40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake EMU-saldo | BWBR0041899 | ministeriele-regeling | geldend | 2019-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041899 | Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake EMU-saldo |
Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake EMU-saldo
Artikel 1
De definities van artikel 1 van de Wet houdbare overheidsfinancien zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.
Artikel 2
Het collectieve aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, wordt als volgt vastgesteld:
a. a. voor 2019 –0 4 procent van het bruto binnenlands product; b. b. voor 2020 –0 4 procent van het bruto binnenlands product; c. c. voor 2021 –0,4 procent van het bruto binnenlands product; d. d. voor 2022 –0,4 procent van het bruto binnenlands product.
Artikel 3
Het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 2, wordt uitgesplitst naar:
a. a. een aandeel voor de provincies gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld:
1°.
voor 2019 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
2°.
voor 2020 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
3°.
voor 2021 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
4°.
voor 2022 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
1°. 1°. voor 2019 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; 2°. 2°. voor 2020 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; 3°. 3°. voor 2021 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; 4°. 4°. voor 2022 –0,08 procent van het bruto binnenlands product; b. b. een aandeel voor de gemeenten gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld:
1°.
voor 2019 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
2°.
voor 2020 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
3°.
voor 2021 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
4°.
voor 2022 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
1°. 1°. voor 2019 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; 2°. 2°. voor 2020 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; 3°. 3°. voor 2021 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; 4°. 4°. voor 2022 –0,27 procent van het bruto binnenlands product; c. c. een aandeel voor de waterschappen gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld:
1°.
voor 2019 –0,05 procent van het bruto binnenlands product;
2°.
voor 2020 –0,05 procent van het bruto binnenlands product;
3°.
voor 2021 –0,05 procent van het bruto binnenlands product;
4°.
voor 2022 –0,05 procent van het bruto binnenlands product.
1°. 1°. voor 2019 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; 2°. 2°. voor 2020 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; 3°. 3°. voor 2021 –0,05 procent van het bruto binnenlands product; 4°. 4°. voor 2022 –0,05 procent van het bruto binnenlands product.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.