40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling spreiding zomervakanties 2003-2005 | BWBR0012510 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-09-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012510 | Regeling spreiding zomervakanties 2003-2005 |
Regeling spreiding zomervakanties 2003-2005
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. een school voor basisonderwijs: een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 de Wet op het primair onderwijs; b. b. een school voor speciaal onderwijs: een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; c. c. een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: een school, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; d. d. een school voor voortgezet speciaal onderwijs: een school voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of een school voor speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 125 van de Wet op het voortgezet onderwijs; e. e. een school voor voortgezet onderwijs: een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, met uitzondering van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een agrarisch opleidingscentrum onderscheidenlijk een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap met een regionaal opleidingencentrum of een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3, onderscheidenlijk artikel 2.6, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; f. f. een school: een school als bedoeld onder a, b, c, d of e; g. g. de inspectie: wat betreft het basisonderwijs, de inspectie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, wat betreft het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, de inspectie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en wat betreft het voortgezet onderwijs onderscheidenlijk het speciaal voortgezet onderwijs, de inspectie, bedoeld in artikel 113 of 114, onderscheidenlijk artikel 128 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
Artikel 2
Voor de vaststelling van de perioden van zomervakantie, genoemd in artikel 4, derde lid, behoort een school tot één van de regio's, genoemd in artikel 3. De plaats van vestiging is bepalend voor de regio waartoe een school behoort. Indien een school vestigingen heeft in meer dan één regio, behoort elke vestiging tot de regio waarin ze is gelegen.
Artikel 3
De regio's, bedoeld in artikel 2, zijn:
-
Regio noord, bestaande uit de provincies:
Groningen, Friesland, Drente, Overijssel en Flevoland, met uitzondering van de gemeente Zeewolde, de provincie Noord-Holland, alsmede wat betreft de provincie Gelderland, de gemeente Hattem, en wat betreft de provincie Utrecht, de gemeente Eemnes; -
Groningen,
-
Friesland,
-
Drente,
-
Overijssel en Flevoland, met uitzondering van de gemeente Zeewolde, de provincie Noord-Holland, alsmede wat betreft de provincie Gelderland, de gemeente Hattem, en wat betreft de provincie Utrecht, de gemeente Eemnes;
-
Regio midden, bestaande uit:
de provincie Utrecht, met uitzondering van de gemeente Eemnes, de provincie Zuid-Holland, alsmede wat betreft de provincie Flevoland, de gemeente Zeewolde, wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Bergh, Borculo, Brummen, Buren, Culemborg, Dinxperlo, Doetinchem, Ede, Eibergen, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Gendringen, Gorssel, Groenlo, Harderwijk, Heerde, Hengelo, Hoevelaken, Hummelo en Keppel, Kesteren, met uitzondering van de voormalige gemeente Dodewaard, Lichtenvoorde, Lienden, Lingewaal, Lochem, Neede, Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Ruurlo, Scherpenzeel, Steenderen, Tiel, Voorst, Vorden, Wageningen, Warnsveld, Wehl, Winterswijk, Wisch, Zelhem en Zutphen, en wat betreft de provincie Noord-Brabant, de gemeenten Werkendam en Woudrichem; -
de provincie Utrecht, met uitzondering van de gemeente Eemnes,
-
de provincie Zuid-Holland, alsmede wat betreft de provincie Flevoland, de gemeente Zeewolde, wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Bergh, Borculo, Brummen, Buren, Culemborg, Dinxperlo, Doetinchem, Ede, Eibergen, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Gendringen, Gorssel, Groenlo, Harderwijk, Heerde, Hengelo, Hoevelaken, Hummelo en Keppel, Kesteren, met uitzondering van de voormalige gemeente Dodewaard, Lichtenvoorde, Lienden, Lingewaal, Lochem, Neede, Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Ruurlo, Scherpenzeel, Steenderen, Tiel, Voorst, Vorden, Wageningen, Warnsveld, Wehl, Winterswijk, Wisch, Zelhem en Zutphen, en wat betreft de provincie Noord-Brabant, de gemeenten Werkendam en Woudrichem;
-
Regio zuid, bestaande uit:
de provincies Limburg en Noord-Brabant, met uitzondering van de gemeenten Werkendam en Woudrichem, de provincie Zeeland, alsmede wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Ammerzoden, Angerlo, Arnhem, Bemmel, Beuningen, Brakel, Didam, Doesburg, Dodewaard, Druten, Duiven, Groesbeek, Hedel, Heerewaarden, Heumen, Kerkwijk, Kesteren, voorzover het betreft de voormalige gemeente Dodewaard, Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Rijnwaarden, Ubbergen, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar. -
de provincies Limburg en Noord-Brabant, met uitzondering van de gemeenten Werkendam en Woudrichem,
-
de provincie Zeeland, alsmede wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Ammerzoden, Angerlo, Arnhem, Bemmel, Beuningen, Brakel, Didam, Doesburg, Dodewaard, Druten, Duiven, Groesbeek, Hedel, Heerewaarden, Heumen, Kerkwijk, Kesteren, voorzover het betreft de voormalige gemeente Dodewaard, Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Rijnwaarden, Ubbergen, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar.
