40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 | BWBR0044808 | ministeriele-regeling | geldend | 2022-05-26 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044808 | Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 |
Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- algemene de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);
- algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
- Belastingdienst: Belastingdienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003;
- de-minimisverordening voor de landbouwsector: verordening (EU) nr. 1408/2013 van de commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);
- de-minimisverordening voor de visserijsector: verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU 2014, L 190);
- handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
- hoofdactiviteit: de code van de Standaard Bedrijfsindeling die als hoofdactiviteit is geregistreerd in het handelsregister;
- MKB-onderneming: in Nederland gevestigde onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, die een kleine onderneming of middelgrote onderneming is in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- nevenactiviteit: de code van de Standaard Bedrijfsindeling die als nevenactiviteit is geregistreerd in het handelsregister;
- vestiging: vestiging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Handelsregisterwet 2007.
Hoofdstuk 2. Subsidie vaste lasten
Paragraaf 2.1. Subsidie vaste lasten voor de periode oktober, november en december 2020
Artikel 2.1.a1
Vervallen
Artikel 2.1.1
Vervallen
Artikel 2.1.2
Vervallen
Artikel 2.1.3
Vervallen
Artikel 2.1.4
Vervallen
Artikel 2.1.5
Vervallen
Artikel 2.1.6
Vervallen
Artikel 2.1.7
Vervallen
Artikel 2.1.8
Vervallen
Artikel 2.1.9
Vervallen
Artikel 2.1.10
Vervallen
Artikel 2.1.11
Vervallen
Artikel 2.1.12
Vervallen
Paragraaf 2.2. Subsidie vaste lasten voor de periode januari, februari en maart 2021
Paragraaf 2.2.1. Subsidie vaste lasten voor MKB-ondernemingen
Artikel 2.2.a1
Vervallen
Artikel 2.2.1
Vervallen
Artikel 2.2.2
Vervallen
Artikel 2.2.3
Vervallen
Artikel 2.2.3a
Vervallen
Artikel 2.2.3b
Vervallen
Artikel 2.2.3c
Vervallen
Artikel 2.2.4
Vervallen
Artikel 2.2.5
Vervallen
Artikel 2.2.6
Vervallen
Artikel 2.2.7
Vervallen
Artikel 2.2.8
Vervallen
Artikel 2.2.9
Vervallen
Artikel 2.2.10
Vervallen
Paragraaf 2.2.2. Subsidie vaste lasten voor grote ondernemingen
Artikel 2.2.11
Vervallen
Artikel 2.2.12
Vervallen
Artikel 2.2.13
Vervallen
Artikel 2.2.14
Vervallen
Artikel 2.2.15
Vervallen
Artikel 2.2.16
Vervallen
Artikel 2.2.17
Vervallen
Artikel 2.2.18
Vervallen
Artikel 2.2.19
Vervallen
Artikel 2.2.20
Vervallen
Artikel 2.2.21
Vervallen
Artikel 2.2.22
Vervallen
Artikel 2.2.23
Vervallen
Artikel 2.2.24
Vervallen
Paragraaf 2.3. Subsidie vaste lasten voor de periode april, mei en juni 2021
Paragraaf 2.3.1. Subsidie vaste lasten voor MKB-ondernemingen
Artikel 2.3.1
Vervallen
Artikel 2.3.2
Vervallen
Artikel 2.3.3
Vervallen
Artikel 2.3.4
Vervallen
Artikel 2.3.5
Vervallen
Artikel 2.3.6
Vervallen
Artikel 2.3.7
Vervallen
Artikel 2.3.8
Vervallen
Artikel 2.3.9
Vervallen
Artikel 2.3.10
Vervallen
Artikel 2.3.11
Vervallen
Artikel 2.3.12
Vervallen
Paragraaf 2.3.2. Subsidie vaste lasten voor grote ondernemingen
Artikel 2.3.13
Vervallen
Artikel 2.3.14
Vervallen
Artikel 2.3.15
Vervallen
Artikel 2.3.16
Vervallen
Artikel 2.3.17
Vervallen
Artikel 2.3.18
Vervallen
Artikel 2.3.19
Vervallen
Artikel 2.3.20
Vervallen
Artikel 2.3.21
Vervallen
Artikel 2.3.22
Vervallen
Artikel 2.3.23
Vervallen
Artikel 2.3.24
Vervallen
Paragraaf 2.4. Subsidie vaste lasten voor de periode juli, augustus en september 2021
Paragraaf 2.4.1. Subsidie vaste lasten voor MKB-ondernemingen
Artikel 2.4.1
Vervallen
Artikel 2.4.2
Vervallen
Artikel 2.4.3
Vervallen
Artikel 2.4.4
Vervallen
Artikel 2.4.5
Vervallen
Artikel 2.4.6
Vervallen
Artikel 2.4.7
Vervallen
Artikel 2.4.8
Vervallen
Artikel 2.4.9
Vervallen
Artikel 2.4.10
Vervallen
Artikel 2.4.11
Vervallen
Artikel 2.4.12
Vervallen
Paragraaf 2.4.2. Subsidie vaste lasten voor grote ondernemingen
Artikel 2.4.13
Vervallen
Artikel 2.4.14
Vervallen
Artikel 2.4.15
Vervallen
Artikel 2.4.16
Vervallen
Artikel 2.4.17
Vervallen
Artikel 2.4.18
Vervallen
Artikel 2.4.19
Vervallen
Artikel 2.4.20
Vervallen
Artikel 2.4.21
Vervallen
Artikel 2.4.22
Vervallen
Artikel 2.4.23
Vervallen
Artikel 2.4.24
Vervallen
Paragraaf 2.5. Subsidie vaste lasten voor de periode oktober, november en december 2021
Paragraaf 2.5.1. Subsidie vaste lasten voor MKB-ondernemingen
Artikel 2.5.1
Vervallen
Artikel 2.5.2
Vervallen
Artikel 2.5.3
Vervallen
Artikel 2.5.4
Vervallen
Artikel 2.5.5
Vervallen
Artikel 2.5.6
Vervallen
Artikel 2.5.7
Vervallen
Artikel 2.5.8
Vervallen
Artikel 2.5.9
Vervallen
Artikel 2.5.10
Vervallen
Artikel 2.5.11
Vervallen
Paragraaf 2.5.2. Subsidie vaste lasten voor grote ondernemingen
Artikel 2.5.12
Vervallen
Artikel 2.5.13
Vervallen
Artikel 2.5.14
Vervallen
Artikel 2.5.15
Vervallen
Artikel 2.5.16
Vervallen
Artikel 2.5.17
Vervallen
Artikel 2.5.18
Vervallen
Artikel 2.5.19
Vervallen
Artikel 2.5.20
Vervallen
Artikel 2.5.21
Vervallen
Artikel 2.5.22
Vervallen
Paragraaf 2.6. Subsidie vaste lasten voor de periode januari, februari en maart 2022
Paragraaf 2.6.1. Subsidie vaste lasten voor MKB-ondernemingen
Artikel 2.6.1
Vervallen
Artikel 2.6.2
Vervallen
Artikel 2.6.3
Vervallen
Artikel 2.6.4
Vervallen
Artikel 2.6.5
Vervallen
Artikel 2.6.6
Vervallen
Artikel 2.6.7
Vervallen
Artikel 2.6.8
Vervallen
Artikel 2.6.9
Vervallen
