rijk/ministeriele-regeling/regeling-uitwerking-uniforme-beginselen-gewasbeschermingsmiddelen/BWBR0019257
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling uitwerking uniforme beginselen gewasbeschermingsmiddelen BWBR0019257 ministeriele-regeling geldend 2005-12-23 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019257 Regeling uitwerking uniforme beginselen gewasbeschermingsmiddelen

Regeling uitwerking uniforme beginselen gewasbeschermingsmiddelen

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. DT50: tijd die nodig is voor de verdwijning van 50% van een hoeveelheid werkzame stof uit een compartiment; b. b. GeoPEARL: model voor de beoordeling van uitspoeling, zoals beschreven in RIVM-rapport 716601008/2004 (A. Tiktak et al.); c. c. INS : (Inter)nationale Normstelling Stoffen; d. d. MTR: milieukwaliteitsnorm voor een stof die aangeeft bij welke concentratie geen onaanvaardbaar effect op het milieu verwacht wordt (Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau); e. e. college: College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen; f. f. verzadigde zone: deel van de grond waarin de poriën geheel gevuld zijn met water, inclusief de capillaire zone; g. g.

    richtlijn 91/414/EEG: richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 236), zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 94/43 van de Raad van de Europese Unie van 27 juli 1994 tot vaststelling van Bijlage VI bij Richtlijn 91/414/EEG betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 227).

Paragraaf 2. Uitwerking milieucriteria

Artikel 2

Van niet aanvaardbare invloed op niet-doelsoorten als bedoeld in punt 2.5.1.1, onderdeel C, van Bijlage VI bij richtlijn 91/414/EEG is sprake als een werkzame stof of een van zijn relevante reactie- of afbraakproducten uit een gewasbeschermingsmiddel een DT50 groter dan 90 dagen heeft en de concentratie van die werkzame stof, dan wel relevante reactie- of afbraakproduct in de bodem van het perceel twee jaar na de laatste toepassing van het gewasbeschermingsmiddel hoger is dan het MTR voor de bodem, vastgesteld door het college conform de methode INS.

Artikel 3

1.

Van de maximaal toelaatbare concentratie, bedoeld in punt 2.5.1.2, onder i, onderdeel C, van Bijlage VI bij richtlijn 91/414/EEG, is sprake indien de concentratie gelijk is aan 0,1 µg/l bij toepassing van één van de volgende wijzen van beoordelen van de werkzame stof en de relevante reactie- en afbraakproducten van dat gewasbeschermingsmiddel:

a. a. een berekening met het model PEARL voor het FOCUS Kremsmünster scenario, b. b. een berekening met het model GeoPEARL, c. c. een toetsing aan metingen van concentraties in het bovenste grondwater, d. d. een berekening voor de verzadigde zone, bepaald volgens een rekenvoorschrift waarbij wordt uitgegaan van een afbraak volgens de eerste orde kinetiek na 4 jaar op 10 meter diepte, of e. e. een toetsing aan metingen van concentraties in het diepere grondwater op minimaal 10 meter beneden het maaiveld.

2. In afwijking van het eerste lid wordt bij het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel in een grondwaterbeschermingsgebied de maximaal toelaatbare concentratie als bedoeld in punt 2.5.1.2, onder i, onderdeel C, van Bijlage VI bij richtlijn 91/414/EEG 0,01 µg/l, tenzij met nadere gegevens wordt aangetoond dat ook in grondwaterbeschermingsgebieden de waarde van 0,1 µg/l niet wordt overschreden.

Artikel 4

Van onaanvaardbare effecten als bedoeld in punt 2.5.2.2, onderdeel C, van Bijlage VI bij richtlijn 91/414/EEG is sprake als het MTR, vastgesteld door het college conform de methode INS, wordt overschreden.

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 5

De Regeling uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen 2000 wordt ingetrokken.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het besluit tot wijziging van het Besluit uniforme beginselen gewasbeschermingsmiddelen en intrekking van het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Stb. 413) in werking treedt.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitwerking uniforme beginselen gewasbeschermingsmiddelen.