40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling tarieven Spoorwegwet 2012 | BWBR0031413 | ministeriele-regeling | geldend | 2019-06-16 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0031413 | Regeling tarieven Spoorwegwet 2012 |
Regeling tarieven Spoorwegwet 2012
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- ERATV: Europees register van goedgekeurde voertuigen als bedoeld in artikel 34 van Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap;
- wet: Spoorwegwet;
- Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 van de Commissie van 4 april 2018 tot vaststelling van praktische regelingen voor het proces voor de afgifte van typegoedkeuringen en vergunningen voor spoorvoertuigen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad (*PbEU *2018, L 90/66); en
- Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 van de Commissie van 9 april 2018 tot vaststelling van praktische regelingen voor de afgifte van unieke veiligheidscertificaten aan spoorwegondernemingen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 653/2007 van de Commissie (PbEU 2018, L 129/49).
Artikel 2
Vervallen
Artikel 2*
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen, hernieuwen of wijzigen van een vergunning als bedoeld in artikel 16f, tweede lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 3
1. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing van de toepassing van een of meer TSI’s of delen daarvan als bedoeld in artikel 26f, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 6.539,-.
2. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing van de toepassing van nationale voorschriften als bedoeld in artikel 26f, tweede lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 2.907,-.
3. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 4
1. Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een vergunning voor het in dienst stellen van subsystemen als bedoeld in artikel 26h, tweede lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
2. Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een ontheffing als bedoeld in artikel 26h, vierde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
3. Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een ontheffing als bedoeld in artikel 26h, vijfde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 5
Voor de behandeling van een aanvraag tot beoordeling van een informatiedossier als bedoeld in artikel 26i, tweede lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 6.539,-.
Artikel 6
1. Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een voertuigvergunning als bedoeld in artikel 26k, tweede lid, van de wet, gelijktijdig ingediend met een aanvraag tot een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 26m, tweede lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 6.405,- per spoorvoertuig.
2. Voor de behandeling van een aanvraag tot het uitbreiden van het gebruiksgebied van een voertuigvergunning als bedoeld in artikel 26k, vierde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 6.405,-.
3. Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 26k, vijfde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 4.462,-.
4.
Voor de behandeling van een aanvraag van een voertuigvergunning als bedoeld in artikel 26n van de wet is een tarief verschuldigd van € 1.032,-.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een serie spoorvoertuigen, wordt het tarief vanaf het negende serienummer of Europees Voertuig Nummer opgehoogd met € 5,– per nummer.
5. In afwijking van het eerste lid is voor de behandeling van de in dat lid genoemde aanvragen een tarief verschuldigd van € 2.460,– indien de aanvraag alleen betrekking heeft op goederenwagens.
6. In afwijking van het eerste lid is voor de in dat lid genoemde aanvragen een tarief verschuldigd van € 3.232,– indien de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op de hoofdspoorwegen, bedoeld in artikel 16, of artikel 14, eerste lid, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020.
7. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een voertuigvergunning of typegoedkeuring als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
8. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een ontheffing als bedoeld in het derde lid is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 7
1. Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen van een typegoedkeuring en inschrijving van de typegoedkeuring in het ERATV als bedoeld in artikel 26m, eerste lid, van de wet of een wijziging van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 26m, derde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 6.405,-.
2. Voor de registratie van een versie van een bestaand voertuigtype in het ERATV, bedoeld in artikel 50, derde lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 is een tarief verschuldigd van € 1.935,-.
3. Voor een wijziging in de inschrijving in het ERATV naar aanleiding van een wijziging uit artikel 15, eerste lid, onder b, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 is een tarief verschuldigd van € 516,–.
4. Voor een wijziging in de inschrijving in het ERATV inhoudende wijziging van de typehouder voor een type in ERATV is een tarief verschuldigd van € 65,–.
5. Voor een inschrijving in het ERATV van een vergund voertuigtype voor 16 juni 2019 voor configuratiebeheer, als bedoeld in artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545, is geen tarief verschuldigd.
