40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling subsidies aardbevingsbestendige zorg | BWBR0043386 | ministeriele-regeling | geldend | 2020-04-17 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0043386 | Regeling subsidies aardbevingsbestendige zorg |
Regeling subsidies aardbevingsbestendige zorg
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
aardbevingsgebied Groningen: de gemeenten Delfzijl, Appingedam, Loppersum, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt en Groningen, voor wat betreft het grondgebied van de plaats Ten Boer;
-
bouwteam: een projectgebonden samenwerkingsverband tussen een opdrachtgever en één of meerdere personen waarbinnen wordt samengewerkt aan het ontwerp van de te realiseren nieuwbouw en het realiseren van nieuwbouw, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van deze subsidieregeling;
-
bouwteamovereenkomst: een overeenkomst van het bouwteam waarin prijsafspraken zijn vastgelegd voor het realiseren van nieuwbouw, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van deze subsidieregeling;
-
CBS tabel bouwkosten nieuwbouwwoningen: de tabel ‘Nieuwbouwwoningen; inputprijsindex bouwkosten 2021=100’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek;
-
Definitief ontwerp: het document waarin de initiatiefnemers van een nieuwbouwproject het uiteindelijke ontwerp van de nieuwbouw, een visie op de daar te leveren zorg en de wijze waarop dit zal worden georganiseerd vastleggen;
-
dagbestedingsplaats: een plaats die wordt gerealiseerd binnen een zorglocatie, die toe te rekenen is aan één cliënt en waar begeleiding in groepsverband wordt geboden aan meerderjarige cliënten omdat de cliënt vanwege de aard, omvang en duur van zijn beperkingen niet in staat is om tot een vorm van dagstructurering te komen, ook niet door bijvoorbeeld onderwijs of arbeid;
-
Groninger Zorgakkoord: het Groninger Zorgakkoord van 11 maart 2019, Stcrt. 2019, 30316;
-
instelling: een zorginstelling of een woningcorporatie die partij is bij het Groninger Zorgakkoord; a) intramurale plaats:
a) een plaats die wordt gerealiseerd binnen een zorglocatie, toe te rekenen is aan één cliënt en waar zorg met verblijf in de zin van de Wet langdurige zorg wordt geboden door een zorginstelling; b) in afwijking van het bepaalde onder a worden tevens 88 aanleunwoningen die worden gerealiseerd in het Complex Wiemersheerd te Loppersum en het equivalent van 77 plaatsen in de geriatrische revalidatiezorg en geestelijke gezondheidszorg die worden gerealiseerd in het expertisecentrum aan de Jachtlaan 50-52 te Delfzijl aangemerkt als intramurale plaatsen;
a) a) een plaats die wordt gerealiseerd binnen een zorglocatie, toe te rekenen is aan één cliënt en waar zorg met verblijf in de zin van de Wet langdurige zorg wordt geboden door een zorginstelling; b) b) in afwijking van het bepaalde onder a worden tevens 88 aanleunwoningen die worden gerealiseerd in het Complex Wiemersheerd te Loppersum en het equivalent van 77 plaatsen in de geriatrische revalidatiezorg en geestelijke gezondheidszorg die worden gerealiseerd in het expertisecentrum aan de Jachtlaan 50-52 te Delfzijl aangemerkt als intramurale plaatsen;
-
Kaderregeling: de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
-
kinderdagcentrumplaats: een plaats die toe te rekenen is aan één cliënt die wordt gerealiseerd binnen een zorglocatie, waar zorg in de zin van de Wet langdurige zorg, niet zijnde zorg met verblijf, wordt geboden aan minderjarige cliënten;
-
minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
-
Nationaal Coördinator Groningen: de Dienst Nationaal Coördinator Groningen. genoemd in artikel 2 van het Instellingsbesluit Nationaal Coördinator Groningen;
-
projectorganisatie: de projectorganisatie, genoemd in artikel 5.3 van het Groninger Zorgakkoord;
-
NEN-norm voor aardbevingsbestendig bouwen: meest recente NEN-norm voor aardbevingsbestendig bouwen, beoordeling van constructieve veiligheid van een gebouw bij nieuwbouw, verbouw en afkeuren – Geïnduceerde aardbevingen – Grondslagen, belastingen en weerstanden;
-
nieuwbouw: een zorglocatie waarvan het tijdstip van eerste ingebruikneming ligt na inwerkingtreding van deze subsidieregeling en waarvan de bouw in fases kan worden gerealiseerd; a. prijsvorming: de datum waarop een prijsafspraak is neergelegd in:
a. een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; of b. een bouwteamovereenkomst;
a. a. een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; of b. b. een bouwteamovereenkomst;
- taxateur: een taxateur die is ingeschreven in de Kamer Bedrijfsmatig Vastgoed – Grootzakelijk Vastgoed in het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs;
- toetsgroep: de toetsgroep, genoemd in artikel 5.2 van het Groninger Zorgakkoord;
- Visie- en haalbaarheidsdocument: het document waarin de initiatiefnemers van een nieuwbouwproject de visie en opzet van de nieuwbouw, inclusief het aantal te realiseren plaatsen, beschrijven om de haalbaarheid daarvan te kunnen bepalen;
- woningcorporatie: een toegelaten instelling in de zin van artikel 19 van de Woningwet;
-
- zorginstelling:* een instelling in de zin van artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen;
- zorglocatie: een pand of samenstelling van panden waarin zorg in de zin van artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg of jeugdgezondheidszorg in de zin van artikel 1 van de Wet publieke gezondheid wordt verleend door een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen.