Artikel 2.6.10
Vervallen
Artikel 2.6.11
Vervallen
Paragraaf 2.6.2. Subsidie vaste lasten voor grote ondernemingen
Artikel 2.6.12
Vervallen
Artikel 2.6.13
Vervallen
Artikel 2.6.14
Vervallen
Artikel 2.6.15
Vervallen
Artikel 2.6.16
Vervallen
Artikel 2.6.17
Vervallen
Artikel 2.6.18
Vervallen
Artikel 2.6.19
Vervallen
Artikel 2.6.20
Vervallen
Artikel 2.6.21
Vervallen
Artikel 2.6.22
Vervallen
Hoofdstuk 2a. Subsidie vaste lasten voor startende MKB-ondernemingen
Paragraaf 2a.1. Subsidie vaste lasten voor de periode oktober, november en december 2021
Artikel 2a.1.1
1.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- ambulante onderneming: onderneming die op de peildatum stond ingeschreven in het handelsregister onder de code 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2, 47.89.9, 49.39.1, 49.32, 49.41, 49.42, 50, 51.10, 53, 85.53 of 93.21.2 van de Standaard Bedrijfsindeling;
- getroffen startende MKB-onderneming: MKB-onderneming die voldoet aan artikel 2a.1.2, tweede lid, onderdelen c tot en met e;
- groep: twee of meer in Nederland gevestigde ondernemingen als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, die met elkaar verbonden zijn doordat zij een van de banden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, met elkaar onderhouden;
- horecaonderneming: onderneming die op de peildatum stond ingeschreven in het handelsregister onder de code 56.10.1, 56.10.2 of 56.30 van de Standaard Bedrijfsindeling;
- omzet: opbrengst uit levering van goederen en diensten uit de onderneming, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen;
- omzet in de referentieperiode: omzet als bedoeld in artikel 2a.1.3, tweede lid;
- omzet in de subsidieperiode: omzet als bedoeld in artikel 2a.1.3, derde lid;
- omzetverlies: omzetverlies als bedoeld in artikel 2a.1.3, eerste lid;
- peildatum: de peildatum voor de betreffende getroffen startende MKB-onderneming, zijnde 30 juni 2021.
2.
In de artikelen 2a.1.2, tweede lid, onderdeel b, en 2a.1.4, eerste, vijfde, zesde en zevende lid, staat:
– – A voor de omzet in de referentieperiode, uitgedrukt in Euro's; – – B voor het omzetverlies, uitgedrukt in procenten; – – C voor de ratio tussen de vaste kosten en de omzet van een gemiddeld bedrijf, zoals per sector genoemd in de derde kolom van de tabel in de bijlage, uitgedrukt in procenten; – – D voor het subsidiepercentage, dat 100% bedraagt.
Artikel 2a.1.2
1. De minister verstrekt op aanvraag eenmalig een subsidie aan een getroffen startende MKB-onderneming om bij te dragen aan de financiering van de vaste lasten in de maanden oktober, november en december 2021.
2.
De subsidie wordt enkel verstrekt aan een MKB-onderneming:
a. a. waarvan het omzetverlies ten minste 20% bedraagt; b. b. waarvan de uitkomst van de vermenigvuldiging van A en C ten minste € 1.500 bedraagt; c. c. waarvan de inschrijfdatum in het handelsregister ligt in de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021; d. d. waarvan de hoofdactiviteit, waaronder de MKB-onderneming op de peildatum is ingeschreven in het handelsregister met de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling, in de bijlage is opgenomen of die op de peildatum is ingeschreven in het handelsregister met een hoofdactiviteit onder de code 64.2, 64.30.3 of 70.10 van de Standaard Bedrijfsindeling en met een nevenactiviteit die in de bijlage is opgenomen; e. e. die:
1°.
voor zover het een MKB-onderneming, niet zijnde een horecaonderneming of een ambulante onderneming, betreft:
–
ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming; of
–
een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang; of
2°.
voor zover het een horecaonderneming betreft, ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft.
1°. 1°. voor zover het een MKB-onderneming, niet zijnde een horecaonderneming of een ambulante onderneming, betreft:
–
ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming; of
–
een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang; of
– – ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming; of – – een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang; of 2°. 2°. voor zover het een horecaonderneming betreft, ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft.
3. In aanvulling op het tweede lid, wordt de subsidie enkel verstrekt aan een MKB-onderneming die deel uitmaakt van een groep, indien de inschrijfdatum in het handelsregister van alle verbonden MKB-ondernemingen die deel uitmaken van die groep op of na 1 juli 2020 ligt.
4.
Geen subsidie wordt verstrekt aan:
a. a. een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; b. b. een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 25g, eerste lid, van de Mededingingswet; c. c. een bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs; d. d. een bekostigde instelling voor educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs; e. e. een bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
5. In afwijking van het tweede lid, onderdeel d, wordt subsidie verstrekt aan een MKB-onderneming indien ten genoegen van de minister blijkt dat de MKB-onderneming op de peildatum feitelijk een hoofdactiviteit uitvoerde die in de bijlage is opgenomen.
Artikel 2a.1.3
1. Het omzetverlies wordt berekend door het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de omzet in de subsidieperiode te bepalen en deze te delen door de omzet in de referentieperiode. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt in procenten.
2. De omzet in de referentieperiode is de omzet in het derde kalenderkwartaal van 2021.
3. De omzet in de subsidieperiode is de omzet in het vierde kalenderkwartaal van 2021.
4. Als omzet van de getroffen startende MKB-onderneming wordt beschouwd het bedrag ten aanzien waarvan de getroffen startende MKB-onderneming aangifte doet voor de omzetbelasting, overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968. Tevens wordt als omzet beschouwd omzet die niet in een aangifte omzetbelasting gerapporteerd wordt, maar op eenvoudige en duidelijke wijze blijkt uit de financiële administratie of uit een ander bewijsstuk van de getroffen MKB-onderneming.
5. Tot de omzet in de referentieperiode en de omzet in de subsidieperiode worden voor de toepassing van deze regeling niet gerekend subsidies, tegemoetkomingen of steun in andere vorm die de getroffen startende MKB-onderneming heeft verkregen van een bestuursorgaan in verband met, of mede in verband met, de gevolgen van de bestrijding van de verspreiding van COVID-19.
Artikel 2a.1.4
1.
De subsidie bedraagt ten hoogste € 100.000 en wordt berekend op de volgende wijze:
A X B X C X D.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie ten hoogste € 30.000 indien de getroffen startende MKB-onderneming actief of mede actief is als onderneming in de visserij- en aquacultuursector, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de subsidie ten hoogste € 20.000 indien de getroffen startende MKB-onderneming actief of mede actief is als onderneming in de primaire productie van landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector.
4. De subsidie bedraagt € 1.500, indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, minder is dan € 1.500.
5. Bij element C wordt het hoogste percentage gebruikt dat van toepassing is, indien de getroffen startende MKB-onderneming meer dan een hoofdactiviteit uitvoert.
6. Indien ten genoegen van de minister blijkt dat een activiteit van een getroffen startende MKB-onderneming waarvan de code van de Standaard Bedrijfsindeling in de bijlage is opgenomen, in werkelijkheid op de peildatum de hoofdactiviteit van die onderneming vormde, wordt bij element C het percentage behorend bij deze code van de Standaard Bedrijfsindeling gebruikt.
7. Voor ondernemingen die op de peildatum zijn ingeschreven in het handelsregister met een hoofdactiviteit onder de code 64.2, 64.30.3 of 70.10 van de Standaard Bedrijfsindeling en met een nevenactiviteit die in de bijlage is opgenomen, wordt bij element C het percentage gebruikt van de nevenactiviteit van de onderneming die in de bijlage is opgenomen. Indien de getroffen startende MKB-onderneming meer dan één nevenactiviteit uitvoert die in de bijlage is opgenomen, wordt het hoogste percentage gebruikt dat van toepassing is.
Artikel 2a.1.5
1.
De minister beslist afwijzend op een aanvraag:
a. a. indien de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels; b. b. voor zover over een periode van drie belastingjaren de totale aan de getroffen startende MKB-onderneming verstrekte steun meer bedraagt dan:
1°.
€ 200.000, voor zover het steun op grond van de algemene de-minimisverordening betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
2°.
€ 30.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector;
3°.
€ 20.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de landbouwsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
4°.
€ 100.000, indien de getroffen startende MKB-onderneming, al dan niet deels, voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
1°. 1°. € 200.000, voor zover het steun op grond van de algemene de-minimisverordening betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening; 2°. 2°. € 30.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector; 3°. 3°. € 20.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de landbouwsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector; 4°. 4°. € 100.000, indien de getroffen startende MKB-onderneming, al dan niet deels, voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening; c. c. voor zover over een periode van drie belastingjaren het cumulatieve bedrag aan verstrekte steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector meer bedraagt dan het in de bijlage bij de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector vastgestelde nationale maximum voor Nederland; d. d. indien de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een bepaling inzake het cumuleren van steun als bedoeld in de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector; e. e. indien de subsidie bestemd is voor een getroffen startende MKB-onderneming die:
1°.
actief is in een sector waarvoor op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector het niet toegestaan is steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een gescheiden boekhouding, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten;
2°.
geen activiteiten verricht of niet actief is in de sectoren waarvoor steun wordt verleend op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
1°. 1°. actief is in een sector waarvoor op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector het niet toegestaan is steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een gescheiden boekhouding, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten; 2°. 2°. geen activiteiten verricht of niet actief is in de sectoren waarvoor steun wordt verleend op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector; f. f. indien het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de schatting van de omzet in de subsidieperiode, zoals opgenomen in de subsidieaanvraag, gedeeld door de omzet in de referentieperiode en uitgedrukt in procenten, minder dan 20% bedraagt; g. g. indien de getroffen startende MKB-onderneming met zijn hoofd- of nevenactiviteit, waaronder de MKB-onderneming is ingeschreven in het handelsregister, behoort tot de codes 64.1, 64.30.1, 64.30.2, 64.91, 64.92, 65, 66.11, 66.19.2, 66.29.1 of 66.29.3 van de Standaard Bedrijfsindeling of indien de getroffen startende MKB-onderneming met zijn hoofdactiviteit, waaronder de MKB-onderneming is ingeschreven in het handelsregister, behoort tot de codes 64.99, 66.12, 66.19.1, 66.19.3, 66.29.2, 66.29.9 of 66.30 van de Standaard Bedrijfsindeling; h. h. indien de getroffen startende MKB-onderneming op grond van artikel 8 van de Wet verbod pelsdierhouderij een vergoeding heeft ontvangen voor schade, bedoeld in dat artikel.
2. Indien de getroffen startende MKB-onderneming deel uitmaakt van een groep, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, uitgegaan van de volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen van de MKB-ondernemingen die deel uitmaken van de groep.
Artikel 2a.1.6
1. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
2.
Een aanvraag omvat in ieder geval:
a. a. gegevens over de getroffen startende MKB-onderneming, waaronder het nummer waarmee de getroffen startende MKB-onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op naam van de getroffen startende MKB-onderneming staat of, in geval de getroffen startende MKB-onderneming een eenmanszaak betreft en deze geen zakelijke rekening heeft, het rekeningnummer van de eigenaar van de eenmanszaak; b. b. gegevens over de contactpersoon bij de getroffen startende MKB-onderneming, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; c. c. indien een getroffen startende MKB-onderneming deel uitmaakt van een groep, gegevens over alle ondernemingen die op het moment van aanvraag deel uitmaken van de groep, waaronder het nummer waarmee elke onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; d. d. een opgave van de omzet in de referentieperiode, blijkend uit:
1°.
indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de referentieperiode en daarvan aangifte doet per maand of kalenderkwartaal: kopieën van de aangiftes voor die maanden of kwartalen, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de getroffen startende MKB-onderneming en die voldoen aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968;
2°.
indien de getroffen startende MKB-onderneming niet beschikt over de in onderdeel 1° bedoelde kopieën: een afschrift uit de boekhouding van de getroffen startende MKB-onderneming, een kopie van de baten lasten rekening of een ander bewijsstuk waaruit duidelijk het bedrag blijkt waarover zij in de referentieperiode omzetbelasting heeft betaald;
3°.
indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de referentieperiode en daarvan aangifte doet per kalenderjaar: een kopie van de aangiftes voor het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de getroffen startende MKB-onderneming en voldoet aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968, en een kopie van een bewijsstuk waaruit het bedrag duidelijk blijkt waarover zij in de referentieperiode omzetbelasting heeft betaald;
4°.
indien de getroffen startende MKB-onderneming over zijn gehele omzet, of een deel daarvan, geen omzetbelasting afdraagt: een kopie van een bewijsstuk waaruit de omzet in de referentieperiode duidelijk blijkt en een kopie van de jaarrekening of het jaarverslag van het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt, of een ander bewijsstuk waaruit de omzet blijkt van het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt;
1°. 1°. indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de referentieperiode en daarvan aangifte doet per maand of kalenderkwartaal: kopieën van de aangiftes voor die maanden of kwartalen, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de getroffen startende MKB-onderneming en die voldoen aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968; 2°. 2°. indien de getroffen startende MKB-onderneming niet beschikt over de in onderdeel 1° bedoelde kopieën: een afschrift uit de boekhouding van de getroffen startende MKB-onderneming, een kopie van de baten lasten rekening of een ander bewijsstuk waaruit duidelijk het bedrag blijkt waarover zij in de referentieperiode omzetbelasting heeft betaald; 3°. 3°. indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de referentieperiode en daarvan aangifte doet per kalenderjaar: een kopie van de aangiftes voor het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de getroffen startende MKB-onderneming en voldoet aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968, en een kopie van een bewijsstuk waaruit het bedrag duidelijk blijkt waarover zij in de referentieperiode omzetbelasting heeft betaald; 4°. 4°. indien de getroffen startende MKB-onderneming over zijn gehele omzet, of een deel daarvan, geen omzetbelasting afdraagt: een kopie van een bewijsstuk waaruit de omzet in de referentieperiode duidelijk blijkt en een kopie van de jaarrekening of het jaarverslag van het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt, of een ander bewijsstuk waaruit de omzet blijkt van het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt; e. e. een schatting van de omzet in de subsidieperiode; f. f. indien van toepassing: een verklaring dat de getroffen startende MKB-onderneming een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang, blijkend uit:
1°.
een kopie van een zakelijke huur- of koopovereenkomst van de vestiging;
2°.
een kopie van de belastingaangifte van het jaar 2020 of 2021 waaruit blijkt dat er sprake is van een werkruimte waarvan de vaste lasten en kosten fiscaal aftrekbaar zijn als bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of
3°.
een kopie van een ander bewijsstuk.
1°. 1°. een kopie van een zakelijke huur- of koopovereenkomst van de vestiging; 2°. 2°. een kopie van de belastingaangifte van het jaar 2020 of 2021 waaruit blijkt dat er sprake is van een werkruimte waarvan de vaste lasten en kosten fiscaal aftrekbaar zijn als bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of 3°. 3°. een kopie van een ander bewijsstuk.
3. Een verklaring betreffende de steun die in het huidige belasting jaar en de twee voorafgaande belastingjaren reeds is verstrekt op grond van de algemene de minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector.
4. Indien de uitkomst van de berekening op grond van artikel 2a.1.4, eerste lid, € 25.000 of meer bedraagt, waarbij voor de berekening van het omzetverlies gebruik wordt gemaakt van de schatting van de omzet in de subsidieperiode die opgenomen is in de subsidieaanvraag, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een verklaring van een onafhankelijk en ter zake kundig persoon, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model en met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld middel, omtrent de getrouwheid van de opgaven, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c, d, en e.
5. De minister wijst aan welke categorieën onafhankelijke en ter zake kundige personen een verklaring als bedoeld in het vierde lid, kunnen afgeven.
Artikel 2a.1.7
1. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 7 juni 2022 tot en met 2 augustus 2022.
2. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur zijn ontvangen.
Artikel 2a.1.8
De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel kan worden genomen.
Artikel 2a.1.9
1. Na verlening van de subsidie wordt een eenmalig voorschot op de subsidie verleend van 80%.
2. Het bedrag van het voorschot wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze, bedoeld in artikel 2a.1.4, eerste lid, met dien verstande dat voor de berekening van het omzetverlies gebruik wordt gemaakt van de schatting van de omzet in de subsidieperiode, opgenomen in de subsidieaanvraag.
Artikel 2a.1.10
1. De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de subsidieontvanger voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.
2. De administratie, bedoeld in het eerste lid, wordt tot tien jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard.
3. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
4. Indien de getroffen startende mkb-onderneming voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, gebruikt de onderneming de subsidie niet geheel of ten dele voor de aanschaf van vervoersmiddelen voor goederenvervoer op de weg.
5.
Indien de getroffen startende MKB-onderneming of, indien de getroffen startende MKB-onderneming deel uitmaakt van een groep waarbij één of meerdere MKB-ondernemingen die deel uitmaken van die groep mede actief is, dan wel zijn, als onderneming in de visserij- en aquacultuursector, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector of als onderneming in de primaire productie van landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector:
a. a. hanteert de getroffen startende MKB-onderneming, dan wel hanteren de MKB-ondernemingen een gescheiden boekhouding; b. b. geeft de getroffen startende MKB-onderneming, dan wel geven de MKB-ondernemingen de subsidie niet door aan onderdelen van de onderneming waarvan de activiteiten niet vallen onder de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector.
Artikel 2a.1.11
1. De getroffen startende MKB-onderneming vraagt uiterlijk op 1 februari 2023 de vaststelling van de subsidie aan met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
2.