6. Voor het wijzigen van de NAW-gegevens in het ERATV is geen tarief verschuldigd.
7. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 26m, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 8
1. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 26q, vierde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 3.232,-.
2. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 26q, zesde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 4.462,-.
3. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 9
1. Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een tijdelijke gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 26r, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 4.462,-.
2. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een tijdelijke gebruiksvergunning als bedoeld in het eerste lid is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 10
1. Voor de behandeling van een aanvraag voor een aanmelding van een conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 26u, eerste lid, van de wet, waarbij een accreditatiecertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid van de Regeling interoperabiliteit en veiligheid spoorwegen, is gevoegd, is een tarief verschuldigd van € 1.037,-.
2. Voor de behandeling van een aanvraag voor een aanwijzing van een conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 26v, eerste lid, van de wet, waarbij een accreditatiecertificaat als bedoeld in artikel 11, tweede lid van de Regeling interoperabiliteit en veiligheid spoorwegen is gevoegd, is een tarief verschuldigd van € 518,–.
3. Voor de behandeling van een aanvraag voor een aanwijzing van een beoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 6 van uitvoeringsverordening (EU) 402/2013, is een tarief verschuldigd van € 1.037,-.
4. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een aanmelding of aanwijzing als bedoeld in de vorige leden is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 11
1. Voor het inschrijven van spoorvoertuigen in het voertuigregister, bedoeld in artikel 26aa, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 74,– per spoorvoertuig.
2. Voor het op aanvraag wijzigen van gegevens in het voertuigregister, bedoeld in artikel 26aa, eerste lid, van de wet is per wijzigingsverzoek, dat kan bestaan uit een of meerdere wijzigingsopdrachten, een tarief verschuldigd van € 29,– per spoorvoertuig.
3. Voor het op aanvraag schrappen van inschrijvingen als bedoeld in artikel 26aa, vierde lid, van de wet is per schrapping een tarief verschuldigd van € 29,– per spoorvoertuig.
4. Voor het wijzigen van de NAW-gegevens is geen tarief verschuldigd.
5. Voor het op aanvraag toekennen van een Europees voertuignummer als bedoeld in artikel 26aa, derde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 10,– per spoorvoertuig.
6. In afwijking van het vijfde lid is een tarief verschuldigd van € 5,– per spoorvoertuig vanaf het elfde spoorvoertuig waarvoor een Europees voertuignummer wordt aangevraagd.
Artikel 11a
1. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 2.462,-.
2. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 11b
1. Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een vergunning als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
2.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet is:
a. a. voor een beperkte bedrijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet en artikel 8, eerste lid, van het Besluit bedrijfsvergunning en enkele vrijstellingen veiligheidscertificaat hoofdspoorwegen een tarief verschuldigd van € 1.532,-; b. b. voor een beperkte bedrijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet en artikel 8, tweede lid, van het Besluit bedrijfsvergunning en enkele vrijstellingen veiligheidscertificaat hoofdspoorwegen een tarief verschuldigd van € 4.995,-.
3. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een beperkte bedrijfsvergunning als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 11c
1.
Voor de behandeling van een initiële aanvraag tot het verlenen van een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet is:
a. a. voor een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die minder dan 300 personeelsleden een veiligheidsfunctie laat uitoefenen een tarief verschuldigd van € 24.535,-; b. b. voor een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die 300 personeelsleden of meer een veiligheidsfunctie laat uitoefenen een tarief verschuldigd van € 52.140,-. c. c. voor een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die gebruik maakt van de hoofdspoorweg op één locatie ten behoeve van overgave van spoorvoertuigen of met zelfrijdend gereedschap of een daarmee vergelijkbaar voertuig om werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg uit te voeren op een deel van een hoofdspoorweg dat daartoe buiten dienst is gesteld, een tarief verschuldigd van € 5.620,-.
2.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het hernieuwen van een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet is:
a. a. voor een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die minder dan 300 personeelsleden een veiligheidsfunctie laat uitoefenen, een tarief verschuldigd van € 18.901,-; b. b. voor een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die 300 personeelsleden of meer een veiligheidsfunctie laat uitoefenen, een tarief verschuldigd van € 24.497,-; c. c. voor een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die gebruik maakt van de hoofdspoorweg op één locatie ten behoeve van overgave van spoorvoertuigen of met zelfrijdend gereedschap of een daarmee vergelijkbaar voertuig om werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg uit te voeren op een deel van een hoofdspoorweg dat daartoe buiten dienst is gesteld, een tarief verschuldigd van € 5.620,-.
3.
Voor de behandeling van een aanvraag tot het uitbreiden van het exploitatiegebied van het veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32, derde lid, van de wet of een aanvraag tot wijziging van een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32 van de wet is:
a. a. voor een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die minder dan 300 personeelsleden een veiligheidsfunctie laat uitoefenen, een tarief verschuldigd van € 12.249,-; b. b. voor een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die 300 personeelsleden of meer een veiligheidsfunctie laat uitoefenen, een tarief verschuldigd van € 18.402,-; c. c. voor een veiligheidscertificaat voor een spoorwegonderneming die gebruik maakt van de hoofdspoorweg op één locatie ten behoeve van overgave van spoorvoertuigen of met zelfrijdend gereedschap of een daarmee vergelijkbaar voertuig om werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg uit te voeren op een deel van een hoofdspoorweg dat daartoe buiten dienst is gesteld, een tarief verschuldigd van € 1.874,-.
4. Voor het anderszins wijzigen van een veiligheidscertificaat dan een wijziging, bedoeld in het derde lid, is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 12
1. Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen of hernieuwen van een ECM-certificaat als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de wet is een tarief van € 14.719,- verschuldigd.
2. Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen of hernieuwen van een certificaat als bedoeld in artikel artikel 28, eerste en tweede lid, onderdeel a, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020 is een tarief verschuldigd van € 5.096,-.
3. Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen of hernieuwen van een certificaat als bedoeld in artikel artikel 28, eerste en tweede lid, onderdeel b, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020 is een tarief verschuldigd van € 5.096,-.
4. Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen of hernieuwen van een certificaat als bedoeld in artikel artikel 28, eerste en tweede lid, onderdeel c, van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020 is een tarief verschuldigd van € 6.372,-.
5. Voor de behandeling van een gelijktijdige aanvraag voor het verlenen van meerdere certificaten als bedoeld in de artikelen artikel 36, vierde lid, van de wet en artikel 28, eerste en tweede lid van de Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020, is een tarief verschuldigd dat bestaat uit de som van 100% van het hoogste verschuldigde tarief, genoemd in het tweede tot en met het vierde lid, en 35% van elk overig verschuldigd tarief genoemd in het tweede tot en met het vierde lid, voor zover deze certificaten zijn aangevraagd
6. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een of meerdere reeds verleende certificaten als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
7. Indien een spoorwegonderneming of een infrastructuurbeheerder die uitsluitend voor de eigen exploitatie bestemde voertuigen onderhoudt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, van uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie (PbEU 2019, L 139 I/360), tijdens de behandeling van een aanvraag voor een veiligheidsvergunning of voor een veiligheidscertificaat, de conformiteit van bijlage II van uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie (PbEU 2019, L 139 I/360) wil laten beoordelen, is, naast het van toepassing zijnde tarief op grond van de artikelen 2* of 11c, een aanvullend tarief verschuldigd van € 129 per uur.
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
1. Voor de behandeling van een aanvraag voor het verlenen of hernieuwen van een erkenning van een keuringsinstituut als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, van de wet is een tarief van € 2.145,- verschuldigd en voor een erkenning van een vestiging waar keuringen worden uitgevoerd is een tarief van € 1.312,- verschuldigd.
2. Voor de behandeling van een aanvraag voor een wijziging van een erkenning als bedoeld in het eerste lid of van de vestiging waar de keuringen worden uitgevoerd is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 15
1.
Voor de examinering van de vastgestelde eisen inzake algemene kennis en vaardigheden van een machinist, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onder a, en artikel 51a, eerste lid, onder c, van de wet, is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
| Profiel machinist | |
|---|---|
| module: Vergunning theorie | € 200,– |
| module: Vergunning Simulatie | € 400,– |
| module: Veiligheidscommunicatie | € 400,– |
2.
Voor de examinering van de vastgestelde eisen inzake algemene kennis, bekwaamheid en ervaring van een rangeerder, wagencontroleur of treindienstleider, bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, van de wet, is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
| Profiel rangeerder | |
|---|---|
| module: Algemene vakkennis theorie | € 200,– |
| module: Samenstellen en begeleiden van treinen theorie | € 200,– |
| module: Veiligheidscommunicatie | € 400,– |
| module: Samenstellen en begeleiden van treinen praktijk | € 679,– |
| Profiel wagencontroleur | |
| module: Basisbekwaamheden theorie | € 200,– |
| module: Vervoer gevaarlijke stoffen RID/VSG cat 2 theorie | € 200,– |
| module: Veiligheidscommunicatie | € 400,– |
| module: Basisbekwaamheden en Vervoer gevaarlijke stoffen RID/VSG categorie 2 praktijk | € 679,– |
| Profiel treindienstleider volledig bevoegd | |
| module: Basisbekwaamheden treindienstleider volledig bevoegd theorie | € 500,– |
| module: Veiligheidscommunicatie | € 400,– |
| module: Basisbekwaamheden treindienstleider volledig bevoegd praktijk | € 400,– |
| Profiel treindienstleider minimaal bevoegd | |
| module: Basisbekwaamheden treindienstleider minimaal bevoegd theorie | € 500,– |
| module: Veiligheidscommunicatie | € 400,– |
| module: Basisbekwaamheden treindienstleider minimaal bevoegd praktijk | € 400,– |
3.
Voor niet in het eerste tot en met tweede lid van een tarief voorziene elementen, verband houdende met de examinering, bedoeld in artikelen 50, eerste lid, onder a, 50, tweede lid, onder a, en 51a, eerste lid, onder c, van de wet, is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
| Verstrekking van een duplicaat certificaat | € 50,– |
|---|---|
| Inzage in een gemaakt examen | € 50,– |
4.
Voor de examinering en jaarlijkse professionalisering, verband houdende met de erkenning van een examinator als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het Besluit spoorwegpersoneel 2011, is een tarief verschuldigd als opgenomen in onderstaande tabel:
| Examinator | |
|---|---|
| Examinator (initieel examen) | € 1.000,– |
| Toevoeging extra module examinator | € 0,– |
| Professionalisering examinator | € 500,– |
| Verlenging van de erkenning als examinator | € 0,– |
5. Voor de behandeling van een aanvraag voor de erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder b, van de wet en de daarbij behorende bevoegdheden, genoemd in paragraaf 4 van de Regeling spoorwegpersoneel 2011, is een tarief verschuldigd van € 75,- per uur.
6. De kosten, bedoeld in het vijfde lid, worden voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag begroot en aan de aanvrager medegedeeld. Het aantal uren kan na het onderzoek niet meer dan 20 procent naar boven of naar beneden worden bijgesteld.
Artikel 16
1. Voor het nemen van een beslissing op een aanvraag om een machinistenvergunning als bedoeld in artikel 51a, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 122,–. Het verschuldigde tarief dient binnen 30 kalenderdagen na factuurdatum te zijn voldaan. De factuur wordt verzonden met de beslissing op aanvraag.
2. Voor de behandeling van een aanvraag voor de verlenging van een machinistenvergunning als bedoeld in artikel 51a, achtste lid, onder a, van de wet is een tarief verschuldigd van € 96,–. Het verschuldigde tarief dient binnen 30 kalenderdagen na factuurdatum te zijn voldaan. De factuur wordt verzonden met de beslissing op aanvraag.
