40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling stimulering doorstroom niet verwant mbo-pabo | BWBR0039416 | ministeriele-regeling | geldend | 2017-04-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0039416 | Regeling stimulering doorstroom niet verwant mbo-pabo |
Regeling stimulering doorstroom niet verwant mbo-pabo
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. b.
*samenwerkingsverband:* samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4;
c. c.
*instelling:* instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de wet;
d. d.
*hogeschool:* instelling als bedoeld in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek onder c en g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
e. e.
*pabo:* opleiding tot leraar basisonderwijs;
f. f.
*wet:*
Wet educatie en beroepsonderwijs.
Artikel 2
1. De minister kan aan het bevoegd gezag van een instelling die onderwijs verzorgt in Amsterdam, Den Haag of Rotterdam subsidie verstrekken voor het binnen een samenwerkingsverband inrichten van een pilot, gericht op de verbetering van de doorstroom van deelnemers uit opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d en e, van de wet naar een pabo in de desbetreffende stad en die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband.
2. Subsidie wordt verstrekt ten behoeve van activiteiten binnen één samenwerkingsverband per stad.
3. Te subsidiëren activiteiten zijn activiteiten die bijdragen aan de verbetering van de doorstroom van deelnemers uit opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d en e, van de wet naar de pabo, en activiteiten die bijdragen aan de organisatie van de samenwerking.
4.
Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. a. activiteiten die zijn gefinancierd vanuit de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.2.1 van de wet, voor de betreffende instelling; en b. b. activiteiten waarvoor subsidie is verleend op grond van andere subsidieregelingen.
5. De subsidie bedraagt ten minste € 125.000,– en ten hoogste € 300.000,– per aanvraag.
6. De subsidie wordt verstrekt voor een periode van twee jaar.
7. De activiteiten worden verricht voor 1 mei 2019.
Artikel 3
1. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor zij wordt verstrekt.
2. Eventuele niet-bestede middelen worden teruggevorderd.
Artikel 4
1. In een samenwerkingsverband werken samen ten minste één instelling die in het studiejaar 2016–2017 een opleiding onderwijsassistent verzorgt in een van de steden Amsterdam, Den Haag of Rotterdam en ten minste één hogeschool die een opleiding pabo verzorgt in diezelfde stad.
2. Van een samenwerkingsverband kunnen ook andere instellingen dan de instelling, bedoeld in het eerste lid, in dezelfde of een andere stad, of andere hogescholen die een opleiding pabo verzorgen in diezelfde stad deel uitmaken. Zij kunnen daartoe de wens kenbaar maken bij de instelling, bedoeld in het eerste lid, in het betreffende samenwerkingsverband. Laatstgenoemde instelling draagt er in dat geval zorg voor dat de andere instelling of hogeschool in de gelegenheid wordt gesteld om deel te nemen aan het samenwerkingsverband, met inachtneming van de voorschriften van deze regeling.
Artikel 5
1. De samenwerking binnen het samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door alle partijen in het samenwerkingsverband.
2.
In de samenwerkingsovereenkomst is in elk geval geregeld:
a. a. de vorm van de samenwerking, waaronder de wijze waarop partijen betrokken zijn bij de organisatorische inrichting en de uitvoering van de pilot; b. b. een beschrijving van de faciliteiten die de partijen beschikbaar stellen voor de inrichting en de uitvoering van de pilot; c. c. de medewerking van de partijen aan de verantwoording van de subsidie en de evaluatie van deze regeling; en d. d. de financiële afspraken tussen de partijen van het samenwerkingsverband.
3. Partijen in het samenwerkingsverband verklaren in de samenwerkingsovereenkomst in elk geval dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording van de besteding van de subsidie door de aanvrager, en de evaluatie van de regeling aan de aanvrager of aan de minister op diens verzoek wordt verstrekt.
Artikel 6
1. De subsidie wordt aangevraagd door een instelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid.
2.
De aanvraag omvat in ieder geval:
a. a. een activiteitenplan; b. b. een meerjarenbegroting; en c. c. een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 5.
Artikel 7
1. De aanvraag wordt ingediend binnen 4 weken na bekendmaking van deze regeling in de Staatscourant.
2. In afwijking van artikel 3.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt de aanvraag elektronisch ingediend, met behulp van het aanvraagformulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs.
Artikel 8
1. In afwijking van artikel 4.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS besluit de minister uiterlijk binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening.
2. Per stad wordt ten hoogste één subsidie verstrekt. Indien meer dan één aanvraag per stad is ingediend, besluit de minister als eerste op de aanvraag van de instelling waarvan in de twee voorafgaande studiejaren gezamenlijk de meeste deelnemers uit opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d en e, van de wet zijn doorgestroomd naar de pabo.
Artikel 9
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverlening worden geweigerd, indien naar het oordeel van de minister de kosten van de activiteiten niet in een redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten.
Artikel 10
1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de voorschriften, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in model G, onderdeel 2.
2. Tevens stelt de subsidieontvanger een activiteitenverslag op. Dit activiteitenverslag wordt voor 15 juni 2019 gezonden aan de Dienst Uitvoering Onderwijs, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.
3. De minister stelt de subsidie vast binnen 1 jaar na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
Artikel 11
1. De melding, bedoeld in artikel 5.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, geschiedt schriftelijk aan de Dienst Uitvoering Onderwijs, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.
2. De melding wordt in afschrift gezonden aan het ministerie van OCW, directie MBO (IPC: 2150), Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.
Artikel 12
1. De minister verleent een voorschot van 100%.
2. In afwijking van artikel 6.1, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS ontvangt de subsidieontvanger elk kwartaal een voorschot.
3. De voorschotten worden gelijkmatig betaald over de acht kwartalen waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
Artikel 13
1. De minister draagt uiterlijk in 2019 zorg voor evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling.
2. De subsidieontvanger werkt mee aan de evaluatie van deze regeling en bedingt bij de partijen van het samenwerkingsverband dat zij meewerken aan de evaluatie.
Artikel 14
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2020.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering doorstroom niet verwant mbo-pabo.