40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020 | BWBR0044113 | ministeriele-regeling | geldend | 2020-09-26 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044113 | Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020 |
Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– –
*accommodaties gesloten jeugdhulp:* accommodaties van instellingen voor gesloten jeugdhulp die opgenomen zijn in het Bekendmakingsbesluit geregistreerde jeugdhulpaanbieders van 17 december 2019 (*Stcrt.* 2019, 68547),
– –
*activiteiten vastgoedtransitie:* het opvangen van de financiële gevolgen van leegstand of een sluiting als gevolg van de vastgoedtransitie en het doen van investeringen ten behoeve van de huidige en vervangende accommodaties om gesloten jeugdhulp om te vormen tot meer kleinschalige woonvormen,
– –
*bovenregionaal gebied:* een cluster van jeugdregio’s zoals gedefinieerd in bijlage 1,
– –
*bovenregionaal plan:* het document waarin de jeugdhulpregio’s het toekomstperspectief voor de gesloten jeugdhulpinstelling die werkzaam zijn in het bovenregionale gebied hebben uitgewerkt,
– –
*coördinerende gemeente:* de gemeente, genoemd in artikel 3 en bijlage 1, die is aangewezen voor het aanvragen van de specifieke uitkering en voor het opstellen en afstemmen van het bovenregionale plan gesloten jeugdhulp,
– –
*instemmingsverklaring:* een schriftelijke verklaring van de betreffende gesloten jeugdhulpinstelling waaruit blijkt dat deze aanspraak wenst te maken op de door de coördinerende gemeente aangevraagde gelden en dat deze de aanvraag ondersteunt,
– –
*jeugdregio:* een regionaal samenwerkingsverband waarin gemeenten samenwerken voor het organiseren van de specialistische zorg voor jeugdigen die de schaal van een individuele gemeente te boven gaat,
– –
*projectleider vastgoedtransitie:* de persoon die door een coördinerende gemeente wordt aangesteld voor het in goede banen leiden van de vastgoedtransitie binnen het desbetreffende bovenregionale gebied,
– –
*minister:* de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
– –
*SiSa:* Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole. SiSa is de manier waarop gemeenten zich per jaar verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen als bedoeld in het derde lid van artikel 17a Financiële-verhoudingswet,
– –
*strategisch vastgoedplan:* het document dat inzicht geeft in de wijze waarop de aanbieder voor gesloten jeugdhulp vanuit de context van de bestaande accommodaties de vastgoedtransitie wenst vorm te geven op basis van het bovenregionaal plan.
– –
*uitgangspuntennotitie:* het gezamenlijke document waarin Jeugdzorg Nederland, VNG en VWS de leidende uitgangspunten hebben beschreven van de vastgoedtransitie (te vinden op www.vng.nl en www.jeugdzorgnederland.nl),
– –
*vastgoedtransitie:* de overgang van de huidige accommodaties gesloten jeugdhulp door sluiting of verbouwing naar meer kleinschalige woonvormen voor jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdhulp
– –
*VNG:* Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Artikel 2
1. De minister kan op aanvraag in 2020 eenmalig een specifieke uitkering verstrekken aan een coördinerende gemeente voor activiteiten die in vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2023’ nodig zijn voor de vastgoedtransitie.
2.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten of zijn ondersteunend aan:
a. a. het aantrekken van een projectleider en ondersteunend personeel; b. b. het opstellen van een bovenregionaal plan voor de accommodaties gesloten jeugdhulp werkzaam in het bovenregionaal gebied; c. c. het opstellen van een strategisch vastgoedplan voor in ieder geval accommodaties gesloten jeugdhulp; d. d. het afstoten van een accommodatie gesloten jeugdhulp als gevolg van de vastgoedtransitie; e. e. het verbouwen van een accommodatie gesloten jeugdhulp als gevolg van de vastgoedtransitie; f. f. vervangende nieuwbouw als gevolg van vastgoedtransitie.
3. De kosten gemoeid met de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onder a en b, mogen gezamenlijk maximaal 5% bedragen van de uitkering voor de desbetreffende coördinerende gemeente, bedoeld in artikel 3, tweede lid.
4. Het bedrag voor de kosten gemoeid met de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onder c, bedraagt ten hoogste € 15.000 voor een instelling met één accommodatie, te vermeerderen met 5.000 voor elke extra accommodatie gesloten jeugdhulp die de desbetreffende instelling in exploitatie heeft.
Artikel 3
1. Het totale bedrag beschikbaar voor de specifieke uitkering bedraagt € 33.500.000
2.