3. Voor het verstrekken van een duplicaat van een machinistenvergunning als bedoeld in artikel 51a, achtste lid, onder b, van de wet is een tarief verschuldigd van € 60,–. Het verschuldigde tarief dient binnen 30 kalenderdagen na factuurdatum te zijn voldaan. De factuur wordt verzonden met het duplicaat.
Artikel 17
1. Voor de behandeling van een aanvraag voor de verlening of hernieuwing van een erkenning van een opleidingsinstituut als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van de wet is een tarief verschuldigd van € 5.430,-.
2. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een erkenning als bedoeld in het eerste lid is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 17a
1. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 54a van de wet is een tarief verschuldigd van € 2.462,-.
2. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
Artikel 19a
Vervallen
Artikel 19b
1. Voor de behandeling van een ontheffing als bedoeld in artikel 3 van het Besluit hoofdspoorweginfrastructuur is een tarief van € 4.940,- verschuldigd.
2. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 19c
Vervallen
Artikel 19d
1. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 5, derde lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen is een tarief verschuldigd van € 1.309,-.
2. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
3. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
4. Voor de behandeling van een aanvraag tot het wijzigen van een ontheffing als bedoeld in de vorige leden is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
Artikel 20
In afwijking van de bedragen, genoemd in de artikelen 11b, 11c en 13, is voor de behandeling van een aanvraag van de in die artikelen bedoelde beschikkingen een tarief van € 1.166,- verschuldigd, indien daarvoor een documentatiebeoordeling volstaat.
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
1. Voor een aanvraag van een beschikking als bedoeld in deze regeling door een organisatie die met historische spoorvoertuigen voor niet commerciële doeleinden gebruik maakt van de hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg, is een vergoeding van 10% van het voor de betreffende beschikking bepaalde tarief verschuldigd, met een minimum van € 265,–.
2. Voor een wijziging van een beschikking als bedoeld in het eerste lid is geen tarief verschuldigd.
Artikel 23
1. Indien de kosten voor behandeling van een aanvraag worden bepaald op basis van een uurtarief, worden die kosten voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag begroot en aan de aanvrager medegedeeld.
2. Een aanvraag bij andere verstrekkers dan de ILT wordt pas in behandeling genomen wanneer het verschuldigde tarief is voldaan, tenzij sprake is van een aanvraag die is ingediend bij het loket als bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PbEU 2016/L 138).
3. Bij een beschikking waarvoor een uurtarief geheven wordt, kunnen via een naheffing of een terugbetaling de werkelijke kosten in rekening gebracht worden. De naheffing en de terugbetaling wordt berekend door het genoemde uurtarief te vermenigvuldigen met het aantal werkelijk bestede uren, minus het reeds betaalde tarief, bedoeld in het tweede lid. De aanvrager voldoet de naheffing binnen dertig kalenderdagen na de verzending van een betalingsverzoek daartoe.
Artikel 23a
1. Voor het op verzoek voeren van vooroverleg als bedoeld in artikel 2, onderdeel 9, van Uitvoeringsverordening 2018/545 en artikel 2, onderdeel 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 is een tarief verschuldigd van € 129,– per uur.
2. Artikel 23, eerste en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 24
Vervallen
Artikel 25
1. Buitenlandse reis- en verblijfkosten die verband houden met de in deze regeling genoemde handelingen of werkzaamheden, worden tegen de werkelijke kosten in rekening gebracht en zijn separaat verschuldigd naast de in deze regeling genoemde tarieven. Binnenlandse reis- en verblijfkosten worden niet separaat in rekening gebracht.
2. De in het eerste lid genoemde buitenlandse reis- en verblijfkosten worden voorafgaand aan het in behandeling nemen van een aanvraag begroot en aan de aanvrager medegedeeld. De werkelijk gemaakte kosten mogen het begrote bedrag niet overstijgen.
Artikel 26
De Regeling tarieven Spoorwegwet wordt ingetrokken.
Artikel 27
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 15, dat in werking treedt op 1 juli 2012.
Artikel 28
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tarieven Spoorwegwet 2012.