Artikel 1.2
Een activiteit komt slechts eenmaal voor subsidie op grond van onderhavige regeling in aanmerking.
Hoofdstuk 2. Subsidie voor voorbereiding nieuwbouw
Artikel 2.1
De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten ter voorbereiding van nieuwbouw ten behoeve van plaatsen in de intramurale zorg, dagbesteding of voor kinderdagcentrumplaatsen binnen het aardbevingsgebied Groningen.
Artikel 2.2
De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 bedraagt € 750.000 per beoogde zorglocatie.
Artikel 2.3
1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan instellingen die een positieve reactie van de toetsgroep hebben ontvangen op het Visie- en haalbaarheidsdocument.
2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan instellingen die ten minste 20 nieuwbouwplaatsen zullen realiseren.
Artikel 2.4
1. Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.
2. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag tot verlening, het Visie- en haalbaarheidsdocument en een positieve reactie van de toetsgroep hierop.
3. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 80 procent van het bedrag van de verlening, dat direct zal worden uitbetaald.
Artikel 2.5
1. Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.
2. In afwijking van op artikel 1.5, onder b, van de Kaderregeling toont de ontvanger van een subsidie aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door middel van het overleggen van een positief advies van de toetsgroep over het Definitief ontwerp van de te realiseren nieuwbouw.
3. In afwijking van artikel 7.5, tweede lid, van de Kaderregeling, legt de subsidieontvanger geen verantwoording af door het overleggen van een assurancerapport.
4. Indien de toetsgroep geen positief advies heeft gegeven over het Definitief ontwerp, wordt de subsidie vastgesteld op nihil.
Hoofdstuk 3. Subsidie voor het afstoten van bestaande panden binnen aardbevingsgebied
Artikel 3.1
Op dit hoofdstuk van de regeling zijn de artikelen 1.5, 3.1, 3.2, tweede lid, en 7.1 tot en met 7.8 van de Kaderregeling niet van toepassing.
Artikel 3.2
De minister kan subsidie verstrekken aan instellingen voor het afstoten van bestaande panden genoemd in Bijlage I bij het Groninger Zorgakkoord.
Artikel 3.3
1. De hoogte van de subsidie voor het afstoten van bestaande panden bestaat uit de waarde van de betreffende locatie, minus de restwaarde van de locatie welke door een taxateur wordt vastgesteld, met peildatum 31 december 2018.
2. De waarde van de locaties is reeds vastgesteld door onafhankelijke taxateurs en bijgevoegd in Bijlage I bij de onderhavige regeling.
Artikel 3.4
1. Subsidies op grond van dit hoofdstuk worden slechts verstrekt voor activiteiten die aanvangen na datum van inwerkingtreding van deze regeling.
2.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien ofwel:
a. a. de zorglocatie is verkocht aan een derde, die niet het oogmerk heeft om zorg in deze locatie te verlenen; b. b. er geen zorg, behoudens thuiszorg, meer plaatsvindt in de betreffende zorglocatie en de eigenaar van de locatie schriftelijk verklaart dat hij niet het oogmerk heeft om dit de komende tien jaar te doen.
Artikel 3.5
1. Het subsidieplafond voor het afstoten van bestaande panden bedraagt € 82.000.000 voor de looptijd van deze regeling.
2. Het uit hoofde van het plafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 3.6
Subsidie wordt zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld.
Artikel 3.7
1. Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.
2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van het officiële taxatierapport van de af te stoten locatie die mede is ondertekend door het Rijksvastgoedbedrijf, een berekening als bedoeld in artikel 3.3 en een positief advies van de toetsgroep over het Definitief ontwerp van de te realiseren nieuwbouw.
