40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling toetsing geweldsbeheersing politie | BWBR0013200 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-08-14 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013200 | Regeling toetsing geweldsbeheersing politie |
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. ambtenaar: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, c, en d, van de Politiewet 2012, die rechtens is uitgerust met een of meer geweldsmiddelen; b. b. geweldsmiddel: geweldsmiddel als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, onder 1e, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar; c. c. LSOP: het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum, genoemd in artikel 2 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs ; d. d. de toets geweldsbeheersing: de door het LSOP, samengestelde toets ter beoordeling van de kennis op het gebied van geweldsbeheersing volgens de competentiegerichte eindtermen van de initiële opleidingen voor politieambtenaren, genoemd in artikel 14 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, of de door het LSOP samengestelde toets ter beoordeling van kennis op het gebied van geweldsbeheersing volgens de competentiegerichte eindtermen van een door de betrokken ambtenaar gevolgde postinitiële opleiding; e. e. de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden: de door het LSOP samengestelde toets ter beoordeling van aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden volgens de competentiegerichte eindtermen van de initiële opleidingen voor politieambtenaren, genoemd in artikel 14 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, of de door het LSOP samengestelde toets ter beoordeling van aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden volgens de competentiegerichte eindtermen van een door de betrokken ambtenaar gevolgde postinitiële opleiding; f. f. de toets schietvaardigheid: de door het LSOP samengestelde toets ter beoordeling van de schietvaardigheid volgens de competentiegerichte eindtermen van de initiële opleidingen voor politieambtenaren, genoemd in artikel 14 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, of de door het LSOP samengestelde toets ter beoordeling van de schietvaardigheid volgens de competentiegerichte eindtermen van een door de betrokken ambtenaar gevolgde postinitiële opleiding; g. g. toetser: de ambtenaar van politie die heeft voldaan aan de competentiegerichte eindtermen van de daartoe strekkende opleiding en is gecertificeerd door het LSOP om de toets geweldsbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden, of de toets schietvaardigheid af te nemen. h. h. bevoegd gezag: bevoegd gezag, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
Artikel 2
1.
Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderjaar geoefend in het gebruik van een geweldsmiddel als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, indien hij in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd:
1º. 1º. de toets geweldsbeheersing, en 2º. 2º. de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden.
2. Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend in het gebruik van een vuurwapen, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande kalenderhalfjaar de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat heeft afgelegd.
3. In afwijking van het in het tweede lid bepaalde is een ambtenaar geoefend in het gebruik van het vuurwapen als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b, van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie, voor een periode die het lopende en het daarop volgende kalenderhalfjaar omvat, zodra hij de toets schietvaardigheid voor dat wapen met voldoende resultaat heeft afgelegd.
4. Een ambtenaar die is belast met de uitoefening van specialistische of leidinggevende politietaken en daartoe een postinitiële opleiding heeft gevolgd, dient, alvorens geoefend te zijn in het gebruik van de bij de uitoefening van die taken behorende geweldsmiddelen, de in het eerste tot en met derde lid bedoelde toetsen tevens volgens de competentiegerichte eindtermen van de postinitiële opleiding met voldoende resultaat af te leggen. Indien het LSOP een dergelijke toets niet heeft samengesteld, dient de in de eerste volzin bedoelde ambtenaar de toetsen volgens de competentiegerichte eindtermen van de initiële opleiding met voldoende resultaat af te leggen.
5. Onverminderd het eerste tot en met vierde lid, wordt de ambtenaar van wie een geweldsmiddel op grond van het zesde lid is ingenomen, voor de resterende duur van het lopende kalenderjaar of kalenderhalfjaar, geacht wederom geoefend te zijn in het gebruik van dat geweldsmiddel, vanaf het moment dat hij de toetsen die hij niet of niet met voldoende resultaat had afgelegd, alsnog met voldoende resultaat aflegt.
6. Het bevoegd gezag draagt er voor zorg dat de ambtenaar slechts over een geweldsmiddel beschikt, anders dan voor het vervoer en het gebruik ervan voor het volgen van onderwijs, indien hij geoefend is in het gebruik van dat geweldsmiddel. De ambtenaar die op de laatste dag van een kalenderjaar de in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde toetsen niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, wordt het geweldsmiddel in het gebruik waarvan hij dientengevolge niet langer is geoefend, door het bevoegd gezag ontnomen.
7. De ambtenaar die de in het derde lid bedoelde toets niet met voldoende resultaat aflegt, wordt het geweldsmiddel in het gebruik waarvan hij dientengevolge niet langer geoefend is, door het bevoegd gezag terstond ontnomen.
8. Met ingang van 1 januari 2014 zal de in het zevende lid bedoelde directe inname zich tevens uitstrekken tot de geweldsmiddelen genoemd in het zesde lid.
Artikel 3
1. Het bevoegd gezag biedt de ambtenaar ten minste 32 uren de gelegenheid tot het deelnemen aan de toetsing en de training ter voorbereiding daarop. Tevens ziet het bevoegd gezag er op toe dat de ambtenaar zich voorbereidt en het trainingsaanbod opvolgt. De ambtenaar bereidt zich voor op de af te leggen toetsen en volgt daarvoor het trainingsaanbod op.
2. De toets geweldsbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de toets schietvaardigheid worden afgenomen door een door het bevoegd gezag daartoe aangewezen toetser.
Artikel 4
Indien een ambtenaar een van de omschreven toetsen niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, doet de toetser hiervan onverwijld mededeling aan het bevoegd gezag.
Artikel 5
1. Het bevoegd gezag draagt zorg voor registratie van de deelname aan en de resultaten van de in artikel 2 bedoelde toetsen.
2. De korpschef publiceert jaarlijks in het in artikel 36 van de Politiewet 2012 bedoelde jaarverslag een overzicht van de stand van zaken betreffende de in artikel 2 bedoelde toetsen.
3. De korpschef verstrekt jaarlijks in het in artikel 36 van de Politiewet 2012 bedoelde beleidsplan een overzicht betreffende de deelname aan en de resultaten van de in artikel 2 bedoelde toetsen alsmede het gevoerde beleid hieromtrent.
Artikel 6
De Regeling training en toetsing vuurwapengebruik politie wordt ingetrokken.
Artikel 7
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2001, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2002.
2. Artikel 2, eerste lid, onder 2, treedt met ingang van 1 januari 2003 in werking.
3. De artikelen 2, zesde lid, en 3, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, vervallen met ingang van 1 januari 2004.
Artikel 7a
Deze regeling vervalt op 1 januari 2021.
Artikel 7b
Deze regeling berust op artikel 26, eerste en tweede lid, van het Besluit bewapening en uitrusting politie.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toetsing geweldsbeheersing politie.