40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling tegemoetkoming waterschade in Limburg en het onbedijkte gebied langs de Maas in Noord-Brabant in juli 2021 | BWBR0045602 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-09-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0045602 | Regeling tegemoetkoming waterschade in Limburg en het onbedijkte gebied langs de Maas in Noord-Brabant in juli 2021 |
Regeling tegemoetkoming waterschade in Limburg en het onbedijkte gebied langs de Maas in Noord-Brabant in juli 2021
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- afstromend water: water, veroorzaakt door extreem zware regenval in heuvelachtig terrein, dat niet afgevoerd kan worden door de verzadigde aanwezige riolering en andere afvoermiddelen zoals beken en stroompjes, en dat zich daardoor over land verplaatst naar lagergelegen delen;
- AGVV: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Algemene Groepsvrijstellingsverordening (PbEU 2014, L 187);
- besluit: Besluit tegemoetkoming schade bij rampen;
- eigen risico: het verschil tussen de som van de schade- en kostenbedragen en de tegemoetkoming die daarvoor wordt verleend op basis van de artikelen 7, 8, 9, 10, 12 en 14, van deze regeling;
- kostenbedrag: de gemaakte kosten, vastgesteld door een schade-expert, waarop in mindering zijn gebracht de kosten, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet juncto artikel 5 van het besluit;
- LVV: Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Landbouwvrijstellingsverordening (PbEU 2014, L 193);
- RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
- schadebedrag: de omvang van de schade, vastgesteld door een schade-expert, waarop in mindering zijn gebracht de schades of tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet juncto artikel 5 van het besluit;
- wet: de Wet tegemoetkoming schade bij rampen.
Artikel 2
1. Deze regeling is van toepassing op de schade en kosten als bedoeld in artikel 4 van de wet en in artikel 5 die in de periode van 13 juli 2021 tot en met 20 juli 2021 in het schadegebied zijn ontstaan als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg van overstromingen door zoet water als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2, juncto artikel 2 van de wet en van afstromend water.
2. De gebieden, die zijn ingekleurd op de kaart die is opgenomen als bijlage bij deze regeling, worden aangewezen als het schadegebied, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de wet.
3. De Minister van Justitie en Veiligheid kan afwijken van het eerste lid, voor zover een beperking tot het schadegebied, gelet op het belang om aan gedupeerden een tegemoetkoming in de schade en de kosten toe te kennen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Paragraaf 2. Hoogte van de tegemoetkoming
Artikel 3
De hoogte van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, bedraagt 90% van het schadebedrag.
Artikel 4
De hoogte van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, bedraagt 90% van het schadebedrag doch ten hoogste € 32.400.
Artikel 5
1. In geval van schade aan een personenauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, van een particulier die vanuit economisch oogpunt redelijkerwijs alleen WA of WA+ verzekerd was en die technisch gezien total loss is, wordt voorzien in een tegemoetkoming in de schade op basis van artikel 4, tweede lid, van de wet.
2. De hoogte van de tegemoetkoming in de schade als bedoeld in het eerste lid bedraagt € 2.700 voor een personenauto die aantoonbaar WA verzekerd was of die WA+ verzekerd was maar waarbij de verzekeraar de claim heeft afgewezen.
Artikel 6
De hoogte van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de wet, bedraagt 58,5% van het schadebedrag.
Artikel 7
1. De hoogte van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van de wet, bedraagt 65% van het schadebedrag. Deze schade wordt berekend in overeenstemming met artikel 50, vierde lid, van de AGVV of voor de landbouwsector in overeenstemming met artikel 30, zesde lid, van de LVV.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van de wet, voor een gedupeerd kerkgenootschap, een gedupeerde vereniging of een gedupeerde stichting vastgesteld overeenkomstig de artikelen 3 en 4, tenzij de stichting of vereniging een zorginstelling of onderneming in stand houdt.
3. In afwijking van het eerste lid, eerste volzin, bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van de wet, voor een gedupeerd openbaar lichaam 58,5% van het schadebedrag.
Artikel 8
1. De hoogte van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de wet, bedraagt 65% van het schadebedrag. Deze schade wordt berekend in overeenstemming met artikel 30, zevende lid, van de LVV.
2.
De gedupeerde heeft slechts recht op een tegemoetkoming in teeltplanschade, voor zover deze schade bestaat uit een productieverlies van meer dan 20% ten opzichte van de gemiddelde opbrengst in de betrokken productierichting op het betreffende bedrijf in de drie jaren voorafgaande aan het jaar waarin de productieverliezen zich voordoen, met dien verstande dat:
a. a. in voorkomend geval een voorafgaand jaar waarin reeds een zodanig productieverlies is geleden, de berekening in de betrokken productierichting kan worden gedaan als gemiddelde opbrengst van drie van de vijf jaren voorafgaand aan 13 juli 2021, waarbij de hoogste en de laagste productie niet meegerekend worden; b. b. indien de productieverliezen zich over meerdere jaren zullen doen gevoelen, deze verliezen in het eerste jaar ten minste 10% moeten bedragen en het percentage van het productieverlies in het eerste jaar, vermenigvuldigd met het aantal jaren waarin productieverlies zal worden geleden, ten minste uitkomt op 20%.
3. Indien een gedupeerde op grond van het tweede lid geen recht heeft op een tegemoetkoming in teeltplanschade, wordt deze schade niet meegenomen bij de berekening van het drempelbedrag, bedoeld in artikel 13, tweede lid, en het eigen risico, bedoeld in artikel 14.
Artikel 9
De hoogte van de tegemoetkoming in de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, van de wet, bedraagt 65% van het schadebedrag. Deze schade wordt berekend in overeenstemming met artikel 30, zevende lid, van de LVV.
Artikel 10
De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel g, van de wet, bedraagt 65% van de kosten.
Artikel 11
1. De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel h, van de wet als gevolg van een door het bevoegd gezag geboden of geadviseerd verlaten van de woon- of vestigingsplaats, bedraagt 100% van het kostenbedrag tot een maximum van € 597, doch ten minste € 304.
2. De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel h, van de wet als gevolg van een door het bevoegd gezag geboden of geadviseerd verlaten van de woon- of vestigingsplaats bedraagt voor een onderneming, een openbaar lichaam alsmede voor een stichting of vereniging die een zorginstelling of onderneming in stand houdt bedraagt 100% van het kostenbedrag doch ten minste € 901.
Artikel 12
De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen i en j, van de wet, gemaakt ter voorkoming, beperking of opruiming van schade als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 9, bedraagt 65% van het kostenbedrag.
Artikel 13
1. Indien de som van de schade- en kostenbedragen, bedoeld in de artikelen 3, 4, en 12, voor particulieren meer bedraagt dan € 667, heeft de gedupeerde recht op een tegemoetkoming in de schade en kosten.
2. Indien de som van de schade- en kostenbedragen, bedoeld in de artikelen 6, 7, 8, 9, 10 en 12 meer bedraagt dan € 1.322, heeft de gedupeerde, niet zijnde een particulier, recht op een tegemoetkoming in de schade en kosten.
3. In afwijking van het tweede lid heeft een gedupeerd kerkgenootschap, een gedupeerde vereniging of een gedupeerde stichting recht op een tegemoetkoming in de schade en kosten, indien de som van de schade- en kostenbedragen, bedoeld in de artikelen 7, tweede lid, en 12, meer bedraagt dan € 667.
Artikel 14
Het eigen risico als gevolg van het resultaat van de berekeningen, genoemd in de artikelen 7, 8, 9, 10 en 12, bedraagt voor bedrijven en stichtingen en verenigingen die een zorginstelling of onderneming in stand houden niet meer dan € 6.014.
Paragraaf 3. Berekeningsgrondslag
Artikel 15
De schadetermijn voor de teeltplanschade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de wet, en de bedrijfsschade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, van de wet, wordt gerekend vanaf 13 juli 2021 tot het moment waarop het bedrijf redelijkerwijs in staat moet worden geacht op zijn normale productieniveau te werken, rekening houdend met de geteelde gewassen of de gehouden diersoorten, met een maximum van 52 weken.
Artikel 16
Het uurloon, bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, en 3, derde lid, van het besluit, wordt vastgesteld op € 22,11 bruto per mensuur.
Paragraaf 4. Procedure
Artikel 17
1. Degene die aanspraak wenst te maken op een tegemoetkoming in de schade of kosten meldt dit uiterlijk 15 december 2021 bij RVO door middel van het daartoe bestemde Wts-schademeldingsformulier, dat kan worden aangevraagd bij RVO.
2. Degene die aanspraak wenst te maken op een tegemoetkoming in de schade of kosten en die voor inwerkingtreding van deze regeling reeds een ‘Centrale Registratie Aangerichte Schade’-formulier heeft ingediend bij de gemeente, hoeft geen Wts-schademeldingsformulier in te zenden aan RVO.
3. Na ontvangst door RVO van een formulier als bedoeld in het eerste en tweede lid draagt RVO zorg voor de taxatie van de gemelde schade of kosten door een schade-expert die daartoe van RVO opdracht krijgt.
4. De aanvraag tot verlening van een tegemoetkoming in schade of kosten wordt ingediend door middel van het door de schade-expert, na overleg met de aanvrager, ingevulde en door de aanvrager ondertekende Wts-aanvraagformulier. De aanvraag wordt ingediend bij RVO binnen 14 dagen nadat de schade-expert het Wts-aanvraagformulier aan de gedupeerde heeft verstrekt.
Artikel 18
De Minister van Justitie en Veiligheid beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 17, vierde lid.
Artikel 19
De beschikking op een aanvraag bevat in ieder geval:
a. a. de omvang van de schade, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a tot en met f, van de wet, berekend met inachtneming van het schaderapport, bedoeld in artikel 5 van de wet; b. b. de in aanmerking te nemen kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen g, h, i en j, van de wet, berekend met inachtneming van het schaderapport, bedoeld in artikel 5 van de wet; c. c. de omvang van de schade en kosten, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdelen a tot en met e, van de wet, berekend met inachtneming van het schaderapport, bedoeld in artikel 5 van de wet; d. d. de berekening en het bedrag van de tegemoetkoming waaronder in voorkomend geval de tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 5.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 20
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat voor de landbouwsector de regeling met ingang van 13 september 2021 werkt.
Artikel 21
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming waterschade in Limburg en het onbedijkte gebied langs de Maas in Noord-Brabant in juli 2021.
Bijlage . als bedoeld in
[afbeelding]