rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-tijdelijke-onderwijshuisvesting-ontheemden/BWBR0047171
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering tijdelijke onderwijshuisvesting ontheemden BWBR0047171 ministeriele-regeling geldend 2022-09-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047171 Regeling specifieke uitkering tijdelijke onderwijshuisvesting ontheemden

Regeling specifieke uitkering tijdelijke onderwijshuisvesting ontheemden

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    • bewegingsonderwijs: * lichamelijke oefening als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 13, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de expertisecentra, of lichamelijke opvoeding als bedoeld in artikel 2.33 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
    • leerplichtige ontheemde jongere: * jongere als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969 op wie artikel 5 van die wet niet van toepassing is en op wie de tijdelijke bescherming als bedoeld in artikel 78, tweede lid, aanhef en onder c, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, waarop of artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit, of artikel 7 van de richtlijn van toepassing is of is geweest;
    • minister: * Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
    • onderwijshuisvesting: * huisvestingsvoorziening voor het onderwijs als bedoeld in Titel IV, Afdeling 3 van de Wet op de expertisecentra, Hoofdstuk I, Titel IV, Afdeling 3 van de Wet op het primair onderwijs of Hoofdstuk 6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
    • register onderwijsdeelnemers: * register als bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers;
    • richtlijn: * Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEG 2001, L 212);
    • Uitvoeringsbesluit: * Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van de Europese Unie van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van de richtlijn, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071).

Artikel 2

Deze regeling heeft tot doel de kosten te vergoeden die gemeenten maken voor de tijdelijke onderwijshuisvesting ten behoeve van leerplichtige ontheemde jongeren uit Oekraïne.

Artikel 3

Het plafond voor het totaal van aanvragen voor specifieke uitkeringen bedraagt € 704.178.000.

Artikel 4

1. De minister kan op aanvraag aan een gemeente eenmalig een specifieke uitkering verstrekken voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 2, die zijn of worden gemaakt in de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 juli 2023.

2.

Onder de kosten, bedoeld in artikel 2, worden verstaan de kosten voor:

a. a. de eerste inrichting van tijdelijke onderwijshuisvesting; b. b. de ingebruikneming van tijdelijke onderwijshuisvesting; c. c. de huur van tijdelijke onderwijshuisvesting; d. d. het plaatsen van noodlokalen; e. e. tijdelijke voorzieningen voor bewegingsonderwijs; f. f. het gereedmaken van tijdelijke onderwijshuisvesting voor het onderwijs aan leerplichtige ontheemde jongeren; g. g. de aankoop van noodlokalen.

3.

Een specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor kosten die:

a. a. reeds uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd; b. b. zijn of worden gemaakt ten behoeve van delen van de onderwijshuisvesting die niet gebruikt worden door de school dan wel niet worden gebruikt voor onderwijs aan leerplichtige ontheemde jongeren; c. c. zijn of worden gemaakt voor nieuwbouw of omvangrijke verbouwingen; d. d. zijn of worden gemaakt voor het onderhoud aan de tijdelijke onderwijshuisvesting, bedoeld in artikel 2.

Artikel 5

1. De hoogte van de specifieke uitkering is gelijk aan de door een gemeente daadwerkelijk gemaakte kosten en bedraagt ten hoogste € 90.000 voor kosten die zijn gemaakt voor de onderwijshuisvesting van een groep van vijf tot en met vijftien leerplichtige ontheemde jongeren in de gemeente, of, voor zover een gemeente kosten heeft gemaakt voor de onderwijshuisvesting van een groep van meer dan vijftien leerplichtige ontheemde jongeren, ten hoogste € 90.000 per groep van vijftien leerplichtige ontheemde jongeren in een gemeente.

2. Voor zover het plafond, bedoeld in artikel 3, niet wordt overschreden, kan de minister in uitzonderlijke gevallen afwijken van de maximale hoogte van de specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid. De gemeente die daarop een beroep doet, motiveert bij de aanvraag schriftelijk welke redenen aanleiding kunnen zijn voor een dergelijke afwijking van de maximale hoogte.

Artikel 6

1. De minister stelt het aantal leerplichtige ontheemde jongeren in een gemeente vast op basis van de registratie in het register onderwijsdeelnemers, gemeten over vier peildata binnen de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode.

2. De peildatum waarop het hoogste aantal leerlingen geregistreerd staat in de gemeente, is bepalend voor het vaststellen van de grootte van de groep, bedoeld in het eerste lid. De bedoelde peildata zijn 1 april 2022, 1 juni 2022, 1 augustus 2022 en 15 september 2022.

Artikel 7

1. Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt ingediend door de gemeente die de kosten heeft gemaakt voor het voorzien in de tijdelijke onderwijshuisvesting ten behoeve van leerplichtige ontheemde jongeren.

2. Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend van 1 oktober 2022 tot en met 31 oktober 2022. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

3. Indien een gemeente niet voldoet aan de voorschriften voor het in behandeling nemen van de aanvraag, heeft de gemeente met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen. Deze aanvulling vindt plaats voor de sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, tweede lid.

4. Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Artikel 8

1. De minister beslist op een aanvraag binnen acht weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, tweede lid.

2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag evenredig over de ingediende aanvragen met inachtneming van de in artikel 5 bedoelde maximale hoogte van de specifieke uitkering.

3. Indien het plafond voor het verstrekken van specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 3 wordt overschreden, wordt het beschikbare bedrag naar rato van de aanvragen verdeeld.

Artikel 9

Een gemeente die een specifieke uitkering heeft aangevraagd, verleent medewerking aan de minister bij het verzamelen van informatie voor een evaluatie van deze regeling.

Artikel 10

Een specifieke uitkering wordt niet verstrekt als er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd niet zijn uitgevoerd, of niet of niet geheel zullen worden uitgevoerd, of de gemeente niet zal voldoen aan de in deze regeling opgenomen verplichtingen.

Artikel 11

De minister verstrekt een voorschot van 100 procent van het verleende bedrag. 50 procent van het verleende bedrag wordt voor 31 december 2022 betaald. De overige 50 procent wordt voor 31 juli 2023 betaald.

Artikel 12

1. De gemeente legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat de gemeente, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording in de vorm van de jaarrekening over het jaar 2023 aan de minister heeft verstrekt.

3. Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet, niet geheel, of onrechtmatig is besteed, kan de minister de uitkering ter hoogte van het niet-bestede of onrechtmatig bestede deel terugvorderen.

4. Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de specifieke uitkering op een lager bedrag vaststellen.

Artikel 13

Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en vervalt op 31 december 2025.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering tijdelijke onderwijshuisvesting ontheemden.