40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling stagebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2010 | BWBR0020403 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-10-25 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020403 | Regeling stagebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2010 |
Regeling stagebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2010
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. b. WEB: de Wet educatie en beroepsonderwijs; c. c. instelling: een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8, dan wel een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de WEB; d. d. kenniscentrum: een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.5.1 van de WEB; e. e. Colo: de Vereniging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven; f. f.
vervallen.
g. g. simulatieplaats: een leerplaats buiten een leerbedrijf voor de beroepspraktijkvorming, als aanloop naar een leerplaats bij een erkend leerbedrijf; h. h. stageplaats: een erkende beroepspraktijkvormingsplaats als bedoeld in artikel 7.2.8 van de WEB, voor hetzij de beroepsopleidende leerweg dan wel de beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB.
Artikel 2
De minister verstrekt per kalenderjaar aan de volgende partijen een aanvullende vergoeding om extra stage- en simulatieplaatsen voor moeilijk plaatsbare deelnemers te realiseren en te komen tot een intensieve stagebegeleiding van deelnemers in het beroepsonderwijs:
a. a. instellingen; b. b. kenniscentra; c. c.
vervallen.
d. d. Colo.
Artikel 3
1.
De minister verstrekt per kalenderjaar aan instellingen een aanvullende vergoeding als bedoeld in artikel 2.2.3, derde lid, van de WEB, om in samenwerking met relevante partijen uit de regio zorg te dragen voor:
a. a. passende stageplaatsen dan wel simulatieplaatsen voor deelnemers, in het bijzonder moeilijk plaatsbare deelnemers; b. b. intensieve begeleiding van moeilijk plaatsbare deelnemers naar en op de stage- of simulatieplaats.
2.
Ter uitwerking van de doelen, genoemd in het eerste lid, besteedt een instelling de aanvullende vergoeding aan:
a. a. het aan deelnemers aanbieden van voldoende stageplaatsen, die relevant zijn voor de beoogde arbeidsmarktpositie en passend zijn voor de betreffende deelnemers; b. b. het waar nodig creëren van simulatieplaatsen, met als doel geleiding naar stageplaatsen, die relevant zijn voor de beoogde arbeidsmarktpositie en passend zijn voor de betreffende deelnemers; en c. c. een adequate opleiding van deelnemerbegeleiders van instellingen.
3.
Een instelling richt zich bij de uitvoering van de taken, genoemd in het tweede lid, met name op:
a. a. moeilijk plaatsbare deelnemers in de assistentopleiding en basisberoepsopleiding, genoemd in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de WEB, met name door middel van intensieve begeleiding; b. b. de positie van allochtone jongeren; en c. c. de competentiegerichte beroepsopleidingen.
4. Een instelling maakt over het gestelde in het tweede en derde lid afspraken met relevante partijen uit de regio, waaronder leerbedrijven en kenniscentra. Deze afspraken sluiten zoveel mogelijk aan op activiteiten in de regio en hebben met name betrekking op het werven van en de kwaliteitsbewaking van simulatieplaatsen en op de wijze van geleiding naar stageplaatsen.
Artikel 4
1. De minister verstrekt per kalenderjaar aan kenniscentra een aanvullende vergoeding als bedoeld in artikel 2.4.3 van de WEB, voor het opleiden van praktijkbegeleiders bij leerbedrijven.
2. Een kenniscentrum maakt, in samenwerking met de betrokken instellingen, afspraken met leerbedrijven over het aantal praktijkbegeleiders dat wordt opgeleid en de inhoud en de inrichting van de opleidingsactiviteiten.
Artikel 5
De minister verstrekt per kalenderjaar aan Colo een aanvullende vergoeding als bedoeld in artikel 2.7 van de WEB, voor coördinatie van de voortgang van de uitvoering van de taken door de kenniscentra, bedoeld in artikel 4, kennisuitwisseling ter zake van goede praktijkvoorbeelden en informatielevering ten behoeve van de stagemonitor.
Artikel
Vervallen
Artikel 7
1. De resultaten van de taken van instellingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdelen a en b, en de taken van kenniscentra, bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden opgenomen in een stagemonitor.
2. Instellingen, kenniscentra en Colo verlenen medewerking aan de informatielevering voor de stagemonitor.
3. De informatie, bedoeld in het tweede lid, bestaat in het jaar 2006 uit een beschrijving van de plannen en doelen voor het jaar 2006.
4. De informatie, bedoeld in het tweede lid, bestaat in de jaren 2007 tot en met 2012 uit een beschrijving van de plannen en doelen voor dat jaar, de realisatie van de doelen gesteld in het vorige jaar en de factoren die bij de realisatie van de doelen bevorderend dan wel belemmerend hebben gewerkt.
5. Indien de doelen niet, of niet volledig, worden gerealiseerd, wordt daarvoor een verklaring gegeven.
Artikel 8
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn voor de periode van 2008 tot en met 2012 jaarlijks de volgende bedragen beschikbaar:
a. a. voor instellingen voor de taken, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b: € 26.600.000,–, b. b. voor kenniscentra voor de taken, genoemd in artikel 4, eerste lid: € 8.225.000,–, c. c. voor Colo voor de taak, genoemd in artikel 5: € 75.000,–.
Artikel 9
1.
De aanvullende vergoeding voor de instellingen wordt per kalenderjaar berekend naar rato van het aantal deelnemers dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar per instelling aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdelen a en b, van de WEB is ingeschreven en dat daadwerkelijk die opleiding volgt. Hierbij geldt dat:
a. a. het aantal deelnemers aan de opleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a, van de WEB, met de factor 1 wordt vermenigvuldigd, en b. b. het aantal deelnemers aan de opleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel b, van de WEB, met de factor 0,4 wordt vermenigvuldigd.
2. Bij de toepassing van het eerste lid worden de deeltijddeelnemers, bedoeld in artikel 2.1.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB, in de beroepsopleidende leerweg buiten beschouwing gelaten.
3. vervallen.
4. De aanvullende vergoeding voor de kenniscentra wordt berekend naar rato van de omvang van de vergoeding voor exploitatiekosten die het kenniscentrum ontvangt voor dat kalenderjaar.
5. De aanvullende vergoeding voor Colo bedraagt € 75.000.
Artikel 10
1. De betaling van de aanvullende vergoeding vindt in het jaar 2006 plaats binnen zes weken na inwerkingtreding van deze regeling.
2. De betaling van de aanvullende vergoeding in de jaren 2007 tot en met 2012 vindt plaats in maart van dat jaar.
Artikel 11
Instellingen en kenniscentra leggen jaarlijks in ieder geval via het jaarverslag aan de partijen in de regio verantwoording af over de samenwerking, de inzet van de aanvullende vergoeding en de behaalde resultaten in relatie tot de afspraken en doelen, bedoeld in artikel 3 en artikel 4.
Artikel 12
1. De aanvullende vergoeding wordt aan instellingen en kenniscentra verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan de in deze regeling omschreven doelen.
2. Middelen die zijn verstrekt aan instellingen en kenniscentra, die op 1 januari 2014 niet zijn besteed worden teruggevorderd.
3. De aanvullende vergoeding die is verstrekt aan instellingen en kenniscentra, wordt verantwoord in de jaarrekening die betrekking heeft op het jaar of de jaarrekeningen die betrekking hebben op de jaren waarin de aanvullende vergoeding wordt ontvangen of besteed.
4. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening, bedoeld in het derde lid, omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende vergoeding.
5. Colo dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een verzoek tot subsidievaststelling in bij de minister. Het verzoek omvat een financieel verslag en een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
6. In het financieel verslag en in het activiteitenverslag toont Colo aan dat de aanvullende vergoeding op doelmatige en rechtmatige wijze is besteed.
7. Het procesmanagement dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een verzoek tot subsidievaststelling in bij de minister. Het verzoek omvat een financieel verslag en een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
8. In het financieel verslag en in het activiteitenverslag toont het procesmanagement aan dat de aanvullende vergoeding op doelmatige en rechtmatige wijze is besteed.
Artikel 13
In 2013 worden de effecten van deze regeling in de praktijk geëvalueerd.
Artikel 14
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 februari 2015.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stagebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2010.