40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving | BWBR0044562 | ministeriele-regeling | geldend | 2020-12-25 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044562 | Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving |
Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- minister: Minister van Justitie en Veiligheid.
Artikel 2
De minister kan op aanvraag aan een gemeente eenmalig een specifieke uitkering verstrekken ter bestrijding van de kosten die gemaakt worden voor het in dienst nemen van werknemers en voor de inhuur van ter beschikking gestelde arbeidskrachten om tijdelijk een deel van de toezicht- en handhavingstaken uit te voeren en daaraan rechtstreeks ondersteuning te bieden.
Artikel 3
De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste het bedrag inclusief BTW, bij die gemeente opgenomen in de bijlage. Artikel 4:25, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
1.
Een aanvraag bevat in ieder geval:
a. a. de naam van de gemeente; b. b. de hoogte van de aangevraagde specifieke uitkering; c. c. het IBAN-nummer waarop het bedrag kan worden overgemaakt.
2. De aanvraag ziet op de kosten die gemaakt zijn of gemaakt worden in de periode van 15 december 2020 tot en met 30 september 2021.
3. De aanvraag wordt uiterlijk op 30 september 2021 ingediend, met gebruikmaking van door de minister ter beschikking gesteld digitaal aanvraagformulier.
Artikel 5
1. De minister besluit over de aanvraag binnen dertien weken na ontvangst ervan.
2. De minister verstrekt een voorschot van 100% van de specifieke uitkering.
Artikel 6
1.
De uitkering wordt alleen verstrekt ter bekostiging van de over de periode van 15 december 2020 tot en met 30 september 2021:
a. a. verschuldigde loonkosten van werknemers en arbeidskrachten als bedoeld in artikel 2, tot een maximum van 120% van het wettelijk minimumloon per arbeidskracht; b. b. verschuldigd vakantiegeld, verschuldigde pensioenafdrachten en sociale zekerheidslasten, in verband met de loonkosten, bedoeld onder a; en c. c. verschuldigde BTW, voor zover deze verschuldigd is over de kosten bedoeld onder a en b;
2.
Op grond van deze regeling wordt geen uitkering verstrekt voor:
a. a. kosten voor activiteiten waarvan redelijkerwijs aangenomen moet worden dat deze geen bijdrage leveren aan het doel, bedoeld in artikel 2; b. b. kosten voor activiteiten waarvoor reeds een specifieke uitkering of een andere financiële bijdrage door het Rijk is verstrekt; c. c. voor de kosten van activiteiten waarvoor op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van omzetbelasting bestaat, dan wel recht bestaat op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds; d. d. kosten voor verplichtingen die zijn aangegaan voor 15 december 2020.
Artikel 7
1. De gemeente legt aan de minister verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. De gemeente voert alleen daadwerkelijk gemaakte kosten op voor de financiële verantwoording.
3. Indien de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van de minister onvoldoende informatie bevat over de gedane uitgaven, stelt de minister binnen acht weken na de ontvangst van die verantwoording de gemeente binnen een door hem gestelde termijn in de gelegenheid die verantwoording aan te vullen.
4. De gemeenten nemen de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie in acht bij de besteding van de specifieke uitkering.
Artikel 8
1. De minister stelt de uitkering vast binnen zesentwintig weken na de ontvangst van de in artikel 7, eerste lid, genoemde verantwoording, respectievelijk van de in het derde lid van dat artikel genoemde aanvulling.
2.
De minister stelt de uitkering overeenkomstig de verstrekking vast, tenzij:
a. a. de uitkering niet of niet volledig is besteed aan de kosten, bedoeld in artikel 6, eerste lid; b. b. de gemeente waaraan de uitkering is verleend niet heeft voldaan aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen; c. c. de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot een specifieke uitkering zou hebben geleid, of d. d. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten.
3. De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen terugvorderen.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving.