rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-versterking-ggden/BWBR0047876
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering versterking GGDen BWBR0047876 ministeriele-regeling geldend 2024-04-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047876 Regeling specifieke uitkering versterking GGDen

Regeling specifieke uitkering versterking GGDen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    • academische werkplaatsen infectieziektebestrijding:* een samenwerkingsverband van professionals werkzaam in het beleidsveld, onderzoeksveld en in de praktijk van de infectieziektebestrijding;
    • bovenregionale samenwerking:* de regio-overstijgende samenwerking tussen de GGDen, RACers en RECers;
    • consortium academische werkplaatsen infectieziektebestrijding:* een regionaal samenwerkingsverband van academische werkplaatsen infectieziektebestrijding;
    • deskundige infectiepreventie:* een natuurlijke persoon met een dienstverband als kwaliteitsfunctionaris op het gebied van hygiëne en infectiepreventie bij een GGD;
    • GGD:* gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
    • GGD GHOR Nederland:* de branchevereniging van de GGDen en GHORs;
    • GHOR:* de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregios;
    • implementatieplan:* een plan waarin is uiteengezet welke taken op het terrein van infectieziektebestrijding op regionaal, bovenregionaal of landelijk niveau moeten worden uitgevoerd;
    • infectieziektebestrijding:* het voorkomen, signaleren en bestrijden van besmettingen veroorzaakt door infectieziekteverwekkers, die een risico vormen voor de volksgezondheid als bepaald door het RIVM;
    • landelijk academiseringsplan:* een plan waarin activiteiten staan beschreven gericht op het bevorderen van onderzoeksmogelijkheden van medewerkers infectieziektebestrijding bij GGDen, door participatie in onderzoeken en kennisvergaring vanuit onderzoeksresultaten;
  • LFI: Landelijke Functie opschaling Infectieziektebestrijding, een bij het RIVM ondergebrachte landelijke crisisorganisatie voor de operationele bestrijding van grootschalige uitbraken in Nederland van infectieziekten behorende tot groep A1 of A2 als bedoeld in artikel 1, onderdelen db en e, van de Wet publieke gezondheid;
    • medewerker infectiepreventie:* een natuurlijke persoon, werkzaam bij de GGD in de functie van medewerker infectiepreventie;
    • minister:* de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
  • opleidingscoördinator: een natuurlijke persoon, werkzaam bij de GGD als verantwoordelijke voor de planning, organisatie en kwaliteit van de opleidingen;
    • pijler 1:* het geheel aan activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, ten behoeve van het wegnemen van kwetsbaarheden bij de GGDen zodat deze beter toegerust zijn om reguliere infectieziektebestrijding uit te voeren en adequaat te reageren bij een pandemie;
    • pijler 2:* het uitvoeren van de pilot regionale en bovenregionale samenwerking, bedoeld in artikel 3, derde lid, met als doel het versterken van regionale en bovenregionale monitoring en surveillance;
    • pijler 3:* het uitvoeren van de pilot consortium academische werkplaatsen infectieziektebestrijding, bedoeld in artikel 3, vierde lid, met als doel het versterken van de wetenschappelijke kennisinfrastructuur infectieziektebestrijding;
    • pijler 4:* het uitvoeren van het onderzoek, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, met als doel samenwerken op bovenregionaal niveau;
  • pijler 5: het geheel aan activiteiten, bedoeld in artikel 3, zesde lid, met als doel het aantal professionals gespecialiseerd in de infectieziektebestrijding te verhogen;
  • pijler 6: activiteiten die worden uitgevoerd door een GGD ten behoeve van de aansluiting van de GGD op de LFI;
    • praktijkopleider:* een natuurlijke persoon die zorgdraagt voor de praktijkopleiding en -begeleiding van studenten in het kader van de beroepspraktijkvorming als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
    • professional infectieziektebestrijding:* een natuurlijke persoon die zich beroepsmatig bezighoudt met infectieziektebestrijding;
    • RACer:* regionaal arts consulent;
    • RECer:* regionale epidemiologie consulent;
    • regionale samenwerking:* de samenwerking tussen GGDen binnen een van de zeven regios voor infectieziektebestrijding, ondersteund door GGD GHOR Nederland en het RIVM tezamen met de RACers de RECers binnen de betreffende regio;
    • RIVM:* Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu als bedoeld in artikel 2, van de Wet op het RIVM;
    • SiSa:* Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole. SiSa is de manier waarop provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zich per jaar verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen en/of provinciale middelen;
  • transitiecapaciteit: inzet door een GGD van medewerkers of extern ingehuurd personeel ten behoeve van de aansluiting van de GGD op de LFI;
    • uitkering:* een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet;
    • verpleegkundige:* hbo-afgestudeerde verpleegkundige of verpleegkundige werkzaam op vergelijkbaar niveau in de publieke gezondheidszorg;
    • verpleegkundige Maatschappij en Gezondheid:* verpleegkundige die de post hbo-opleiding tot Verpleegkundige Maatschappij en Gezondheid heeft afgerond;

Artikel 2

1. Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:37 tot en met 4:39, 4:46, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

2. Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Artikel 3

1. De minister kan een uitkering verstrekken aan een GGD voor het jaar 2026 voor activiteiten die vallen onder de doelstellingen van pijler 1 tot en met pijler 6.

2.

De activiteiten binnen pijler 1 bestaan uit het aanstellen bij de GGD van:

a. a. medewerkers; en b. b. een opleidingscoördinator ten behoeve van activiteiten die gericht zijn op het versneld opleiden van medewerkers die worden ingezet voor infectieziektebestrijding.

3.

De activiteit binnen pijler 2 bestaat uit het uitvoeren van een pilot regionale en bovenregionale samenwerking waarbij:

a. a. een specialisatie in de infectieziektebestrijding tot stand komt voor epidemiologen zonder achtergrond in de infectieziektebestrijding; en b. b. landelijke bijeenkomsten voor professionals worden georganiseerd om gezamenlijke inzichten, behaalde resultaten en ervaren knelpunten te delen.

4. De activiteit binnen pijler 3 bestaat uit het opstarten en uitvoeren van een pilot consortium academische werkplaatsen infectieziektebestrijding aan de hand van een vanaf 2023 uit te voeren landelijk academiseringsplan.

5. De activiteit binnen pijler 4 bestaat uit het uitvoeren van een onderzoek met als resultaat een implementatieplan ten behoeve van het effectief bestrijden van infectieziekten.

6.

De activiteiten binnen pijler 5 bestaan uit:

a. a. het creëren van opleidingsplekken bij GGDen voor artsen, verpleegkundigen en deskundigen infectiepreventie GGD; b. b. het opleiden van verpleegkundigen tot Verpleegkundige Maatschappij en Gezondheid en medewerkers infectiepreventie tot deskundige infectiepreventie; en c. c. het aanstellen van opleidingscoördinatoren ten behoeve van de activiteiten, bedoeld onder a en b.

7. De activiteiten binnen pijler 6 bestaan uit het geheel aan activiteiten in het kader van het inzetten van transitiecapaciteit om de doelstelling van pijler 6 te behalen.

Artikel 4

De uitkering per GGD per pijler bedraagt ten hoogste het bedrag voor de jaren 2023 tot en met 2026 zoals opgenomen in de bijlage 1 en 2 bij deze regeling.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

1. De minister geeft uiterlijk 27 februari 2026 ambtshalve een beschikking tot verlening van een uitkering.

2. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke activiteiten de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.

3. De minister kan bij het besluit tot verlening ambtshalve voorschotten verlenen.

4. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.

Artikel 7

1. De GGD meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor een uitkering is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht.

2. De GGD informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor een uitkering is verleend.

Artikel 8

1. De GGD legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze als bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. Daar waar sprake is van overdracht van middelen van een medeoverheid naar een andere medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing, conform artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 9

1. De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de informatie ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in artikel 8, eerste lid, over de vaststelling van de uitkering.

2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

3. Indien de informatie ten behoeve van de verantwoording te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.

Artikel 10

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst. De regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

2. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 16 februari 2023, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 16 februari 2023.

3. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op uitkeringen die op grond van de regeling zijn verleend.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering versterking GGDen.

Bijlage 1. Lijst van maximale uitkeringsbedragen per GGD voor pijler 1 tot en met 5

Hieronder staat een tabel met een lijst van het maximale uitkeringsbedrag dat de GGD'en kunnen ontvangen voor pijler 1 tot en met 5 voor het jaar 2026.

Bijlage 2. Lijst van maximale uitkeringsbedragen per GGD voor pijler 6

Onderstaand is een lijst opgenomen waarin per GGD het maximale uitkeringsbedrag is vermeld dat de GGD voor de jaren 2024 tot en met 2026 kan ontvangen voor pijler 6.

Het bedrag per GGD is gebaseerd op de volgende 4 criteria:

GGD Brabant-Zuidoost neemt een aantal coördinerende werkzaamheden op zich voor activiteiten ten behoeve van regios met een B-luchthaven, en GGD Zuid-Limburg voert een aantal coördinerende activiteiten uit ten behoeve van de regios met een landsgrens. Daarnaast ontvangt iedere GGD een vast bedrag ten behoeve van coördinerende werkzaamheden op landelijk niveau.