40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling taakuitoefening en bevoegdheden BBT | BWBR0050766 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-02-12 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0050766 | Regeling taakuitoefening en bevoegdheden BBT |
Regeling taakuitoefening en bevoegdheden BBT
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*belangenbehartiger:* de belangenbehartiger, bedoeld in artikel 41d, eerste lid, van het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020;
b. b.
*belanghebbende:* de belastingplichtige, de belastingschuldige, bedoeld in de Invorderingswet 1990, of de belanghebbende op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
c. c.
*Dienst Toeslagen:* de Dienst Toeslagen zoals bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
d. d.
*inspecteur:* de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
e. e.
*minister:* de Minister van Financiën;
f. f.
*ministerie:* het Ministerie van Financiën;
g. g.
*ontvanger:* de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990.
Paragraaf 2. Taakuitoefening en bevoegdheden
Artikel 2
1. Uitsluitend een (maatschappelijk) intermediair of een bestuursorgaan kan een casus aandragen bij de belangenbehartiger.
2.
De belangenbehartiger neemt de aangedragen casus in ontvangst en geeft hier gevolg aan op een van de volgende wijzen:
a. a. hij stelt een onderzoek in; b. b. hij verwijst de casus door naar de inspecteur, de ontvanger of de Dienst Toeslagen; c. c. hij wijst de aandrager van de casus op een behandelmogelijkheid bij een maatschappelijk partner, de Nationale ombudsman of de inspectie belastingen, toeslagen en douane; d. d. hij doet een mededeling aan de aandrager van de casus dat deze niet wordt onderzocht noch wordt doorverwezen.
3. De belangenbehartiger onderzoekt uitsluitend een individuele casus wanneer de inspecteur, de ontvanger of de Dienst Toeslagen bevoegd is daarover te beslissen.
4. De belangenbehartiger is niet bevoegd om besluiten van de inspecteur, de ontvanger of de Dienst Toeslagen aan te passen en houdt rekening met de bestaande rechtsmiddelen en de oplossingsmogelijkheden binnen de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen.
Artikel 3
Een onderzoek van de belangenbehartiger naar een individuele casus kan resulteren in een zienswijze. De belangenbehartiger verstrekt deze gemotiveerde zienswijze aan de inspecteur, de ontvanger of de Dienst Toeslagen.
Artikel 4
1. Indien de inspecteur, de ontvanger of de Dienst Toeslagen de zienswijze niet volgt, kan de belangenbehartiger aan de inspecteur, de ontvanger, onderscheidenlijk de Dienst Toeslagen, een onderbouwing hiervoor vragen en naar aanleiding van de onderbouwing gemotiveerd verzoeken om een heroverweging van de beslissing om de zienswijze niet te volgen.
2. De belangenbehartiger kan zijn zienswijze voorleggen aan de directeur-generaal Belastingdienst of de directeur-generaal Toeslagen als zijn zienswijze ook na heroverweging niet wordt gevolgd door de inspecteur, de ontvanger, onderscheidenlijk de Dienst Toeslagen.
Artikel 5
1. De inspecteur, de ontvanger en de Dienst Toeslagen zijn verplicht aan de belangenbehartiger de gegevens te verstrekken die naar zijn oordeel noodzakelijk zijn in het kader van de uitoefening van zijn taken, bedoeld in artikel 41e van het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020.
2. De gegevens kunnen worden opgevraagd door middel van het burgerservicenummer of het Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatie Nummer.
Artikel 6
1. De belangenbehartiger stelt halfjaarlijks een rapport vast waarin zijn bevindingen met betrekking tot de behandeling en afhandeling van individuele casuïstiek door hem en door de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen geanonimiseerd worden opgenomen.
2. De rapporten van de belangenbehartiger worden aangeboden aan de directeur-generaal Belastingdienst, onderscheidenlijk de directeur-generaal Toeslagen. De directeur-generaal Belastingdienst en de directeur-generaal Toeslagen nemen het desbetreffende rapport op in hun rapportages richting de Tweede Kamer.
3. De belangenbehartiger is bevoegd algemene bevindingen aan de minister te rapporteren vooruitlopend op het halfjaarlijkse rapport.
Artikel 7
De belangenbehartiger is verantwoordelijk voor het met zijn taken samenhangende communicatiebeleid.
Artikel 8
1. De belangenbehartiger is bevoegd betreffende zijn werkterrein met een of beide Kamers der Staten-Generaal in contact te treden.
2. De belangenbehartiger kan in zijn contact met een of beide Kamers der Staten-Generaal niet alleen feitelijke informatie verstrekken, maar ook zijn bevindingen op basis van een door hem afgerond rapport.
3. De belangenbehartiger informeert de minister voordat hij in contact treedt met een of beide Kamers der Staten-Generaal.
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2025.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling taakuitoefening en bevoegdheden BBT.