rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-specialistische-functies-aanpak-huiselijk-geweld-e/BWBR0044618
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering specialistische functies aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling BWBR0044618 ministeriele-regeling geldend 2022-10-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044618 Regeling specifieke uitkering specialistische functies aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

Regeling specifieke uitkering specialistische functies aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *specialistische functie:* één van de functies genoemd in artikel 4 die wordt uitgevoerd door een coördinerende gemeente in het kader van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling;

    *coördinerende gemeente:* één van de gemeenten genoemd in artikel 4 die aangewezen is voor de uitvoering van de specialistische functie;

    *huiselijk geweld:* huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

    *kindermishandeling:* kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;

    *minister:* de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

    *VNG:* Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Artikel 2

1. De minister kan jaarlijks op aanvraag een specifieke uitkering aan een coördinerende gemeente verstrekken voor activiteiten die nodig zijn voor de uitvoering van een specialistische functie.

2.

De activiteiten per specialistische functie, bedoeld in het eerste lid, omvatten:

a. a. Landelijk knooppunt huwelijksdwang en achterlating:

        1°
        het in stand houden van een centraal kennis- en expertisecentrum voor professionals op het gebied van huwelijksdwang en achterlating;
      
      
        2°
        kennisontwikkeling en deskundigheidsbevordering op het gebied van huwelijksdwang en achterlating;
      
      
        3°
        het informeren en adviseren van professionals op het gebied van huwelijksdwang en achterlating;
      
      
        4°
        het bieden van hulp en regie bij casuïstiek op het gebied van huwelijksdwang of achterlating;
      
      
        5°
        het in stand houden van een onkostenbudget buitenland en repatriëring.

1° 1° het in stand houden van een centraal kennis- en expertisecentrum voor professionals op het gebied van huwelijksdwang en achterlating; 2° 2° kennisontwikkeling en deskundigheidsbevordering op het gebied van huwelijksdwang en achterlating; 3° 3° het informeren en adviseren van professionals op het gebied van huwelijksdwang en achterlating; 4° 4° het bieden van hulp en regie bij casuïstiek op het gebied van huwelijksdwang of achterlating; 5° 5° het in stand houden van een onkostenbudget buitenland en repatriëring. b. b. Landelijke coördinatie van de centra seksueel geweld:

        1°
        versterking van de positie van de centra seksueel geweld en het landelijk netwerk centrum seksueel geweld;
      
      
        2°
        activiteiten gericht op de actualisatie, uitvoering en borging van het kwaliteitskader centra seksueel geweld;
      
      
        3°
        beheer en communicatieactiviteiten binnen de centra seksueel geweld;
      
      
        4°
        deskundigheidsbevordering van professionals van de centra seksueel geweld op het gebied van seksueel geweld.

1° 1° versterking van de positie van de centra seksueel geweld en het landelijk netwerk centrum seksueel geweld; 2° 2° activiteiten gericht op de actualisatie, uitvoering en borging van het kwaliteitskader centra seksueel geweld; 3° 3° beheer en communicatieactiviteiten binnen de centra seksueel geweld; 4° 4° deskundigheidsbevordering van professionals van de centra seksueel geweld op het gebied van seksueel geweld. c. c. Hulp slachtoffers eergerelateerd geweld en seksuele uitbuiting:

        1°
        het bieden van veilige opvang, begeleiding of behandeling aan slachtoffers van eergerelateerd geweld of seksuele uitbuiting;
      
      
        2°
        deskundigheidsbevordering op het gebied van eergerelateerd geweld of seksuele uitbuiting;
      
      
        3°
        invullen van de opdrachtgeversrelatie richting een uitvoerder van deze specialistische functie.

1° 1° het bieden van veilige opvang, begeleiding of behandeling aan slachtoffers van eergerelateerd geweld of seksuele uitbuiting; 2° 2° deskundigheidsbevordering op het gebied van eergerelateerd geweld of seksuele uitbuiting; 3° 3° invullen van de opdrachtgeversrelatie richting een uitvoerder van deze specialistische functie. d. d. Opvang slachtoffers mensenhandel met multiproblematiek:

        1°
        het bieden van opvang, begeleiding of behandeling aan slachtoffers van mensenhandel met multiproblematiek.

1° 1° het bieden van opvang, begeleiding of behandeling aan slachtoffers van mensenhandel met multiproblematiek.

Artikel 3

1. Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

2. Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

De specifieke uitkering voor het jaar 2023 bedraagt per coördinerende gemeente per specialistische functie ten hoogste:

Artikel 5

1. De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt door de coördinerende gemeente jaarlijks ingediend tussen 15 januari en 1 maart van het betreffende jaar.

2. De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

3. Voor een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.

4. De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt ondertekend door het bevoegd gezag van de coördinerende gemeente.

5. In afwijking van het eerste lid, wordt de aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering voor het jaar 2023 door de coördinerende gemeente ingediend voor 1 november.

Artikel 6

1. De minister beslist binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn op een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering.

2. Bij toepassing van artikel 5, tweede lid, beslist de minister binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering.

3. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend, het bedrag van de specifieke uitkering, de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.

4. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.

Artikel 6a

De Minister kan het bedrag van de specifieke uitkering bijstellen, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden.

Artikel 7

1. De coördinerende gemeente informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt en over de besteding van de middelen uit de specifieke uitkering.

2. De coördinerende gemeente meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt niet of niet tijdig zullen worden verricht.

Artikel 8

De ontvanger van een specifieke uitkering legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 9

1. De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 8, over de vaststelling van de specifieke uitkering.

2. Indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de specifieke uitkering wordt de specifieke uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 10

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021 en vervalt met ingang van 1 juli 2024. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2021, treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering specialistische functies aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling.