40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling standaard luchtverkeerscircuits | BWBR0006175 | ministeriele-regeling | geldend | 2014-12-09 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0006175 | Regeling standaard luchtverkeerscircuits |
Regeling standaard luchtverkeerscircuits
Artikel 1
Deze regeling is van toepassing op luchtvaartuigen behorend tot het luchthavenverkeer van burgerluchthavens waar geen luchtverkeersleiding wordt gegeven en waarvoor:
a. a. de minister geen luchtverkeerscircuits heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 23 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, of b. b. het bevoegde gezag geen andere luchtverkeerspatronen heeft voorgeschreven overeenkomstig de artikelen 8.44 en 8.64 van de Wet luchtvaart.
Artikel 1a
Deze regeling berust op artikel 7, eerste lid, van het Besluit luchtverkeer 2014.
Artikel 2
1.
De onderdelen van het ingevolge paragraaf SERA.3225, onderdeel b, van de verordening (EU) nr. 923/2012 door luchtvaartuigen te vliegen luchtverkeerscircuit, zoals aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage, worden achtereenvolgens benoemd:
a. a. Runway/start- en landingsbaan; b. b. Take off leg/startbeen; c. c. Crosswind leg/dwarswindbeen; d. d. Downwind leg/rugwindbeen; e. e. Base leg/basisbeen; f. f. Final leg/eindnaderingsbeen.
2. Het luchtverkeerscircuit wordt gevlogen binnen een aan te wijzen luchtruimte van per start- en landingsbaan van een luchthaven vast te stellen afmetingen, hierna te noemen circuitgebied.
3. Een standaard circuitgebied, zoals aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage, strekt zich uit van het luchthavenniveau tot een hoogte (Above Aerodrome Level: afgekort AAL) van 300 m (1000 ft) daar boven.
4. De hoogte van het standaard luchtverkeerscircuit bedraagt 210 m (700 ft) AAL.
Artikel 3
Het volgen, aanvliegen en verlaten van het standaardluchtverkeerscircuit alsmede het afbreken van de eindnadering geschiedt op de wijze zoals vermeld in de volgende artikelen en zoals aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage.
Artikel 4
Binnen een luchtverkeerscircuit is het niet toegestaan een ander luchtvaartuig in te halen.
Artikel 5
Het volgen van het standaardluchtverkeerscircuit geschiedt, met inachtneming van de bijlage bij deze regeling, op de volgende wijze:
a. a. Klim op het startbeen naar 210 m (700 ft) AAL. Om binnen het circuitgebied te blijven is een klimmende bocht naar het dwarswindbeen toegestaan. b. b. Vlieg horizontaal op 210 m (700 ft) AAL. c. c. Handhaaf op het rugwindbeen 210 m (700 ft) AAL. d. d. Zet op het basisbeen de daling zodanig in dat de eindnadering kan worden ingezet op ten minste 91 m (300 ft) AAL. e. e. Zet op het eindnaderingsbeen de eindnadering in.
Artikel 6
Indien er aanleiding bestaat de eindnadering af te breken gaat de vlieger over in een stijgvlucht waarna hij op een veilige wijze weer het luchtverkeerscircuit volgt.
Artikel 7
Bij het aanvliegen en invoegen worden de volgende voorschriften in acht genomen:
a. a. De invoegprocedure in het luchtverkeerscircuit wordt eerst uitgevoerd nadat de gezagvoerder kennis heeft genomen van de in het seinenvierkant uitgelegde grondtekens danwel overeenkomstige aanwijzingen heeft verkregen middels de havendienstradio. b. b. De klim of daling naar circuithoogte geschiedt buiten het circuitgebied. c. c. Het invoegen geschiedt op het rugwindbeen tegenover het midden van de landingsbaan. Het aanvliegen van deze invoegpositie geschiedt loodrecht op het rugwindbeen.
Artikel 8
Het luchtverkeerscircuit wordt verlaten onder een hoek van 45° halverwege het dwarswindbeen. De klim of daling tot kruishoogte vindt plaats buiten het circuitgebied.
Artikel 9
Indien en voor zover het overige circuitverkeer niet wordt gehinderd gelden de artikel 2, tweede lid, en 3 tot en met 8 niet ingeval van:
a. a. afwijkende voorschriften, die zijn gegeven op grond van plaatselijke omstandigheden; b. b. vluchten verband houdende met het aanhaken, respectievelijk afwerpen van een reclame sleepnet, wat betreft de fase direct volgend op het aanhaken en direct voorafgaande aan het afwerpen; c. c. spuitvluchten met een beladen landbouwvliegtuig, wat betreft de start en het verlaten van het luchtverkeercircuit, alsmede het bespuiten van terreinen gelegen in het circuit gebied; d. d. gesimuleerde nood- en voorzorgslandingen.
Artikel 10
De regeling van de Directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 1 september 1982/nr. LVB/L24146, Stcrt. 1982/171 wordt ingetrokken.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling standaard luchtverkeerscircuits.
Bijlage
[afbeelding]