40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie | BWBR0009204 | ministeriele-regeling | geldend | 1997-12-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009204 | Regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie |
Regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. Ter vaststelling van de klasse van onderhoudsspecie wordt de te baggeren waterbodem onderzocht, bemonsterd, geanalyseerd en beoordeeld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 3 en 4 en de bij deze regeling behorende bijlage.
2. In afwijking van het eerste lid wordt onderhoudsspecie, afkomstig uit andere oppervlaktewateren dan die bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, zonder onderzoek aangemerkt als onderhoudsspecie klasse 2.
Artikel 3
1.
Onderzocht wordt de kwaliteit van te verspreiden onderhoudsspecie afkomstig van oppervlaktewateren:
1º. 1º. in bebouwde gebieden, daaronder begrepen kassen- en industriegebieden; 2º. 2º. waar regelmatig beroeps- of pleziermotorvaart plaatsvindt; 3º. 3º. waar lozingen op plaatsvinden sinds de laatste keer baggeren; 4º. 4º. grenzend aan wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 500 voertuigen per dag, tenzij het betreft bermsloten op een afstand van 15 meter en meer, waarop de wegriolering niet loost; 5º. 5º. met een oeverbeschoeiing, bestaande uit met gecreosoteerde olie behandeld hout; 6º. 6º. waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze niet aan de toetsingswaarden voldoen.
2. Met ingang van 1 januari 1999 wordt bovendien onderzocht de kwaliteit van te verspreiden onderhoudsspecie van oppervlaktewateren die niet zijn aangegeven in een beheersplan als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de waterhuishouding.
3. De verkregen onderzoeksgegevens worden gedurende ten minste twee jaar na het verspreiden bewaard.
Artikel 4
Analyses worden uitgevoerd door een onderzoekslaboratorium dat voor deze analyses is erkend door de Raad voor Accreditatie (STERLAB) of door een andere Europese laboratoriumaccreditatie-instelling, op basis van de Europese norm (NEN)-EN 45001.
Artikel 5
De Regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie (Stcrt. 1993, 246) wordt ingetrokken.
Artikel 6
Na inwerkingtreding van deze regeling worden de met toepassing van de Regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie (Stcrt. 1993, 246) vastgestelde besluiten aangemerkt als besluiten, vastgesteld met toepassing van deze regeling.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie.
Bijlage . bij de Regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie
3.1. Voor elk afzonderlijk compartiment van de waterbodem waarvan een mengmonster is genomen wordt de klasse-indeling van de te verwijderen onderhoudsspecie bepaald aan de hand van onderstaande methode.
3.2. De gemeten gehalten in het monster worden omgerekend naar de gehalten in standaardbodem. Deze omrekening wordt uitgevoerd met behulp van de volgende formule.
waarin:
Gst = gehalte van de betreffende stof, omgerekend naar standaardbodem [mg/kg of μg/kg];
Gg = gemeten gehalte van de betreffende stof [mg/kg of μg/kg];
% lutum gemeten of berekend percentage lutum [% d.s.];
% org. stof gemeten of berekend percentage organische stof [% d.s.];
A, B en C stofafhankelijke constanten zoals opgenomen in tabel 1.
Ten behoeve van de vaststelling van Gst voor organische parameters worden voor bodems met een gemeten/berekend organisch stofgehalte van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2% organische stofgehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Met dien verstande dat bij de berekening van de streefwaarde, grenswaarde, toetsingswaarde en interventiewaarde van ∑ 10 PAK in plaats van 2% 10% wordt aangehouden.
Per parameter wordt het met behulp van bovenstaande formule het berekende gecorrigeerde gehalte vergeleken met de streef-, grens- en toetsingswaarden voor de standaardbodem zoals die zijn opgenomen in de bijlage bij het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen.
3.3. Op basis van deze vergelijking wordt voor elk van de geanalyseerde parameters bepaald in welke klasse het monster zich voor de betreffende parameter bevindt.
3.4. EOX is een trigger voor de eventuele aanwezigheid van gechloreerde en andere halogeen verbindingen. Overschrijding van de streefwaarde of toetsingswaarde van EOX leidt niet automatisch tot de conclusie dat niet voldaan wordt aan de streef- of toetsingswaarde. Bij overschrijding van de streef- of toetsingswaarde moet aanvullend (historisch of analytisch) onderzoek worden gedaan naar de aanwezigheid van gechloreerde (en andere halogeen) verbindingen. Indien deze parameters aanwezig zijn, worden ze meegenomen bij de klasse-indeling.
Wanneer voor één of meer van de parameters de interventiewaarde, als aangegeven in tabel 2, wordt overschreden, wordt het mengmonster ingedeeld in klasse 4.
In de overige gevallen wordt het mengmonster als geheel ingedeeld in de hoogste van de klassen waarin het monster zich voor de afzonderlijke parameters bevindt.
Uitgezonderd zijn:
3.5. De te verwijderen onderhoudsspecie in het waterbodemcompartiment waaruit het mengmonster is verkregen wordt ingedeeld in de klasse die op bovenstaande wijze is vastgesteld voor het mengmonster.