40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020–2021 | BWBR0043720 | ministeriele-regeling | geldend | 2020-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0043720 | Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020–2021 |
Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020–2021
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- call: periode waarin een aanvraag voor een rijksbijdrage kan worden ingediend;
- cofinanciering: de getotaliseerde bijdrage van de medeoverheden;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- ontvanger: een gemeente, niet behorend tot de Vervoerregio Amsterdam of Metropoolregio Rotterdam Den Haag; een provincie; Vervoerregio Amsterdam; Metropoolregio Rotterdam Den Haag of een waterschap;
- rijksbijdrage: een specifieke uitkering of een subsidie op grond van deze regeling.
Artikel 2
De artikelen 6, 10, 11, 12, 14, 15, 17 tot en met 21, 23 en 24 van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op een rijksbijdrage die op grond van deze regeling wordt verstrekt, behoudens indien de Financiële-verhoudingswet op de ontvanger van toepassing is.
Artikel 3
Het doel van deze regeling is het stimuleren van het nemen of versnellen van kosteneffectieve en risicogestuurde verkeersveiligheidsmaatregelen op het onderliggend wegennet.
Artikel 4
1. De minister kan op aanvraag een rijksbijdrage verstrekken voor de kosten van het uitvoeren van maatregelen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
2.
De volgende kosten komen voor de verstrekking van een rijksbijdrage in aanmerking:
a. a. uitvoeringskosten; en b. b. infrastructurele kosten.
3.
Op grond van deze regeling wordt geen rijksbijdrage verstrekt voor:
a. a. maatregelen waarvoor reeds een specifieke uitkering of een subsidie door het Rijk is verstrekt; b. b. maatregelen waarvoor in de begroting van de aanvrager in 2020 of 2021 al volledige dekking is; c. c. maatregelen waarvan de uitvoering al begonnen is vóór de inwerkingtreding van deze regeling; d. d. reguliere onderhoudswerkzaamheden; e. e. personele kosten of kosten voor inhuur van personeel ten behoeve van de voorbereiding van werkzaamheden; f. f. grondaankopen; en g. g. btw over de kosten van activiteiten en maatregelen voor zover deze kosten in aanmerking komen voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of verrekend kunnen worden.
Artikel 5
1. Het rijksbijdrageplafond voor de jaren 2020–2021 bedraagt in totaal € 200 miljoen.
2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag bij elke call in de volgorde van binnenkomst over de aanvragen voor maatregelen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en die volgens de aanvraag binnen één jaar na de verlening van de rijksbijdrage kunnen worden uitgevoerd.
3. Indien na de verdeling, bedoeld in het derde lid, het rijksbijdrageplafond niet is uitgeput, verdeelt de minister het resterende bedrag in de volgorde van binnenkomst over de aanvragen voor maatregelen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en die volgens de aanvraag niet binnen één jaar kunnen worden uitgevoerd.
4. Het tijdstip waarop een gemeente die deel uitmaakt van Vervoerregio Amsterdam of Metropoolregio Rotterdam Den Haag een aanvraag voor maatregelen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling indient bij de desbetreffende vervoerregio geldt als tijdstip van de aanvraag voor de maatregelen van deze gemeente.
5. Gedurende de looptijd van deze regeling organiseert de minister hoogstens twee calls.
6. Indien de minister besluit een tweede call te organiseren, wordt het resterende bedrag van het rijksbijdrageplafond na de eerste call verdeeld bij de tweede call, op dezelfde wijze als bij de eerste call. De minister doet mededeling van het resterende bedrag en van de aanvraagperiode voor de tweede call in de Staatscourant.
Artikel 6
De rijksbijdrage bedraagt ten hoogste 50% van de kosten, bedoeld in artikel 4, tweede lid.
Artikel 7
1. Een rijksbijdrage wordt op aanvraag verstrekt.
2. Een aanvraag wordt ingediend bij de minister.
3. Elke ontvanger dient één aanvraag per call in waarin alle gewenste maatregelen worden genoemd.
4. Een aanvraag voor een rijksbijdrage voor de eerste call wordt uiterlijk 1 september 2020 ingediend.
5. Een aanvraag voor een rijksbijdrage voor de tweede call wordt ingediend binnen de door de minister kenbaar gemaakte periode voor de tweede call.
6.
