rijk/ministeriele-regeling/regeling-subsidiëring-brede-weersverzekering/BWBR0036188
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling Subsidiëring brede weersverzekering BWBR0036188 ministeriele-regeling geldend 2015-01-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0036188 Regeling Subsidiëring brede weersverzekering

Regeling Subsidiëring brede weersverzekering

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* minister van Economische Zaken;

b. b.

    *open teelten:* open teelten van de sectoren akkerbouw, vollegrondsgroententeelt, bollenteelt, sierteelt, fruitteelt en boomkwekerij;

c. c.

    *premie:* premie, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

d. d.

    *schade-expert:* deskundige die de gedragscode van expertiseorganisaties van het Verbond van Verzekeraars of een daarmee gelijk te stellen gedragscode in acht neemt;

e. e.

    *verzekeraar:* verzekeraar, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

f. f.

    *verzekering:* verzekering als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

g. g.

    *verzekeringspolis:* bewijs van verzekering tussen landbouwer en verzekeraar;

h. h.

    *landbouwer:* actieve landbouwer als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1305/2013;

i. i.

    *betaalorgaan:* betaalorgaan als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 1306/2013;

j. j.

    *verordening (EU) nr. 1305/2013:* verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU L 347/487);

k. k.

    *verordening (EU) nr. 1306/2013:* verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU L 347);

l. l.

    *verordening (EU) nr. 809/2014:* verordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU L 227/69).

Hoofdstuk 2. Voorschriften inzake de landbouwer

Artikel 2

1. De minister verstrekt subsidie aan een landbouwer in de vorm van een financiële bijdrage voor de premie ten behoeve van een verzekering tegen de financiële gevolgen van ongunstige weersomstandigheden, die overeenkomstig artikel 12 is goedgekeurd.

2. De subsidie wordt verstrekt onder voorbehoud dat de Europese Commissie goedkeuring verleent aan het programma, bedoeld in artikel 10 van verordening (EU) nr. 1305/2013.

3. De landbouwer die in aanmerking wil komen voor de subsidie, bedoeld in het eerste lid, maakt voor de aanvraag gebruik van de verzamelaanvraag, bedoeld in artikel 4.2 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.

4. De landbouwer legt vóór 1 november van het jaar waarin hij de aanvraag, bedoeld in het derde lid, indient de in artikel 9 genoemde gegevens over. De bewijsstukken worden schriftelijk overgelegd voor zover deze niet elektronisch overgelegd kunnen worden.

5. De aanvrager is van de verplichting, bedoeld in het vierde lid, vrijgesteld voor zover de bewijsstukken vóór het verstrijken van de in dat lid genoemde termijn door de verzekeraar worden verstrekt.

6. Artikel 2.3, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB is van overeenkomstige toepassing op een landbouwer als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3

1. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover de landbouwer van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de premie, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

2. Geen subsidie wordt verstrekt indien de landbouwer zijn teelt niet tegen alle ongunstige weersomstandigheden, genoemd in artikel 14, heeft verzekerd.

3. Geen subsidie wordt verstrekt ten behoeve van de premie die wordt betaald voor de verzekering van de open teelt op landbouwgrond die is gelegen buiten Nederland.

Artikel 4

1. De subsidie bedraagt 65% van de verzekeringspremie, exclusief belastingen.

2. De subsidie betreft enkel de oppervlakte van de verzekerde percelen die via de verzamelaanvraag als zodanig zijn opgegeven.

Artikel 5

1. Op een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2, derde lid, is artikel 4.2, tweede en derde lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB van overeenkomstige toepassing.

2. Het subsidieplafond voor het jaar 2015 bedraagt € 9.000.000,.

Artikel 6

Indien meer subsidie wordt aangevraagd dan het bedrag in artikel 5, tweede lid, wordt het percentage, bedoeld in artikel 4, eerste lid, evenredig verlaagd.

Artikel 7

1.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:

a. a. de aanvrager niet voldoet aan artikel 2, vierde lid; b. b. de aanvrager ofwel in het geval hij een volmacht heeft verleend als bedoeld in artikel 10, het deel van de verzekeringspremie dat overeenkomt met de gehele verzekeringspremie verminderd met de aangevraagde subsidie op grond van deze regeling, ofwel indien de aanvrager geen volmacht heeft verleend als bedoeld in artikel 10, de volledige verzekeringspremie, niet vóór 1 november van het jaar van de aanvraag heeft betaald, of c. c. geen toestemming als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder d en e, is gegeven.

2. Indien de verstrekte subsidie lager is dan de aangevraagde subsidie als gevolg van een bij besluit van de minister vastgestelde verlaging van de subsidie, dient de landbouwer de met dit verschil overeenkomende premie vóór 1 juli volgend op het jaar van de aanvraag aan de verzekeraar te voldoen.

Artikel 8

De minister beslist op een aanvraag om subsidie uiterlijk 15 mei van het jaar volgend op het jaar van de aanvraag.

