rijk/ministeriele-regeling/regeling-uitvoering-wet-verbod-pelsdierhouderij/BWBR0032751
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling uitvoering Wet verbod pelsdierhouderij BWBR0032751 ministeriele-regeling geldend 2013-01-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0032751 Regeling uitvoering Wet verbod pelsdierhouderij

Regeling uitvoering Wet verbod pelsdierhouderij

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *Minister:* Minister van Economische Zaken;

    *ministerie:* Ministerie van Economische Zaken;

    *nerts:* dier behorend tot de diersoort Mustela vison;

    *nertsenhouderij:* bedrijf of een gedeelte daarvan, als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Meststoffenwet, dienende tot het houden van nertsen, zulks beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden;

    *wet:*
    Wet verbod pelsdierhouderij.

Artikel 2

1. Voor de melding, bedoeld in artikel 3 en artikel 4, onderdeel e, van de wet, wordt gebruik gemaakt van het voor de desbetreffende melding door de Minister verstrekte formulier.

2. De melding geschiedt door toezending van een volledig ingevuld en ondertekend formulier en eventuele bijlagen.

3. De melding, bedoeld in artikel 4, onderdeel e, van de wet, vindt plaats binnen vier weken na de verplaatsing van de nertsenhouderij.

Artikel 3

1. Uit een melding als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet blijkt in verband met welke bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet de verkrijging plaatsvond.

2. De melding gaat vergezeld van een door de vervreemder ondertekende en onderbouwde verklaring waaruit blijkt dat er aan zijn kant sprake is van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet, op basis waarvan de verkrijger een beroep kan doen op artikel 3, derde lid, van de wet.

3.

Indien de bijzondere omstandigheid gelegen is in arbeidsongeschiktheid van de vervreemder als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, van de wet gaat de melding tevens vergezeld van:

a. a. een medische verklaring waaruit de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder a, van de wet, van de vervreemder blijkt, of b. b. een kopie van een verklaring afgelegd door de vervreemder waaruit blijkt dat de vervreemder de medische verklaring rechtstreeks heeft toegezonden aan de Minister.

Artikel 4

Als ambtenaren als bedoeld in artikel 5 van de wet, belast met het toezicht op de naleving van die wet en de daarop berustende bepalingen, worden aangewezen:

a. a. de ambtenaren van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie; b. b. de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het ministerie.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet in werking treedt.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering Wet verbod pelsdierhouderij.