40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling subsidie onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap | BWBR0011344 | ministeriele-regeling | geldend | 2000-05-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0011344 | Regeling subsidie onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap |
Regeling subsidie onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2. Deze regeling berust op de artikelen 14 en 15 van de Wet overige BZK-subsidies.
Artikel 2
1. De minister verleent het LSOP jaarlijks, overeenkomstig deze regeling, een subsidie van ten hoogste € 2.268.901,00 ten behoeve van het laten uitvoeren van onderzoeken die strekken tot realisering van het door de CPW opgestelde en door de minister vastgestelde onderzoeksprogramma op het gebied van politie en veiligheid.
2. De hoogte van de subsidie wordt door de minister jaarlijks voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft vastgesteld.
Artikel 3
1.
Het onderzoeksprogramma heeft betrekking op:
a. a. het initiëren, coördineren en stimuleren van planmatig en systematisch strategisch onderzoek op het terrein van politie en veiligheid, met inbegrip van kortlopend onderzoek dat ingaat op actuele vraagstukken, en b. b. het stimuleren en verbeteren van de wetenschappelijke discussie met betrekking tot relevante ontwikkelingen inzake de politie tussen de onderzoekswereld enerzijds en de politie en relevante maatschappelijke actoren op het gebied van veiligheid anderzijds.
2. Het onderzoeksprogramma bestaat in ieder geval uit een overzicht van onderzoeksdomeinen, met daarbinnen prioritaire onderzoeksthema’s en concrete aanbesteedbare onderzoeksvoorstellen.
3. Het onderzoeksprogramma heeft een maximale looptijd van vier jaar, tenzij de minister anders bepaalt. Door de CPW wordt daartoe een meerjarig onderzoeksprogramma opgesteld, alsmede jaarlijks een nadere uitwerking van dit onderzoeksprogramma voor het komende jaar. De minister stelt de stukken, bedoeld in de tweede volzin, vast.
Artikel 4
1. De CPW wordt belast met de verantwoordelijkheid voor het opstellen en de coördinatie van het onderzoeksprogramma en de zorg voor een selectieprocedure van onderzoeksprojecten.
2. Bij de uitoefening van de taken, bedoeld in het eerste lid, gaat de CPW, overeenkomstig de voor de overheid gebruikelijke aanbestedingsprocedures en de daartoe door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gebruikelijk gehanteerde algemene voorwaarden voor dienstverleningsovereenkomsten met de directie Politie, te werk. Ook waarborgt de CPW de gebruikelijke integriteitseisen en voorkomt zij belangenverstrengeling.
3. De CPW is verplicht haar organisatie zodanig te behouden en te onderhouden dat de uitvoering van het onderzoeksprogramma is gewaarborgd en dient tevens te beschikken over een overzichtelijke en doelmatige administratieve organisatie, die een juist, volledig en actueel inzicht verschaft in de kwaliteit van het functioneren van de CPW.
4. Het LSOP draagt ten behoeve van het onderzoeksprogramma tegen kostprijs zorg voor de benodigde fysieke, logistieke, secretariële en boekhoudkundige ondersteuning van de CPW, die ten laste komt van het programmabudget.
5. Onverminderd het vierde lid, kan de CPW zich bij de uitoefening van de taken, bedoeld in het eerste lid, laten bijstaan door derden.
6. De apparaatskosten, bedoeld in het vierde en vijfde lid, bedragen jaarlijks maximaal 15% van het beschikbare programmabudget.
7. De CPW biedt jaarlijks voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het onderzoeksprogramma ter vaststelling aan de minister aan.
Artikel 5
1. De minister stelt uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het onderzoeksprogramma vast.
2. Gelijktijdig met de vaststelling van het onderzoeksprogramma beslist de minister op de aanvraag tot subsidieverlening.
Artikel 6
1. De CPW zal het onderzoekveld in meerdere ronden uitnodigen voorstellen in te dienen voor wetenschappelijk onderzoek dat voldoet aan de omschrijvingen die in het onderzoeksprogramma zijn opgenomen.
2. De CPW zal deze onderzoekvoorstellen beoordelen aan de hand van de wetenschappelijke en maatschappelijke criteria zoals deze zijn opgenomen in het onderzoeksprogramma.