Artikel 4
1. De zomervakantie omvat voor een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, alsmede voor het speciaal onderwijs aan een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs de in het schema van het derde lid aangegeven periode van zes weken.
2. De zomervakantie omvat voor een school voor voortgezet onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, alsmede voor het voortgezet speciaal onderwijs aan een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs de in het schema van het derde lid aangegeven periode van zeven weken.
3. De perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn voor de jaren 2003, 2004 en 2005 vastgesteld, zoals hieronder in een schema is aangegeven. In dit schema is BO= basisonderwijs, SO= speciaal onderwijs, VO =voortgezet onderwijs en VSO= voortgezet speciaal onderwijs.
Artikel 5
1. Het bevoegd gezag van een school kan de periode, vastgesteld in artikel 4, derde lid, verlengen met ten hoogste twee dagen voorafgaand aan die periode en met ten hoogste twee dagen na die periode.
2. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school, indien meer dan de helft van de leerlingen van de school in een andere regio woont dan die van de school,- die andere regio aanwijzen ten behoeve van de periode-, vastgesteld in artikel 4, derde lid. Voor de vaststelling van het aantal leerlingen, bedoeld in de eerste zin, wordt uitgegaan van het aantal leerlingen in het voorafgaande schooljaar.
3. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, indien gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens meer dan zeventig procent van de leerlingen is doorgestroomd naar scholen voor voortgezet onderwijs in een andere regio dan die van de school, met ingang van het daaropvolgend schooljaar die andere regio aanwijzen ten behoeve van de periode, vastgesteld in artikel 4, derde lid.
4. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school die gelegen is in een gemeente die tegen een regiogrens aanligt en die minder dan 50.000 inwoners telt, de voor zijn school geldende periode, vastgesteld in artikel 4, derde lid, zodanig naar één week vroeger of één week later verschuiven dat de in artikel 4, eerste lid, bedoelde periode van het basisonderwijs en het speciaal onderwijs in de ene regio vijf weken gemeenschappelijk heeft met de in artikel 4, tweede lid, bedoelde periode van het voortgezet onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs in de andere regio.
5. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs met een dislocatie of nevenvestiging in een andere regio dan die van de hoofdvestiging, voor deze school de periode, bedoeld in artikel 4, tweede lid, zodanig vaststellen dat die periode niet eerder begint dan de vroegste periode en niet later eindigt dan de laatste periode van een van de vestigingen.
6. Indien het vijfde lid van toepassing is, kan het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die in de nabijheid van de hoofdvestiging, een dislocatie of een nevenvestiging van de school voor voortgezet onderwijs zijn gelegen, de periode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zodanig vaststellen dat die periode vijf weken gemeenschappelijk heeft met de periode van de school voor voortgezet onderwijs, vastgesteld volgens het vijfde lid.
7. Het bevoegd gezag van een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs kan voor het voortgezet speciaal onderwijs de periode, vastgesteld in artikel 4, derde lid, gelijkstellen met de in artikel 4, eerste lid, bedoelde periode van het speciaal onderwijs.
8.
Het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs kan, voorzover het betreft:
a. a. een school voor zeer moeilijk lerende kinderen, b. b. een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, c. c. een school voor lichamelijk gehandicapte kinderen, d. d. een school voor langdurig zieke kinderen, e. een school voor meervoudig gehandicapte kinderen, f. f. een school waaraan een afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen is verbonden, g. g. een school waaraan een afdeling voor meervoudig gehandicapte kinderen is verbonden, de perioden, vastgesteld in artikel 4, derde lid, bekorten.
9. De inspectie toetst of de afwijkingen, bedoeld in het tweede, derde, vijfde en zesde lid, voldoen aan de in deze leden genoemde voorschriften.
Artikel 6
Het bevoegd gezag van een school kan, in geval van bijzondere omstandigheden bij de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen een verzoek indienen om te mogen afwijken van de perioden, vastgesteld in artikel 4, derde lid.
Artikel 7
Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs kan in bijzondere gevallen en onder voorwaarde dat de centrale examens in het voortgezet onderwijs doorgang vinden op de daarvoor voorgeschreven tijdstippen, dagen die door de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen of de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij voor de scholen als examendag zijn aangewezen, voor vakantie bestemmen.
Artikel 8
Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2002.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling spreiding zomervakanties 2003-2005.