Bij de aanvraag van de vaststelling wordt in ieder geval meegezonden een opgave van de omzet in de subsidieperiode, blijkend uit:
a. a. indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de subsidieperiode en daarvan aangifte doet per maand of kalenderkwartaal: kopieën van de aangiftes voor die maanden of kwartalen, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de getroffen startende MKB-onderneming en voldoen aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968; b. b. indien de getroffen startende MKB-onderneming niet beschikt over de kopieën, bedoeld in onderdeel a: een afschrift uit de boekhouding van de getroffen MKB-onderneming, een kopie van de baten lasten rekening of een ander bewijsstuk waaruit duidelijk het bedrag blijkt waarover zij in de subsidieperiode omzetbelasting heeft betaald; c. c. indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de gehele omzet in de subsidieperiode en daarvan aangifte doet per kalenderjaar of de getroffen startende MKB- onderneming over zijn gehele omzet, of een deel daarvan, geen omzetbelasting afdraagt: een kopie van een bewijsstuk waaruit de omzet in de subsidieperiode duidelijk blijkt.
3. De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze, bedoeld in artikel 2a.1.4, eerste lid.
4. De subsidie wordt in ieder geval op nihil vastgesteld, indien het omzetverlies minder dan 20% bedraagt.
5. De minister stelt de subsidie vast binnen 16 weken na de ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie, bedoeld in het eerste lid.
Paragraaf 2a.2. Subsidie vaste lasten voor de periode januari, februari en maart 2022
Artikel 2a.2.1
1.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- ambulante onderneming: onderneming die op de peildatum stond ingeschreven in het handelsregister onder de code 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2, 47.89.9, 49.39.1, 49.32, 49.41, 49.42, 50, 51.10, 53, 85.53 of 93.21.2 van de Standaard Bedrijfsindeling;
- getroffen startende MKB-onderneming: MKB-onderneming die voldoet aan artikel 2a.2.2, tweede lid, onderdelen c tot en met e;
- groep: twee of meer in Nederland gevestigde ondernemingen als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, die met elkaar verbonden zijn doordat zij een van de banden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, met elkaar onderhouden;
- horecaonderneming: onderneming die op de peildatum stond ingeschreven in het handelsregister onder de code 56.10.1, 56.10.2 of 56.30 van de Standaard Bedrijfsindeling;
- omzet: opbrengst uit levering van goederen en diensten uit de onderneming, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen;
- omzet in de referentieperiode: omzet als bedoeld in artikel 2a.2.3, tweede en derde lid;
- omzet in de subsidieperiode: omzet als bedoeld in artikel 2a.2.3, vierde lid;
- omzetverlies: omzetverlies als bedoeld in artikel 2a.2.3, eerste lid;
- peildatum: de peildatum voor de betreffende getroffen startende MKB-onderneming, zijnde 30 september 2021.
2.
In de artikelen 2a.2.2, tweede lid, onderdeel b, en 2a.2.4, eerste, vijfde, zesde en zevende lid, staat:
– – A voor de omzet in de referentieperiode, uitgedrukt in Euro's; – – B voor het omzetverlies, uitgedrukt in procenten; – – C voor de ratio tussen de vaste kosten en de omzet van een gemiddeld bedrijf, zoals per sector genoemd in de derde kolom van de tabel in de bijlage, uitgedrukt in procenten; – – D voor het subsidiepercentage, dat 100% bedraagt.
Artikel 2a.2.2
1. De minister verstrekt op aanvraag eenmalig een subsidie aan een getroffen startende MKB-onderneming om bij te dragen aan de financiering van de vaste lasten in de maanden januari, februari en maart 2022.
2.
De subsidie wordt enkel verstrekt aan een MKB-onderneming:
a. a. waarvan het omzetverlies ten minste 30% bedraagt; b. b. waarvan de uitkomst van de vermenigvuldiging van A en C ten minste € 1.500 bedraagt; c. c. waarvan de inschrijfdatum in het handelsregister ligt in de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 september 2021; d. d. waarvan de hoofdactiviteit, waaronder de MKB-onderneming op de peildatum is ingeschreven in het handelsregister met de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling in de bijlage is opgenomen of die op de peildatum is ingeschreven in het handelsregister met een hoofdactiviteit onder de code 64.2, 64.30.3 of 70.10 van de Standaard Bedrijfsindeling en met een nevenactiviteit die in de bijlage is opgenomen; e. e. die:
1°.
voor zover het een MKB-onderneming, niet zijnde een horecaonderneming of een ambulante onderneming, betreft:
–
ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming; of
–
een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang; of
2°.
voor zover het een horecaonderneming betreft, ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft.
1°. 1°. voor zover het een MKB-onderneming, niet zijnde een horecaonderneming of een ambulante onderneming, betreft:
–
ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming; of
–
een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang; of
– – ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming; of – – een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang; of 2°. 2°. voor zover het een horecaonderneming betreft, ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft.
3. In aanvulling op het tweede lid, wordt de subsidie enkel verstrekt aan een MKB-onderneming die deel uitmaakt van een groep, indien de inschrijfdatum in het handelsregister van alle verbonden MKB-ondernemingen die deel uitmaken van die groep op of na 1 juli 2020 ligt.
4.
Geen subsidie wordt verstrekt aan:
a. a. een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; b. b. een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 25g, eerste lid, van de Mededingingswet; c. c. een bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs; d. d. een bekostigde instelling voor educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs; e. e. een bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
5. In afwijking van het tweede lid, onderdeel d, wordt subsidie verstrekt aan een MKB-onderneming indien ten genoegen van de minister blijkt dat de MKB-onderneming op de peildatum feitelijk een hoofdactiviteit uitvoerde die in de bijlage is opgenomen.
Artikel 2a.2.3
1. Het omzetverlies wordt berekend door het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de omzet in de subsidieperiode te bepalen en deze te delen door de omzet in de referentieperiode. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt in procenten.
2. De omzet in de referentieperiode is de omzet in het derde kalenderkwartaal van 2021.
3. In afwijking van het tweede lid is de omzet in de referentieperiode voor een getroffen startende MKB-onderneming die na 30 juni 2021 en uiterlijk op 30 september 2021 voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister: de omzet in de drie kalendermaanden volgend op de maand van de start van activiteiten.
4. De omzet in de subsidieperiode is de omzet in het eerste kalenderkwartaal van 2022.
5. Als omzet van de getroffen startende MKB-onderneming wordt beschouwd het bedrag ten aanzien waarvan de getroffen startende MKB-onderneming aangifte doet voor de omzetbelasting, overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968. Tevens wordt als omzet beschouwd omzet die niet in een aangifte omzetbelasting gerapporteerd wordt, maar op eenvoudige en duidelijke wijze blijkt uit de financiële administratie of uit een ander bewijsstuk van de getroffen MKB-onderneming.
