40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling specifieke uitkering transformatie gesloten jeugdhulp | BWBR0050438 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-11-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0050438 | Regeling specifieke uitkering transformatie gesloten jeugdhulp |
Regeling specifieke uitkering transformatie gesloten jeugdhulp
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- afbouw vastgoed: bestedingen gedurende de af- en ombouw gesloten jeugdhulp die betrekking hebben op het vastgoed van een instelling gesloten jeugdhulp;
- bestuurlijke afspraken: afspraken die zijn gemaakt tussen Jeugdhulp Nederland, VNG en de Staatssecretaris over de uitgangspunten rondom de transformatie van de gesloten jeugdhulp, te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2024/06/19/bestuurlijke-afspraken-transformatie-gesloten-jeugdhulp;
- bovenregionaal gebied: cluster van jeugdregio’s dat valt onder een coördinerende gemeente, genoemd in bijlage 1;
- bovenregionaal plan: document waarin per bovenregionaal gebied het toekomstperspectief voor de gesloten jeugdhulp is uitgewerkt;
- coördinerende gemeente: gemeente genoemd in de tabel in artikel 5, eerste lid;
- gesloten jeugdhulp: opname, verblijf en jeugdhulp op basis van een machtiging als bedoeld in de artikelen 6.1.2, 6.1.3 of 6.1.4 van de Jeugdwet;
- jeugdregio: regionaal samenwerkingsverband waarin gemeenten samenwerken voor uitvoering van jeugdhulptaken, genoemd in bijlage 1;
- instelling gesloten jeugdhulp: aanbieder van gesloten jeugdhulp genoemd in bijlage 2;
- landelijk overleg transformatie gesloten jeugdhulp: overleg tussen projectleiders transformatie gesloten jeugdhulp of vertegenwoordigers van coördinerende gemeenten over bovenregionale en landelijke ontwikkelingen rondom de transformatie gesloten jeugdhulp;
- leegstand vastgoed: bestedingen aan leegstand die samenhangt met de af- en ombouw van een instelling gesloten jeugdhulp;
- locatie gesloten jeugdhulp: afzonderlijk onderdeel van een instelling gesloten genoemd jeugdhulp, genoemd in bijlage 2;
- minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en sport;
- ombouw vastgoed: bestedingen aan activa voor een instelling gesloten jeugdhulp in het kader van de transformatie gesloten jeugdhulp die niet geactiveerd worden op de balans;
- personeelsmobiliteit: bestedingen voor juridisch advies en vergoedingen aan medewerkers die vanwege de af-en ombouw van gesloten jeugdhulp boventallig raken;
- projectleider transformatie gesloten jeugdhulp: natuurlijke persoon die door een coördinerende gemeente is aangewezen om de uitvoering van de transformatie gesloten jeugdhulp te begeleiden;
- projectmanagement: bestedingen aan projectcoördinatie ten behoeve van de af- en ombouw van gesloten jeugdhulp, waaronder begrepen het aanstellen van een projectleider transformatie gesloten jeugdhulp en het opstellen van een bovenregionaal plan en een strategisch ontwikkelplan;
- strategisch ontwikkelplan: document waarin voor een locatie gesloten jeugdhulp beschreven is op welke wijze, binnen de kaders van de bestuurlijke afspraken en het bovenregionaal plan, de transformatie gesloten jeugdhulp feitelijk verwezenlijkt wordt.
- transformatie gesloten jeugdhulp: ontwikkeling die tot doel heeft de huidige gesloten jeugdhulp te veranderen en de jeugdhulp toekomstbestendig te maken overeenkomstig de in de bestuurlijke afspraken geformuleerde doelen;
- VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
Artikel 2
1. Op deze regeling zijn de artikelen 4:34, 4:35, 4:37, 4:38, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
2. Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.
Artikel 3
1.
De minister kan aan een coördinerende gemeente een uitkering verstrekken voor activiteiten die tot doel hebben uitvoering te geven aan de transformatie gesloten jeugdhulp in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2030:
a. a. in het jaar 2024 ambtshalve; b. b. in de jaren 2025, 2026 en 2027 op aanvraag.
2.
Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan:
a. a. de afbouw van gesloten jeugdhulp door volledige of gedeeltelijke sluiting; b. b. de ombouw van gesloten jeugdhulp naar kleinschalige gesloten jeugdhulp; en c. c. de ontwikkeling en verwezenlijking van alternatieven voor gesloten jeugdhulp.
Artikel 4
Er wordt geen uitkering verstrekt voor activiteiten waarvoor de coördinerende gemeente reeds uit andere bron een vergoeding ontvangt.
Artikel 5
1.
De uitkeringsplafonds voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3 bedragen per hieronder genoemde coördinerende gemeente per genoemd jaar:
| Coördinerende gemeente | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | 10.831.721 | 6.189.555 | 4.796.905 |
| Rotterdam | 20.580.271 | 11.760.155 | 9.114.120 |
| Roosendaal | 4.264.990 | 2.437.137 | 1.888.781 |
| Eindhoven | 7.176.015 | 4.100.580 | 3.177.950 |
| Groningen | 6.905.222 | 3.945.841 | 3.058.027 |
| Utrecht | 3.723.404 | 2.127.660 | 1.648.936 |
| Nijmegen | 16.518.375 | 9.439.072 | 7.315.280 |
2.
Het uitkeringsplafond voor de in artikel 7 bedoelde herziening bedraagt in:
2025: € 11.666.6667;
2026: € 11.666.667; en
2027: € 11.666.667.
