rijk/ministeriele-regeling/regeling-sturing-van-en-toezicht-op-de-luchtverkeersleiding-nederland/BWBR0032483
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling sturing van en toezicht op de Luchtverkeersleiding Nederland BWBR0032483 ministeriele-regeling geldend 2013-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0032483 Regeling sturing van en toezicht op de Luchtverkeersleiding Nederland

Regeling sturing van en toezicht op de Luchtverkeersleiding Nederland

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • de Kaderwet: de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
  • common requirements: uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 van de Commissie tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 482/2008 en (EU) nr. 691/2010 (PbEU L271);
  • de begroting: de jaarlijkse financiële begroting, bedoeld in artikel 5.40, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
  • de minister: de Minister van Infrastructuur en Milieu;
  • de wet: de Wet luchtvaart;
  • verordening inzake prestatiesturing: verordening (EU) nr. 691/2010 van 29 juli 2012 tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2096/2005 tot vaststelling van gemeenschappelijk eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten (PbEU L201).

Paragraaf 2. Bestuur en raad van toezicht van de LVNL

Artikel 2

De LVNL informeert de minister onverwijld over de ontstentenis van een lid van de raad van bestuur met het oog op de conform artikel 5.28 van de wet te treffen voorziening.

Artikel 3

De raad van toezicht oefent onafhankelijk van bestuur en minister toezicht uit. De raad van toezicht heeft een interne toezichtfunctie en is daarbij gericht op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken in de LVNL. De raad van toezicht richt zich bij de vervulling van de taak naar het belang van de LVNL en weegt daartoe de in aanmerking komende belangen van de bij de LVNL betrokkenen af.

Paragraaf 3. Financieel toezicht

Artikel 4

De LVNL zendt jaarlijks voor 1 november de begroting voor het daaropvolgende jaar aan de minister.

Artikel 5

1. Het aan de minister voor te leggen financieel meerjarenbeleidsplan omvat de periode van het eerstvolgende begrotingsjaar en de vier daarop volgende jaren.

2. Naast de vereisten die voortvloeien uit de common requirements en de verordening inzake prestatiesturing bevat het financieel meerjarenbeleidsplan tevens een omgevingsanalyse.

Artikel 6

1. Het controleprotocol is uitgewerkt in de bijlage bij deze regeling.

2. De minister informeert de LVNL over het voornemen een review van de accountantscontrole te laten uitvoeren door de accountantsdienst van het Rijk. Het besluit tot het uitvoeren van een review van de accountantscontrole wordt vergezeld van een toelichting waaruit de aanleiding blijkt, alsmede de procedure die zal worden gevolgd en de informatie die de LVNL ten behoeve van dit onderzoek beschikbaar dient te stellen.

3.

Bij de aanwijzing van de accountant, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet, bedingt de LVNL dat de controles en de verklaringen daarover mede betreffen:

a. a. een toereikende scheiding tussen de baten en lasten casu quo ontvangsten en uitgaven uit de bij of krachtens de wet aan de LVNL opgedragen taken dan wel andere activiteiten; b. b. de juiste en volledige hantering van de vastgestelde tarieven.

Artikel 7

1.

De LVNL behoeft de voorafgaande instemming van de minister voor:

a. a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon; b. b. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen waarvan de waarde een bedrag van 5 miljoen euro overschrijdt; c. c. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen waarvan de waarde een bedrag van 5 miljoen euro overschrijdt; d. d. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot huur, verhuur of pacht van registergoederen waarvan de huur of pacht een bedrag van jaarlijks 5 miljoen euro overschrijdt; e. e. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening indien deze afzonderlijk dan wel alle kredietovereenkomsten en overeenkomsten van geldleningen gezamenlijk een bedrag van 5 miljoen euro overschrijden; f. f. het aangaan van overeenkomsten waarbij de LVNL zich verbindt tot zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij de LVNL zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; g. g. het vormen van andere fondsen en reserveringen dan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet; h. h. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling.

2. De LVNL legt een voorgenomen beslissing als bedoeld in het eerste lid niet voor dan nadat de raad van toezicht heeft verklaard tegen die beslissing geen bedenkingen te hebben. De LVNL behoeft de voorafgaande instemming van de raad van toezicht voor het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening, indien deze een bedrag afzonderlijk dan wel alle kredietovereenkomsten en overeenkomsten van geldleningen gezamenlijk van 2 miljoen euro overschrijden.

3. Voor zover de in het eerste lid genoemde voornemens zijn opgenomen in de begroting, bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet, hoeven deze niet afzonderlijk ter instemming aan de minister te worden voorgelegd.

Paragraaf 4. Informatie-uitwisseling

Artikel 8

Bij de inrichting van de jaarrekening wordt onderscheid gemaakt tussen de baten en lasten, alsook tussen de ontvangsten en uitgaven uit de bij of krachtens de wet aan de LVNL opgedragen taken dan wel uit andere activiteiten.

Artikel 9

1.