6. Tot de omzet in de referentieperiode en de omzet in de subsidieperiode worden voor de toepassing van deze regeling niet gerekend subsidies, tegemoetkomingen of steun in andere vorm die de getroffen startende MKB-onderneming heeft verkregen van een bestuursorgaan in verband met, of mede in verband met, de gevolgen van de bestrijding van de verspreiding van COVID-19.
Artikel 2a.2.4
1.
De subsidie bedraagt ten hoogste € 100.000 en wordt berekend op de volgende wijze:
A X B X C X D.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie ten hoogste € 30.000 indien de getroffen startende MKB-onderneming actief of mede actief is als onderneming in de visserij- en aquacultuursector, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de subsidie ten hoogste € 20.000 indien de getroffen startende MKB-onderneming actief of mede actief is als onderneming in de primaire productie van landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector.
4. De subsidie bedraagt € 1.500, indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, minder is dan € 1.500.
5. Bij element C wordt het hoogste percentage gebruikt dat van toepassing is, indien de getroffen startende MKB-onderneming meer dan een hoofdactiviteit uitvoert.
6. Indien ten genoegen van de minister blijkt dat een activiteit van een getroffen startende MKB-onderneming waarvan de code van de Standaard Bedrijfsindeling in de bijlage is opgenomen, in werkelijkheid op de peildatum de hoofdactiviteit van die onderneming vormde, wordt bij element C het percentage behorend bij deze code van de Standaard Bedrijfsindeling gebruikt.
7. Voor ondernemingen die op de peildatum zijn ingeschreven in het handelsregister met een hoofdactiviteit onder de code 64.2, 64.30.3 of 70.10 van de Standaard Bedrijfsindeling en met een nevenactiviteit die in de bijlage is opgenomen, wordt bij element C het percentage gebruikt van de nevenactiviteit van de onderneming die in de bijlage is opgenomen. Indien de getroffen startende MKB-onderneming meer dan één nevenactiviteit uitvoert die in de bijlage is opgenomen, wordt het hoogste percentage gebruikt dat van toepassing is.
Artikel 2a.2.5
1.
De minister beslist afwijzend op een aanvraag:
a. a. indien de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels; b. b. voor zover over een periode van drie belastingjaren de totale aan de getroffen startende MKB-onderneming verstrekte steun meer bedraagt dan:
1°.
€ 200.000, voor zover het steun op grond van de algemene de-minimisverordening betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
2°.
€ 30.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector;
3°.
€ 20.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de landbouwsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
4°.
€ 100.000, indien de getroffen startende MKB-onderneming, al dan niet deels, voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;
1°. 1°. € 200.000, voor zover het steun op grond van de algemene de-minimisverordening betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening; 2°. 2°. € 30.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector; 3°. 3°. € 20.000, voor zover het steun op grond van de de-minimisverordening voor de landbouwsector betreft, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector; 4°. 4°. € 100.000, indien de getroffen startende MKB-onderneming, al dan niet deels, voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, en waarbij uit wordt gegaan van brutobedragen per onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening; c. c. voor zover over een periode van drie belastingjaren het cumulatieve bedrag aan verstrekte steun op grond van de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector meer bedraagt dan het in de bijlage bij de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector vastgestelde nationale maximum voor Nederland; d. d. indien de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een bepaling inzake het cumuleren van steun als bedoeld in de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector; e. e. indien de subsidie bestemd is voor een getroffen startende MKB-onderneming die:
1°.
actief is in een sector waarvoor op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector het niet toegestaan is steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een scheiding van de activiteiten of een uitsplitsing van de kosten, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten;
2°.
geen activiteiten verricht of niet actief is in de sectoren waarvoor steun wordt verleend op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector;
1°. 1°. actief is in een sector waarvoor op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector het niet toegestaan is steun te verlenen, tenzij deze onderneming tevens werkzaam is in een andere sector en zij er, met passende middelen zoals een scheiding van de activiteiten of een uitsplitsing van de kosten, voor zorgt dat de activiteiten in de uitgesloten sector geen voor de andere sector bestemde subsidie genieten; 2°. 2°. geen activiteiten verricht of niet actief is in de sectoren waarvoor steun wordt verleend op grond van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector; f. f. indien het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de schatting van de omzet in de subsidieperiode, zoals opgenomen in de subsidieaanvraag, gedeeld door de omzet in de referentieperiode en uitgedrukt in procenten, minder dan 30% bedraagt; g. g. indien de getroffen startende MKB-onderneming met zijn hoofd- of nevenactiviteit, waaronder de MKB-onderneming is ingeschreven in het handelsregister, behoort tot de codes 64.1, 64.30.1, 64.30.2, 64.91, 64.92, 65, 66.11, 66.19.2, 66.29.1 of 66.29.3 van de Standaard Bedrijfsindeling of indien de getroffen startende MKB-onderneming met zijn hoofdactiviteit, waaronder de MKB-onderneming is ingeschreven in het handelsregister, behoort tot de codes 64.99, 66.12, 66.19.1, 66.19.3, 66.29.2, 66.29.9 of 66.30 van de Standaard Bedrijfsindeling; h. h. indien de getroffen startende MKB-onderneming op grond van artikel 8 van de Wet verbod pelsdierhouderij een vergoeding heeft ontvangen voor schade, bedoeld in dat artikel.
2. Indien de getroffen startende MKB-onderneming deel uitmaakt van een groep wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, uitgegaan van de volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen van de MKB-ondernemingen die deel uitmaken van de groep.
Artikel 2a.2.6
1. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
2.
