rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-vergunninghouders/BWBR0045989
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering vergunninghouders BWBR0045989 ministeriele-regeling geldend 2021-12-08 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045989 Regeling specifieke uitkering vergunninghouders

Regeling specifieke uitkering vergunninghouders

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *college:* college van burgemeester en wethouders;

b. b.

    *project:* project als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

c. c.

    *vergunninghouder:* vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000;

d. d.

    *Minister:* Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

f. f.

    *betaalbare woning:* ruimte die ter bewoning voor verhuur wordt aangeboden tegen een prijs:
  
    
      1°.
      die niet hoger is dan de bedragen, genoemd in artikel 20, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag;
    
    
      2°.
      die niet hoger is dan de maximaal redelijke aanvangshuurprijs voor die woonruimte op basis van de bij of krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering; en
    
    
      3°.
      waarvan het maximale huurverhogingspercentage bedraagt het in artikel 10, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde maximale huurverhogingspercentage.

1°. 1°. die niet hoger is dan de bedragen, genoemd in artikel 20, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag; 2°. 2°. die niet hoger is dan de maximaal redelijke aanvangshuurprijs voor die woonruimte op basis van de bij of krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering; en 3°. 3°. waarvan het maximale huurverhogingspercentage bedraagt het in artikel 10, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde maximale huurverhogingspercentage.

Artikel 2

1.

De Minister verstrekt een specifieke uitkering aan de in de bijlage genoemde gemeenten voor:

a. a. het realiseren of versneld realiseren van projecten die mede gericht zijn op de huisvesting van vergunninghouders; en b. b. de kosten van het beheer van de opgeleverde betaalbare woningen van de gemeente.

2. De specifieke uitkering bedraagt de in de bijlage per gemeente opgenomen bedragen.

3. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van projecten, bedoeld in het eerste lid, onder a, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel 3

1. Ten minste 33 procent van de betaalbare woningen in een project zijn bestemd voor vergunninghouders en dienen voor ten minste 10 jaar, of indien het gebruik als woning voor een kortere periode is toegestaan, voor deze periode, bestemd te zijn voor vergunninghouders.

2. Uiterlijk op 31 december 2022 zijn de eerste betaalbare woningen van het project door vergunninghouders betrokken.

3. Uiterlijk op 31 december 2023 zijn alle woningen van het project gerealiseerd.

4. De Minister kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van het college besluiten om af te wijken van een voorwaarde, genoemd in het eerste, tweede, of derde lid.

5. Het college informeert de Minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is toegekend en verleent op verzoek medewerking aan een evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling.

6. De gemeente besteedt de specifieke uitkering aan de in het besluit tot toekenning van de specifieke uitkering voor die betreffende gemeente opgenomen projecten.

Artikel 4

1. Bij de toekenning van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt een voorschot van 100% verleend. De betaling van dit voorschot vindt uiterlijk plaats op 31 december 2021.

2.

Het besluit tot toekenning van de specifieke uitkering vermeldt in elk geval:

a. a. welke projecten worden uitgevoerd, hoeveel betaalbare woningen er in totaal worden gerealiseerd en hoeveel woningen er specifiek voor vergunninghouders worden gerealiseerd; b. b. de duur van de specifieke uitkering dat de gerealiseerde betaalbare woningen beschikbaar zijn voor huisvesting; c. c. het bedrag van de uitkering; d. d. de wijze van verantwoording over de besteding van de uitkering; en e. e. de wijze waarop kan worden aangetoond dat de projecten zijn uitgevoerd.

Artikel 5

1. Het college legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 2, niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister worden teruggevorderd. De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.

3. De Minister stelt de specifieke uitkering vast nadat het college, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de Minister heeft verstrekt.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering vergunninghouders.

Bijlage . bij

De specifiek uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor de gemeente: