40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling Sportakkoord en leefstijlinterventies 2020–2022 | BWBR0043381 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-05-18 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0043381 | Regeling Sportakkoord en leefstijlinterventies 2020–2022 |
Regeling Sportakkoord en leefstijlinterventies 2020–2022
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
clubkadercoach: functionaris met de opdracht om een pedagogisch sportklimaat te stimuleren bij een sport- en beweegaanbieder;
-
functionaris: iemand die een dienstverband heeft bij een organisatie in het kader van sport en bewegen;
-
living lab: (een) door lokale partijen vastgestelde plaats(en) in wijken, gemeenschappen, instellingen of organisaties waar lokale partijen innovatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen bedenken en testen.
-
lokaal sportakkoord: akkoord waarin door ten minste vier lokale partijen, waaronder ten minste één gemeente en drie sportaanbieders, afspraken zijn gemaakt over het beleid op het gebied van sport en beweging en dat is gebaseerd op het Nationale Sportakkoord;
-
lokale partijen: actoren in het lokale speelveld die een bijdrage leveren aan het lokale sport- en beweegbeleid zoals gemeenten, niet-commerciële sportaanbieders zoals sportverenigingen, commerciële sportaanbieders zoals fitnesscentra, zorgaanbieders zoals fysiotherapeuten en toeleveranciers van sport en beweegmaterialen;
-
minister: Minister voor Langdurige Zorg en Sport;
-
Nationaal Sportakkoord: Nationaal Sportakkoord van 26 juni 2018, Stcrt. 2018, 57536;
-
sportformateur: een door lokale partijen in gezamenlijkheid aangesteld onafhankelijk persoon die het proces om te komen tot een lokaal sportakkoord faciliteert;
-
sportparkmanager: functionaris met als opdracht om de gemeenschappelijke wens van meerdere sport- en beweegaanbieders op een sportpark te coördineren en het organiseren van gezamenlijke activiteiten ten behoeve van het binden van nieuwe doelgroepen, het versterken van sport- en beweegaanbieders en het vergroten van de toeloop op en rond het sportveld;
-
uitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a in de Financiële-verhoudingswet
-
verenigingsmanager: functionaris met opdracht om bij een sport- en beweegaanbieder de bedrijfsvoering goed te laten verlopen en het bestuur en commissies procesmatig te ondersteunen;
-
versterken van sport- en beweegaanbieders: verbeteren van de kwaliteit van de organisatie en het sportaanbod, de veiligheid en de toegankelijkheid van de sport- of beweegaanbieder.
Artikel 2
1. De minister kan aan een gemeente jaarlijks een uitkering verstrekken voor de kosten van de uitvoering van een lokaal sportakkoord, de uitvoering van een living lab of de inzet van een clubkadercoach, sportparkmanager of verenigingsmanager voor het versterken van sport- en beweegaanbieders.
2. Indien er sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 9 kan de minister uitsluitend voor het jaar 2020 ook een uitkering verstrekken voor het aanstellen van een sportformateur.
3. De minister verstrekt aan de gemeenten, genoemd in Bijlage V, in 2021 en 2022 ambtshalve een uitkering voor activiteiten op het gebied van gezonde leefstijlinterventies. Het gaat hierbij om de uitvoering van extra interventies, naast het al bestaande aanbod in de gemeente, gericht op de bevordering van een gezonde leefstijl.
Artikel 3
1. Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing, met uitzondering van hoofdstuk 5.
2. Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
De maximale hoogte van de uitkering per gemeente is de hoogte zoals vastgesteld in Bijlage IV.
Artikel 4a
De maximale hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 2, derde lid, per gemeente is de hoogte zoals vastgesteld in Bijlage V.
Artikel 5
1. Een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, wordt op aanvraag verstrekt.
2. Voor de aanvraag tot verlening van de uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
3. De aanvraag tot verlening van een uitkering voor het jaar 2020 kan worden ingediend tot en met 8 juni 2020.
4. De aanvraag tot verlening van een uitkering voor 2021 kan worden ingediend tot en met 8 november voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt aangevraagd.