3. De beschikbare bedragen uit hoofde van de in het tweede lid genoemde plafonds worden naar rato verdeeld indien het totaal te verlenen bedrag het plafond dat beschikbaar is, overschrijdt.
4. Indien het uitkeringsplafond genoemd in het tweede lid na de aanvraagperiode in 2027 niet is uitgeput, wordt het resterende bedrag ambtshalve verstrekt aan de coördinerende gemeenten conform de verdeelsleutel aan de hand waarvan de bedragen in het eerste lid zijn bepaald.
5. Met het in het vierde lid bedoelde bedrag mogen de in artikel 3, tweede lid, onderdelen a tot en met c, genoemde activiteiten worden verricht.
Artikel 6
De minister verleent ambtshalve de uitkering in het jaar 2024 bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, uiterlijk 31 december 2024.
-
- De aanvraag tot verlening van een uitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, voor de jaren 2025 en 2026 wordt uiterlijk 31 december 2024 ingediend.
-
- Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
-
-
Bij de aanvraag worden de volgende documenten ingediend:
a. een bovenregionaal plan; b. een verklaring dat de coördinerend gemeente zich committeert aan de bestuurlijke afspraken.
-
a. a. een bovenregionaal plan; b. b. een verklaring dat de coördinerend gemeente zich committeert aan de bestuurlijke afspraken.
Artikel 7
1.
Indien de in artikel 5, eerste lid, bedoelde bedragen per coördinerende gemeente niet toereikend zijn of dat naar verwachting niet zullen zijn, om de in artikel 3, tweede lid, onder a en b, genoemde activiteiten voor een bovenregionaal gebied te voltooien, kan een coördinerende gemeente voor een locatie gesloten jeugdhulp een herziening aanvragen voor de volgende categorieën bestedingen:
• • projectmanagement • • afbouw vastgoed • • ombouw vastgoed • • leegstand vastgoed • • personeelsmobiliteit
2. Een aanvraag tot herziening als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend indien ten minste aan elke in het eerste lid genoemde categorie waarvoor de herziening wordt aangevraagd ten behoeve van de locatie gesloten jeugdhulp waarop de aanvraag tot herziening betrekking heeft, het in bijlage 2 genoemde bedrag is besteed of naar verwachting besteed zal worden.
3. Voor de aanvraag tot herziening wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
4.
De aanvraag tot herziening van de uitkering gaat vergezeld van de volgende documenten:
a. a. een begroting waaruit blijkt dat aan de voorwaarden zoals beschreven in het eerste en tweede lid wordt voldaan; b. b. een actueel strategisch ontwikkelplan; en c. c. een verklaring van elke instelling gesloten jeugdhulp waarop de aanvraag tot herziening betrekking heeft, dat het de aanvraag tot herziening onderschrijft.
5. Een aanvraag tot herziening wordt in de jaren 2025, 2026 en 2027 telkens gedurende de periode van 1 april tot en met 1 mei ingediend.
Artikel 8
1. De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag van de uitkering en de aanvraag tot herziening van de uitkering.
2.
Het besluit tot verlening van de uitkering vermeldt in elk geval:
a. a. de activiteiten en bestedingen waarvoor de uitkering wordt verleend; b. b. het bedrag van de uitkering; c. c. de wijze van verantwoording; d. d. de periode waarvoor de uitkering wordt verleend; e. e. de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.
3. De minister verleent bij het besluit tot verlening van een uitkering op aanvraag en bij het besluit tot herziening, een voorschot van 100%.
Artikel 9
1.
De aanvrager streeft ernaar dat:
a. a. uitvoering gegeven wordt aan het bovenregionaal plan; b. b. activiteiten genoemd in deze regeling worden uitgevoerd met inachtneming van de bestuurlijke afspraken; c. c. uiterlijk 1 april 2025 een projectleider transformatie gesloten jeugdhulp is aangesteld; en d. d. de projectleider transformatie gesloten jeugdhulp of een vertegenwoordiger van de coördinerende gemeente deelneemt aan het landelijk overleg transformatie gesloten jeugdhulp.
2. De aanvrager informeert de minister desgevraagd over de stand van zaken van de transformatie van de gesloten jeugdhulp.
3.
De aanvrager meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:
a. a. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan, of b. b. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering.
4. De aanvrager draagt er zorg voor dat de vanwege deze uitkering verstrekte middelen niet worden aangewend voor activiteiten waarvoor zij op andere wijze een vergoeding ontvangen.
Artikel 10
1. De aanvrager legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. De aanvrager vraagt uiterlijk op 15 juli na afloop van het kalenderjaar waarin de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht, de vaststelling aan door verantwoordingsinformatie aan de minister te verstrekken op de wijze als bedoeld in het eerste lid.
3. Daar waar sprake is van overdracht van middelen van een medeoverheid naar een andere medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing, conform artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.
Artikel 11
1. De minister besluit over de vaststelling van de uitkering uiterlijk 37 weken na ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 10, tweede lid.
2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde bestedingen tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
3. Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.
Artikel 12
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover van toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 13
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 16 juli 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verleend.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: regeling specifieke uitkering transformatie gesloten jeugdhulp.
Bijlage 1. behorend bij
Overzicht bovenregionale gebieden, jeugdregio’s en coördinerende gemeenten.
Bijlage 2. behorend bij
Overzicht van de bedragen per locatie en per categorie genoemd in artikel 7, eerste lid.