Artikel 9

De aanvrager verstrekt de volgende gegevens aan de minister:

a. a. het polisnummer van de verzekering; b. b. een kopie van de verzekeringspolis; c. c. een bewijs van betaling van het deel van de verzekeringspremie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid; d. d. toestemming aan de minister om persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling; e. e. toestemming aan de minister om perceelsgegevens uit te wisselen met de verzekeraar ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling; f. f. een verklaring dat hij zich bewust is van alle voorwaarden voor verkrijging van deze subsidie; g. g. de naam van de verzekeraar met wie de verzekering is afgesloten, en h. h. een verklaring dat hij zich niet meer dan één keer verzekert voor dezelfde schade.

Artikel 10

1. De betaling van de subsidie, bedoeld in artikel 2, geschiedt overeenkomstig artikel 4:89, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en overeenkomstig een door de aanvrager daartoe verstrekte volmacht als bedoeld in titel 3 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, aan de verzekeraar met wie de landbouwer de verzekering heeft gesloten.

2. Bij gebreke van een volmacht als bedoeld in het eerste lid vindt betaling plaats door bijschrijving op een door de aanvrager opgegeven bankrekening.

Hoofdstuk 3. Voorschriften inzake de verzekeraar

Artikel 11

1. Een verzekeraar dient vóór 1 februari een aanvraag in bij de minister voor goedkeuring van de voorwaarden van een verzekering.

2.

De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van:

a. a. een onderbouwing van de premie; b. b. een verklaring van de verzekeraar dat hij zijn administratie die betrekking heeft op de verzekeringsvoorwaarden, ten minste vier kalenderjaren na afloop van de verzekering ter beschikking houdt van de minister; c. c. het standaardmodel van de verzekeringspolis, en d. d. documenten waarin de verzekeraar ten genoegen van de minister aantoont dat de verzekeringsvoorwaarden voldoen aan het bepaalde in deze regeling.

3. De minister beslist binnen een termijn van 22 weken op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 12

1.

De minister verleent uitsluitend goedkeuring aan de verzekeringsvoorwaarden indien:

a. a. het financieel verlies van de landbouwer wordt gedekt:

        1°.
        voor zover dat meer is dan 30% van de gemiddelde jaarproductie in de laatste drie jaar of van de gemiddelde productie van drie van de laatste vijf jaar waarbij de hoogste en laagste productie van deze vijf jaar niet wordt meegerekend,
      
      
        2°.
        dat het gevolg is van een lagere opbrengst in kwantiteit of kwaliteit,
      
      
        3°.
        dat optreedt op een aaneengesloten stuk grond waarop één enkel gewas wordt geteeld, en
      
      
        4°.
        dat redelijkerwijs is toe te rekenen aan ongunstige weersomstandigheden als bedoeld in artikel 14;

1°. 1°. voor zover dat meer is dan 30% van de gemiddelde jaarproductie in de laatste drie jaar of van de gemiddelde productie van drie van de laatste vijf jaar waarbij de hoogste en laagste productie van deze vijf jaar niet wordt meegerekend, 2°. 2°. dat het gevolg is van een lagere opbrengst in kwantiteit of kwaliteit, 3°. 3°. dat optreedt op een aaneengesloten stuk grond waarop één enkel gewas wordt geteeld, en 4°. 4°. dat redelijkerwijs is toe te rekenen aan ongunstige weersomstandigheden als bedoeld in artikel 14; b. b. alle open teelten verzekerd kunnen worden; c. c. geen eisen worden gesteld aan de aard of hoeveelheid van de toekomstige productie door de verzekerde; d. d. de voorwaarde wordt gesteld dat de schade wordt vastgesteld door een schade-expert; e. e. de verzekeraar niet tot uitkering overgaat voor zover de landbouwer van overheidswege een tegemoetkoming in de schade ontvangt die ertoe leidt dat hij meer compensatie ontvangt dan hij schade heeft geleden; f. f. slechts één keer tot uitkering wordt gekomen voor dezelfde gebeurtenis bij dezelfde teelt; g. g. de verzekering wordt aangegaan voor een periode van twaalf maanden; h. h. de verzekering geen dekking biedt voor:

        1°.
        genomen preventiemaatregelen, en
      
      
        2°.
        bereddingsmaatregelen die genomen zijn op grond van de verzekeringspolis of artikel 7:957 BW, maar waarbij geen verlies als bedoeld in onderdeel a is opgetreden;

1°. 1°. genomen preventiemaatregelen, en 2°. 2°. bereddingsmaatregelen die genomen zijn op grond van de verzekeringspolis of artikel 7:957 BW, maar waarbij geen verlies als bedoeld in onderdeel a is opgetreden; i. i. de verzekeraar toestemming wordt verleend door de verzekerde om diens persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling; j. j. de verzekeraar verklaart dat hij niet meer dan een keer dezelfde schade van de landbouwer verzekert; k. k. de verzekeraar verklaart dat hij alle ontvangen subsidiebedragen aanwendt om de premienota van de betreffende landbouwer overeenkomstig de voorwaarden van deze regeling te voldoen, en l. l. de verzekeraar verklaart dat de minister in kennis wordt gesteld van eventuele aanpassingen in de administratie van de verzekeraar, voor zover deze aanpassingen negatieve gevolgen hebben voor de betrouwbaarheid van de daarin verwerkte gegevens.