Een aanvraag omvat in ieder geval:
a. a. gegevens over de getroffen startende MKB-onderneming, waaronder het nummer waarmee de getroffen startende MKB-onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op naam van de getroffen startende MKB-onderneming staat of, in geval de getroffen startende MKB-onderneming een eenmanszaak betreft en deze geen zakelijke rekening heeft, het rekeningnummer van de eigenaar van de eenmanszaak; b. b. gegevens over de contactpersoon bij de getroffen startende MKB-onderneming, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; c. c. indien een getroffen startende MKB-onderneming deel uitmaakt van een groep, gegevens over alle ondernemingen die op het moment van aanvraag deel uitmaken van de groep, waaronder het nummer waarmee elke onderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; d. d. een opgave van de omzet in de referentieperiode, blijkend uit:
1°.
indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de referentieperiode en daarvan aangifte doet per maand of kalenderkwartaal: kopieën van de aangiftes voor die maanden of kwartalen, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de getroffen startende MKB-onderneming en die voldoen aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968;
2°.
indien de getroffen startende MKB-onderneming niet beschikt over de in onderdeel 1° bedoelde kopieën: een afschrift uit de boekhouding van de getroffen startende MKB-onderneming, een kopie van de baten lasten rekening of een ander bewijsstuk waaruit duidelijk het bedrag blijkt waarover zij in de referentieperiode omzetbelasting heeft betaald;
3°.
indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de referentieperiode en daarvan aangifte doet per kalenderjaar: een kopie van de aangiftes voor het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de getroffen startende MKB-onderneming en voldoet aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968, en een kopie van een bewijsstuk waaruit het bedrag duidelijk blijkt waarover zij in de referentieperiode omzetbelasting heeft betaald;
4°.
indien de getroffen startende MKB-onderneming over zijn gehele omzet, of een deel daarvan, geen omzetbelasting afdraagt: een kopie van een bewijsstuk waaruit de omzet in de referentieperiode duidelijk blijkt en een kopie van de jaarrekening of het jaarverslag van het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt, of een ander bewijsstuk waaruit de omzet blijkt van het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt;
1°. 1°. indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de referentieperiode en daarvan aangifte doet per maand of kalenderkwartaal: kopieën van de aangiftes voor die maanden of kwartalen, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de getroffen startende MKB-onderneming en die voldoen aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968; 2°. 2°. indien de getroffen startende MKB-onderneming niet beschikt over de in onderdeel 1° bedoelde kopieën: een afschrift uit de boekhouding van de getroffen startende MKB-onderneming, een kopie van de baten lasten rekening of een ander bewijsstuk waaruit duidelijk het bedrag blijkt waarover zij in de referentieperiode omzetbelasting heeft betaald; 3°. 3°. indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de referentieperiode en daarvan aangifte doet per kalenderjaar: een kopie van de aangiftes voor het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de getroffen startende MKB-onderneming en voldoet aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968, en een kopie van een bewijsstuk waaruit het bedrag duidelijk blijkt waarover zij in de referentieperiode omzetbelasting heeft betaald; 4°. 4°. indien de getroffen startende MKB-onderneming over zijn gehele omzet, of een deel daarvan, geen omzetbelasting afdraagt: een kopie van een bewijsstuk waaruit de omzet in de referentieperiode duidelijk blijkt en een kopie van de jaarrekening of het jaarverslag van het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt, of een ander bewijsstuk waaruit de omzet blijkt van het kalenderjaar waarin de referentieperiode valt; e. e. een schatting van de omzet in de subsidieperiode; f. f. indien van toepassing: een verklaring dat de getroffen startende MKB-onderneming een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang, blijkend uit:
1°.
een kopie van een zakelijke huur- of koopovereenkomst van de vestiging;
2°.
een kopie van de belastingaangifte van het jaar 2020 of 2021 waaruit blijkt dat er sprake is van een werkruimte waarvan de vaste lasten en kosten fiscaal aftrekbaar zijn als bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of
3°.
een kopie van een ander bewijsstuk.
1°. 1°. een kopie van een zakelijke huur- of koopovereenkomst van de vestiging; 2°. 2°. een kopie van de belastingaangifte van het jaar 2020 of 2021 waaruit blijkt dat er sprake is van een werkruimte waarvan de vaste lasten en kosten fiscaal aftrekbaar zijn als bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; of 3°. 3°. een kopie van een ander bewijsstuk.
3. Een verklaring betreffende de steun die in het huidige belasting jaar en de twee voorafgaande belastingjaren reeds is verstrekt op grond van de algemene de minimisverordening, de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector.
4. Indien de uitkomst van de berekening op grond van artikel 2a.2.4, eerste lid, € 25.000 of meer bedraagt, waarbij voor de berekening van het omzetverlies gebruik wordt gemaakt van de schatting van de omzet in de subsidieperiode die opgenomen is in de subsidieaanvraag, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een verklaring van een onafhankelijk en ter zake kundig persoon, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model en met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld middel, omtrent de getrouwheid van de opgaven, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c, d en e.
5. De minister wijst aan welke categorieën onafhankelijke en ter zake kundige personen een verklaring als bedoeld in het vierde lid, kunnen afgeven.
Artikel 2a.2.7
1. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 7 juni 2022 tot en met 2 augustus 2022.
2. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 09.00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur zijn ontvangen.
Artikel 2a.2.8
De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel kan worden genomen.
Artikel 2a.2.9
1. Na verlening van de subsidie wordt een eenmalig voorschot op de subsidie verleend van 80%.
2. Het bedrag van het voorschot wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze, bedoeld in artikel 2a.2.4, eerste lid, met dien verstande dat voor de berekening van het omzetverlies gebruik wordt gemaakt van de schatting van de omzet in de subsidieperiode, opgenomen in de subsidieaanvraag.
Artikel 2a.2.10
1. De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de subsidieontvanger voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.
2. De administratie, bedoeld in het eerste lid, wordt tot tien jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard.
3. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
4. Indien de getroffen startende mkb-onderneming voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, gebruikt de onderneming de subsidie niet geheel of ten dele voor de aanschaf van vervoersmiddelen voor goederenvervoer op de weg.
5.
Indien de getroffen startende MKB-onderneming of, indien de getroffen startende MKB-onderneming deel uitmaakt van een groep waarbij één of meerdere MKB-ondernemingen die deel uitmaken van die groep mede actief is, dan wel zijn, als onderneming in de visserij- en aquacultuursector, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de visserijsector of als onderneming in de primaire productie van landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de de-minimisverordening voor de landbouwsector:
a. a. hanteert de getroffen startende MKB-onderneming, dan wel hanteren de MKB-ondernemingen een gescheiden boekhouding; b. b. geeft de getroffen startende MKB-onderneming, dan wel geven de MKB-ondernemingen de subsidie niet door aan onderdelen van de onderneming waarvan de activiteiten niet vallen onder de de-minimisverordening voor de visserijsector of de de-minimisverordening voor de landbouwsector.
Artikel 2a.2.11
1. De getroffen startende MKB-onderneming vraagt uiterlijk op 1 februari 2023 de vaststelling van de subsidie aan met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
2.