In aanvulling op titel 9, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 18 en 19 van de Kaderwet bevat het jaarverslag in ieder geval de volgende onderdelen:

a. a. de wijze van toepassing van de in artikel 41, eerste lid, van de Kaderwet bedoelde voorzieningen ter beveiliging van de gegevens van de LVNL; b. b. de relevante gegevens over de gerealiseerde kwantiteit en kwaliteit van de dienstverlening; c. c. het aantal bezwaar- en beroepsprocedures dat is gevoerd op grond van de Algemene wet bestuursrecht, en de resultaten daarvan; d. d. het aantal verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de resultaten daarvan; e. e. het aantal ingediende klachten, al dan niet gedaan op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, en de resultaten daarvan; f. f. het aantal klachten op grond van de Wet Nationale ombudsman, en de resultaten daarvan; g. g. mededelingen omtrent de verwachte gang van zaken, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de kwaliteit van de taakuitoefening afhankelijk is.

2. Uit het jaarverslag valt af te leiden op welke wijze de realisatie in het boekjaar overeenkomt met dan wel afwijkt van de begroting en het tarievenvoorstel.

3.

Het jaarverslag is voorzien van:

a. a. een verslag van het bestuur; b. b. een verslag van de raad van toezicht; c. c. een in-control-statement van het bestuur.

4.

Bij de aanbieding van het jaarverslag aan de minister informeert de LVNL de minister over:

a. a. de toepassing van de arbeidsvoorwaarden van het personeel; b. b. de gemiddelde loonsom per werknemer over het desbetreffende boekjaar; c. c. het aantal ingediende schadeclaims, onderverdeeld naar taak, en de resultaten daarvan.

Artikel 10

1.

De minister legt de volgende voornemens tijdig aan de LVNL voor met het oog op een uitvoeringstoets:

a. a. voor het functioneren van de LVNL relevante beleidsvoornemens; b. b. voorgenomen wet- en regelgeving; c. c. overige voornemens tot het opdragen van taken of het stellen van regels met betrekking tot de uitoefening van de taken bij of krachtens een wet waarvoor hij eerste verantwoordelijke is; d. d. voornemens tot het stellen van beleidsregels in de zin van artikel 21 Kaderwet.

2. De minister reageert op de door de LVNL toegezonden rapportage en geeft daarbij in ieder geval aan hoe de rapportage in de besluitvorming is of zal worden betrokken.

3. Indien de minister nalaat tijdig te verzoeken om een uitvoeringstoets, kan de LVNL een uitvoeringstoets uit eigen beweging uitvoeren.

4. Indien in de loop van het besluitvormingsproces het aan de LVNL voorgelegde voornemen op voor de LVNL relevante punten wordt gewijzigd, legt de minister de wijzigingen ten behoeve van een finale uitvoeringstoets voor aan de LVNL.

Artikel 11

1. De LVNL evalueert op een daartoe door de minister gedaan verzoek of uit eigen beweging de uitvoering van nieuw of bijgesteld beleid dan wel nieuwe of bijgestelde wet- en regelgeving.

2. Bij het verzoek formuleert de minister de door de LVNL te beantwoorden vragen en wordt de termijn bepaald waarbinnen de rapportage gereed dient te zijn.

3. De minister reageert op de door de LVNL toegezonden rapportage en geeft daarbij in ieder geval aan hoe de rapportage in de besluitvorming is of zal worden betrokken.

Artikel 12

De LVNL verschaft de minister structureel informatie over lopende dan wel in voorbereiding zijnde ICT-projecten waarover aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt gerapporteerd.

Artikel 13

De LVNL informeert de minister over het gevoerde integriteitsbeleid.

Artikel 14

Indien de minister na overleg met de LVNL een derde aanwijst om in het kader van het toezicht op het functioneren van de LVNL onderzoek te doen naar een door de minister te bepalen onderdeel van de LVNL of van de taakuitoefening door de LVNL, verstrekt de LVNL aan deze derde op de door de derde te bepalen wijze de ter zake van het onderzoek gevraagde informatie voor zover dit niet beperkt is door de wet of contract.

Artikel 15

De minister verstrekt de LVNL informatie met betrekking tot:

a. a. aanschrijvingen; b. b. politieke aangelegenheden en de meningsvorming door de minister of de Staten-Generaal met betrekking tot de LVNL en de toekomst van de LVNL, c. c. (inter)nationaal overleg; d. d. concepten van rechtstreeks werkende EU-regelgeving; e. e. overleg met andere departementen en resultaten daarvan; f. f. klachten over het functioneren van de LVNL.

Artikel 16

1. De LVNL legt tot hem gerichte voorstellen tot taakopdracht door een ander bestuursorgaan tijdig voor aan de minister met het oog op het verkrijgen van diens instemming.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op voornemens van de LVNL tot het verrichten van markt- of nevenactiviteiten, die nog niet bij of krachtens wet of bij een eerder besluit van de minister zijn toegestaan.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 17

Het Informatiestatuut LVNL wordt ingetrokken.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling sturing van en toezicht op de Luchtverkeersleiding Nederland.

Artikel 19

1. Op de jaarstukken 2012 worden de artikelen 6, 8 en 9 niet toegepast voor zover deze bepalingen afwijken van de eerdere met de LVNL gemaakte afspraken en de LVNL heeft aangegeven voor de jaarstukken 2012 niet te kunnen voldoen aan de onderhavige regeling.

2. Indien de LVNL heeft aangegeven voor de jaarstukken 2012 niet te kunnen voldoen aan de onderhavige regeling, geldt voor de jaarstukken 2012 de regelgeving zoals deze voor inwerkingtreding van deze regeling van toepassing was.

Artikel 20

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2013.

Bijlage . bij