rijk/ministeriele-regeling/regeling-urineonderzoek-verpleegden/BWBR0011110
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling urineonderzoek verpleegden BWBR0011110 ministeriele-regeling geldend 2000-01-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011110 Regeling urineonderzoek verpleegden

Regeling urineonderzoek verpleegden

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Het anders dan door een arts, tandarts of verloskundige voorgeschreven gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel niet toegestaan.

Artikel 3

1. De afname van urine gebeurt bij voorkeur s ochtends vroeg.

2. Alvorens de urine wordt afgenomen wordt de reden van het urineonderzoek aan de verpleegde medegedeeld en wordt aan de verpleegde uitleg gegeven over de te volgen procedure.

3. De verpleegde urineert bij voorkeur onder direct visueel toezicht van een personeelslid of medewerker in een daartoe aan hem verstrekte opvangbeker.

4. Indien de verpleegde niet direct tot afgifte van de urine in staat is, wordt hij gedurende een periode van vier uur alsnog hiertoe in de gelegenheid gesteld. De verpleegde verblijft gedurende deze periode bij voorkeur in een ruimte waarin geen mogelijkheden aanwezig zijn de resultaten van de analyse te beïnvloeden.

5. In het bijzijn van de verpleegde verdeelt een personeelslid of medewerker de urine over twee afzonderlijke buizen, sluit de buizen af en controleert of de buizen goed zijn afgesloten. Vervolgens plakt het personeelslid of de medewerker stickers met een uniek registratienummer op de twee buizen.

6. In het bijzijn van de verpleegde controleert het personeelslid of de medewerker of het aanvraagformulier goed en volledig is ingevuld alsmede of het nummer op de buizen overeenstemt met het nummer op het aanvraagformulier.

7. Het aanvraagformulier dient in ieder geval een opgave van de volledige naam en voorletters van de verpleegde, het registratienummer van de verpleegde, de afnamedatum, het tijdstip van afname, de stoffen waarop gecontroleerd dient te worden alsmede gegevens over medicatiegebruik en relevante pathologie te bevatten.

9.

Eén buis wordt met het aanvraagformulier zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk de eerstvolgende werkdag, naar een laboratorium verstuurd, dan wel binnen drie werkdagen bij een laboratorium afgegeven. De andere buis wordt, gedurende ten hoogste een week na afname, ten behoeve van een eventueel herhalingsonderzoek in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast bewaard.

Artikel 4

1.

De analyse wordt verricht door:

a. a. een inrichtingslaboratorium dat deelneemt aan een extern kwaliteitscontrole programma in samenspraak met de stichting kwaliteitsbewaking Klinische Geneesmiddelenanalyse en Toxicologie dan wel b. b. een extern laboratorium dat deelneemt aan een extern kwaliteitscontrole programma in samenspraak met de stichting Kwaliteitsbewaking Klinische Geneesmiddelenanalyse of deelneemt aan een op zijn minst vergelijkbaar extern kwaliteitsbewakingsprogramma dan wel een laboratorium dat voldoet aan de internationale GLP-norm (Good Laboratory Practice).

2. Het laboratorium heeft de mogelijkheid een herhalingsonderzoek en een bevestigingsonderzoek te verrichten of te laten verrichten.

3. Het laboratorium treft maatregelen ter voorkoming van oneigenlijk gebruik van de verkregen persoonsgegevens.

4. De inrichting en het laboratorium maken nadere afspraken omtrent de wijze van verzending van de urinemonsters.

Artikel 5

1. Indien er vragen bestaan omtrent de uitslag van het onderzoek of de interpretatie daarvan, vindt overleg plaats tussen het laboratorium en de inrichting omtrent mogelijke factoren die de uitslag hebben kunnen beïnvloeden en de interpretatie van de uitslag.

2. Indien het gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is geconstateerd of wanneer de verpleegde daarom verzoekt wordt de uitslag van het onderzoek aan de verpleegde bekend gemaakt. Hierbij wordt de verpleegde gewezen op het recht op herhalingsonderzoek. Indien de mededeling mondeling wordt gedaan legt het personeelslid dat of de medewerker die de mededeling heeft gedaan, schriftelijk vast dat en wanneer de mededeling is gedaan.

Artikel 6

1. De verpleegde heeft het recht op een herhalingsonderzoek.

2. De kosten van het herhalingsonderzoek komen voor rekening van de verpleegde, tenzij uit de uitslag van dit onderzoek blijkt dat er geen sprake is van ongeoorloofd gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen.

3. De verpleegde dient een verzoek om een herhalingsonderzoek binnen vierentwintig uur na kennisneming van de uitslag van de eerste analyse schriftelijk in te dienen bij het hoofd van de inrichting.

4. De uitslag van het herhalingsonderzoek wordt aan de verpleegde medegedeeld. Hierbij wordt de verpleegde gewezen op het recht op een bevestigingsonderzoek. Indien de mededeling mondeling wordt gedaan legt het personeelslid dat of de medewerker die de mededeling heeft gedaan, schriftelijk vast dat en wanneer de mededeling is gedaan.

Artikel 7

1. De verpleegde heeft het recht een bevestigingsonderzoek te laten plaatsvinden.

2. De kosten van het bevestigingsonderzoek zijn voor rekening van de verpleegde, tenzij uit de uitslag blijkt dat er geen sprake is van ongeoorloofd gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen.

3. De verpleegde dient een verzoek om een bevestigingsonderzoek binnen vierentwintig uur na kennisneming van de uitslag van de contra-expertise schriftelijk in te dienen bij het hoofd van de inrichting.

4. De uitslag van het bevestigingsonderzoek wordt aan de verpleegde medegedeeld. Indien de mededeling mondeling wordt gedaan legt het personeelslid dat of de medewerker die de mededeling heeft gedaan, schriftelijk vast dat en wanneer de mededeling is gedaan.

Artikel 8

1. In de huisregels van de inrichting wordt vermeld wat de gevolgen kunnen zijn van de weigering aan het urineonderzoek mee te werken. Tevens wordt in de huisregels vermeld wat de gevolgen kunnen zijn van de vaststelling in het urineonderzoek dat er sprake is geweest van het gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen dan wel van fraude met het urinemonster van de zijde van de verpleegde.

2. Indien de verpleegde na het verstrijken van de in artikel 3, vierde lid, gestelde termijn van vier uur nog geen urine heeft afgestaan, wordt dit gelijk gesteld met een weigering medewerking te verlenen aan het urineonderzoek.

3.

In afwachting van de uitslag van een herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek;

a. a. wordt de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf opgeschort; b. b. wordt de effectuering van verlof of proefverlof opgeschort.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatcourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling urineonderzoek verpleegden.