3. In afwijking van het tweede lid, kan de aanvraag tot vaststelling vergezeld gaan van een positief advies van de Nationaal Coördinator Groningen in plaats van een positief advies van de toetsgroep over het Definitief ontwerp van de te realiseren nieuwbouw.
4. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onder a, gaat de aanvraag tot vaststelling vergezeld van een ondertekende verklaring door de betreffende derde inhoudende dat er geen oogmerk is om zorg in de betreffende locatie te verlenen.
5. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
Hoofdstuk 4. Subsidie voor te realiseren nieuwbouw
Artikel 4.1
Op dit hoofdstuk van de regeling zijn artikelen 4.3 en 6.1 van de Kaderregeling niet van toepassing.
Artikel 4.2
1. De minister kan subsidie verstrekken aan zorginstellingen voor het realiseren van nieuwbouw voor plaatsen in de intramurale zorg, dagbesteding of voor kinderdagcentrumplaatsen binnen het aardbevingsgebied Groningen.
2. Op grond van deze regeling wordt subsidie verstrekt voor in totaal ten hoogste 800 intramurale plaatsen, 85 dagbestedingsplaatsen en 30 kinderdagcentrumplaatsen.
Artikel 4.3
1.
De hoogte van de subsidie wordt berekend volgens de formule (A^1 x B) + (A^2 x B) + (A^3 x B) – C = D, waarbij wordt verstaan onder:
| A1: | het aantal te realiseren plaatsen in de intramurale zorg; |
|---|---|
| A2: | het aantal te realiseren plaatsen in de dagbesteding; |
| A3: | het aantal te realiseren plaatsen in de kinderdagcentra; |
| **B: ** | het normbedrag dat is gekoppeld aan de realisatie van de betreffende plaatsen |
| **C: ** | de reeds aan de instelling verleende subsidie op grond van hoofdstuk 2 van deze regeling |
| **D: ** | het bedrag van de subsidie voor het realiseren van nieuwbouw door de aanvrager. |
2. Subsidie wordt verstrekt voor ten hoogste het aantal te realiseren plaatsen dat door de minister in de verleningsbeschikking wordt bepaald.
3. Het normbedrag voor de realisatie van een intramurale plaats bedraagt € 123.223.
4. Het normbedrag voor de realisatie van een kinderdagcentrumplaats bedraagt € 89.485.
5. Het normbedrag voor de realisatie van een dagbestedingsplaats bedraagt € 36.672.
Artikel 4.3a
1. De minister kan besluiten het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, te verhogen in verband met gestegen bouwkosten.
2. De verhoging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste het op basis van het in het derde lid berekende percentage van het op basis van het vierde lid berekende bedrag van de totale bouwkosten.
3.
Het percentage wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
(H – J)/(H / J)
waarbij H staat voor:
de inputprijsindex bouwkosten uit de CBS tabel bouwkosten nieuwbouwwoningen die werd gehanteerd in de maand van de prijsvorming
en waarbij J wordt gesteld op:
103,3 bij prijsvorming in het jaar 2023;
105,9 bij prijsvorming in het jaar 2024;
108,5 bij prijsvorming in het jaar 2025;
111,2 bij prijsvorming in het jaar 2026.
4. Indien het jaar van de prijsvorming eerder is dan het jaar van de subsidieaanvraag, wordt het percentage, bedoeld in het derde lid, verlaagd met 2,5%.
5.
Het bedrag van de totale bouwkosten wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
(C+D) x 2,83 x 0,9
waarbij wordt verstaan onder:
C: de reeds aan de instelling verleende subsidie op grond van hoofdstuk 2 van deze regeling.
D: het bedrag van de subsidie voor het realiseren van nieuwbouw door de aanvrager, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid.
6. Het subsidieplafond voor de verhoging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 25.000.000 voor de looptijd van deze regeling.
7. De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 4.4
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan instellingen die een positief advies van de toetsgroep hebben ontvangen over het Definitief ontwerp.
Artikel 4.5
1. Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.
2. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag tot verlening een definitief ontwerp van de te realiseren nieuwbouw, een overzicht van het aantal te realiseren plaatsen en een positief advies van de toetsgroep over het Definitief ontwerp.
3. Wanneer de aanvraag mede ziet op verhoging van het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 4.3a, bevat de aanvraag een afschrift van het document waarin de prijsvorming is vastgelegd.
4. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 80 procent van het volledige bedrag van de verlening, dat gelijkmatig zal worden betaald over het aantal maanden waarvoor de subsidie wordt verleend.