De aanvraag gaat vergezeld van een volledig ingevuld aanvraagformulier en daarbij horende bijlagen, te weten:
a. a. een overzicht van de locaties waar elke maatregel wordt gerealiseerd; b. b. een beschrijving van de huidige verkeersveiligheidssituatie op elke locatie en een toelichting op de wijze waarop het nemen van de voorgestelde maatregel de verkeersveiligheid op die specifieke locatie verbetert en de kans op verkeersongevallen verkleint. c. c. een tijdsplanning van de maatregelen, inclusief realisatiedatum; d. d. een begroting waarin de uitvoerings- en infrastructurele kosten gespecificeerd worden conform de lengte van het wegennet (inclusief het type weg) waarop de maatregelen worden genomen of het aantal objecten die worden gesaneerd. De begroting geeft inzicht in de cofinanciering.
7. De aanvraag van Vervoerregio Amsterdam en Metropoolregio Rotterdam Den Haag gaat tevens vergezeld van een maatregelenprogramma inclusief een overzicht van het tijdstip waarop de daaraan deelnemende gemeenten hun aanvraag met maatregelen bij hen hebben ingediend. De door de minister gehonoreerde aanvragen worden uitgevoerd conform de subsidieverordening van de respectieve vervoerregio.
Artikel 8
1. De minister beslist binnen dertien weken na de sluitingstermijn van een call op de aanvraag van de rijksbijdrage.
2.
Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval:
a. a. de maatregelen waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend; b. b. het bedrag van de rijksbijdrage; c. c. de wijze waarop het bedrag van de rijksbijdrage wordt bepaald; en d. d. de periode waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend.
Artikel 9
De minister verstrekt bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, een voorschot van 100%.
Artikel 10
1. De rijksbijdrage wordt verstrekt op basis van cofinanciering.
2. De ontvanger besteedt de rijksbijdrage uitsluitend aan de maatregelen waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend.
3. Een uitkering ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 11
1. Alle maatregelen waarvoor een rijksbijdrage is verstrekt zijn uiterlijk op 31 december 2026 gerealiseerd.
2. In afwijking van het eerste lid worden de maatregelen die volgens de aanvraag binnen één jaar na de verlening van de rijksbijdrage kunnen worden uitgevoerd uiterlijk op 31 december 2022 gerealiseerd.
3. De minister kan bij het besluit tot verlening van een rijksbijdrage andere verplichtingen opleggen die de minister noodzakelijk acht ter verwezenlijking van het doel van de rijksbijdrage.
4. De ontvanger verleent binnen een door de minister te stellen termijn medewerking aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek dat ertoe strekt te beoordelen in welke mate de ontvanger bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project een toegevoegde waarde heeft geleverd aan het in artikel 3 omschreven doel.
Artikel 12
1. Gemeenten, provincies, Vervoerregio Amsterdam en Metropoolregio Rotterdam Den Haag leggen verantwoording af over de besteding van de rijksbijdrage op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. Waterschappen dienen de aanvraag tot subsidievaststelling in binnen dertien weken na realisatie van de maatregelen waarvoor een rijksbijdrage is verstrekt.
3.
De aanvraag gaat in elk geval vergezeld van:
a. a. een verslag van de uitgevoerde maatregelen en b. b. een financieel verslag waarin inzicht wordt gegeven in de besteding van de rijksbijdrage.
Artikel 13
1. De minister stelt binnen een half jaar na afronding van de maatregelen waarvoor een rijksbijdrage is verleend, op basis van de verantwoording, bedoeld in artikel 12, de rijksbijdrage vast.
2. De minister stelt de rijksbijdrage vast op het bedrag dat is bepaald in de verlening indien de maatregelen waarvoor de rijksbijdrage is verleend geheel zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, en aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 11.
3. De minister stelt de rijksbijdrage op een lager bedrag vast indien de maatregelen waarvoor de rijksbijdrage is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden conform de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, en de verplichtingen, bedoeld in artikel 11, eerste tot en met derde lid.
Artikel 14
De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen en voorschotten terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de rijksbijdrage is vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.
Artikel 15
De minister publiceert voor 31 december 2023 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de rijksbijdrage in de praktijk.
Artikel 16
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2020.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020–2021.
Bijlage . bij de
De volgende maatregelen komen voor de verstrekking van een rijksbijdrage in aanmerking: