40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling uitvoeringskwaliteit bodembeheer | BWBR0020345 | ministeriele-regeling | geldend | 2007-06-22 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020345 | Regeling uitvoeringskwaliteit bodembeheer |
Regeling uitvoeringskwaliteit bodembeheer
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. aanleg van bodembeschermende voorzieningen: aanleg van bodembeschermende voorzieningen, zoals gedefinieerd en nader bepaald in de normdocumenten die bij categorie 1 in bijlage 1 zijn aangewezen; b. b. afgeven van kwaliteitsverklaringen: afgeven van kwaliteitsverklaringen voor bouwstoffen op grond van een door de Harmonisatie Commissie Bouw aanvaarde BRL die bij categorie 2 in bijlage 1 is aangewezen; c. c. analyse van bouwstoffen: analytische werkzaamheden van bouwstoffen die verricht worden door een laboratorium zoals gedefinieerd en nader bepaald in de normdocumenten die bij categorie 3 in bijlage 1 zijn aangewezen; d. d. analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek: analytische werkzaamheden die verricht worden door een laboratorium bij een verkennend onderzoek, een oriënterend onderzoek, een nader onderzoek, een saneringsonderzoek of een ander vergelijkbaar onderzoek van de bodem, waaronder mede begrepen de bodem onder oppervlaktewater, zoals gedefinieerd en nader bepaald in de normdocumenten die bij categorie 4 in bijlage 1 zijn aangewezen; e. e. besluit: Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer; f. f. bewerking van verontreinigde grond of baggerspecie: procesmatige ex situ reiniging van verontreinigde grond of baggerspecie door middel van thermische, extractieve of biologische methoden, of zandscheiding, rijping of landfarming van baggerspecie, zoals gedefinieerd en nader bepaald in de normdocumenten die bij categorie 5 in bijlage 1 zijn aangewezen; g. g. bijlage: bij deze regeling behorende bijlage; h. h. Bodem+: onderdeel van het agentschap SenterNovem te Den Haag; i. i. BRL: beoordelingsrichtlijn, een door het betrokken College van Deskundigen bindend verklaard document dat wordt gehanteerd als grondslag voor de afgifte en instandhouding van certificaten; j. j. certificering van rechtspersonen: certificering van rechtspersonen zoals gedefinieerd en nader bepaald in de normdocumenten die bij categorie 6 in bijlage 1 zijn aangewezen; k. k. College van Deskundigen: door de Raad voor Accreditatie geaccepteerd college dat een of meer BRL’en onder beheer heeft en waarin de bij certificatie belanghebbende partijen zijn vertegenwoordigd; l. l. inspectie van vloeistofdichte voorzieningen: periodieke inspectie van vloeistofdichte voorzieningen zoals gedefinieerd en nader bepaald in de normdocumenten die bij categorie 7 in bijlage 1 zijn aangewezen; m. m. milieukundige begeleiding: milieukundige processturing of milieukundige verificatie bij saneringen van de bodem, waaronder mede begrepen de bodem onder oppervlaktewater, zoals gedefinieerd en nader bepaald in de normdocumenten die bij categorie 8 in bijlage 1 zijn aangewezen; n. n. monsterneming bij partijkeuringen: monsterneming van grond, niet-vormgegeven bouwstoffen of vormgegeven bouwstoffen voor partijkeuringen in het kader van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming zoals gedefinieerd en nader bepaald in de normdocumenten die bij categorie 9 in bijlage 1 zijn aangewezen; o. o. uitvoering van bodemsaneringen: uitvoering van een sanering van de bodem, waaronder mede de bodem onder oppervlaktewateren wordt begrepen, zoals gedefinieerd en nader bepaald in de normdocumenten die bij categorie 10 in bijlage 1 zijn aangewezen; p. p. veldwerk: plaatsen van boringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grondwatermonsters of grondmonsters of locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem zoals gedefinieerd en nader bepaald in de normdocumenten die bij categorie 11 in bijlage 1 zijn aangewezen; q: q: verwijderen, onklaar maken en installeren ondergrondse tanks: verwijderen, onklaar maken of installeren van ondergrondse tanks, zoals beschreven in de normdocumenten die bij categorie 12 in bijlage 1 zijn aangewezen; r: r: voorzieningen ondergrondse tanks beoordelen en keuren: beoordelen en keuren van ondergrondse tanks en de daarbij behorende voorzieningen, zoals beschreven in de normdocumenten die bij categorie 13 in bijlage 1 zijn aangewezen.
Artikel 2
1.
Als werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van het besluit worden aangewezen:
a. a. aanleg van bodembeschermende voorzieningen; b. b. afgeven van kwaliteitsverklaringen; c. c. analyse van bouwstoffen; d. d. analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek; e. e. bewerking van verontreinigde grond of baggerspecie, met uitzondering van een bewerking die uitsluitend bestaat uit het ontwateren van baggerspecie waarvoor op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer geen vergunning is vereist; f. f. certificering van rechtspersonen; g. g. inspectie van vloeistofdichte voorzieningen; h. h. milieukundige begeleiding; i. i. monsterneming bij partijkeuringen; j. j. uitvoering van bodemsaneringen; k. k. veldwerk; l. l. verwijderen, onklaar maken en installeren ondergrondse tanks; m. m. voorzieningen ondergrondse tanks beoordelen en keuren.
2.
Het eerste lid is alleen van toepassing voorzover de in dat lid genoemde werkzaamheden worden uitgevoerd:
a. a. ter verkrijging van een beschikking die op grond van een bij of krachtens een in artikel 14, tweede lid, van het besluit genoemd wettelijk voorschrift wordt gegeven; b. b. ter voldoening aan een bij of krachtens artikel 15, tweede lid, van het besluit geldende verplichting, of c. c. ter voldoening aan een wettelijk voorschrift voorzover bij of krachtens dat voorschrift is bepaald dat de werkzaamheid wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die op grond van het besluit daartoe is erkend.
3. Een erkenning geldt alleen voor de verrichtingen die vallen onder de reikwijdte van de normdocumenten als bedoeld in artikel 4, waarvoor de desbetreffende persoon of instelling is gecertificeerd of geaccrediteerd en die staan vermeld op de erkenning.
4. De erkenning voor de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, e, h, j, en l wordt gebaseerd op een certificaat. De erkenning voor de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c, d, f, g en m wordt gebaseerd op een accreditatie. De erkenning voor de werkzaamheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i en k, kan zowel op een certificaat als een accreditatie worden gebaseerd.
5. Een erkenning voor de werkzaamheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt alleen verleend indien de desbetreffende instelling is geaccrediteerd voor alle verrichtingen van een van de pakketten als bedoeld in de onderdelen genoemd bij categorie 3 in bijlage 1. Indien de aanvraag betrekking heeft op het onderdeel samenstelling grond of het onderdeel samenstelling bouwstoffen dan kan de erkenning alleen worden verleend indien de instelling is geaccrediteerd voor pakket SG1, onderscheidenlijk pakket SB1. In afwijking van de eerste volzin is het, met uitzondering van de verrichtingen die betrekking hebben op uitloogonderzoek, toegestaan één verrichting van een pakket uit te besteden aan een instelling die voor die verrichting beschikt over een erkenning.
6. Een erkenning voor de werkzaamheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt alleen verleend indien de desbetreffende instelling is geaccrediteerd voor alle verrichtingen van het onderdeel SIKB-protocol 3010 of SIKB-protocol 3110, zoals vermeld bij categorie 4 in bijlage 1. Het is toegestaan één verrichting van een SIKB-protocol uit te besteden aan een instelling die voor die verrichting beschikt over een erkenning.
7. Voor zover een erkenning voor de werkzaamheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, wordt gebaseerd op een accreditatie, wordt deze erkenning alleen verleend indien de desbetreffende instelling is geaccrediteerd voor alle verrichtingen van het onderdeel SIKB-protocol 2001 of SIKB-protocol 2002, zoals vermeld bij categorie 11 in bijlage 1. Het is toegestaan ten hoogste drie verrichtingen (NEN normen) van een SIKB-protocol uit te besteden aan een instelling die voor die verrichting beschikt over een erkenning.
Artikel 3
1.
Als werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het besluit worden aangewezen:
a. a. monsterneming bij partijkeuringen; b. b. milieukundige begeleiding, en c. c. veldwerk.
2. Ten aanzien van het eerste lid is artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
Als normdocumenten als bedoeld in artikel 18, van het besluit worden aangewezen de certificatierichtlijnen, accreditatierichtlijnen, protocollen en andere onderdelen, die bij de betrokken categorie van werkzaamheden in bijlage 1 zijn vermeld.
Artikel 5
1. Als personen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit worden aangewezen personen die een van de volgende werkzaamheden uitvoeren: analyse van bouwstoffen, analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek, onderdeel milieukundige verificatie van milieukundige begeleiding, monsterneming bij partijkeuringen en veldwerk.
2. Als instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het besluit worden aangewezen instellingen die een van de volgende werkzaamheden uitvoeren: inspectie van bodembeschermende voorzieningen, certificering van rechtspersonen, afgeven van kwaliteitsverklaringen en voorzieningen ondergrondse tanks beoordelen en keuren.