Artikel 4.6
1. Nieuwbouw wordt gerealiseerd binnen vijf jaar na dagtekening van verlening van de subsidie.
2. Nieuwbouw dient te voldoen aan de meest recente NEN-norm voor aardbevingsbestendig bouwen.
3. Indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt voldaan, doet de subsidieontvanger onverwijld melding daarvan aan de minister.
4. De minister kan ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid met ten hoogste vier jaar.
5. Indien nieuwbouw niet is gerealiseerd in de periode, bedoeld in het eerste lid, of in geval van ontheffing in de periode van ontheffing als bedoeld in het vijfde lid, wordt de subsidie vastgesteld op ten hoogste 80 procent van het volledige bedrag van de verlening.
Artikel 4.7
1. De aanvraag tot vaststelling wordt uiterlijk 22 weken na oplevering van de beoogde nieuwbouw ingediend.
2. Indien de beoogde nieuwbouw niet is gerealiseerd wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen 22 weken na afloop van het boekjaar waarin de nieuwbouw, op grond van de aanvraag, gerealiseerd zou worden.
3. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat, in aanvulling op artikel 7.5 van de Kaderregeling, vergezeld van een opleveringsverslag waaruit blijkt dat de nieuwbouw conform het Definitief ontwerp is opgeleverd en dat getekend is door zowel de opdrachtnemer als de opdrachtgever van de nieuwbouw.
4.
De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag dat bestaat uit:
a) a) de normbedragen voor de gerealiseerde plaatsen, bedoeld in artikel 4.3, derde tot en met vijfde lid, waarbij uitgegaan wordt van het normbedrag in het jaar van de aanvraag tot verlening; en b) b) de verleende subsidie voor verhoogde bouwkosten, bedoeld in artikel 4.3a.
5. In afwijking van het vierde lid wordt het subsidiebedrag voor verhoogde bouwkosten, op het moment dat niet alle te realiseren plaatsen zijn gerealiseerd, lager vastgesteld naar rato van het aantal plaatsen dat niet gerealiseerd is en het bijbehorende normbedrag.
6. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
Artikel 4.8
1. Indien de nieuwbouw in fases gerealiseerd wordt, kan per fase subsidie tot een maximum van drie fases worden aangevraagd. In dat geval wordt in dit hoofdstuk onder ‘subsidie’ begrepen ‘subsidie voor de afzonderlijke fase’.
2.
Artikel 4.3 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de formule voor de berekening van de hoogte van de subsidie voor de tweede of derde fase als volgt luidt:
(A^1 x B) + (A^2 x B) + (A^3 x B) = D, waarbij wordt verstaan onder:
A^1: het aantal te realiseren plaatsen in de intramurale zorg;
A^2: het aantal te realiseren plaatsen in de dagbesteding;
A^3: het aantal te realiseren plaatsen in de kinderdagcentra;
B: het normbedrag dat is gekoppeld aan de realisatie van de betreffende plaatsen;
D: het bedrag van de subsidie voor het realiseren van nieuwbouw door de aanvrager.
3.
Artikel 4.3a is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de formule van het bedrag van de totale bouwkosten voor de tweede of derde fase als volgt luidt:
D x 2,83 x 0,9
waarbij wordt verstaan onder:
D: het bedrag van de subsidie voor het realiseren van nieuwbouw door de aanvrager, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid.
4. Artikel 4.6, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in geval van bouw in fases, de nieuwbouw gerealiseerd wordt binnen vijf jaar na dagtekening van verlening van de subsidie voor de eerste fase.
Hoofdstuk 5. Subsidie voor het inrichten van de projectorganisatie
Artikel 5.1
1. De minister kan subsidie verstrekken aan één zorginstelling voor het inrichten van de projectorganisatie. Op deze subsidie is artikel 4.3, tweede lid, Kaderregeling niet van toepassing.
2. Subsidie bedraagt ten hoogste € 9.750.000.
Artikel 5.2
De inhuur van leden van de projectorganisatie dient door middel van een open, transparante en non-discriminatoire procedure en tegen marktconforme tarieven te geschieden.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 6.1
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 april 2030.
Artikel 6.2
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidies aardbevingsbestendige zorg
Bijlage I. Waarde zorglocaties
De waarde van de af te stoten zorglocaties is vastgesteld op de volgende bedragen.
Deze waarde is door onafhankelijke taxateurs vastgesteld waarbij is uitgegaan van een systematiek gebaseerd op de zogenoemde Discounted Cash Flow methode. Bij woningcorporaties is uitgegaan van de meest recente versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Niet alle af te stoten locaties hebben een naam. Als er geen complexnaam is wordt dit met een streepje weergegeven.