De specifieke uitkering bestaat uit de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en bedraagt per coördinerende gemeente maximaal:
| Coördinerende gemeente | Uitkering | |
|---|---|---|
| a. | Groningen | € 2.359.155 |
| b. | Leeuwarden | € 1.078.470 |
| c. | Castricum | € 943.662 |
| d. | Velsen | € 2.291.751 |
| e. | Ermelo | € 539.235 |
| f. | Amsterdam | € 2.156.942 |
| g. | Utrecht | € 4.752.012 |
| h. | Arnhem | € 3.437.626 |
| i. | Rotterdam | € 10.245.473 |
| j. | Roosendaal | € 2.123.239 |
| k. | Roermond | € 3.572.435 |
Artikel 4
1. De aanvraag voor een specifieke uitkering dient door de coördinerende gemeente uiterlijk 15 oktober 2020 door de minister ontvangen te zijn.
2. In geval van een incomplete aanvraag wordt de coördinerende gemeente in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen twee weken aan te vullen, krachtens artikel 4:5, eerste lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
4. In de aanvraag committeert de coördinerende gemeente zich aan de uitgangspunten in de Uitgangspuntennotitie.
5. De aanvraag gaat vergezeld van een instemmingsverklaring van het bestuur van de instelling voor gesloten jeugdhulp waarvoor de gemeente de coördinerende rol vervult.
Artikel 5
1. De minister beslist binnen 9 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
2. De minister neemt de aanvraag niet in behandeling indien de aanvraag incompleet is, met inachtneming van artikel 4, tweede lid.
3. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend, het bedrag van de specifieke uitkering, de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.
4. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.
Artikel 6
1. De coördinerende gemeente informeert de minister op verzoek over de voortgang van de vastgoedtransitie en de activiteiten die hiervoor ondernomen worden.
2. De coördinerende gemeente meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien aannemelijk is dat het te realiseren resultaat van de specifieke uitkering, de vastgoedtransitie, niet, niet tijdig of niet geheel wordt verricht.
3.
De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat uiterlijk op 1 april 2021 een plan van aanpak vastgesteld is ten aanzien van de jeugdregio’s en de accommodaties gesloten jeugdhulp waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in bijlage 1, met in ieder geval de volgende elementen:
a. a. een beschrijving van de staat van het vastgoed van de accommodaties gesloten jeugdhulp en het aantal plaatsen; b. b. een analyse van de herkomst van cliënten van accommodaties gesloten jeugdhulp; c. c. een beschrijving van de uitgangspunten en doelstellingen van de vastgoedtransitie in de jeugdregio’s; d. d. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de jeugdregio’s, betrekt bij het bovenregionale plan, alsmede hoe de afstemming plaatsvindt met andere jeugdregio’s die gebruik maken van de capaciteit van de accommodaties gesloten jeugdhulp; e. e. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de landelijke coördinatie van de Vereniging Nederlands Gemeentenen betrekt bij de vorming van het bovenregionale plan; f. f. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de accommodaties gesloten jeugdhulp betrekt; g. g. een beschrijving van de planning van de coördinerende gemeente, gericht op het einddoel dat de aan de coördinerende gemeente verleende specifieke uitkering uiterlijk 31 december 2023 besteed is, waaronder in ieder geval:
1°.
de datum van de vaststelling van het bovenregionaal plan;
2°.
de datum dat de accommodaties gesloten jeugdhulp het strategisch vastgoedplan hebben vastgesteld, dat past binnen het bovenregionaal plan.
1°. 1°. de datum van de vaststelling van het bovenregionaal plan; 2°. 2°. de datum dat de accommodaties gesloten jeugdhulp het strategisch vastgoedplan hebben vastgesteld, dat past binnen het bovenregionaal plan.
4. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat de accommodaties gesloten jeugdhulp waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in bijlage 1, uiterlijk op de in het plan van aanpak genoemde datum, bedoeld in het derde lid, beschikt over een strategisch vastgoedplan.
5. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat uiterlijk op de in het plan van aanpak genoemde datum, bedoeld in het derde lid, een bovenregionaal plan is vastgesteld.
Artikel 7
1. De ontvanger van een specifieke uitkering legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. Daar waar sprake is van overdracht van middelen van een medeoverheid naar een andere medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing, conform artikel 17a, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet.
Artikel 8
1. Indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt, blijkens de verantwoording, bedoeld in artikel 7, zijn verricht of hadden moeten zijn verricht, besluit de minister binnen 37 weken over de vaststelling.
2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
3. Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering op een lager bedrag vast, aan de hand van de gegevens die tot het moment van de vaststelling beschikbaar zijn gesteld.
4. Artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 april 2025.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020.