in de laatste kolom van bijlage I; of
2º.
lager is dan € 477.000; en
1º. 1º. lager is dan de gemiddelde WOZ-waarde van alle koopwoningen in de betreffende gemeente, uitgaande van de waarde die is opgenomen in de laatste kolom van bijlage I; of 2º. 2º. lager is dan € 477.000; en c. c. met betrekking tot activiteiten waarvoor: op grond van artikel 3, eerste, tweede of derde lid of vijfde, zesde, zevende of achtste lid, een specifieke uitkering is aangevraagd en toegekend uiterlijk op 31 december 2028 af te ronden en de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december 2028 volledig te besteden aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt; en d. d. indien het een specifieke uitkering betreft die is aangevraagd op grond van artikel 3, derde of zevende lid, deze volledig te besteden aan doe-het-zelf maatregelen en de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid voor zover die activiteiten gericht zijn op het tot stand brengen van doe-het-zelf maatregelen.
2. De Minister kan op gemotiveerd verzoek van het college de in het eerste lid, onderdeel c, genoemde termijn, tweemaal met ten hoogste één jaar verlengen, indien sprake is van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan het aannemelijk is dat de uitvoering van de activiteiten waar de specifieke uitkering voor is verstrekt niet binnen die termijn kan worden afgerond.
Artikel 7
De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk af, voor zover het aangevraagde bedrag het bedrag overstijgt dat het college op grond van artikel 3 ten hoogste kan aanvragen.
Artikel 8
Het college van een gemeente die een specifieke uitkering ontvangt informeert de minister ieder jaar op uiterlijk 1 maart over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt door een rapportage aan te leveren met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat is geplaatst op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Artikel 9
1. Het college legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, niet, niet volledig of onrechtmatig is besteed, dat niet is voldaan aan de verplichtingen gesteld in artikel 6, of niet is voldaan aan de verantwoordingsplicht, bedoeld in het eerste lid, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, mededeling van de terugvordering aan het college.
3. Indien niet voldaan is aan de informatieverplichting, bedoeld in artikel 8, kan de minister de specifieke uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
4. De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk vast op 31 december van het jaar waarin het college, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de minister heeft verstrekt.
5. Indien de uiterlijke datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, of de op grond van artikel 6, tweede lid, verlengde termijn, is verstreken en het college geen eindverantwoording heeft verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie.
Artikel 9a
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2023 en vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.
Bijlage I. met de bedragen, bedoeld in
^*Voorne aan Zee is samengesteld uit de voormalige gemeente Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne. De gemiddelde WOZ waarde is gebaseerd op het gewogen gemiddelde van het aantal koopwoningen in deze voormalige gemeenten.