rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-regionale-structuur-nationaal-programma-lokale-war/BWBR0048174
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie BWBR0048174 ministeriele-regeling geldend 2023-07-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0048174 Regeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

Regeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • accounthouder: aan de gemeenten gekoppelde contactpersoon van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie;
  • budgethouder: gemeente, provincie of omgevingsdienst;
  • minister: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
  • NPLW: Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie;
  • regio: regio, genoemd in bijlage I;
  • regiocoördinator: een door de budgethouder binnen de regio aangewezen regiocoördinator voor de warmtetransitie;
  • transitievisie warmte: beleidsdocument van gemeenten dat een eerste richting geeft aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving;
  • uitvoeringsplan: plan met een concretisering van de transitievisie warmte en dat beschrijft hoe de gemeente de wijkgerichte aanpak in specifieke wijken of buurten wil uitvoeren of regisseren.

Artikel 2

1. De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een budgethouder voor activiteiten die tot doel hebben om regionaal samen te werken aan het uitvoeren van de warmtetransitie, waaronder de transitievisies warmte en het maken en uitvoeren van uitvoeringsplannen.

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten in elk geval het aanstellen of aannemen van een regiocoördinator en een of meer van deze activiteiten:

a. a. het organiseren of inhuren van expertise voor of ondersteuning van de warmtetransitie en het inzetten daarvan in de regio; b. b. het organiseren van een regionaal afstemmingsoverleg of zorgen dat bestaande overleggen die zich hiervoor lenen worden voortgezet; of c. c. op regionaal niveau naar behoefte verbinding leggen met andere bovenlokale opgaven.

Artikel 3

De regiocoördinator is verantwoordelijk voor:

a. a. het organiseren van een regionaal afstemmingsoverleg over de lokale warmtetransitie of zorgen dat bestaande overleggen die zich hiervoor lenen worden voortgezet; b. b. het zijn van aanspreekpunt voor accounthouders van het NPLW; c. c. het leveren van voortgangsinformatie; d. d. het verspreiden van kennis en het ontvangen van informatie van het NPLW; e. e. het deelnemen aan bijeenkomsten voor het netwerk van regiocoördinatoren en het doorgeven van signalen en lessen aan de accounthouders van het NPLW; en f. f. het coördineren van de aansluiting van relevante partijen bij het afstemmingsoverleg naar behoefte van de regio.

Artikel 4

1. De minister kan per kalenderjaar in totaal ten hoogste € 9.000.000, aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

2. Een specifieke uitkering bedraagt per kalenderjaar per regio het genoemde bedrag in bijlage I verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

3. De minister stort de uitkering op het rekeningnummer van de budgethouder verminderd met het bedrag aan compensabele BTW. Het bedrag aan compensabele BTW stort de minister in het BTW-compensatiefonds. De budgethouder kan de compensabele BTW via het BTW-compensatiefonds terugvorderen.

4. In afwijking van het eerste lid kan de Minister in het kalenderjaar 2023 in aanvulling op het genoemde bedrag in het eerste lid ten hoogste € 7.500.000 aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

5. Het aanvullende bedrag, genoemd in het vierde lid, bedraagt per regio het genoemde bedrag in bijlage II verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

Artikel 5

1. Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan eenmaal per kalenderjaar per regio worden ingediend vanaf 1 juli 2023 tot en met 1 juli 2025.

2.

Een aanvraag bevat ten minste:

a. a. een omschrijving van de regio en welke gemeenten binnen de regio vallen; b. b. een omschrijving van de wijze waarop de budgethouder bepaald is binnen de regio; c. c. een omschrijving van de beoogde activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 2, eerste lid; d. d. een begroting, waaronder het bedrag of een inschatting hiervan aan BTW-kosten waarop de regio aanspraak kan maken uit het BTW-compensatiefonds; e. e. de verwachte begin- en einddatum van de activiteiten; en f. f. het bankrekeningnummer waarop de specifieke uitkering dient te worden gestort, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat; g. g. een verklaring of de aanvraag ook wordt gedaan voor het bedrag, bedoeld in artikel 4, vierde lid.

3. Per regio kan maximaal eenmaal per jaar een specifieke uitkering worden verstrekt.

4. Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van het NPLW.

5. De minister neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een besluit over de verstrekking van een specifieke uitkering.

Artikel 6

1. Een specifieke uitkering kan worden verstrekt voor alle kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

2. Een specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW voor zover deze kosten in aanmerking komen voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.

3. Kosten voor levering van goederen of diensten door derden komen uitsluitend in aanmerking als deze marktconform zijn bepaald.

Artikel 7

Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt afgewezen, indien:

a. a. de activiteiten in de aanvraag niet vallen onder de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid; b. b. niet aannemelijk is dat de activiteiten in de aanvraag voor 1 januari 2027 zijn afgerond; of c. c. de aanvraag onvoldoende gedragen wordt binnen de regio.

Artikel 8

1.

De ontvanger van de specifieke uitkering is verplicht om:

a. a. de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, af te ronden voor 1 januari 2027; b. b. het NPLW op verzoek te informeren over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt; en c. c. op verzoek informatie te verschaffen ten behoeve van door de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van het NPLW en de regionale structuur.

2. Indien de uitvoering van de activiteiten voor 1 januari 2027, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

Artikel 9

1. De minister kan het restant van een specifieke uitkering terugvorderen als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2027.

2. In afwijking van het eerste lid kan de minister, indien sprake is van een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, het restant van een specifieke uitkering terugvorderen als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2028.

Artikel 10

1. De bijlage bij de jaarrekening van de budgethouder over het jaar waarvoor de specifieke uitkering wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat de budgethouder, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de verantwoordingsinformatie aan de minister heeft verstrekt. Indien de uiterste datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, is verstreken en de budgethouder geen verantwoordingsinformatie heeft verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie.

3. Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet of niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling over de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

Artikel 11

Wijzigt deze regeling.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2023 en vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie.

Bijlage I. Verdeling middelen

Bijlage II. Verdeling middelen aanvullend bedrag 2023