rijk/ministeriele-regeling/regeling-tegemoetkoming-studiekosten-onderwijsmasteropleidingen/BWBR0038481
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling tegemoetkoming studiekosten onderwijsmasteropleidingen BWBR0038481 ministeriele-regeling geldend 2016-09-06 https://wetten.overheid.nl/BWBR0038481 Regeling tegemoetkoming studiekosten onderwijsmasteropleidingen

Regeling tegemoetkoming studiekosten onderwijsmasteropleidingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *bacheloropleiding:* opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a, of tweede lid, onder a, van de WHW;

b. b.

    *deficiëntieopleiding:* een opleiding van tussen de dertig en zestig studiepunten die is vormgegeven als bacheloropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs, maar die niet leidt tot de graad Bachelor binnen het wetenschappelijk onderwijs, en die is gericht op het wegwerken van deficiënties met als doel toelating tot een masteropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs;

c. c.

    *masteropleiding:* opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, en 7.4a, derde lid, van de WHW;

d. d.

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

e. e.

    *pabo:* opleiding Pedagogische academie voor leraren in het basisonderwijs;

f. f.

    *student:* degene die wetenschappelijk onderwijs of hoger beroepsonderwijs in de zin van de WHW volgt, niet zijnde een extraneus;

g. g.

    *studieduur:* aan de studielast van een masteropleiding gekoppelde duur van de opleiding, zoals geregeld in de artikelen 7.4, 7.4a en 7.4b van de WHW en zoals met inachtneming van artikel 7.13, tweede lid, onder i, van de WHW is vastgelegd in de onderwijs- en examenregeling van de opleiding;

h. h.

    *studiejaar:* het tijdvak, genoemd in artikel 1.1, onder k, van de WHW;

i. i.

    *WHW:*
    Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 2

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.1 en 7.4, tweede lid.

Artikel 3

De minister kan ten behoeve van de tegemoetkoming in de studiekosten voor de studiejaren 20162017 tot en met 20182019 eenmalig subsidie verstrekken aan een student die zich heeft ingeschreven voor een masteropleiding als bedoeld in artikel 4.

Artikel 4

De regeling is uitsluitend van toepassing op studenten die:

de pabo met goed gevolg hebben afgerond en staan ingeschreven voor één van de volgende masteropleidingen:

a. a. special education needs; b. b. leren en innoveren; c. c. talentontwikkeling en diversiteit; d. d. pedagogiek; e. e. pedagogische wetenschappen; f. f. onderwijskunde; of

staan ingeschreven voor een eenjarige of tweejarige masteropleiding aan een lerarenopleiding die een eerstegraads bevoegdheid oplevert in één van de volgende tekortvakken:

g. g. Nederlands; h. h. Frans; i. i. Duits; j. j. Engels; k. k. Grieks; l. l. Latijn; m. m. informatica; n. n. natuurkunde; o. o. wiskunde; of p. p. scheikunde.

Artikel 5

1.

Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de aanvrager ingeschreven te staan voor een masteropleiding als bedoeld in artikel 4:

a. a. onder a, b, c, d, e of f, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar het examen van de pabo met goed gevolg te hebben afgelegd; of b. b. onder a, b, c, d, e of f, het examen van de pabo met goed gevolg te hebben afgelegd en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar een deficiëntieopleiding, voorbereidend op de betreffende masteropleiding, met goed gevolg te hebben afgelegd; of c. c. onder g, h, i, j, k, l, m, n, o of p, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar een bacheloropleiding of masteropleiding met goed gevolg te hebben afgelegd; of d. d. onder g, h, i, j, k, l, m, n, o of p, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar een deficiëntieopleiding, voorbereidend op de betreffende masteropleiding, met goed gevolg te hebben afgelegd; of e. e. onder g, h, i, j, k, l, m, n, o of p, en niet eerder dan ten hoogste in het kalenderjaar, vijf jaar voorafgaand aan het studiejaar op grond van artikel 7.18 van de WHW de graad Doctor verleend te hebben gekregen.

2. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de aanvrager tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 te behoren.

3. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de aanvrager die staat ingeschreven voor een masteropleiding als bedoeld in artikel 4, onder a, b, c, d, e of f, in aanvulling op de aanvraag een stage- dan wel onderzoeksovereenkomst met een schoolbestuur voor primair onderwijs in te dienen. De overeenkomst wordt ingediend tijdens de studieduur.

Artikel 6

1. Voor de subsidieverlening is voor de jaren 2016 en 2017 een bedrag van € 1 miljoen per jaar beschikbaar voor studenten die een masteropleiding volgen als bedoeld in artikel 4, onder a, b, c of d, en in dat kader een stage- of onderzoeksopdracht uitvoeren op een school voor primair onderwijs of bij het bestuur van een school voor primair onderwijs.

2.

Voor de jaren 2016, 2017 en 2018 is een bedrag van € 3 miljoen per jaar beschikbaar voor studenten die een masteropleiding volgen als bedoeld in:

a. a.

      artikel 4, onder e of f, en in dat kader een stage- of onderzoeksopdracht uitvoeren op een school voor primair onderwijs of bij het bestuur van een school voor primair onderwijs; of

b. b.

      artikel 4, onder g, h, i, j, k, l, m, n, o of p, en in dat kader een stage- of onderzoeksopdracht uitvoeren op een school voor voortgezet onderwijs.

Artikel 7

De subsidie bedraagt:

a. a. € 3.000 voor studenten die zijn ingeschreven voor een masteropleiding als bedoeld in artikel 4, onder a, b, c, d, e, f, g, h, i, j, k of l; of b. b. € 5.000 voor studenten die zijn ingeschreven voor een masteropleiding als bedoeld in artikel 4, onder m, n, o of p.

Artikel 8

1. De subsidieaanvraag geschiedt overeenkomstig het aanvraagformulier dat via de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs beschikbaar wordt gesteld.

2. Subsidie kan voor de studiejaren 20162017 tot en met 20182019 worden aangevraagd van 1 januari tot en met 31 oktober van het jaar waarin de aanvrager met de masteropleiding begint.

3. In afwijking van het tweede lid kan subsidie voor de opleidingen, bedoeld in artikel 4, onder a tot en met f, niet worden aangevraagd voor het studiejaar 20182019.

Artikel 9

1. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, weigert de minister een subsidieaanvraag, indien de aanvrager reeds een tegemoetkoming van de minister ontvangt of heeft ontvangen voor het volgen van de masteropleiding.

2. Onder tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan studiefinanciering in de zin van de Wet studiefinanciering 2000.

Artikel 10

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen.

Artikel 11

De subsidieontvanger behaalt uiterlijk een jaar na afloop van de studieduur het diploma van de masteropleiding.

Artikel 12

1. Het subsidiebedrag wordt niet eerder dan drie maanden voordat de opleiding aanvangt, aan de subsidieontvanger uitbetaald.

2. In aanvulling op de aanvraag waarvoor een stage- dan wel onderzoeksovereenkomst, bedoeld in artikel 5, derde lid, moet worden ingediend, wordt het subsidiebedrag niet eerder uitbetaald dan nadat de stage- dan wel onderzoeksovereenkomst is ingediend.

Artikel 13

1. De vaststellingsbeschikking wordt overeenkomstig artikel 7.4, tweede lid, van de Kaderregeling OCW, SZW en VWS binnen 22 weken na afloop van de studieduur ambtshalve genomen.

2. In afwijking van het eerste lid wordt de ambtshalve vaststellingsbeschikking, indien de subsidieontvanger het diploma niet binnen de studieduur kan behalen en daarvan onverwijld melding maakt bij de minister, binnen 22 weken na afloop van een jaar na de studieduur genomen, of, indien de subsidieontvanger al op de hoogte is op welke datum hij het diploma zal behalen, 22 weken na afloop van de dag waarop het diploma wordt behaald.

Artikel 14

De minister kan deze regeling in bijzondere gevallen buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken, voor zover de toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt per 1 november 2018.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming studiekosten onderwijsmasteropleidingen.

Artikel 17

Wijzigt de Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 20092017.