5. De aanvraag tot verlening van een uitkering voor het jaar 2022 kan worden ingediend tot en met 31 januari 2022.
6. De aanvraag gaat vergezeld van een ondertekende intentieverklaring volgens het model in Bijlage I.
7. In afwijking van het vijfde lid gaat een aanvraag als bedoeld in artikel 9 vergezeld van een ondertekende intentieverklaring volgens het model in Bijlage II.
8. In afwijking van het vijfde en het zesde lid gaat een aanvraag van de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam en Utrecht, vergezeld van een ondertekende intentieverklaring volgens het model uit Bijlage III. Dit model ziet ook op een door deze gemeenten ingediende aanvraag als bedoeld in artikel 9.
Artikel 6
1. De minister neemt binnen 17 weken na 8 juni 2020 een besluit omtrent de verlening van de uitkering voor het jaar 2020.
2. De Minister neemt in 2021 binnen 17 weken na 8 november van het betreffende jaar een besluit omtrent de verlening van de uitkering.
3. De Minister neemt 9 weken na 31 januari 2022 van het betreffende jaar een besluit omtrent de verlening van de uitkering.
4. De Minister neemt voor de uitkering, bedoeld in artikel 2, derde lid, in 2021 binnen 13 weken na publicatie van deze regeling in de Staatscourant.
5. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke activiteiten de uitkering verleend wordt, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.
6. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.
Artikel 7
1. Een ontvanger van een uitkering verstrekt jaarlijks uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op de verlening van de uitkering de verantwoordingsinformatie overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001.
2. In aanvulling op het eerste lid, wordt, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 8, derde lid, de verantwoordingsinformatie uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het jaar bedoeld in het eerste lid verstrekt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001.
3.
Het college van burgemeester en wethouders neemt de volgende verantwoordingsinformatie op in de bijlage van de jaarrekening over het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt:
a. a. of een sportformateur is aangesteld; b. b. of uitvoering is gegeven aan de geformuleerde ambities uit het lokale sportakkoord; c. c. of uitvoering is gegeven aan een living lab; d. d. of uitvoering is gegeven aan gezonde leefstijlinterventies; e. e. of een clubkadercoach, sportparkmanager of verenigingsmanager zijn ingezet voor het versterken van sport- en beweegaanbieders.
Artikel 8
1. De minister besluit uiterlijk 6 maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 7, over de vaststelling van de uitkering.
2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat is bepaald in de verlening.
3. De minister kan, in overleg met de ontvanger van de uitkering, afzien van terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen in het jaar waar de verlening betrekking op heeft als het restant van de uitkering in het daaropvolgende jaar door de ontvanger kan worden besteed aan activiteiten als bedoeld in artikel 2.
Artikel 9
Aanvragen voor een decentralisatie-uitkering die reeds zijn ingediend op grond van de Rijksbegroting 2020, XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport, artikel 6, worden aangemerkt als een aanvraag op grond van artikel 5 van de onderhavige regeling.
Artikel 10
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van de regeling zijn verleend.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Sportakkoord en leefstijlinterventies 2020–2022.
Bijlage I. Standaardmodel intentieverklaring
Deze verklaring moet ten minste ondertekend zijn:
Hiermee verklaart de gemeente................ dat zij:
** Voor 2022 dient u voor 31 januari 2022 uitvoeringsbudget aan te vragen. U wordt hierover te zijner tijd geïnformeerd.*
Plaats:
Datum:
Namens Sportaanbieder 1:
Namens Sportaanbieder 2:
Namens Sportaanbieder 3:
Bijlage II. Model intentieverklaring voor reeds ingediende aanvragen onder voormalige decentralisatieuitkering
Deze verklaring moet ten minste ondertekend zijn:
- Bijvoorbeeld een vertegenwoordiging van de binnensport, buitensport en een commerciële aanbieder.
