rijk/ministeriele-regeling/regeling-vakwedstrijden-vmbo-en-mbo/BWBR0042419
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo BWBR0042419 ministeriele-regeling geldend 2019-07-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042419 Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo

Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
  • boekjaar: tijdvak dat aanvangt op 1 april van enig jaar en eindigt op 31 maart van het daarop volgend jaar;
  • instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • school: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
  • voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.22 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3

1.

De minister kan voor de boekjaren in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 maart 2026 aan een of meer rechtspersonen jaarlijks een projectsubsidie verstrekken voor:

a. a. het organiseren van jaarlijkse nationale vakwedstrijden voor het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in Nederland, waaronder de voorrondes en finale, en het stimuleren van deelname daaraan; b. b. het organiseren van jaarlijkse nationale vakwedstrijden voor het beroepsonderwijs in Nederland, waaronder de voorrondes en finale, en het stimuleren van deelname daaraan; of c. c. het voorbereiden van nationale deelnemers op de jaarlijkse internationale vakwedstrijden in het beroepsonderwijs alsmede de deelname van nationale deelnemers aan deze internationale vakwedstrijden in het beroepsonderwijs en de kosten die daaruit voortvloeien voor de deelnemers.

2. De activiteiten hebben als doel om het vakgerichte onderwijs te promoten door jongeren en jongvolwassenen uit te dagen en te stimuleren het beste in zichzelf naar boven te halen en dit verder te ontwikkelen. De activiteiten hebben daarnaast als doel om andere jongeren en jongvolwassenen te inspireren en uit te nodigen beroepsonderwijs te gaan volgen. Daarnaast hebben de vakwedstrijden tot doel de diversiteit te borgen bij deelname van leerlingen dan wel studenten aan de nationale vakwedstrijden. Daartoe wordt in elk geval een breed aanbod van nationale vakwedstrijden georganiseerd dat een zo breed mogelijk scala van beroeps- of vakgerichte opleidingen bestrijkt.

Artikel 4

1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de periode van 1 april 2020 tot en met 31 maart 2026 per boekjaar beschikbaar:

a. a. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a: een bedrag van maximaal € 680.000; b. b. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b: een bedrag van maximaal € 3.600.000; c. c. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c: een bedrag van maximaal € 500.000.

2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is voor het boekjaar van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2023 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, een bedrag van maximaal € 758.000 beschikbaar.

3.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, zijn de volgende bedragen beschikbaar voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a:

a. a. voor het boekjaar van 1 april 2023 tot en met 31 maart 2024: maximaal € 857.490. b. b. voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025: maximaal € 857.490.

4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2022 tot en met 31 maart 2023 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 3.827.000 beschikbaar.

5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2023 tot en met 31 maart 2024 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 4.434.000 beschikbaar.

6. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 4.610.000 beschikbaar.

7. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, is voor het boekjaar van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, een bedrag van maximaal € 580.000 beschikbaar.

8. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, een bedrag van maximaal € 907.000 beschikbaar.

9. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een bedrag van maximaal € 4.817.000 beschikbaar.

10. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, is voor het boekjaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026 voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, een bedrag van maximaal € 580.000 beschikbaar.

Artikel 5

1. Voor het boekjaar 2020 wordt uiterlijk 15 oktober 2019 een aanvraag ingediend. De rechtspersoon waaraan subsidie voor het boekjaar 2020 is verstrekt, dient voor de boekjaren 2021, 2022, 2023, 2024 en 2025 uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het boekjaar, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, een aanvraag in.

2.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag voor het boekjaar 2020:

a. a. een meerjarenbegroting; b. b. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd; en c. c. de laatst opgemaakte jaarrekening dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop.

3. De in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde bescheiden zijn voorzien van een controleverklaring van een accountant.

4. Per activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt een aanvraag ingediend.

5. Een aanvrager kan voor een of meer van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, een aanvraag indienen.

6. De subsidie wordt aangevraagd met het formulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl/subsidies/vakwedstrijden en kan via deze website worden ingediend.

Artikel 6

1. Aanvragen die niet tijdig zijn ingediend, worden afgewezen.

2. De aanvragen voor het boekjaar 2020 die in behandeling zijn genomen, worden zodanig gerangschikt dat de minister de aanvragen die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidieverstrekking, voorrang geeft.

3. De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de periode waarin de aanvragen kunnen worden ingediend gelijktijdig op de aanvragen.

4. Per activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, ontvangt één rechtspersoon subsidie. Dezelfde rechtspersoon kan voor meer activiteiten subsidie ontvangen.

Artikel 7

Een aanvraag wordt aan de hand van de volgende criteria, zoals uitgewerkt in de bijlage behorende bij deze regeling, beoordeeld:

a. a. inhoud; b. b. organisatie; c. c. samenwerking; d. d. financiering; e. e. duurzaamheid; en f. f. promotionele activiteiten.

Artikel 8

In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverstrekking worden geweigerd indien:

a. a. voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ook uit andere hoofde aanspraak op subsidie bestaat; b. b. de kosten niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten; of c. c. onvoldoende is aangetoond dat de geraamde kosten noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 9

1. De subsidieontvanger zendt aan de minister jaarlijks vóór 1 oktober een voortgangsrapportage waarin de subsidieontvanger aangeeft wat de stand van zaken is met betrekking tot de activiteit.

2. De subsidieontvanger vraagt aan de school of instelling, noch aan diens leerlingen of studenten een financiële bijdrage voor deelname aan de activiteit.

Artikel 10

De verantwoording vindt plaats overeenkomstig artikel 7.8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 11

Indien de activiteit waarvoor de subsidie is verleend geheel is verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten verminderd met de gerealiseerde bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage indien deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag, verminderd met de maximaal toegestane toevoeging aan de egalisatiereserve voor zover een egalisatiereserve wordt aangehouden.

Artikel 12

1. De subsidieontvanger kan een egalisatiereserve vormen.

2. De egalisatiereserve bedraagt ten minste € 0 en ten hoogste 10% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag van de subsidie.

3. De egalisatiereserve wordt in een boekjaar uitsluitend besteed aan de activiteit bedoeld in artikel 3, waarvoor de subsidieontvanger in dat boekjaar een subsidie heeft ontvangen, en die niet kan worden bekostigd uit de subsidie die is verleend ten behoeve van dat boekjaar.

4. Paragraaf 8.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juli 2019. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 15 juli 2019, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 15 juli 2019.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 15 juli 2026.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo.

Bijlage

Deze bijlage hoort bij de Regeling vakwedstrijden vmbo en mbo

Onderstaande tabel geeft een nadere uitwerking van de criteria waarop een subsidieaanvraag wordt beoordeeld.