Bij de aanvraag van de vaststelling wordt in ieder geval meegezonden een opgave van de omzet in de subsidieperiode, blijkend uit:
a. a. indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de omzet in de subsidieperiode en daarvan aangifte doet per maand of kalenderkwartaal: kopieën van de aangiftes voor die maanden of kwartalen, indien die aangiftes enkel betrekking hebben op de getroffen startende MKB-onderneming en voldoen aan het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968; b. b. indien de getroffen startende MKB-onderneming niet beschikt over de kopieën, bedoeld in onderdeel a: een afschrift uit de boekhouding van de getroffen MKB-onderneming, een kopie van de baten lasten rekening of een ander bewijsstuk waaruit duidelijk het bedrag blijkt waarover zij in de subsidieperiode omzetbelasting heeft betaald; c. c. indien de getroffen startende MKB-onderneming omzetbelasting afdraagt over de gehele omzet in de subsidieperiode en daarvan aangifte doet per kalenderjaar of de getroffen startende MKB- onderneming over zijn gehele omzet, of een deel daarvan, geen omzetbelasting afdraagt: een kopie van een bewijsstuk waaruit de omzet in de subsidieperiode duidelijk blijkt.
3. De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze, bedoeld in artikel 2a.2.4 eerste lid.
4. De subsidie wordt in ieder geval op nihil vastgesteld, indien het omzetverlies minder dan 30% bedraagt.
5. De minister stelt de subsidie vast binnen 16 weken na de ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie, bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 3. Subsidie vaste lasten voor evenementondernemingen
Paragraaf 3.1. Subsidie vaste lasten evenementondernemingen voor de periode oktober, november en december 2020
Artikel 3.1.a1
Vervallen
Artikel 3.1.1
Vervallen
Artikel 3.1.2
Vervallen
Artikel 3.1.3
Vervallen
Artikel 3.1.4
Vervallen
Artikel 3.1.5
Vervallen
Artikel 3.1.6
Vervallen
Artikel 3.1.7
Vervallen
Artikel 3.1.8
Vervallen
Artikel 3.1.9
Vervallen
Paragraaf 3.2. Subsidie vaste lasten evenementondernemingen voor de periode januari, februari en maart 2021
Artikel 3.2.a1
Vervallen
Artikel 3.2.1
Vervallen
Artikel 3.2.2
Vervallen
Artikel 3.2.3
Vervallen
Artikel 3.2.4
Vervallen
Artikel 3.2.5
Vervallen
Artikel 3.2.6
Vervallen
Artikel 3.2.7
Vervallen
Artikel 3.2.8
Vervallen
Artikel 3.2.9
Vervallen
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 4.1
1. De minister levert aan de Belastingdienst gegevens over de subsidieaanvragers met het oog op het verkrijgen van de voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijke vaststellings- en controlegegevens met betrekking tot de omzet van de aanvrager.
2. De Belastingdienst maakt de voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijke vaststellings- en controlegegevens met betrekking tot de omzet van de aanvrager bekend aan de minister.
3.
De minister verwerkt gegevens van de Belastingdienst met betrekking tot de invordering van belastingschulden op grond van artikel 3 van de Invorderingswet 1990 en gegevens van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot de Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, de Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, de Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, de Vierde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, de Vijfde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid en de Zesde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, voor zover:
a. a. dat noodzakelijk is voor het terugvorderen van subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt; en b. b. de subsidieontvanger instemt met de verwerking van de gegevens.
4.
De minister verstrekt aan de Belastingdienst en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op hun verzoek gegevens met betrekking tot deze regeling, voor zover:
a. a. dat noodzakelijk is voor respectievelijk het invorderen van belastingschulden met betrekking tot artikel 3 van de Invorderingswet 1990 en voor het terugvorderen van subsidies die zijn verstrekt op grond van de Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, de Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, de Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, de Vierde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, de Vijfde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid en de Zesde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid; en b. b. de subsidieontvanger instemt met de verstrekking van de gegevens.
5.
De Belastingdienst maakt op verzoek van de minister gegevens met betrekking tot de invordering van belastingschulden op grond van artikel 3 van de Invorderingswet 1990 bekend aan de minister, voor zover:
a. a. dat noodzakelijk is voor het terugvorderen van subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt; en
b.
de subsidieontvanger instemt met de bekendmaking van de gegevens.
b. b. de subsidieontvanger instemt met de bekendmaking van de gegevens.
Artikel 4.2
De subsidie, bedoeld in de artikelen 2a.1.2 en 2a.2.2, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de algemene de-minimisverordening, de-minimisverordening voor de visserijsector of de-minimisverordening voor de landbouwsector.
Artikel 4.2a
1. De minister maakt na de datum van subsidieverlening de gegevens, bedoeld in paragraaf 4, onderdeel 103, van de Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak (PbEU 2020, C 91 I) bekend ten aanzien van subsidies die zijn verstrekt op grond van de artikelen 2a.1.2, eerste lid en 2a.2.2, eerste lid.
2. In afwijking van het eerste lid kan de minister de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet bekend maken indien openbaarmaking wegens zwaarwegende persoonlijke omstandigheden niet kan worden gevergd.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.
Artikel 4.3
1. Op aanvragen om subsidie die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend, op subsidies die voor dat tijdstip zijn verleend en op subsidies die voor dat tijdstip zijn verstrekt blijft het recht van toepassing zoals dat luidde voor dat tijdstip.
2. In afwijking van het eerste lid worden aanvragen om subsidie om bij te dragen aan de financiering van de vaste lasten in de maanden oktober, november en december van 2020, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19, zoals deze luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze regeling, geacht te zijn ingediend als aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid en worden alle besluiten op of voortvloeiend uit aanvragen om subsidie om bij te dragen aan de financiering van de vaste lasten in de maanden oktober, november en december van 2020, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19, zoals deze luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze regeling, geacht te zijn genomen op grond van deze regeling.
3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het tijdstip waarop een wijziging van deze regeling van kracht wordt en op subsidies die voor dat tijdstip zijn verstrekt, blijft deze regeling van toepassing zoals deze luidde voor dat tijdstip.
Artikel 4.3a
Voor ‘1 april 2021’ in artikel 11, eerste lid, van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 zoals dat lid luidde in periode van 30 juni 2020 tot en met 25 november 2020 wordt gelezen ‘1 juni 2021’.
Artikel 4.4
De Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 wordt ingetrokken.
Artikel 4.5
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor 1 juli 2023 zijn verleend.
Artikel 4.6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19.