3. Ten aanzien van het eerste en tweede lid is artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
1. De aanvraag voor een erkenning, het verzoek tot wijziging van een erkenning, een melding van een door de rechtbank uitgesproken faillissement of surseance van betaling en een melding van een schorsing of intrekking van een certificaat of een accreditatie, bedoeld in artikel 3, artikel 5, eerste lid, artikel 12 en artikel 13 van het besluit wordt gedaan aan Bodem+ met de daartoe door de Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en Waterstaat vastgestelde formulieren die als bijlage 2 bij deze regeling zijn opgenomen. De formulieren zijn verkrijgbaar bij Bodem+. Zij kunnen tevens worden gedownload van de volgende website: http://www.senternovem.nl/Bodemplus.
2. Als website waarop de lijsten met erkende personen en instellingen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het besluit worden gepubliceerd wordt aangewezen: http://www.senternovem.nl/Bodemplus.
Artikel 7
1. Als een deskundig, onafhankelijk instituut als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel t, van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming wordt aangewezen een instelling die is erkend voor het afgeven van kwaliteitsverklaringen.
2. Als een instantie als bedoeld in artikel 5, tweede lid, artikel 9, eerste, vierde en elfde lid, en artikel 22, eerste en vierde lid, van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming wordt aangewezen een persoon of instelling die is erkend voor analyse van bouwstoffen of monsterneming bij partijkeuringen.
Artikel 8
1. Tot en met 31 december 2006 geldt een vrijstelling van het verbod van artikel 8, eerste lid, van het besluit voor aanleg van bodembeschermende voorzieningen en inspectie van vloeistofdichte voorzieningen.
2. Tot en met 30 juni 2007 geldt een vrijstelling van het verbod van artikel 8, eerste lid, van het besluit voor analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek, bewerking van verontreinigde grond of baggerspecie, milieukundige begeleiding, uitvoering van bodemsaneringen en veldwerk.
3. Tot en met 30 juni 2007 geldt een vrijstelling van het verbod van artikel 8, eerste lid, van het besluit voor monsterneming bij partijkeuringen indien de persoon of instelling, die deze werkzaamheid verricht, beschikt over een geldige aanwijzing als monsternemer op grond van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, die vóór 1 oktober 2006 is verleend.
4. Tot en met 31 december 2007 geldt een vrijstelling van het verbod van artikel 8, eerste lid, van het besluit voor afgeven van kwaliteitsverklaringen indien de instelling, die deze werkzaamheid verricht, beschikt over een geldige aanwijzing als certificeringsinstelling voor het afgeven van kwaliteitsverklaringen voor bouwstoffen op grond van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, die vóór 1 oktober 2006 is verleend.
5. Tot en met 31 december 2007 geldt een vrijstelling van het verbod van artikel 8, eerste lid, van het besluit voor analyse van bouwstoffen indien de persoon of instelling, die deze werkzaamheid verricht, beschikt over een geldige aanwijzing als laboratorium op grond van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, die vóór 1 oktober 2006 is verleend.
6. Artikel 5 van het besluit is niet van toepassing op de aanwijzingen, bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid.
7. Tot en met 31 december 2007 geldt een vrijstelling van het verbod van artikel 8, eerste lid, van het besluit voor verwijderen, onklaar maken en installeren ondergrondse tanks en voorzieningen ondergrondse tanks beoordelen en keuren.
8. Tot en met 31 december 2007 geldt een vrijstelling van het verbod van artikel 8, eerste lid, van het besluit voor analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek, voor zover dat bestaat uit laboratoriumanalyses voor grondwateronderzoek.
9. Tot en met 30 juni 2008 geldt een vrijstelling van het verbod van artikel 8, eerste lid, van het besluit voor milieukundige begeleiding, voor zover dat bestaat uit milieukundige begeleiding van nazorg.
10. Tot en met 31 december 2008 geldt een vrijstelling van het verbod van artikel 8, eerste lid, van het besluit voor bewerking van verontreinigde grond of baggerspecie, voor zover dat bestaat uit het ontwateren van baggerspecie.
Artikel 8a
Tot uiterlijk zes maanden na afloop van de in artikel 8, eerste en tweede lid en zevende tot en met tiende lid, genoemde data geldt een vrijstelling van de verboden van artikel 8, eerste en tweede lid, van het besluit voor de in die leden genoemde werkzaamheden, die zijn aangevangen op een tijdstip dat is gelegen vóór de in die leden genoemde data.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer in werking treedt, met uitzondering van artikel 3 dat in werking treedt met ingang van 1 juli 2007.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoeringskwaliteit bodembeheer.
Bijlage 1
Bijlage 2
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.