2. De minister verleent de goedkeuring voor een periode van een jaar, en kan aan de goedkeuring nadere voorschriften verbinden.

Artikel 13

1. De goedkeuring, bedoeld in artikel 12, eerste lid, kan op verzoek van de verzekeraar steeds voor een periode van een jaar worden verlengd.

2. De minister stemt in met het verzoek tot verlenging van de goedkeuring indien de verzekeringsvoorwaarden ongewijzigd blijven dan wel sprake is van niet-essentiële wijzigingen.

3. De verzekeraar dient vóór 1 december een verzoek tot verlenging van de goedkeuring in bij de minister en meldt daarbij de eventuele wijzigingen van de verzekeringsvoorwaarden.

4. De minister beslist binnen 6 weken op het verzoek, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 14

1.

Onder ongunstige weersomstandigheden worden in elk geval begrepen:

a. a. weersomstandigheden die volgens een schade-expert of het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, en b. b. elk van de volgende weersomstandigheden:

        1°.
        regenval;
      
      
        2°.
        droogte;
      
      
        3°.
        (nacht)vorst;
      
      
        4°.
        sneeuw;
      
      
        5°.
        ijzel;
      
      
        6°.
        storm;
      
      
        7°.
        hagel, of
      
      
        8°.
        brand door blikseminslag.

1°. 1°. regenval; 2°. 2°. droogte; 3°. 3°. (nacht)vorst; 4°. 4°. sneeuw; 5°. 5°. ijzel; 6°. 6°. storm; 7°. 7°. hagel, of 8°. 8°. brand door blikseminslag.

2. De weersomstandigheden, bedoeld in het eerste lid, worden geacht vooraf te zijn erkend door de minister als bedoeld in artikel 37, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1305/2013. De minister kan in aanvulling daarop, na overleg met de brancheorganisatie van verzekeraars, ook andere ongunstige weersomstandigheden erkennen.

Artikel 15

1. In afwijking van artikel 12, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, mag een verzekering ook tot uitkering komen bij een financieel verlies van 30% of minder, mits de verzekeraar ten genoegen van de minister onderscheidt welk deel van de premie betrekking heeft op vergoeding van het financieel verlies van de landbouwer van 30% of minder. In dat geval heeft de steun slechts betrekking op het gedeelte van de premie dat ziet op verzekeringsvoorwaarden die in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze regeling.

2. Het onderscheid, bedoeld in het eerste lid, moet helder zijn omschreven in de verzekeringsvoorwaarden.

3. In afwijking van artikel 12, eerste lid, onderdeel g, mag een verzekering voor langer dan twaalf maanden worden aangegaan, mits de premie jaarlijks wordt betaald en de jaarlijkse premie betrekking heeft op de productie van een periode van twaalf maanden.

4. De minister publiceert een lijst van de goedgekeurde verzekeringen op de website van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland.

Artikel 16

1. In afwijking van artikel 12, eerste lid, onderdeel d, mag de schade worden vastgesteld op basis van een rekenmodel.

2. Het rekenmodel wordt tezamen met de verzekeringsvoorwaarden goedgekeurd door de minister.

3. De minister keurt het rekenmodel uitsluitend goed indien de verzekeraar aantoont dat de uitkomsten van het rekenmodel vergelijkbaar zijn met een schadebeoordeling door een schade-expert. Het rekenmodel bevat daartoe tenminste de noodzakelijke gegevens om de schade vast te kunnen stellen aan de hand van bedrijfsspecifieke gegevens van het landbouwbedrijf zoals het gewas en de grondsoort op perceelsniveau en de feitelijke weersomstandigheid die de schade veroorzaakt.

4. De verzekeraar onderzoekt elk gebruik van het rekenmodel met behulp van een steekproef. De resultaten worden ter beschikking gehouden van de minister.

Hoofdstuk 4. Controles en sancties

Artikel 17

De minister geeft in voorkomende gevallen uitvoering aan artikel 54, eerste en derde lid, en artikel 56 van verordening (EU) nr. 1306/2013.

Artikel 18

De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

Artikel 19

1. De minister besluit tot het niet betalen dan wel de gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

2. De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, vast met inachtneming van artikel 64 van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

3. De minister geeft bij de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, toepassing aan artikel 63 van verordening (EU) nr. 809/2014.

Artikel 20

Het rentetarief dat overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 809/2014 wordt toegepast, betreft de wettelijke rente, bedoeld in artikel 6:120, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 21

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Subsidiëring brede weersverzekering.