3. Vanwege de CPW worden geen bijdragen verstrekt voorzover daarmee de voor het voorgestelde onderzoeksproject van overheidswege aan te wenden middelen de totale onderzoekskosten overstegen worden.
4. De door de CPW per ronde geselecteerde onderzoekvoorstellen worden afgestemd met de onderzoekscoördinator van de directie Politie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
5. De CPW bevordert dat de door de minister voor het onderzoeksprogramma ter beschikking gestelde middelen per jaar volledig worden besteed in het kader van het onderzoeksprogramma.
Artikel 7
Gedurende het subsidiejaar kan de minister, ambtshalve of op verzoek van de CPW, de subsidieverlening wijzigen indien een suppletore begroting zodanige wijzigingen aanbrengt in de begroting ten laste waarvan de subsidie is verleend, dat wijziging van de subsidieverlening noodzakelijk is.
Artikel 8
1. Tenzij de minister anders bepaalt, zijn het LSOP en de CPW tot geheimhouding verplicht met betrekking tot de resultaten van onderzoek dat deel uitmaakt van het onderzoeksprogramma, zolang deze resultaten de minister niet hebben bereikt.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde verplichting niet of niet langer bestaat zijn de resultaten voor elke geïnteresseerde vrij toegankelijk en beschikbaar tegen integrale verstrekkingskosten.
Artikel 9
Het LSOP en de CPW zijn gehouden de minister te vrijwaren voor schade, die het gevolg is van onderzoek en activiteiten waarvoor de minister subsidie heeft verleend.
Artikel 10
1. De CPW doet de minister jaarlijks voor 1 augustus een beknopte rapportage toekomen over de voortgang van het onderzoeksprogramma voor dat jaar.
2. De CPW verstrekt de minister ten minste eenmaal per kalenderhalfjaar rapportages over de financiële stand van zaken met betrekking tot de in uitvoering zijnde onderzoeken.
Artikel 11
1. Het LSOP, op voorstel van de CPW, dient de aanvraag tot subsidievaststelling bij de minister in voor 1 juni van het jaar volgend op het subsidiejaar.
2.
De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. a. de door de raad van toezicht van het LSOP goedgekeurde jaarrekening over het subsidiejaar, waarbij een accountantsverklaring is gevoegd; b. b. het verslag van werkzaamheden over het subsidiejaar; c. c. de resultaten van het gesubsidieerde onderzoek in de vorm van een tussenrapportage of de goedgekeurde eindrapportage.
3. Ter nadere verificatie van de verantwoording kan de minister een onderzoek laten instellen door door hem aangewezen ambtenaren of andere personen. Op hun verzoek verstrekken het LSOP en de CPW alle bescheiden en inlichtingen die de in de eerste volzin bedoelde personen noodzakelijk achten voor een juiste vervulling van hun taak.
4. Indien door of namens de CPW of een onderzoekinstelling onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, of indien de in deze bepalingen vervatte voorschriften, of andere voorschriften die de minister aan het verlenen van de subsidie heeft verbonden, niet zijn nageleefd, kan de minister de toezegging wijzigen, dan wel intrekken, het verstrekken van voorschotten opschorten, of de subsidie op een lager bedrag vaststellen, dan wanneer de instelling wel aan deze voorschriften had voldaan.
Artikel 12
1. De minister stelt de subsidie vast binnen drie maanden na ontvangst van de in artikel 11 bedoelde gegevens en doet daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan de CPW.
2. De minister stelt de subsidie mede vast op basis van zijn instemming met de jaarrekening.
3. Indien de subsidie niet binnen de in het eerste lid vermelde termijn wordt vastgesteld, deelt de minister het LSOP een nieuwe termijn mede waarbinnen de vaststelling zal plaatsvinden.
Artikel 13
Voor het subsidiejaar 2000 wordt de subsidie vastgesteld op ten hoogste 3,3 miljoen gulden.
Artikel 14
Deze regeling zal uiterlijk vier jaar na inwerkingtreding door de CPW worden geëvalueerd op zijn doelmatigheid en uitvoerbaarheid, met inbegrip van de rol en taak van het LSOP en de CPW. De CPW doet de minister het evaluatierapport onverwijld toekomen.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidie onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap.