rijk/ministeriele-regeling/regeling-uitvoering-sociale-werkvoorziening-en-begeleid-werken/BWBR0017691
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken BWBR0017691 ministeriele-regeling geldend 2005-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017691 Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken

Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken

Hoofdstuk 1. Indicatie en herindicatie

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de wet: de Wet sociale werkvoorziening; b. b. het besluit: het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken; c. c. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; d. d. college: college van burgemeester en wethouders.

2.

In deze regeling wordt onder het college tevens verstaan het college dat:

a. a. personen op de wachtlijst, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit heeft staan waarvoor door het Rijk over het lopende subsidiejaar geen subsidie in het kader van de wet is verleend; b. b. één of meer dienstbetrekkingen is aangegaan dan wel één of meer begeleid werken plaatsen tot stand heeft doen komen met personen die behoren tot de doelgroep van de wet, maar voor wie door het Rijk over het lopende subsidiejaar geen subsidie in het kader van de wet is verleend.

Artikel 2

1. Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit wordt zo nodig een arbeidsdeskundige, een arts of een psycholoog betrokken.

2.

Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit vindt multidisciplinair overleg plaats met een team van deskundigen bestaande uit een arbeidsdeskundige, een arts en een psycholoog, indien:

a. a. als gevolg van tegenstrijdige informatie van afzonderlijke deskundigen onduidelijkheid bestaat of de aanvrager al dan niet tot de doelgroep behoort, of b. b. anderszins bij de Centrale organisatie werk en inkomen gerede twijfel bestaat of de aanvrager al dan niet tot de doelgroep behoort.

Artikel 3

1. Een arbeidsdeskundige als bedoeld in artikel 2 is in het bezit van een getuigschrift arbeidsdeskundige van een op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek erkende instelling en beschikt over kennis en ervaring in de proces- en arbeidsanalyse.

2. Een arts als bedoeld in artikel 2 is ingeschreven in het register van Sociaal Geneeskundigen, tak arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, dan wel tak verzekeringsgeneeskunde of het register sociale geneeskunde, hoofdstroom arbeid en gezondheid, van de Sociaal-Geneeskundige Registratiecommissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst.

3. Een psycholoog als bedoeld in artikel 2 lid staat ingeschreven als Psycholoog NIP in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen, dan wel als gezondheidszorgpsycholoog in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, en beschikt over kennis en ervaring op het gebied van psychodiagnostiek.

Artikel 4

Een deskundige als bedoeld in artikel 2 kan niet tevens zijn:

a. a. werknemer in dienst van een gemeente of lid van een college van burgemeester en wethouders of van een gemeenteraad werkzaam in hetzelfde werkgebied dat door de Centrale organisatie werk en inkomen is aangewezen voor de uitvoering van haar taak op grond van artikel 21a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; b. b. werknemer in dienst van of bestuurslid werkend ten behoeve van een door een college voor de uitvoering van de wet aangewezen rechtspersoon; c. c. werknemer in dienst van of bestuurslid werkend ten behoeve van een door een college ingeschakelde begeleidingsorganisatie, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het besluit; d. d. werknemer in dienst van een interne of externe arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 14, derde lid, laatste volzin, van de Arbeidsomstandighedenwet in de sociale werkvoorziening van de gemeente; e. e. werknemer in dienst van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, werkzaam in hetzelfde werkgebied dat door de Centrale organisatie werk en inkomen is aangewezen voor de uitvoering van haar taak op grond van artikel 21a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of lid van de Raad van bestuur of de Raad van advies van genoemd instituut.

Hoofdstuk 2. Begeleid werken

Artikel 5

Voor de jaren 2005, 2006 en 2007 wordt het deel van de door het college van burgemeester en wethouders op te vullen ruimte, bedoeld in artikel 10 van het besluit, vastgesteld op 25% van de plaatsingen, waarbij ook personen die vanuit een dienstbetrekking begeleid werken aangaan worden meegerekend.

Artikel 6

Het college van burgemeester en wethouders ziet erop toe dat een begeleidingsorganisatie:

a. a. haar taken vervult met inachtneming van de stand van de wetenschap en die van de arbeids- en organisatiekunde; b. b. beschikt over voldoende opgeleide deskundigen die de arbeidsinpassing met inbegrip van de begeleiding op de werkplek verzorgen; c. c. de dienstverlening volgens een individueel begeleidingsplan uitvoert; d. d. regelmatig aan het college rapporteert over de inspanningen die zij heeft verricht om een begeleid werkenplaats te realiseren.

Hoofdstuk 3. Financieel verdeelmodel

Artikel 7

1. De factor, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder h, van het besluit bedraagt voor het jaar 2005 : 1,0087 en voor de jaren 2006 en 2007: 1.

2. Het deel, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder n, van het besluit bedraagt voor het jaar 2005: 70% en voor de jaren 2006 en 2007: 80%.

3. De factor, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder o, van het besluit bedraagt: 1.

4. De factor, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het besluit bedraagt voor een arbeidsplaats van een werknemer die is ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie matig 1 en voor de werknemer die is ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie ernstig 1,25.

5. De factor, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het besluit bedraagt: 1.

Artikel 8

Van de beschikbare begrotingsmiddelen voor het jaar 2007 worden voor de toepassing van artikel 17, eerste lid, van het besluit de volgende middelen buiten beschouwing gelaten:

a. a. € 2,8 miljoen ten behoeve van Stichting Beheer Collectieve Middelen sociale werkvoorziening; b. b. € 23,1 miljoen ten behoeve van modernisering Wet sociale werkvoorziening.

Hoofdstuk 4. Informatievoorziening

Artikel 9

1. Het college van burgemeester en wethouders waaraan over een subsidiejaar de subsidie is verleend draagt er zorg voor dat de minister uiterlijk op 1 juli van het daaropvolgende subsidiejaar het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen verslag, bedoeld in artikel 13, vierde lid, van de wet heeft ontvangen. De bij het verslag te voegen verklaring, bedoeld in artikel 13, vierde lid, van de wet is ingericht volgens het model dat als bijlage 2 bij deze regeling is opgenomen. De verklaring is gebaseerd op een onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 3 bij deze regeling beschreven controle- en rapportageprotocol.

2. Het college van burgemeester en wethouders waaraan over een subsidiejaar de subsidie is verleend draagt er zorg voor dat de minister uiterlijk op 1 maart van het daaropvolgende subsidiejaar de volgens het model van bijlage 4 bij deze regeling opgenomen Voorlopige volume en financiële informatie heeft ontvangen.

3. Bij de indiening van de in dit artikel genoemde bijlagen 1, 2 en 4 maakt het college van burgemeester en wethouders gebruik van de daarvoor door de minister verstrekte formulieren, die zijn ingericht overeenkomstig de in die leden bedoelde modellen en die zijn voorzien van een voor iedere gemeente uniek kenmerk.

Artikel 10

Het college van burgemeester en wethouders waaraan over een subsidiejaar de subsidie is verleend draagt er zorg voor dat de minister desgevraagd aanvullende informatie of gegevens die verband houden met de uitvoering van de wet binnen een daartoe door hem vastgestelde termijn en op een door hem aangegeven wijze heeft ontvangen.

Artikel 11

Op verzoek van de minister verstrekt het college van burgemeester en wethouders waaraan over een subsidiejaar de subsidie is verleend gegevens of informatie, bedoeld in de artikelen 9 en 10, aan personen of instanties die in zijn opdracht informatie vragen of de gegevens bewerken.

Artikel 12

1.

Het college van burgemeester en wethouders waaraan over een subsidiejaar de subsidie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, is verleend, registreert over elke halfjaarsperiode ten behoeve van de uitvoering van artikel 14, eerste lid, van de wet de in bijlage 5 bij deze regeling vastgestelde gegevens ten aanzien van personen die in de betreffende halfjaarsperiode:

a. a. zijn toegelaten tot de doelgroep van de wet; b. b. op de wachtlijst staan; c. c. een dienstbetrekking hebben, of d. d. begeleid werken.

2. De in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens worden telkenmale binnen zes weken na afloop van de desbetreffende halfjaarsperiode door het college rechtstreeks verstrekt aan een daartoe door de minister aangewezen bewerker. Als bewerker is aangewezen Research voor Beleid.

3. Het college van burgemeester en wethouders verstrekt de in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens op een door de bewerker, bedoeld in het tweede lid, te bepalen wijze.

Artikel 13

1. De bewerker, bedoeld in artikel 12, tweede lid, verwerkt de persoonsgegevens op een door de minister te bepalen wijze.

2. De persoonsgegevens worden slechts in opdracht van de minister aan derden verstrekt ten behoeve van onderzoek waarvoor de persoonsgegevens noodzakelijk zijn.

Hoofdstuk 5. Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 14

Wijzigt de Regeling SUWI.

Artikel 15

1. De Regeling indicatie sociale werkvoorziening, de Regeling arbeidsinpassing en begeleiding sociale werkvoorziening, de Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening en de Regeling statistiek Wet sociale werkvoorziening worden ingetrokken.

2. De in het eerste lid genoemde regelingen, zoals deze luidden op 31 december 2004, blijven van toepassing op de verantwoording over perioden die gelegen zijn vóór 1 januari 2005.

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.

Bijlage 3

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.

Bijlage 4

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.

Bijlage 5

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, te Den Haag.