Hiermee verklaart de gemeente .............................................dat zij:
Of,
** Het uitvoeringsbudget per jaar voor gemeenten tot:*
*** Voor 2020 dient u voor 8 november 2019 of voor 9 april 2020 uitvoeringsbudget aan te vragen, voor 2021 dient u voor 7 november 2020 uw uitvoeringsbudget aan te vragen. U wordt hierover te zijner tijd geïnformeerd.*
***Maak uw keuze door het/de gekozen vakje(s) zwart te kleuren
Plaats:
Datum:
Bijlage III. Model intentieverklaring voor grote 5 gemeenten
Deze verklaring moet ten minste ondertekend zijn:
** Bijvoorbeeld een vertegenwoordiging van de binnensport, buitensport en een commerciële aanbieder.*
Hiermee verklaart de gemeente .................. dat zij:
** Voor 2022 dient u voor 31 januari 2022 uitvoeringsbudget aan te vragen. U wordt hierover te zijner tijd geïnformeerd.*
Plaats:
Datum:
Namens Sportaanbieder 1:
Namens Sportaanbieder 2:
Namens Sportaanbieder 3:
*Namens Kennisinstelling: *
Bijlage IV. Lijst van maximale uitkeringsbedragen per gemeente voor het jaar 2021–2022
De onderstaande lijsten van gemeenten en maximumbedragen zijn gebaseerd op de CBS-registratie van de inwonersaantallen per gemeente per 1 januari 2019. Aan de hand daarvan zijn de gemeenten ingedeeld en zijn middelen toegekend op basis van een eerder gecommuniceerde staffel.
Met ingang van 2021 en 2022 zijn er geen aparte middelen meer beschikbaar voor sportformateurs. In 2020 hadden bepaalde gemeenten nog recht op middelen voor een sportformateur. Nu gemeenten in de jaren 2021 en 2022 geen uitkering voor een sportformateur meer kunnen ontvangen, is het totale maximale bedrag bijgesteld voor zover daar nog het bedrag van de sportformateur in meegerekend was.
Voor enkele gemeenten geldt dat zij in 2020 door een administratieve fout te weinig middelen toegewezen hebben gekregen ten opzichte van het relevante inwoneraantal. Dit zijn de volgende gemeenten:
Voor deze gemeenten is het uitkeringsbedrag, zoals in de eerder gecommuniceerde staffel voor het jaar 2021, daarom omhoog bijgesteld.
De bestrijding van het coronavirus heeft in 2020 en in de eerste helft van 2021 flinke gevolgen voor de lokale sport en beweeg aanbieders. Met de doorkijk naar de zomermaanden waarin er, naar verwachting en overeenkomstig 2020, meer mogelijkheden zijn om activiteiten aan te bieden, wordt hiervoor via deze specifieke uitkering aan de gemeenten een impuls gegeven door de uitvoeringsbudgetten voor het jaar 2021 éénmalig te verhogen.
Hiermee beoogt het kabinet, waar dat mogelijk is, het sporten en bewegen te bevorderen in een tijd waarin dat door de coronamaatregelen lastig is. Sporten en bewegen is echter van belang voor zowel de fysieke als mentale gezondheid van mensen. De financiële impuls geldt als een aanvulling op het uitvoeringsbudget van de lopende lokale Sportakkoorden en zullen aan de gemeente worden verstrekt. Hiervoor is totaal 10 miljoen euro in 2021 beschikbaar (TK 25295-988). Op lokaal niveau wordt bepaald welke inzet voor welke groepen burgers nodig is. Middelen kunnen bijvoorbeeld worden ingezet als activiteitenbudget voor de buurtsportcoaches of ondersteuning van ondertekenaars, zoals sportverenigingen of andere sportaanbieders, van de lokale akkoorden.
In het jaar 2022 wordt de maximale uitkering teruggebracht naar het oorspronkelijke niveau gelijk aan 2020, behalve voor de gemeenten waarbij sprake was van de hierboven genoemde administratieve fout.